woorden, maar in de diepte en straalkracht van het zwijgen.
Tussen ja en neen ligt de Tuin van Eden.
Romantische liefde is een pleonasme: zonder romantiek is er van liefde geen sprake.
Het is het bitter noodlot van de mens, dat de liefde àltijd op een anticlimax, de bevrediging uitloopt.
Onze liefde is niet afhankelijk van wat de geliefde ons geeft, doch van wat wij haar geven kunnen. Het eind ervan wil dus niet zeggen, dat zij tekort schiet, doch alleen dat wij uitgeput zijn.
Liefde is een vriendschap, edel en sterk genoeg om de bijslaap te overleven.
Liefde schuwt lust en wil er zich duidelijk van onderscheiden, terwijl lust zich vals als liefde vermomt.
Wat wij niet bezitten, en dat alléén, vertegenwoordigt een wezenlijke waarde voor ons. Om van iets, wat ook, te kunnen genieten moet het onbereikbaar voor ons zijn of verloren gegaan.
Ware liefde lijdt door de nabijheid, de schijnliefde gaat te gronde door de afstand.
Afstand loutert. De zuiverste liefde is die voor de verre geliefde.
Voor die elkander zeer lief hebben, is het weerzien verdrietiger dan het afscheid.
Hij die beweert van een geliefd wezen altijd evenveel te houden, liegt of is nog niet aan de liefde toe.
Zolang de ontrouw zich in de gedachtenwereld ophoudt, noemt men haar trouw.