Gedachten zijn tolvrij, gedichten niet.
Een gedicht is een schip. Het drijft op het gedeelte dat zich onder de waterlijn bevindt.
Niemand ontkent dat gedichten gevonden voorwerpen zijn. Wie heeft ze verloren? God.
Er zijn geen weke gedichten: de vorm maakt het weke hard.
Een afgerond beknopt geheel, waarbinnen zich een ingewikkeld spel van bewegingen voltrekt en waarin een beangstigende elementaire energie gebonden ligt: atoom en gedicht.
Gedichten zijn Ingezonden Stukken Gods, welke echter, gelijk met alle Ingezonden Stukken het geval is, niet geplaatst kunnen worden voor de plaatselijke redacteur de tekst grondig bewerkt en gestileerd heeft.
Gedichten zijn brandbommen, die uit de hemel naar de aarde geworpen worden. Het vuur dat zij daar ontsteken wordt nimmer geblust.
Een gedicht moet licht en koel zijn. Het is de lichaamswarmte welke zoveel gedichten onverdraaglijk maakt.
Ieder gedicht wordt door de vorm afgezonderd van grenzeloze oneindigheid van de ongevormde poëzie, die altijd en overal om ons aanwezig is.
Ieder gedicht is dubbelzinnig en bezit toch slechts één zin.
Het gedicht is een spel en daarom voor de spelers bittere ernst.
Het oneindige en eeuwige worden in het gedicht beperkt en tijdelijk: zonder daarom op te houden oneindig en eeuwig te zijn.
Een wezenlijk verschil tussen een middelmatig en een goed