Nachtschade
(1958)–Jan Greshoff–bron
Jan Greshoff, Nachtschade (ed. G.W. Huygens). A.A.M. Stols, Den Haag 1958
codering
DBNL-TEI 1
Wijze van coderen: standaard
logboek
-
-
verantwoording
gebruikt exemplaar
eigen exemplaar dbnl
algemene opmerkingen
Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Nachtschade van Jan Greshoff, in een editie van G.W. Huygens uit 1958.
redactionele ingrepen
p. 29: 1 → 1.: ‘1. Bij wijze van inleiding’.
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (binnenkant voorplat, 2, 4, 8, 28, 30, 40, 58, 70, 82, 86, 104, 110, 116, 122, 144, 162, 166, 178, binnenkant achterplat) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.
[ voorplat]
J. GRESHOFF
NACHTSCHADE
J. GRESHOFF
NACHTSCHADE
Na Multatuli is er wel geen enkele Nederlandse auteur geweest, die zich zo spontaan en verrassend in aforismen heeft weten uit te drukken als Jan Greshoff. De kunst van de kernachtige spreukmatige zegswijze beheerst hij in hoge mate. Hoewel de meeste maximes in slapeloze nachten werden opgetekend - vandaar de titel Nachtschade - getuigen deze aforismen van grote helderheid, zowel wat de gedachte als wat de uitdrukking betreft. In deze uitgave vindt men een zeer ruime keur uit vroegere bundels, vermeerderd met het beste uit de talloze aforismen die in dag-, week- of maandblad verspreid liggen of in handschrift aanwezig zijn; een en ander is voor de eerste maal systematisch bijeen gebracht.
Greshoff laat hierin zijn gedachten gaan over het menselijk bestaan, het geloof, de kunst, de dichter, de burger, de samenleving, de politiek, de liefde, de natuur, het reizen, en velerlei zaken meer. Hij uit zich in boutades, in paradoxen, in gevarieerde spreekwoorden, in de hem eigen humor, in alle ernst, in overdrijvingen, in bijtende satire of in milde wijsheid. Maar vrijwel overal vinden we de onzwaarwichtig gestelde ervaringen van een levenswijs man, die in aforismen zijn zelfportret geeft. Een inleidende studie door Adriaan van der Veen licht dit zelfportret toe en geeft de sleutel tot de belangwekkende persoonlijkheid van de auteur.
Van dezelfde auteur verschenen:
VERZAMELDE GEDICHTEN
J. Greshoff kan de eer voor zich opeisen sinds meer dan een kwarteeuw een van de meest omstreden figuren te zijn in de Nederlandse letteren. Dit wijst op een strijdbaar en onvermoeid fel reagerend temperament.
In één opzicht is hij echter niet omstreden en is de waardering unaniem en die waardering geldt zijn dichterschap. Geen dichter is, als Greshoff, in de werkelijke zin van het woord ‘populair’, dat wil zeggen niet slechts veel gelezen, maar ook bemind. Terecht. Want als dichter neemt hij in onze letteren een volkomen eigen plaats in. Alle facetten van zijn
[pagina 1]
NACHTSCHADE
[pagina 3]
J. GRESHOFF
NACHTSCHADE
keur uit de aforismen, samengesteld door dr. g.w. huygens, met een inleidende studie door adriaan van der veen
UITGEVERIJ A.A.M. STOLS
'S-GRAVENHAGE
[pagina 177]
Inhoud
[pagina 179]
INHOUD | blz. | |
Verantwoording (G.W.H.) | 5 | |
Een gepointilleerd zelfportret (A.v.d.V.) | 9 | |
1 | Bij wijze van inleiding | 29 |
2 | Zelfportret als legkaart | 31 |
3 | Het menselijk bestaan | 41 |
4 | Geloof en ongeloof | 51 |
5 | Over kunst en kunstenaars | 59 |
6 | Onbegrijpelijkheid en onbegrip | 65 |
7 | Over literatuur | 71 |
8 | Poëzie | 77 |
9 | Het gedicht | 83 |
10 | De dichter | 87 |
11 | De vijand | 93 |
12 | Mens en natuur | 97 |
13 | Beschaving | 101 |
14 | Levenskunst | 105 |
15 | Wat de liefde betreft | 111 |
16 | Zedeleer | 117 |
17 | Van waarheid en leugen | 123 |
18 | Staatkundige vertogen | 127 |
19 | Over de samenleving | 135 |
20 | Individu en gemeenschap | 139 |
21 | Intelligentie, rede, gevoel | 145 |
22 | Over de domheid | 149 |
23 | Van spreken en zwijgen | 153 |
24 | Bezitten, geven en nemen | 155 |
25 | Van reizen en landen | 159 |
26 | Tijd en onbehagen | 163 |
27 | Onverdedigbare stellingen | 167 |
28 | Gevarieerde spreekwoorden tot besluit | 175 |
[pagina 180]
COLOFON
Nachtschade werd gezet uit de Garamond en gedrukt door Boosten & Stols te Maastricht.
Het bindwerk werd verzorgd door L. van Wijk & Zoon te Utrecht.
[ achterplat]
wisselende persoonlijkheid komen hier tot gelding. Door hun menselijke directheid hebben zijn gedichten sedert tientallen jaren een vaste en zich steeds vernieuwende kring van lezers gevonden onder een zeer uiteenlopend publiek.
VOLIÈRE
J. Greshoff besluit Volière met de volgende opmerking: ‘Zo min als iemand ooit met zekerheid kan uitmaken wie de bedrieger en wie de bedrogene is, weten wij nimmer of wij met vogels van diverse pluimage in de volière zijn opgesloten of wel er verbaasd en bang buitengesloten worden. Zou het door een poëtisch wonder niet mogelijk zijn dat men tegelijkertijd in en buiten de volière tiert en kwinkeleert?’ Greshoff beantwoordt zijn vraag min of meer met het boek dat hij schreef en waarin hij op een buitengewoon onderhoudende, maar tevens zeer persoonlijke en petillante wijze vertelt over de ontmoetingen die hij in het leven der litteratuur had: over Arthur van Schendel, Du Perron en Ter Braak, van Nijlen en Marsman, over Slauerhoff en Terborgh, over Bloem en N.P. van Wijk Louw en over tal van anderen, die zich onder het schrijven aan zijn herinnering opdrongen.
MENAGERIE
Greshoff ‘schrijft’ niet, hij vertelt zoals het hem te binnen schiet, zonder de dwang van chronologie en systeem, oorspronkelijk in zijn in- en uitvallen, verrassend en verfrissend, onderhoudend en leerzaam. Hij, die kan terugzien op zeventig levensjaren en een kwarteeuw ‘literair leven’, vertelt van de laatsten der salons; van de tallozen die hij ontmoet heeft: Léautaud en Malraux, Maurras en Fagus, Cendrars en Poulaille, Antonini en Prampolini, Van Schendel en Vroman, Gijsen en Dola de Jong; van Brussel en Parijs, Italië en Amerika; van wat hij waardeert en verafschuwt. Hij spreekt zich uit over de betekenis van het schrijversdagboek en de kookkunst; over het goed recht van eigen dwaasheden en de voordelen van een slecht geheugen; over de moderne romankunst en zijn afkeer van de machine; over de kunst van het zalig nietsdoen en van het afscheidnemen; over al of niet leven ‘in the American way’ en - vooràl en met liefde - over wat voorbij is, voor goed.