Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
DBNL Logo
DBNL Logo

Hoofdmenu

  • Literatuur & Taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taal
    • Limburgse literatuur
    • Friese literatuur
    • Surinaamse literatuur
    • Zuid-Afrikaanse literatuur
  • Selecties
    • Onze kinderboeken
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • E-books
    • Publiek Domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Gebruiksvoorwaarden
    • Hergebruik
    • Disclaimer
    • Informatie voor rechthebbenden
  • Over DBNL
    • Over DBNL
    • Contact
    • Veelgestelde vragen
    • Privacy
    • Toegankelijkheid
Verzameld dichtwerk. Deel 1. Lyrische poëzie

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (2,34 MB)

Scans (10,04 MB)

ebook (4,06 MB)






Editeur
Anne Marie Musschoot



Genre
poëzie

Subgenre
verzameld werk
gedichten / dichtbundel


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

 

Verzameld dichtwerk. Deel 1. Lyrische poëzie

(2007)–Karel van de Woestijne

Vorige Volgende
[p. 127]

[De dag, - zooals een zoele zoen]

 
De dag, - zooals een zoele zoen
 
naar zwijm-geloken oogen daalt,
 
en schroomt, en teeder adem-haalt
 
om de oog-leên die, verlangens-vroom,
 
tril-wachten dat het zoenen koom':
 
- zóo daalt om mijne leden, zacht
 
de dag die glijdend zoent en ijdel zonne-lacht.
 
 
 
Ik sta, - ik die verbitterd was,
 
en 't hard kleed van mijn schampren wrok,
 
moedwillig-blind, vóor de oogen trok,
 
-thans, 't doffe brallen uitgeraasd,
 
thans sta ik, kalm en ónverbaasd,
 
zoo jonge, schoone goden staan
 
met de onverschilligheid van hun geluk belaên.
 
 
 
Want ben ik blij, want ben ik droef?
 
- Mijn leven, 'lijk een prille vrouw
 
die schroomloos nader-treden zou
 
en, lippe-week voorbij-getreên,
 
u laat met heel haar jeugd om-gleên:
 
- zoo kómt mijn dag, die hénen gaat,
 
en wijdt zijn schoonsten blik den níeuwen dage-raad.
 
 
 
Gelaten in dit stil geluk,
 
naast u, die mij misschien bemint
 
en die 'k misschien geloof, o kind;
 
naast u, mijn land, dat veilig waart
 
voor deze liefde een liefde-gaard';
 
- in ons drie-eenige eenzaamheid
 
vergeten bloemen in de tuinen van den Tijd; -
 
 
 
o mijne vrouw, o mijn goed land,
 
ik voel me uw kind, ik voel me uw heer;
 
- maar zonder dat ik méer begeer'
 
dan onbewuste en veil'ge rust,
 
en den weemoedig-wulpschen lust,
 
dat ik me uw min voel tegen-gloe'n,
 
als naar geloken ooge' een zoele en vochte zoen.

Vorige Volgende