| |
| |
| |
Zesde scène
Atelier van Rembrandt. Feestgedruis, stemmen, muziek, glazen. Hendrickje zit in stoel, opgedoft met brokaten lappen, juwelen, kunstbloemen. Rembrandt zet haar een diadeem op het hoofd.
Als je maar weet dat ik zo niet naar beneden ga.
doet een stap achteruit en bekijkt haar.
Is't klaar zo? Mag't er dan weer af!
Zolang je je mond houdt, lijkt het nog wat.
Als ik niet naar beneden ga, vreten ze alles op.
Toch ben je een lekkere koningin zo.
Hoor hem.
Kijkt hem schuins aan.
Lekkerder dan een gravin?
In elk geval hoger in rang.
Wendt zich af.
Doe die lorren maar af dan, als je wilt.
beweegt zich niet.
Een vies, dik, vuil varken ben je.
Een vies, vuil varken.
Ze bijt op haar lippen.
Waarom ga je niet naar beneden nou?
O, krijgen we dat. Komt het weer?
| |
| |
Allemaal? Ja? Goed. Daar nemen we de tijd voor. Je hebt er tenslotte recht op. Twee keer per week dat andere, één keer per week dit. Nou? Moet ik je voorzeggen? Eerst de mondhoeken naar beneden, een beetje simmen, tranen over de wang, pegels aan je neus. Nou? Komt er nog wat?
Doet haar na.
Een vies, vuil varken ben je. Als een vod behandel je me. Ik die je kind gedragen heb in schande, met een dikke buik waar de buurt op wees, gierend van de pret. Sloven en slaven, dat is alles wat ik mag, m'n rug krom werken, terwijl meneer z'n patsersrijkdom aan de muren hangt, plat liggen mag ik als meneer behoefte heeft en janken als meneer elders is. Je hebt ons arm gemaakt, je lort maar wat aan, een verkwister, een slampamper, ben ik daarvoor, een nette meid, uit de klei naar de stad getrokken, om je vuile derrie achter je kont op te ruimen, op m'n knieën naar de Kerkeraad te schuiven omdat meneer te laf is om... Nou? Nou?
Nee, er komt niks. De koningin speelt niet mee vandaag, de boerentrienige vorstin. Moet je dat zien zitten daar, de trut uit de polder.
| |
| |
Ah. Aha. We worden wakker. Da's onze taal, nietwaar? Dat versta je. De trut uit de polder. Stinkend onder de brokaat. Nog steeds niks? Dan doe ik het alleen vandaag. Ik ga door tot je me hebt waar je me hebben wilt. Een oude dikke papzak op z'n knieën voor je voeten en maar janken van Hendrickje, Hendrickje, ik hou zo van je. O God...
Hij wendt zich af. De magistraat komt op, een glas wijn in de hand.
Rembrandt, we wachten op je, waar blijf je nou?
En wat is dit, een nieuwe Flora, een nieuwe Venus?
Dat is de Heilige Maagd, goddome.
scherp
Gedraag je, Rembrandt.
Zie je niet dat je moet oplazeren?
Ik heb werkelijk niet veel geduld meer met je, beste vriend.
Hij gaat af.
naar Hendrickje kijkend die nog steeds star en stom zit.
We gaan weer verder, nietwaar? Hij smijt ons vandaag of morgen uit dit huis, kunnen we leven als de ratten, een oude versleten meester met zijn rustieke hoer. Zul je nog blij zijn, heb ik helemaal niks meer, kan ik voorgoed onder je stinkende rokken kruipen, een getemd varken, de snoet vol verf, een knuppel op het
| |
| |
achterwerk, ben je weer bij je mestvaalt, waar je thuishoort. Nou? Nog altijd niks?
Het is even stil.
't Wordt tijd dat je weer eens een mooie Christus schildert.
Kan iedereen weer eens zien wat een fijne, vrome man je bent.
Of wordt 't een engel met zo'n uitgestreken smoel, waar je iedereen mee belazert behalve mij.
Of wordt het dit?
Tilt met een ruk haar rokken op.
Heb je je opgegeild aan de gravin, kun je weer van die fijne prenten maken waar je een hele kast vol van hebt, die geen cent opbrengen, kun je later mee spelen als je 't zelf niet meer kunt. Ik ga wel weer liggen, hoor, net zoals je me hebben wilt,
Ze laat de rokken zakken.
Je wou toch niet zeggen dat je ophoudt nu.
Je kunt ook weer voor de spiegel gaan zitten, tegen je eigen smoel aankijken, uren lang, zodat iedereen weet dat je jezelf Gods Wonder vindt, een opgeblazen, gemene, mislukte, lamlendige...
Ze buigt het hoofd. Het is even stil.
| |
| |
We worden oud, we houden 't niet meer zo lang vol. We spelen dat spelletje te vaak, we zouden iets anders moeten verzinnen. 't Plezier gaat eraf en bij God, je hebt een verzetje nodig, zo nu en dan.
Naar haar toe.
Maar ik kom hoor, op 't signaal kom ik aangewaggeld. Daar gaan we.
Zakt log door z'n knieën, z'n armen om Hendrickje, zacht
Als ik God was veranderde ik mezelf nu in een varken en jou in een prinses. Dat zou pas goddelijke rechtvaardigheid zijn.
Het is even stil.
zacht
Waarom moeten we nou vandaag een feest hebben?
Omdat we 't ons niet veroorloven kunnen.
En hoef ik de volgende keer niet meer naar de Kerkeraad?
Jawel, jawel. Zonde moet gestraft worden, daar sta ik op.
En... stink ik nou werkelijk?
Ja. Je stinkt. Je stinkt als een godvergeten mestvaalt.
Hij laat zijn hoofd op haar schoot zakken.
op hem neerkijkend, teder
En jij bent een vunzige, dikke, lelijke, oude papzak.
Het is even stil.
Komt op, glas in hand.
Rembrandt, waar
| |
| |
blijf je nou?
Ziet hen, loopt er omheen.
Dit is ontroerend. Mag ik raden? Leda en de zwaan.
Ze proest van het lachen.
Jammer, je doet werkelijk te weinig aan het classicisme, Rembrandt.
naar Hendrickje kijkend, die naar de achterwand is gegaan enhaar opschik afdoet.
Da's een beetje moeilijk in de polder.
log
Nee, nee, we spelen. Ze was een koningin, maar da's weer over nu.
zacht
Heb je onze jonge geleerde vriend al gezien?
Spinoza? Is hij toch gekomen?
Beneden. Hij doet heel vreemd. Staart me aan alsof ik een geraamte ben. Of de duivel.
Tegen Hendrickje, die weer in haar gewone kleren is.
Ik weet niet of u zo niet mooier bent, mevrouw.
ongeduldig
Ik dacht dat je naar beneden moest.
haalt haar schouders op en gaat langzaam af.
tegen gravin
Je vraagt me nooit waarom ik zo blaf tegen dat landelijke meubel.
| |
| |
Ik interesseer me niet voor gewetensvragen.
Je vraagt me ook nooit waarom ik van haar hou.
Waarom, waarom, waarom! Daarom is 't zo donker bij jullie, da's jullie nationale ziekte: vragen waarom. Net de geelzucht, je kunt zo zien wie eraan lijdt. Onze kleine vriend beneden ziet ook zo geel als een kanarie.
Ze lacht.
Hij had beter bij mij in bed kunnen blijven.
Ze hebben hem duizend gulden geboden en hij heeft geweigerd. Als ze mij duizend gulden boden ging ik op m'n kop staan.
Denkt even na.
Dat wil zeggen: nu. Vroeger niet, nee.
Denkt even na.
En misschien nu ook nog niet. Je zou helemaal geen eergevoel moeten hebben, dan kon je leven met de mensen.
En wat hebben ze nu met hem gedaan?
Voor mijn part braden ze 'm en vreten ze 'm op, de eigenwijze mug.
Ik dacht dat je 'm mocht, waarde vriend.
Jawel, jawel. Maar hij werkt op m'n zenuwen.
In de achtergrond komt Spinoza op, een hand tegen zijn gezicht.
draait zich om.
Ah.
Het is even stil.
| |
| |
Ik ga naar beneden. Je kunt werkelijk niet te lang wegblijven, Rembrandt.
gaat langs Spinoza, tegen hem
Je mag nog altijd mee naar Italië, als je wilt. Ik ben grootmoedig, je kunt dat egoïsme noemen - maar het is een elegante manier om aan jezelf te denken,
Ze gaat af.
Ik waarschuw je. Je moet bijzonder vrolijk zijn. We hebben een feest vandaag en bij God, ik wil eindelijk eens dat 't erop lijkt. Waarom hou je die hand zo?
Ik weet niet of 't zo erg grappig is.
haalt z'n hand weg, hij heeft een lange, bloedende schram op zijn gezicht.
Hm. Dat kàn leuk zijn. Hangt er van af wat voor een oplazer je de ander gegeven hebt.
Spinoza kijkt hem aan.
Géén oplazer?
Lacht.
Dat doet me goed, jongen. Een pak op je sodemieter, dat was altijd al mijn recept.
Iemand gooide een steen, ik weet niet eens wie het was.
Buk je hoofd dan, klootzak.
draait zich om, gaat weg.
schreeuwt
Buk dan! Buk dan! Buk die
| |
| |
eigenwijze kop, net als wij allemaal! En lach goddome! Buk, kruip door de modder, kwispel met je staart - en lach!
draait zich om.
Als je wilt kun je ook iets gooien.
Draait terug.
Blijf hier. Blijf hier.
Gaat naar hem toe, pakt zijn arm.
Wees dan eens eerlijk voor een keer. Hou eens op met die godvergeten trots. Wat is er?
Eindelijk.
Neemt hem mee naar voren, Spinoza laat zich willoos meevoeren.
Je zult zien, op een dag word je nog net zo iemand als wij allemaal.
Zet Spinoza in een stoel en gaat naar de achterwand.
En dan gooi je die steen terug of je kruipt jankend in een hoek. Maar je komt hier niet binnenwandelen met een gezicht als Jezus aan het kruis, je neemt me niet kwalijk.
Hij zoekt tussen de curiosa.
voor zich uit
Ik heb niets tegen die steen. Hij beschrijft een nobele, wiskundige lijn door de lucht. Hij komt uit een hand en die hand is een vorm van God. Tot op het ogenblik dat die steen m'n gezicht raakt is alles volmaakt. Ik vind hartstochten, domheid, onbegrip, haat hetzelfde als storm, bliksem, wolken, orkaan - dat zijn eigenschappen van de lucht, dit zijn eigenschappen van de mens, zo is de natuur en de natuur is volmaakt. Voor mij zijn werkelijkheid en volmaaktheid het-
| |
| |
zelfde. Maar zodra raakt die steen m'n gezicht niet...
komt naar voren met een grote, gouden lap.
Of er is pijn. Dat verbaast de filosoof, nietwaar?
star
Het was de eerste keer. Ik...
Gekweld
Ik was zo bang dat ik... schreeuwde. Help! Help! Ik viel op de grond, ik krijste, ik bedekte m'n hoofd met m'n handen, ik trappelde met m'n benen, hoe lang? Uren, uren, uren. Toen ik opkeek was er niemand meer... Nu kun je lachen.
wikkelt de gouden lap om het hoofd van Spinoza, die 't laat doen.
Als je wist hoe goed me dit doet.
fel
Waar is die vernedering goed voor?
Staat op.
Je ziet er uit als de Kalief van Bagdad.
Ik had de pest aan dat verwaande smoeltje van je. Je wandelde hier rond als een goudvink, leuterend over het heelal alsof je 't in je zak had, ik... benijdde je soms. Goed, zover wil ik nog gaan.
Bekijkt hem.
Lekker koppetje heb je nu.
Knijpt zijn ogen half dicht.
Ik zou je in de hoek van m'n Moses kunnen zetten zo. Je kijkt nu tenminste net zo sjagrijnig als al m'n joden.
Dat is alles wat je weet: ze zijn op de
| |
| |
vlucht maar ze krijgen een gouden lap om 't hoofd.
lachend
Nou en? Ik versier 't een beetje, wat dan nog?
fel
Maar ik versier 't niet, moeten ze me daarvoor stenigen?
Je hebt een schram op je wang en je praat over stenigen. Wie versiert er nou?
Ik heb je nog niet verteld wat er vandaag gebeurd is.
Ze hebben je een ton geboden.
Ze hebben me in de ban gedaan.
In de kleine ban. Ik was in de synagoge, ze hadden me geroepen, ik dacht... Ik weet niet wat ik dacht, ik kon me niet voorstellen dat ze... Alle rabbijnen in goud en brokaat, de luchters aan, de oudsten plechtig op een rij, ze staarden op de grond, somber, Morteira begon opnieuw, vragen, vragen, vragen...
Gekweld
Altijd weer hetzelfde. Sommigen bleven op de grond staren, alsof ik hun kinderen vermoord had. Anderen keken me opeens aan, met zo'n haat dat...
Mompelt
Natuurlijk haat, natuurlijk. Wat anders?
De kleine ban. Dertig dagen. Niemand mag met me spreken, in mijn buurt komen, laat staan aanraken. Alsof ik de pest heb.
| |
| |
Als ik niet tot inkeer kom, word ik uitgestoten.
Draait zich om, woest
O, dat zou iets voor jou zijn, de grote ban, de Schammatha. Zwarte kaarsen, de ramshoren, ellenlange vervloekingen, de hele afschuwelijke poppenkast die jullie nodig hebben om vroom te zijn.
Zachter
Toen ik uit de synagoge kwam joelden ze op straat. Ze gooiden die steen. En ik...
Ik dacht dat angst alleen voor de dommen was.
Ik gilde help, help, help, ik viel op de grond, trappelde met m'n benen, ik bedekte m'n hoofd met m'n handen, ik jankte van angst. Maar dat was nog niet het ergste. Toen ik daar lag heb ik... heb ik...
Lach niet. Waag het niet te lachen.
stormt op Rembrandt af, schudt hem.
Lach niet, lach niet.
schudt hem.
Je mag niet lachen!
wordt boos, hij wil Spinoza van zich afduwen, deze houdt zich vast, Rembrandt geeft hem een zware slag tegen de borst, nog een, Spinoza valt op de grond, Rembrandt staat over hem heen, zwaar ademend.
| |
| |
Daar lig je weer. En je kunt nu weer hetzelfde doen.
ligt voorover, zacht
Ik heb gebeden, 't kwam naar boven zonder dat ik 't wou, Heer o Heer, help me.
Hij slaat met zijn vuisten op de grond.
Maar ik wil het niet! Ik wil het niet!
op hem neerkijkend.
Arme kleine luis, weet je wat het is? Je hebt nog geen lef genoeg. Je hebt 't lef niet om laf te zijn.
Ik wil het niet!
Wil opstaan, Rembrandt zet zijn voet op Spinoza's rug.
Blijf nou even liggen, jongen.
Spinoza beweegt niet.
Is 't niet lekker, languit in de modder? Als je er even aan went, wil je niet meer anders. De mens is op z'n best, jongen, als hij ligt. In z'n wieg, in bed met een wijf, in z'n kist, op de grond huilend van ellende. Wees nou verstandig, kruip terug naar je profeten, waarom zou je je laten vervloeken? Je hebt braaf gevochten, net als wij allemaal, nou wordt 't tijd dat je de wereld neemt zoals ze is. Je hebt dat mooi gezegd: werkelijkheid en volmaaktheid zijn hetzelfde. Hou je er dan ook aan.
Tikt met zijn voet niet onvriendelijk in Spinoza's zij. Kalief van Bagdad.
krabbelt overeind, zacht
Ik wil het niet.
Hij doet de gouden doek af.
Doe dat vooral als je pijn wilt hou-
| |
| |
den. Of wil je dat? D'r is geen beter medelijden dan zelfmedelijden.
komt op, gevolgd door magistraat en gravin.
Dus dat is meneer Spinoza?
naar Spinoza
Meneer Spinoza, ik moet u ernstig waarschuwen. Als u door uw gemeente in de ban gedaan wordt, dan zal het gemeentebestuur van Amsterdam niet achterblijven.
Ik dacht dat we een feest hadden.
tegen Spinoza
Wij willen orde, meneer Spinoza. In de hemel en tussen de grachten.
Glimlacht.
Onze predikanten zullen een kleine verbanning zeer op prijs stellen.
Nou wordt 't pas gezellig.
Amsterdam is een vrije stad. Maar dat betekent niet dat men z'n verplichtingen niet hoeft na te komen.
Tegen Rembrandt
Dat geldt ook voor onze vriend Rembrandt.
mompelt
Ja, ja, je krijgt je centen.
tegen Spinoza
Als u geen andere autoriteit erkent dan uw eigen hersepan, wat leert u dan onze burgers? Dan is ieder zijn eigen rechter, zijn eigen magistraat, zijn eigen God. Dan kunnen we onze vrijheid alleen nog kopen of met ge-
| |
| |
weld handhaven, dan moeten we op elke inwoner een bewaker hebben, en op elke bewaker nòg een om die te bewaken. Als God niet bestond, zouden wij hem haastig laten maken. Eerder dan onze kanonnen, schepen, muren. U bent gewaarschuwd.
Draait zich om, draait terug.
Wat hebt u daar? Bent u gewond?
Ze hebben een steen naar hem gegooid.
Ah. Daar begint het al. De mensen willen die leegte niet eens, meneer Spinoza, da's ons geluk. Ze zullen u eerder vermoorden dan dat ze alléén moeten beslissen. Maar we zijn er tegen dat er met stenen gegooid wordt, plaveisel kost geld. Gebruik die dertig dagen goed, meneer Spinoza. En blijft u binnen. Er zou iemand op uw gedachte kunnen komen en zelf voor rechter spelen. U weet het: men is vlug met een mes in Amsterdam.
Hij draait zich om en gaat af. Het licht gaat uit op allen, behalve op Spinoza.
Dit is een mooie grap.
Hij rilt en komt naar voren.
Het wordt hoe langer hoe killer in Amsterdam. Ik zal een jas moeten aantrekken.
Nog een stap naar voren.
De aantrekkelijkheid van de modder moet overwogen worden. De waarde van de angst moet gewogen worden. Wat moet een mens doen? Men kan met een gravin in bed liggen, behaaglijk warm, men kan baden in elkaars zweet,
| |
| |
de ogen dicht houden, zich verstoppen in een buik. Men kan languit op de keien liggen, angstzweet om de lippen, terugkruipen in de kerk, de handen vouwen, de ogen dicht houden, langzaam wegzakken in God. Zeg maar dat Spinoza gek is om alleen te blijven in de kou. Een man alleen, da's gevaarlijk, dat weet iedereen. God kon Adam geen seconde op zichzelf laten, hup, daar ging z'n rib eruit, een wijf erbij en nauwelijks had hij van de boom der kennis gehapt, of Kain en Abel waren ook al present. En voor hij 't wist rende hij rond over de wereld met een kudde. Waar is het bedrog? Jullie kunnen nog zoveel verzinnen maar God zelf is alleen. En wij zijn naar zijn evenbeeld geschapen, zegt dat niets? Zo'n verhaal moet overwogen worden.
Hij rilt.
Het is koud. Ik ben bang. Dit worden lange nachten, deze dertig.
Zacht
Ik ben bang.
pauze
|
|