* XI. Kloostergeest in de kleeding tegenover de moderne ontaarding *
Ende hier-omme, prueft ende merct u-zelven ochte
Ga naar voetnoot1) ghi dese .vij. slote in u ghevoelt, ende ochte ghi gheciert ende ghecleet syt van binnen met den doechden die daer-toe behoren.

Want ic vreese datmen ghemeenlyc in religiën ende in cloestere meer soect ende begheert den lichame te chierne ende te cleeden van buten, dan die ziele van binnen.

Ende hier-omme seggic u: en syt
niet curioesGa naar voetnoot2), maer syt onachtsam van uwen abite dat ghi ane-draecht. Eest out, eest nuwe; hoe gr<o>f, hoe versmaet dat
Ga naar voetnoot3) si, dat laet u ghenoeghen alsoe alsment u gheeft: es uwe lichame ghedect jeghen dat coude
Ga naar voetnoot4) ende bescermt jeghen hitte, dat es ghenoech. Wildi uwe regule leven ende gode behouden
Ga naar voetnoot5), [Ende]
Ga naar voetnoot6) en
murmurreert niet. Want inden beghinne, alle <die>
Ga naar voetnoot7) heilighen die relegiën ende ordenen stichten, die vercoren dat groofste ende <dat> onweerdste
Ga naar voetnoot8) laken datmen inde provincie vandt daer si in woenden, ende altoes sonder varwe.

Nu heeft de duvele ende de hoverdeghe mensche
nuwe vonde vonden. Dat swaert
Ga naar voetnoot9) soude
Ga naar voetnoot10) syn, dat es brunet ghegreint. Dat grauwe abyt es bruun ghemingt worden: blau groene ende root te gadere gheminct
Ga naar voetnoot11). Wit en can men niet gheveisen
Ga naar voetnoot12), dat moet alsoe bliven. Maer hoe dat de varwe es
Ga naar voetnoot13), men neemt gherne de beste wolle die men vercrighen mach, in wat state dat si
Ga naar voetnoot14).

Ende alse dat laken b[e]ereet es, soe en weetment hoe sceppen
Ga naar voetnoot15) noch maken, dat der werelt ende den duvel behaghen moghe. Selcke makent soe wyt ende soe groot, datmenre .ij. ochte .iij. cledere ave maken mochte; selke maken<t>
Ga naar voetnoot16) soe inghe ochte
Ga naar voetnoot17) aen haer vel ghenayt ware, de onderrocke tot den knie cort ende opden buc ghecnoopt als een sot. Selcke makent soe lanc, datment hoghe opscorsen moet; ende selke makent dat achter