Briefwisseling van Hugo Grotius. Deel 12
(1986)–Hugo de Groot– Auteursrechtelijk beschermd5147. 1641 april 15. Van P. Spiring Silvercrona.Ga naar voetnoot1Mijnheer, U Excell.en seer waerde ende hoochaengenaemen van den 6 desesGa naar voetnoot2 is mij den 13 selviges wel geworden; bedancke u Ex.en ten alderhoogsten voor de continuerende comunicatie. Wat men uyt Duytsland hier heeft van de Sweedse ende keyserlijcke armeën, sal u Ex.en uyt de bijgaende copieGa naar voetnoot3 connen verneemen. De brieven van de oude coninginne van Sweden,Ga naar voetnoot4 door een van haere lacqueyen in 't rijcke gesonden, hebben niets geëffectueert. De ratificatie van de alliantieGa naar voetnoot5 is vanhier door eenen jon- | |
gen advocaet genaemt Jan van Duynen,Ga naar voetnoot6 denwelcken mijnheer Schrasserts,Ga naar voetnoot7 die als resident van desen staet naer Hamburg sal gaen, stieffsoon is, de verleede weecke naer Sweden gesonden. Mons.r d'AvauxGa naar voetnoot8 tot Hamburg heeft een edelmanGa naar voetnoot9 naer Stockholm gesonden om aldaer tot bevoorderinge van de ratificatie der gerenoveerde tractaeten te presenteeren booven de gewoon. subsidie hondertduysent rijcxdaelders 's jaers. Den hierleggenden Poortugeeschen ambassadeurGa naar voetnoot10 heeft verleeden Vrijdaech audientz gehad ende heeft 3 pointen geproponeert. Eerstel. begeert hij dat desen staedt Brasiliën tegens behoorlijcke satisfactie aen Portugael restitueeren wilde. Ten anderen versoeckt hij in Oost-Indiën voor 10 jaeren lang stilstandt van waepenen. Ende ten derden houd hij aen om 10 oorlochscheepen tot assistentz. Het eerste point schijnt qualijcken genomen te werden, 'twelck zijne saecken hier licht quaedt souden maecken. Hiermede, naer u Ex.en met desselfs familie genaediger protectie bevoolen hebbende, verblijve ick u Excell.en dienst- ende vruntwilligen. | |
Haagh, den 15 April 1641. | |
Bovenaan de brief schreef Grotius: [Rec.] 24 April 1641. |
|