| |
| |
| |
Verklaringe van diverse so Latynse als Francoise woorden en termen, die de practisyns dagelijks gebruyken.
ABälineren, vervreemden. |
Abbreviëren, verkorten. |
Aboleren, te niet doen. |
Abortif, een dragt die dood ter Wereld komt. |
Absenteren, verborgen houden. |
Absolveren, ontslaan, voleynden. |
Absoluyt, ontslagen, voleynd. |
Abuseren, misbruyken. |
Abuis, misbruyk. |
Acceptilatie, een manier van verbintenisse. |
Accepteren, tot sijn voordeel aanvaarden. |
Accessoir, een sake die uyt een ander spruytet. |
Acces, toegang. |
Accesseurs, geleerde Mannen, die de Vonnissen van den ongeleerden Rechter ramen. |
Accommoderen, behulpsaamheyd. |
Accorderen, vereenigen. |
Accordatie, overeenkominge. |
Accuseren, beschuldigen, getuygen. |
Acte, een gedaan werk, Vonnisse, Etc. |
Actie, regt 't welk men elders toe heeft. |
Accumuleren, by een vergaderen. |
Accumelatie, vergaderinge. |
Adheriteren, goederen erven. |
Adjoincten, bygevoegde personen. |
Adjudicatie, toewysinge, aanwysinge. |
Administreren, bedienen, doen. |
Admiteren, toelaten. |
Adopteren, ymant voor sijn eygen Kind aan nemen. |
Avanceren, voorderen. |
| |
| |
Advers, tegenpartye. |
Adverteren, waarschouwen. |
Advertissement, waarschouwinge. |
Advoceren, toeroepen, ymands woord doen. |
Advocaat, voorsprake. |
Advoceren, bevestigen, van waarden houden. |
Advis, beradinge, goeddunken. |
Affirmeren, sekeren, toeseggen. |
Ageren, oeffenen, in regte handelen. |
Aggreëren, behagen, te danke hebben. |
Aggreatie, behaginge, aangenaamheyd. |
Allegeren, verligten, ontlasten, voortbrengen, of in regten by brengen. |
Altereren, sig ontstellen, ontsetten. |
Altercatie, kyvinge, bedinginge. |
Aliëneren, vervreemden. |
Amphibologie, eenige donkere Reden, of twyfelagtige sin. |
Ampliëren, vermeren. |
Ample, wijt, breet. |
Annex, bygevoegd. |
Antecesseur, voorganger, voorsaad. |
Animeren, moet geven. |
Anticiperen, te voren komen, verrassen. |
Apparentie, beginsel. |
Appeleren, Provoceren, wederroepen, hernemen, weder versoeken. |
Appensement, dag van berade. |
Appliceren, ten propooste brengen om de sake te verklaren. |
Appoincteren, overkomen, dagvaarden. |
Appoinctement, overkominge, uytinge. |
Apprehenderen, vasthouden, vangen, aantasten. |
Approberen, van waarde houden. |
Apt, nut, bekwaam. |
| |
| |
Arabiters, segslieden, Fijnmannen. |
Arbitrale uytsprake, het goedvinden van Fijnmannen of segslieden. |
Arrable, buyten propooste, niet dienende. |
Arres, wellekom-geld, Goods-penning. |
Arregument, 't fondament daar 't Proces op begost is. |
Arrest, vonnis by den Oversten Regter gewezen daar af men niet mag appelleren. |
Arresteren, vast houden, in dwang houden. |
Articulen, iet seggen na de regte gelegentheyd van de saken, of van lit tot lit. |
Assigneren, bewysen. |
Assignatie, bewysinge. |
Assise, dingdagen, sitdagen. |
Astringeren, bedwingen. |
Assumeren, toenemen, bynemen. |
Ateroce, wredelyken, swaarlyken. |
Attediose, verdrietelyken. |
Attentaet, nieuwe feyten, gedurende d'Appellatie inne gebragt. |
Attesteren, tuygen, tonen. |
Attribuëren, toeschikken, toegeven. |
Auctentiseren, vermeerderen, kragtig maken. |
Auctenticq, magtig. |
Aucteur, vermeerdere, maker. |
Auctoriseren, magtig maken. |
Auctoriteyt, magtigheyd, aansienlykheyd. |
Auditie, toehoringe. |
Auditeur, toehoorder. |
| |
B.
Baillu, Voogd of regeerder van heerlijke Goederen. |
Baptiseren, naam geven, Dopen. |
Baroen, genood, Baanre-heere. |
Benefitie, weldaad, voordeel. |
Bigame, die twee Huysvrouwen gehad heeft; ofte een Weduwe hertroud heeft. |
| |
| |
Blasphemeren, lasteren, schande na spreken. |
Brevet, een rolleken of briefken. |
Breviteyt, kortheyd. |
Bulle, een brief. |
| |
C.
Calumnieren, valsheyd bedryven, of na seggen. |
Capitieux, bedriegelyken, begrypelyken. |
Cas subject, materie daar questie om is. |
Casseren, te niete doen. |
Caveren, wagten, verhoeden. |
Cavilliëren, schimpen, spotten. |
Cavillatie, spot. |
Causeren, veroorsaken. |
Cautie, borgtogt. |
Cautionaris, die borge blijft. |
Cedere, sijn regt eenen anderen over geven. |
Cessie, overgevinge van goeden. |
Cedulle, handschrift, huurcebullen. |
Certificeren, verklaren voor de waarheyd. |
Civiele saken, daar lijf en bloed aan hangt. |
Civiele Rechteren, wereldlyke Rechteren. |
Circumstantien, gelegentheyd van de sake. |
Citeren, dagen, in regte betrekken. |
Clandestine, heymelyken. |
Clausule, eenig begryp van materie. |
Cognite, kennise, oordelinge. |
Collaterael, die van de zyden bestaat. |
Collationeren, tegen het principaal of tegen een ander vergelyken. |
Collecteren, by een vergaderen. |
Conclusie, heymelijk verstand, bedrog. |
Commineren, dreygen. |
Committeren, ymant te werk stellen, ook misdoen, sondigen. |
| |
| |
Committimus, brieven van bevelen. |
Commotie, oploop onder de Gemeente. |
Communiceren, mede delen, t'samen spreken. |
Compareren, verschynen, hem vertoonen. |
Comparuit, als ymand eenen anderen te Regte betrekt, en deselve niet en compareerd, dan verkrijgt de gedaagde oorlof van den Hove, ende condemnatie van de kosten by hem gedaan, ten laste van den aanlegger. |
Compelleren, dwingen, by een roepe, by een vergadere. |
Compenseren, vergelden, d'een schuld, schade, vonnisse of kosten tegens d'andere vergelijken, of setten. |
Competeren, aangaan, toebehoren. |
Competenten Rechter, behoorlyken Regter. |
Complicen, mede-plegers. |
Comprehenderen, begrypen, vatten. |
Composeren, metter minnen overkomen. |
Compromitteren, hen gedragen tot het seggen van Fijnmannen. |
Compuliorin, bedwang-brieven. |
Concederen, verlenen, gunnen, geven, toe laten. |
Concerneren, aangaan, aansien. |
Concineren, cieren of t'samen-voegen. |
Concluderen, t'samen de sake in Regte besluyten, versoeken, in Regte aan-spreken. |
Confereren, t'samendragen, af sluyten. |
Concurreren, mede-lopen, mede-delen. |
Condemneren, doemen, bewysen. |
Conditioneren, bespreken. |
Confessie, bekentenisse. |
Confirmeren, bevestigen. |
Confisqueren, de goederen verbeurt maken. |
Conformeren, vergelyken. |
| |
| |
Connixeren, door de vingeren sien, gedogen. |
Copiëren, dobbel maken, overvloedig maken. |
Copuleren, vergaderen. |
Conquesteren, verkrygen. |
Consequent, vervolg. |
Conserveren, bewaren, beschutten. |
Considereren, aansien, aanmerken. |
Consigneren, iet ymand bewysen, of in handen te stellen, als pand voor schuld. |
Conspireren, kwaad opset tegen sijn Oversten maken. |
Constituëren, magtig maken, ymand in sijn stede stellen, om iet te doen of te doen of te vervolgen. |
Consulteren, raden, raadslaan. |
Contemplatie, opmerkinge. |
Contenteren, eysch maken. |
Consenteren, te vrede stellen. |
Contentieuse saken, twistige saken. |
Contesteren, beroepen. |
Continuëren, volharden, sijn voorstel vervolgen. |
Continuatie, houdinge van eenige dingen, in eeren wesen, agtervolg. |
Contradiceren, tegen seggen. |
Contraheren, tegen een ander iet aan gaan. |
Contract, voorwaarde. |
Contracte antenuptiael, huwelijkse voorwaarde. |
Contrarie, tegen of wederspannig. |
Contraveniëren, tegen komen, tegen doen. |
Contribuëren, mede geven. |
Contumaceren, in regte versmaat worden als men niet en compareert, of wederspannig valt van te voldoen. |
Contumax, versmaad, wederspannig. |
Coëperen, t'samen werken. |
Corresponderen, over een komen. |
Corroberen, versterken. |
Corruëren, vervallen, t'samen vallen. |
| |
| |
Corrumperen, bederven, ymand met giften verleyden, verblinden, om tot sijn voornemen te komen. |
Crediteur, die uytleend aan een ander die ten agter is. |
Credit, uytstaande schuld. |
Crime, daar lijf of lit aan hangt, misdaad. |
Culpereren, beschuldigen. |
Inculperen, idem. |
Cumulatie, hopinge of vermeerderinge. |
Curateur, Momboor, toesiender of regeerder van Wesen Goederen. |
| |
D.
Damneren, doemen. |
Datum, teyd. |
Debatteren, beplyten. |
Debiliteyt, krankheyd. |
Debiteur, schuldenaar. |
Debitrisse, schulderesse. |
Debit, schuld. |
Decideren, besligten, ten eynde brengen. |
Decipiëren, bedriegen. |
Declareren, verklaren. |
Declineren, af gaan, van den Regter scheyden, daar men voor betrokken is. |
Decreet, een gebod, bekentenisse, voornemen. |
Decuderen, verklaren, te kennen geven, bewysen. |
Defailleren, in gebreke vallen. |
Defaut, gebrek, als men in Regte ten bescheyden dage niet en komt. |
Defectyf, gebrekkelijk. |
Defenderen, beschermen. |
Defereren, hem ergens toe verdragen, of ter Eed geven. |
Defloreren, schoffieren, verkragten, Maagden of Vrouwen van hare Maagdom of Eere ontsetten. |
Defrauderen, bedriegen. |
| |
| |
Delibereren, versinnen, beraden, bedenken. |
Delinqueren, misdoen. |
Delict, misdaad. |
Dependeren, aankleven. |
Deponeren, tuygen in Regte verklaren. |
Deponseren, afleggen, ymand sijn Geld of Goed in bewaringe geven. |
Depositie, getuygenisse. |
Depost, afgelegt, of overgegeven Geld. |
Designeren, bewysen. |
Desavoïëren, af gaan, van geender waarden houden. |
Desert, d'appellatie die binnen behoorlyke teyd niet vervolgt en is. |
Desisteren, aflaten, ophouden. |
Detenderen, Detineren, onthouden. |
Devolveren, toekomen, of uyt de gewoonte komen. |
Dictum, vonnisse, of d'uytsprake van den selven. |
Dicteren, voorlesen, of seggen 't geene ymand schrijft. |
Diffameren, schande naar seggen. |
Differeren, verschillen, uyt stellen. |
Different, geschil, verschil. |
Difficulteyt, swarigheyd, verschil. |
Distineren, scheyden, eynden, verklaren. |
Diffinityf, eyndelyken. |
Dilay, uytstel. |
Dilayeren, uytstellen. |
Delatoire Exceptie, als men de sake soekt uyt te stellen. |
Deligenteren, beneerstigen. |
Dimunitie, verminderinge. |
Diminuëren, verminderen, breken een somma van kosten in regte gedaan verminderen. |
Directelyken, regtelyken. |
Discretie, verstandigheyd. |
Disponeren, beschikken, stellen. |
Dispositie, een ordentelyke beschikkinge of stellinge. |
Dissimulatie, geveynstheyd. |
| |
| |
Distraheren, aftrekken, vervreemden. |
Distribueren, uytdelen. |
Divers, verscheyden. |
Diversiteyt, verscheydenheyd. |
Diverteren, verkeren, afkeren. |
Divorie, scheydinge des Huwelyks. |
Divulgeren, verbreyden onder de Gemeynte. |
Doceren, leeren, doen blyken. |
Domicilie, woonplaatse. |
Domicilien kiesen, plaatse kiesen als men nergens huys en houd. |
Dixdomicilie houden, buykvast, of Stedevast blyven woonen. |
Donatie, gifte, vry overgevinge, als men iet eygen over geeft. |
Donatie cauza mortis, gifte die men in 't Dood-bebbe doet voor Notaris. |
Doteren, begiften, begraven. |
Dote, Huwelyks-goed. |
Dubiteren, dubbelen, twyfelen. |
Duël, kamp, tweestrijd, tweegevegt, tweekamp. |
Dupliceren, dubbeleren. |
Durabel, duursaam. |
| |
E.
Ederen, uytgeven, openbaren. |
Editie, uytgevinge. |
Edict, generaal Gebod. |
Edifitie, bouwen, timmeringe. |
Effaceren, uytdoen. |
Effectueren, de saken met de werken volbrengen. |
Effect,'t gene so volbragt is, uytgang des werks. |
Egael, gelijk. |
Emanciperen, ymand sijn selfs Voogd maken, gelijk den Vader den Zoone maakt. |
Emenderen, beteren. |
Eminent, verheven, uytstekende. |
| |
| |
Emolumenten, profyten, baten, vrugten of gewin, dat men van den arbeyd of dienst krijgt. |
Emptie, knopinge. |
Emunit, Excempt, uytgenomen, vry. |
Enfrainte, gebroken sekerheyd, of misbruykt regt. |
Enorm, lelijk, ongeschikt. |
Enqueste, ondersoek, getuygenisse. |
Equipolleren, gelyke. |
Equiteyt, geregtigheyd. |
Erigeren, opregten. |
Erreur, dolinge. |
Esclauderen, oneere |
Estimeren, waarden, of agten. |
Evident, oog- schijnlyken, klaarlyken. |
Examineren, ondervragen, ondersoeken. |
Excipiëren, uytsonderen, uytnemen. |
Exceptie, uytneminge. |
Excluderen, uytsluyten. |
Exclus, ban, uytgesloten. |
Excommunicatie, ban. |
Excommuniceren, bannen. |
Excusatie, ontschuldinge. |
Executeren, ymand tot voldoeninge van het gewijsde brengen. |
Exempt, vry, uytgenomen. |
Exerceren, bedienen, oeffenen, handelen. |
Exherederen, onterven. |
Exhiberen, overgeven. |
Eximeren, schatten, agten. |
Expedient, gevoegelijk, profytelijk. |
Expeditie, het eynde van de werken. |
Expense, kosten. |
Expireren, verschynen, overgaan, eynden. |
Exploicteren, ondersoeken, een sake volbrengen |
Expurgeren, reynigen, suyveren, ontschuldigen. |
Expurgatie, ontschuldinge. |
| |
| |
Expres, uytdrukkelyken, merkelyken. |
Extenderen, uyttrekken, uytsteken. |
Extract, 't gene uytgetrokken is, Copye. |
Extraordinaris, dat buyten de settinge of gemenen regel ofte gewoonte geschied. |
| |
F.
Fabriceren, maken, vercieren. |
Faciel, doenlyken, ligtelyken. |
Facteur, die de saken voor eenen anderen drijf. |
Faculteyt, magt, vermogelykheyd. |
Fatalia, ding-dagen. |
Faveur, gunste. |
Fauteur, jonst-dragere, een mede-plegere. |
Feiten, Schrifturen inhouden 't geene men wil betonen. |
Fiscael, die 's Heeren regt of schat bewaren of voorstaat: als Advocaat, of Procureur Fiscaal. |
Fidejusseur, borge. |
Fortificeren, sterk maken. |
Fraude, bedrog. |
Frauderen, bedriegen. |
Frivol, onnut. |
Fructieux, vrugtbaar. |
Frustre, te vergeefs. |
Frusteren, bedriegen. |
Fugityf, gevloden, banqueroete. |
Fulmineren, blixemen, uytsinnig werden. |
Funderen, beginnen, stellen ofte bevestigen. |
Fundament, de vestinge. |
Furieux, onsinnig, rasende dol. |
| |
G.
Garanderen, ontheffen. |
Garant, waarschap. |
Gauderen, verblyden, gekken, ook sijn proces winnen. |
Genereren, baren, voortbrengen, winnen. |
| |
| |
Generael, geheel begrypende, gemeyn. |
Gloriëren, roemen, verblyden. |
Glosse, uytlegginge. |
Graveren, beswaren. |
Glosseren, uytleggen, verklaren. |
Graviteyt, swaarte of aansienlykheyd. |
Grosseren, in 't grove schryven. |
Gros, 't gene uyt 'er kladde in 't nette gesteld is. |
| |
H.
Habiteren, woonen. |
Habil, bekwaam. |
Hechte, gevangenisse. |
Herederen, in de goeden van ymand by versterfenis komen. |
Herediteyt, het verderf. |
Heresie, ketterye, ongelove. |
Hotteren, vermanen. |
Humeur, vogtigheyd, eensgesindheyd, of sinnelykheyd. |
Hypotequeren, eenig Goed op pand voor Rente of Schuld verbinden. |
Hypoteque, verbintenisse, onderpand. |
| |
I.
Jactantie, beroeminge. |
Ignominie, versmaadheyd, scheldinge der Eeren ofte Naams. |
Ignoreren, van de saken niet weten. |
Illigitime, ontrou, bastaard, niet wettig. |
Imagineren, begrypen in 't herte. |
Imiteren, vervolgen. |
Impetreren, verwerven, verkrygen. |
Impetrant, verwerver. |
Importuin, lastig, kwellijk, sonder schaamte ymand moejelijk vallen. |
Imploreren, aanroepen. |
Imposeren, Inponeren, opleggen, te laste leggen. |
Impost, instellinge, of belastinge. |
| |
| |
Impugneren, tegenstryden. |
Impugnateur, tegenstryder. |
Imputeren, wyten. |
Inadvertentie, onwetenheyd, als men geen wete ontfangen heeft. |
Incident, invallinge, gelijk als Partye een ander Materie by brengt om de sake te bewimpelen. |
Inconvenient, ongeval, misval. |
Inculperen, beschuldigen. |
Incurteren, vallen, geval als men in schande valt. |
Indemneren, ontheffen. |
Indispositie, siekte of ongeschiktheyd. |
Induceren, inlyen, wijs maken. |
Inept, onbekwaam, niet dienende. |
Infaem, eerloos. |
Insingeren, breken, te niete doen. |
Infracteur, inbreker, overtreder. |
Infractieux, onvrugtbaar. |
Ingratitude, ondankbaaer. |
Injuriëren, lasteren, schende, oneere na seggen. |
Injurie, schade, oneere, schoffierigheyd. |
Innoveren, vernieuwen, of weder beginnen. |
Inpertinent, onbehoorlijk, ten propooste niet dienende. |
Incereren, invoegen, tussen stellen, byvoegen. |
Inspiciëren, insien, beschouwen. |
Inspectie oculaire, ogen-schijnlyken, besigtinge. |
Insinuëren, de wete doen. |
Insolidum, gantselyken of bysondere. |
Insolvent, die niet betalen en kan. |
Instituëren, instellen, gelijk als men ymand sijn Erfgenaam maakt. |
Instantie, beginsel. |
Instruëren, onderwysen. |
Instructie, onderwysinge, leeringe. |
Instrument, tuyg, werktuyg, of eenig Geschrift van ymands handel. |
| |
| |
Intendit, de principale meyninge van den Eysscher. |
Intentit, meyninge. |
Intenteren, versoeken, aanleggen, beginnen. |
Interdiceren, verbieden. |
Interest, schade, agterdeel. |
Intimeren, ontbieden, aankondigen. |
Interineren, van waarden doen houden, 't gene men verworven heeft. |
Interloqueren, een sake met gene uytterlyke vonnisse wysen, gelijk ten toone of om meer geschreven te worden, 't welk men noemt vonnisse met een staart. |
Interrumperen, iet by brengen, daar men de sake mede veragtert, of doet stille staan. |
Interrupt, af gebroken. |
Interveniëren, door ymand de saak aanvaarden, ofte hem het Porces aan dragen. |
Invaderen, aanvaren, invallen, aanrantsen. |
Inventariëren, beschryven, gelijk als men eenige Goederen, Huysraad, ofte iet anders beschrijft. |
Invoceren, aanroepen. |
Involveren, inwentelen. |
Involutie, inwentelinge, beschikkinge. |
Itereren, hervatten, herhalen. |
Iteratie, wederom op een nieuw. |
Judiceren, wysen, oordelen. |
Judicature, vonnis, regts-pleging. |
Juratoire, by Eede. |
Juratoir (cautie), borgtogt by Eede, beloven gewijsde te voldoen, en sijn Persoon en Goederen niet te absenteren of te vervreemden. |
Jurisdictie, geregtigheyd ofte magt. |
Jurist, een Regts-geleerde. |
Justificier, Schout, Geregts-dienaar, Wet-houder. |
Justificatie, regtvaardigmakinge, verontschuldinge. |
| |
L.
Lamenteren, kermen, jammeren, wee-klagen. |
| |
| |
Latiteren, schuylen, ergens secreetelijk sijn. |
Lauderen, loven, prysen. |
Legaet, een uytgesonden bode met bevel, ofte het gene by Testament ofte uyterste wille weg of tot Erve gegeven word. |
Legataris, dien wat by Testament gegeven word, of dien de gemaakte Goederen bevolen sijn. |
Legateren, iet by Testament weg geven. |
Legateur, die het weg gemaakte uytrigtet. |
Lederen, schaden, kwetsen. |
Laesae Majestatis, ofte Crimen laesae Majestatis, misdaad tegen de Majesteyt. |
Laesie, kwetsinge, misdaad. |
Legitime portie, wettig-gedeelte, kinds-gedeelte. |
Legitime portie, wettig makinge. |
Legitimeren, wetttig-maken. |
Libel, geschrift, spotreden, ook een Libel van aansprake, antwoorde, replique, duplique, tripplique, quadrupplique, advertissement, feyten, kosten, diminuitien, brieven ofte ander. |
Liberael, milde. |
Libereren, verlossen. |
Liber, los, vry. |
Licentiaet, Meester in de Regten, of toegelaten in de Regten. |
Limiten, palen, erf-palen. |
Linie, rigt-snoer ofte in regte-syden bestaninge. |
Liquideren, ten eynden brengen, een rekeninge effen maken, sluyten. |
Litigeren, twist hebben, ofte Proces hebben. |
Litescontestatie, beroepinge die partyen van beyde de syden in Regte doen. |
Litiscontesteren, van beyde syden in Regte beroepen. |
Litispendentie, den twist of 't vervolg van het Proces. |
Locatie, huuringe, verhuuringe. |
| |
| |
Locuputeren, magtig maken, rijk maken, verhogen, vermeerderen. |
| |
M.
Machineren, kwaad tegen een ander versieren. |
Maintineren, houden, bevestigen. |
Mandaet, bevel, dagement. |
Manifesteren, openbaren. |
Manifest, openbaar. |
Manuael, handboek, register. |
Matteren, moeden maken. |
Maxime, het grootste of principaalste point. |
Memorie, gedenkenisse. |
Mentie maken, vermelden. |
Meubelen, roerende Goederen. |
Mise de faict, handelinge van Regte. |
Miserabel, katyvig, jammerlijk. |
Miserie, katyvigheyd. |
Missive, eenen Send-brief. |
Mixie, gemengde saken. |
Mollesteren, kwellen. |
Monopolie, oploop of muyterye die Kooplieden doen van hunne Goederen, om deselve voor eenen gesette prijs en niet minder, dan sy onder malkanderen gesloten hebben te verkopen. |
Motyf, beweegsel, beweegreden. |
Multipliceren, vermenigvuldigen, vermeerderen. |
Mulicteren, straffen. |
Municiperen, Burger-regt geven. |
Munieren, bewaren, beschermen. |
Munimenten, bescheyd, dienende tot bescherminge van ymands regt. |
Murmureren, knorren, morren. |
Mutilatie, verminkinge van eenige leden. |
| |
N.
Namptiseren, opleggen, verschieten, gelijk men by |
| |
| |
provisie en onder cautie eenige somme of Goederen op of voorts brengt. |
Nampt of Namptisement, 't gene also opgebracht word. |
Narreren, verklaren, vertellen. |
Necessiteren, nodigen. |
Necessiteyt, nood, gebrek. |
Negatyf, 't geen men voor leugenagtig ontkennen mag. |
Negotiëren, beschikken. |
Negligent, onagtsaam. |
Negligentie, onagtsaamheyd. |
Neutre, nog d'een nog d'ander. |
Neutraliteyt, onsydigheyd. |
Nihilipenderen, versmaden, voor niet agten. |
Notaris, een Schryver die der Mensen handelingen ter toekomender gedenkenisse schrijft. |
Noteren, opschryven ter bewaarnisse. |
Notitie, opschryvinge, kennisse. |
Notule, 't geschrift by den Notaris geschreven. |
Nul, van geender waarden, niets. |
Nulliteyt, 't geene niet met allen te gebieden heeft. |
| |
O.
Obediëren, onderdanig wesen. |
Obligeren, verbinden. |
Obligatie, verbintenisse, spruytende uyt eenige Contracte of schuld. |
Obscur, donker. |
Observeren, onderhouden. |
Obsteren, letten, verhinderen. |
Obtineren, verwerven, verkrygen. |
Obveniëren, te gemoete komen, verhoeden. |
Objiciëren, letten, voorwerpen om te beletten. |
Occasioneren, veroorsaken. |
Occasie, oorsake. |
Occuperen, innemen, bekommeren, in gedagte komen. |
Octroyeren, toelaten, gunnen, consenteren. |
Octroy, toelatinge. |
| |
| |
Omitteren, agterlaten, versuymen. |
Omissie, vergetelheyd, versuymtheyd. |
Opereren, werken. |
Operatie, kragt, werkinge. |
Opineren, meynen. |
Opinie, 't goeddunken ofte meyninge. |
Opponeren, verwerven, tegenstellen. |
Oppositie, verwervinge, tegenstellinge. |
Oppresseren, verdrukken. |
Oppressie, verdrukkinge. |
Optie, keure, kiesinge. |
Ordineren, beschikken, bestellen. |
Ordinaris Regter, is den Regter daar men voor hoord in Regte betrokken te worden, of Competenten Regter. |
Ostenteren, tonen. |
| |
P.
Pandectae, een Boek dat allerley dingen in 't gemeyn begrijpt of inhoud, gelyk 't Boek Registorum. |
Partialiteyt, partyschap, twistigheyd. |
Patent, opentlijk, blykelijk. |
Patenten, opene Brieven. |
Puricida of Parricida, die Vader, Moeder, Broeder, Suster, of ymand van sijnen Bloede gedood heeft. |
Participeren, mede delen. |
Particulier, bysondere. |
Pensionaris, een huurder of loontrekkend raadsman. |
Peremptoir, dat de sake heel te niet doet. |
Perfect, volkomen. |
Permitteren, toelaten. |
Permuteren, verhandelen, wisselen. |
Perpetreren, kwaad doen. |
Perpetuëlyken, eeuwiglyken. |
Persevereren, volstandig blyven. |
Personeel, dat elk Mensch eygentlijk aan gaat. |
Pertinent, behoorlyken. |
| |
| |
Perturberen, verstoren. |
Peritoire actie, een sake die in den grond geintenteert word. |
Pervers, verkeerd. |
Policie, 't gemeyn Stads-regt, of Insettinge van leden. |
Ponderen, wegen, overwegen, bekennen, schatten. |
Portie, deel. |
Poseren, sijn saken by articulen stellen. |
Positif, settelijk, 't gene men behoord te setten, ofte weerdig ingesteld te werden. |
Possideren, besitten. |
Posthumus of Postumus, een kind dat na de dood van sijn Vader geboren is. |
Postponeren, naar stellen, agter stellen. |
Postuleren, begeren, in regte eysschen, vervolgen. |
Postremo, ten lesten. |
Practiseren, in regte handelen. |
Practesyns, in regte handelen, als Advocaten, Procureurs en diergelyke. |
Practyque, handelinge of oeffeninge in regte. |
Precaveren, verhoeden. |
President, voorgaande. |
Presideren, beletten. |
Precesie, beletsel. |
Precisen-teyt, gesetten-teyd. |
Precieux, kostelijk. |
Predicesseur, voorsate. |
Preëminentie, hoogheyd, te bovenganinge. |
Preferentie, voordeel. |
Prefigeren, bescheyden, dagstellen. |
Prefix, dat bescheyden is. |
Prejudiceren, beschadigen, agterdeel doen. |
Premature, te vroeg, buyten-tijds. |
Premiditeren, voor bedenken. |
Premitteren, voorsenden. |
Prerogatif, voordeel, voorregt. |
| |
| |
Prescriberen, voorschryven. |
Presumeren, vermoeden, voor hem nemen. |
Pretenderen, eyschen. |
Preteriëren, voorby gaan, niet versien by Testament. |
Pretext, deksel, schynsel. |
Preveniëren, verrassen. |
Priseren, de waarde seggen. |
Priveren, ontnemen, ontsetten, beroven. |
Privilegie, een bysonder behulpelijk Regt. |
Proberen, beproeven, bewysen. |
Procederen, af komen, in regte te handelen of voortvaren. |
Proclameren, uyt-roepen, voort-roepen. |
Procreren, teling, voortteling, varen. |
Procureren, besorgen, vervolgen, beneerstigen. |
Procureur, die de sake besorgt. |
Procuratie, besorginge, of het bescheyd dat de notaris daar toe maakt. |
Procuratie ad lites, om 't Proces te vervolgen. |
Procuratie ad negotia, om eenige sake te beschikken. |
Prodigneren, doorbrengen, verdoen, verkwisten. |
Prodigne, kwist-goed. |
Produceren, bybrengen, getuygen, leyden. |
Prohiberen, verbinden. |
Projiciëren, voorwerpen. |
Prolix, lang, breet, wijt. |
Prolongeren, verlengen. |
Promoveren, voorderen, ymand voor eenen anderen ergens toe helpen. |
Pronunciëren, uytspreken, vonnis geven. |
Prophaneren, eenige Kerken of Tempels bederven ofte schandaliseren. |
Proportioneren, vergelyken. |
Proposeren, voornemen, voorstellen, of laten dunken. |
Prorogeren, uytstellen, verlengen. |
Propogatie, verlenginge. |
| |
| |
Proprietaris, eygenaar of Heer van de Goederen. |
Proprieteit, eygenschap. |
Proscriberen, versenden, veragten, of openbaarlijk verdoemen. |
Prosequeren, geduriglyken vervolgen. |
Protegeren, beschermen, behoeden. |
Protectie, bescherminge. |
Protecteur, beschermer. |
Protesteren, openbaarlyken betuygen, beroepen voor regt. |
Protocol, beworp-boek, daar men iets van te voren inne schrijft of optekend. |
Provoceren, uyteyssen, verwekken, appelleren. |
Publiceren, openbaren, verkondigen. |
Publicq, openbaar. |
Purge, onschuldig. |
Purgeren, ontschuldigen, reynigen. |
Purificeren, reyn maken. |
Purificatie, reynmakinge. |
| |
Q.
Qualificeren, hoedanig maken. |
Qualificatie, hoedanigmakinge. |
Qualiteit, hoedanigheyd, gedaante, aangang of gelegentheyd. |
Quantiminoris, een Actie die geïntendeerd word als iets te veel gekogt is, of boven de waarde, by dewelke men versoekt restitutie van de Penningen daar voor gegeven, met presentatie van 't gekogte Goed te restitueren. |
Quanti plurimi, daar by versoekt men so veele meer als bevonden sal werden hem toe te komen. |
Quantiteit, grootheyd. |
Quarte, vierde-deel. |
Querelle, klagte. |
Questie, een vrage, geschil. |
Quiteren, kwijt-schelden. |
| |
| |
Quitantie, kwijtschelding. |
Quohier, of Cohier, eenig Reken-boek. |
Quote, deel. |
Quoteren, tekenen, tellen, deelen. |
Quotiseren, schatten. |
Quotisatie, schattinge. |
| |
R.
Raderen, uytschrabben. |
Rasure, uytschrabbinge. |
Rapelleren, wederroepen. |
Rapporteren, overbrengen. |
Rapport, aanbrenging, overdragt, bescheyd. |
Rapt, schaking, roof. |
Rate, vast, seker, stijf, gelegentheyd. |
Ratificeren, van waarden houden. |
Ravestissement, onderlinge makinge tussen Man en Wijf. |
Recapituleren, vertellinge in 't kort van 't voorgedaan. |
Recepte, eenen ontfang. |
Reciprocq, wederkerende van daar 't heen gekomen is. |
Recreatie, 't gebruyk van de sake ofte goeden daar kwestie om is, so lange 't Proces duurd. |
Reconciliëren, versoenen. |
Reconveniëren periph, eyssen wederomme als verwaardere. |
Reconvenientie, wederom-eysschinge. |
Recuil, siet Motyf van Regte, een schikkinge. |
Redigneren, stellen, wederom dryven. |
Redimeren, lossen, verlossen. |
Refereren, hem gedragen, herhalen. |
Relatie, verhalinghe. |
Reformeren, verbeteren, t'sijnder gedaante weder brengen. |
Refuseren, weygeren. |
Refuteren, verwerpen. |
Register, een Tafel daar in men vind alles wat in het Boek geschreven staat. |
Reintegreren, vernieuwen, wederom in staat stellen. |
| |
| |
Reiteren, herhalen, herdoen. |
Relaxeren, ontstaan. |
Releveren, ontheffen. |
Relevement of Reliëvement, ontheffinge. |
Remedie, behulp. |
Remitteren, overmaken, kwytschelden. |
Remis, kwytscheldinge. |
Remuneren, vergelden, wedersenden. |
Renoveren, Renouvelleren, vernieuwen. |
Renunciëren, vertyden. |
Renvoyeren, wedersenden. |
Repareren, vermaken, schade opregten. |
Representeren, vertoonen, bewysen. |
Reprocheren, getuygenisse, wederleggen. |
Repromiteren, weder beloven. |
Repromissie, weder belofte. |
Republyque, 't gemeyn wesen, 't gemeyn profyt ofte welvaard van de Stad. |
Repudiëren, verstoten, verlaten, af scheyden. |
Reputeren, agten. |
Reputatie, agtinge. |
Requireren, begeeren. |
Requisitie, begeerte. |
Resciberen, wederschryven, antwoorden. |
Rescriptie, antwoording. |
Rescinderen, breken, te niete doen. |
Reserveren, behouden, uythouden, met den anderen bewaren, agterwaards houden. |
Reservatie, uythoudinge, bewaringe. |
Resideren, wonen. |
Residentie, woninge. |
Resigneren, verlaten, weder geven, opdragen. |
Resignatie, wedergevinge, opdraginge. |
Resolveren, ontbinden, ontsluyten, ofte raden. |
Respecteren, aansien. |
Respect, het aansien ofte oorsake. |
| |
| |
Resisteren, wederspannig sijn. |
Resistentie, wederspannigheyd. |
Responderen, antwoorden. |
Restablisseren, wederom in staat stellen. |
Restablissement, wederopregtinge, herstellinge. |
Reste, overblijfsel. |
Restitueren, weder geven. |
Restitutie, weder gevinge. |
Restringeren, vervangen. |
Restrictie, vervangenisse. |
Resumeren, hernemen, herhalen. |
Resumptie, herneminge, herhalinge. |
Retarderen, verhinderen, beletten, veragteren. |
Retardatie, veragteringe, beletsel. |
Retineren, verhoeden, onthouden. |
Retracteren, vermaken, wederom verhandelen, ofte wederroepen. |
Retroacte, 't geene naar gedaan, of lest gedaan is. |
Reveleren, ontdekken. |
Revideren, hersien. |
Revisie, hersieninge. |
Revoceren, wederroepen. |
Revocatie, wederroepinge. |
Reüs, verweerderesse. |
Rejiceren, verwerpen. |
Rigeur, wreedheyd, strafheyd. |
Regoureux, wreed, straf. |
Ruineren, bederven. |
Ruine, bederfenisse. |
| |
S.
Sacrilegie, Kerk-roof, Kerk-diefte. |
Saisie, besit. |
Salaris, dienst-geld. |
Salveren, behouden, beschermen. |
Saluratie, bescherminge. |
Salut, saligheyd. |
| |
| |
Satisfactie, voldoeninge. |
Sauvegarde, 't behoud van den Prinse. |
Schandale, beschamen, ergernis. |
Schandaliseren, ergeren, aanstoot geven. |
Secluderen, buyten sluyten. |
Seclusie, buytensluytinge. |
Secreet, afscheyden, heymelyk, verholen. |
Secretaris, die heymelyke dingen schrijft. |
Seditie, oploop, beroerte onder de gemeynte tegen de Overheyd. |
Senatus consultus, den Oversten Raad. |
Sensible, sinlyke, gevoeglyken, verstandelyken. |
Sequestie, afscheyden voor d'een en d'ander. |
Sententie, 't gewysde Vonnisse. |
Signifieren, betekenen, laten weeten. |
Sicaria lex, een Wet op de Dood-slagers, Moorders en Fenijn-gevers. |
Simuleren, veynsen, bewimpelen. |
Similatie, veynsinge. |
Singulier, besondere, uytnementlyke. |
Sinistelyk, looslyk, bedriegelyken. |
Situeren, stellen in regte, ymand vertonen of doen komen. |
Situatie, stellen, gesteltenisse, stand, gelegenheyd, of eygenschap eender plaatse. |
Solemniseren, vieren, Feest houden. |
Solemniteyt, Hoogtyd, Feest. |
Solliciteren, versoeken, aansoeken. |
Sollicitatie, de versoekinge. |
Solvent, ymand die magtig is sijn schuld te betalen. |
Solveren, ontbinden, verlossen, betalen, payen. |
Sommeren, manen, afvorderen. |
Sommatie, maninge. |
Sommare, of sommierlyk, kortelyk, met korte woorden. |
Sorteren, uytsonderen. |
Souverain, Overste, Opperste. |
| |
| |
Specialyken, bysondere. |
Specificeren, in 't bysondere verklaren. |
Speculatie, opmerkinge, bespeuren. |
Stateren, doen staan blyven, houden staan, opschorten. |
Statueren, instellen, vast stellen, willekeuren. |
Statuyten, instellingen, landwetten. |
Stileeren, de practyk ingeven of doen verstaan. |
Styl, 't gebruyk of manier van doen van de Practesyns. |
Stipuleeren, toeseggen, beloven. |
Strictelyken, eygentlyken, scherpelyken, nauwelyken. |
Subalterne Rechters, sijn Regters die ten difinitive onder de Magistraat staan, als die van de Laken-halle, Wees-kamer, ende andere. |
Subject, onderworpen, grond. |
Cas subject, de materie principaal. |
Submitteren, hem ondersetten, of ten geseggen van eenen anderen dragen. |
Subroneren, heymelyk toe maken, om ymand te bedriegen. |
Subrepte, heymelyke onttrekkinge of steelinge. |
Subreptis obreatis, valschelyk met bedrog of op onwaaragtig te kennen geven iet verkrygen. |
Subsidie, hulpe, onderstand. |
Subsisteren, onderstaan, t'samen staan. |
Substantie, wesentlykheyd, selfstandigheyd. |
Substitueren, ymand in sijn stede stellen. |
Substituyt, die in ymands stede gesteld is. |
Substractie, aftrekkinge. |
Subveniere, te hulpe komen. |
Subverteren, ommekeeren, verwoesten, vernielen. |
Succarsie, verstooringe. |
Subvirguleren, onder roeden of strepen. |
Succederen, in de Goederen van ymand by versterffenisse komen. |
Successie, versterffenisse, verval. |
| |
| |
Succumberen, onder liggen, de nederlaag hebben. |
Suffisant, magtig, ofte seker genoeg. |
Superieus, Boven-sang. |
Supercederen, ophouden, laten staan. |
Supplieeren, volmaken, 't gebrek voldoen. |
Suppliant, ootmoedige bidder. |
Suppliante, versoekster, smeekster. |
Supplicatie, ootmoedelyke biddinge, Requeste. |
Suppliceren, ootmoedelyken bidden. |
Supposeren, ondersetten. |
Suranneren, over-jaren, verjaren. |
Surrogeren, in de plaats stellen, plaats vullen. |
Suspenderen, ophangen, twyffelagtig houden. |
Suspens, twyffelagtig. |
Suspisieren, vermoeyen. |
Sustineren, staande houden, dryven, beweeren. |
Syndicalen, Seynd-schepen, gemagtigde Boden. |
Synodael, Kerk-vergaderlijk. |
Synode, vergadering, Opper-Kerken-raad. |
| |
T.
Tabellioenen, Notarissen of openbare schryvers. |
Tacite, swygende, al heymelyken. |
Taxeren, schatten. |
Teneur, d'inhoud of begryp van de reden. |
Tergiversatie, aarseling, uytvlugt. |
Tergiverseren, aarselen, agter uyt deynsen. |
Termiteyt, dwaasheyd, vermetelheyd. |
Termineren, eynden, besligten, uytten. |
Termyn, bepaling, gesette teyd. |
Testament, uytterste wille, verbond. |
Testateur, een Man die Testament maakt. |
Testatrice, een Vrouw die Testament maakt. |
Testeren, Testament maken, betuygen. |
Text, den sin. |
Titule, opschrift, bynaam of eernaam. |
Toleren, verdragen. |
| |
| |
Tractaat, begryp van eenige handel of schrift. |
Tracteren, handelen, ofte onderwinden. |
Traduceren, Translateren, oversetten, van de eene Tale in de andere setten. |
Traductie, Translatie, oversettinge. |
Tranquiliteyt, stilligheyd, gerustheyd. |
Transfereren, over dragen, over setten. |
Transfactie, overgeving, verdrag. |
Transformeren, gedaante veranderen, vervormen. |
Transporteren, opdragen, overleveren. |
Tribuyt, tol, schattinge. |
Triumpheren, segenpralen. |
Troubel, beroert, onklaar. |
Tumult, oproer, oploop, geraas. |
Tuteur, Voogd, Momber. |
| |
V.
Vacantie, ledigheyd, geregts stilstand. |
Vacant, ydel, onbediend. |
Vagebond, ledig-ganger, land-looper. |
Valetudinair, siekelyk, swak. |
Valeur, waarde, prijs. |
Valideren, gelden. |
Vehement, kragtig, geweldig. |
Vendiceren, hem toeschryven ofte eygenen. |
Ventileren, wannen, reden siften, windelen. |
Venditie, verkoping. |
Verbael, vertellen, verhaal. |
Verbaliseren, mondeling verhalen. |
Verificeren, waar maken. |
Veritabel, waaragtig. |
Vermiljoen, Berg-rood. |
Verseren, verkeren, oeffenen. |
Vexatie, kwelling, moeyten. |
Vexeren, kwellen, plagen. |
Vice-Admiraal, Onder-Vloot-heer, Onder-Zee-Overste. |
| |
| |
Viceroy, Onder-koning. |
Vigeren, kragt hebben, bloeyen. |
Vigeur, sterkte, kragt. |
Vill, slegt, gierig. |
Vilipenderen, veragten, versmaden. |
Violeren, verkragten, versmaden. |
Violentie, verkragtinge, schendinge, geweld. |
Visitatie, besoeking. |
Visiteren, ondersoeken, besigtigen. |
Vitupereren, lasteren, betragten, versmaden. |
Vacatie, beroep. |
Vaceren, roepen, beroepen. |
Vocisiteren, kryten, schreuwen. |
Volumen, een deel eenes gantschen Boeks. |
Voluntairen, vrywillige, gewillige. |
Vulgair, gemeen, slegt. |
| |
U.
Umbrage, schaduw. |
Unanim, eenmoedig, eendragtig. |
Unieren, vereenigen. |
Universeel, algemeen. |
Universiteyt, Land-school, Hooge-school. |
Urinael, pis-glas. |
Usantie, gebruyk. |
Useren, gebruyken, verslyten. |
Usurier, woekenaar. |
Usurpateur, besitter tegen regt. |
Usurperen, besit nemen, gebruyken, misbruyken. |
Utiliteyt, nut, nuttigheyd. |
Util, nut, voordeelig. |
| |
W.
Waarderen, kennisse van de waarde geven, besigtigen. |
Waarschap, weernisse, gerand, belofte van ontheffenisse. |
| |
Z.
Zodiak, taan-rond, teken-string. |
|
|