Slechte romanciers beschrijven toestanden en landschappen, goede roepen deze op.
Ik ken geen vervelende onderwerpen, alleen vervelende schrijvers. En die in groten getale.
Schrijven is zelfbevestiging, lezen zelfverloochening.
De schrijver kan een vriend voor de lezer zijn. De lezer blijft altijd een gevaarlijke vijand voor de schrijver.
Om succes te hebben moet men de lezers geven wat zij verwachten. Een kunstenaar geeft altijd wat men niet kan verwachten, omdat men niet vermoedt dat het bestaan kan.
De lezer heeft, als klant, altijd gelijk. Maar de schrijver, die geen koopman is, moet het hem nooit geven.
Lezen verrijkt de rijken, verarmt de armen.
Men kan een slechte rijder zijn rijbewijs, helaas een averechtse lezer zijn leesbewijs niet ontnemen.
Wanneer men er per ongeluk even aan denkt voor wíe men schrijft, legt men onmiddellijk ontmoedigd de pen neder.
Als honderd lieden zich een bundel gedichten aanschaffen, zouden, als zij tot eerlijkheid tegenover zichzelf in staat waren, vijf en negentig daarvan zich bekocht verklaren.
Moordenaars die te laf zijn om te moorden, lezen moordverhalen, mannen die te kort schieten zoeken een vergoeding in pornografie.
Naarmate meer mensen leren lezen en schrijven, neemt het aantal van hen die goed lezen en schrijven af.
Lezen moet zijn de prikkeling tot beeldvorming. Men moet niet van het beeld, de afbeelding, uitgaan; maar tot het beeld, het verbeelde, komen.