| |
| |
| |
Het school-gebed.
O Heere! gy die daar sijt des Wijsheyd fonteyne,
Wild onsen Geest verligten en ons verstand,
d'Welk van hen selfs duyster is en onreyne,
Bevestigt onze Memorie door uw sterke hand,
Om wel t'onderhouden 't geene in ons is geplant:
Stort in ons dynen Geest, die ons maakt bekwame,
Dat wy neerstigheyd toonen om wel te leeren; want
Dan sullen wy toe nemen in deugdelyke fame,
En wat Leeringe onse Herten sal werden aangename,
Geeft dat wy die besteden tot dyne eere:
En so gy den ootmoedigen belooft eersame,
Wijsheyd, en den hovaardigen beschaamtheyd seere,
Verootmoedigt van onse Herten langs so meere,
Op dat wy ons onderdanig mogen begeven,
Eerst dyne Majesteyt, daar na onsen Overheere,
Die ons onderwijst tot een eerbaarlyk leven,
Dat wy ons so bereyden ter deugd verheven,
Tot dat wy ons dagen eynden, na dijn gebieden;
Door Jesum Christum moet het al geschieden.
| |
Waarschouwinge aan de Ouders.
Peynst dog, gy Godtvrugtige Ouders vol eeren,
Wat sorg en toesigt gy schuldig sijt om dragen
Over uwe Kinderen, om die wel te doen leeren,
Of gy sult u daar van te spade beklagen:
En gy sult van Godt den Heere in uw' leste dagen,
Scherpelyk van onagtsaamheyd gecorrigeerd sijn,
Als ons leven generalyk sal ge-examineerd sijn.
| |
Lesse aan de Kinderen.
Gy Kind'ren, merkt, leerd end' verstaat,
Neemt waar den teyd die gy ter Scholen gaat,
Want doet gy 't niet, so sult gy het beklagen
Als het te laat werd, in uw' Oude dagen.
| |
| |
| |
De Ouders behooren haar te kwijte naar het vermogen in 't onderwysen harer Kinderen.
Kwijt u Conscientie tegens Godt den Heere,
Gy vroome Burgeren alhier geseten,
En doet uw Kinderen stigten in deugd en eere,
Laatse vooral onderwysen in den Pennen-secreten,
En alle edele Konsten doet haar ook weten,
Daar door sy mogen tot staat en eere komen,
Want desen Rijkdom en werd haar nimmermeer genomen.
| |
Neemt een Exempel aan de Mieren.
Rijst uyt den slaap van onagtsaamheyd groot
En trage Jongers, nog in Konst niet ervaren:
En gy alle die met eeren wild winnen u Brood;
Leerd Lesen en Schryven in u jonge Jaren:
En wild aan de Penne, Geld noch arbeyd sparen:
Want de Ongeleerde moet voor de Geleerde nygen:
Als de Geleerde spreekt, moet de Ongeleerde swygen.
| |
Mal Moerken, Mal Kindeken.
Veele Vaders en Moeders sijn so mal met hare Kinderen,
Hoord toe watse tegen de School-meesters gewagen:
Meester en bekijft mijn Kind niet, 't mogt hem hinderen:
't Is nog jong en teer, en 't mag geen Woorden verdragen,
't Heeft ook nog om te leeren veel Jaren en Dagen;
Geeft mijn Kindeken nog sijn Willeken; seggen sy, expresse:
Datse in een Jaar niet en leeren, dat leeren sy in Sesse.
|
|