Spinoza
(1964)–Dimitri Frenkel Frank–
[pagina 46]
| |
rabbi
tegen zacuto
Zie je wel? Ik heb je gezegd dat hij het koud zou krijgen.
spinoza
Ik heb niet geslapen vannacht.
rabbi
Men moet Gods geschenken niet weggooien.
spinoza
Ik was buiten, ik heb door de stad gelopen, de hele nacht.
rabbi
En?
spinoza
U hebt mij laten roepen, hier ben ik.
Hij rilt.
rabbi
Je zult zien dat je dadelijk niet meer rilt. Hier is het warm.
Hij sluit de ogen, wiegt heen en weer, het duurt een tijd, dan opent hij de ogen.
Ik denk aan de woorden van Chaim ibn Musa, wat hij schreef in de Magen Va-Romah. Hij schreef dit: Toen ik jong was hoorde ik een rabbi preken dat er maar één en eenmalige God bestond. Maar hij deed het op de speculatieve manier, zoals de filosofen doen. Hij zei vele malen dat als er niet één God bestond, dat er dan dit en dat uit zou volgen. Toen stond een man op en zei: ‘Ongeluk viel op mij en de mijnen bij de grote pogrom van Sevilla. Ik werd geslagen en gewond, tot mijn vervolgers ophielden omdat ze dachten dat ik dood was. Ik heb dat allemaal ondergaan ter wille van mijn geloof in “Hoor, O Israël: de Heer onze God, hij is één.” En hier ben jij bezig, te stoeien met het geloof van onze vaderen | |
[pagina 47]
| |
op de manier van een speculatief filosoof en je zegt: “Als, ja als, ja indien hij niet één God was, dan, ja dan zou dit en dat noodzakelijk volgen.” Ik heb meer geloof in het geloof van mijn vaderen en ik wil niet langer naar deze preek luisteren.’ En hij verliet het gebedshuis en de meesten van de gemeente gingen met hem.
Hij zwijgt even.
En wat lezen wij nog meer? Een wijze rabbi vroeg: Waarom zeggen wij ‘Onze God en de God onzer vaderen?’ En hij beantwoordde die vraag en schreef: Er zijn twee soorten mensen die in God geloven. De een gelooft omdat zijn geloof hem overgedragen is door zijn vaderen. De ander heeft het geloof verworven door te zoeken en te denken. En dit is het verschil tussen de twee: de eerste heeft het voordeel dat zijn geloof niet geschokt kan worden, het geeft niet hoeveel tegenwerpingen het ondergaat, want zijn geloof is sterk. Maar het heeft een gebrek: het is een gebod dat door een mens gegeven is en het is geleerd zonder nadenken of overpeinzing. Het voordeel van de tweede man is dat hij het geloof bereikt heeft door zijn eigen kracht, door eigen zoeken en denken. Maar zijn geloof heeft ook een gebrek: het is makkelijk te schokken door listige redenatie. Maar hij die beide soorten geloof bezit is onverzettelijk als een rots. Daarom zeggen wij: | |
[pagina 48]
| |
‘Onze God’ vanwege ons zoekend denken, en ‘De God van onze vaderen’, vanwege de overlevering.
Hij zwijgt even.
Wat een krachtig geloof hebben wij. Het wordt gedragen door mannen als de man uit Sevilla, die geslagen wordt en niet twijfelt. En wat zei rabbi Harima ben Teradion, toen ze hem onder Hadrianus kwamen halen om hem te doden? Ze vonden hem gebogen over een boek, ze zeiden: ‘Ben je niet veroordeeld om verbrand te worden?’ En hij antwoordde: ‘God is een rots, zijn werken zijn volmaakt: al zijn wegen zijn rechtvaardigheid.’ Wat een heilig man was dat! Wat een heilig man...
Hij zwijgt even, kijkt dan schuins naar Spinoza.
Heb je het al warmer?
Het is even stil.
spinoza
Waarom hebt u me hier laten komen?
rabbi
zucht
Wat is het jammer, m'n zoon, dat we niet kunnen zitten zoals vroeger hier, met z'n drieën, de woorden van wijze mannen leren...
zucht.
Ik heb een gesprek gehad met de Amsterdamse magistratuur. Zo zijn zéér ongerust.
spinoza
Waarom? Ben ik een dief, een moordenaar?
rabbi
scherp
Niet op die toon, Spinoza. Ik ben een oude man.
spinoza
Het spijt me. | |
[pagina 49]
| |
rabbi
Ik heb je geleerd te denken, hou je aan de regels.
spinoza
Wat willen de magistraten?
rabbi
En ook geen retorische vragen, alsjeblieft. Magistraten willen altijd hetzelfde, dat weet je net zo goed als ik. Orde en rust.
spinoza
Ah.
rabbi
En dat willen wij ook.
Buigt zich voorover.
Als je in onze gemeente blijft, als trouwe jood, dan is de orde gehandhaafd. Als je je bekeert en christen wordt - wat God verhoede - dan is de orde ook gehandhaafd. Maar als je geen van beide doet, dan kan de stad je niet dulden, je goddeloosheid raast rond als een hondsdolle hond en bijt iedereen.
Zucht.
En wie is de eigenaar van die dolle hond?
Heft de armen ten hemel.
Dat zijn wij.
Buigt zich voorover, zacht.
We zouden over God moeten spreken, m'n zoon, maar eerst moeten we zorgen dat we over hem mogen spreken. Mogen blijven spreken.
spinoza
En dus?
rabbi
We kunnen Amsterdam niet voor de kop stoten. Daarom hebben wij dit plan...
zacuto
die al die tijd achter de zetel gestaan heeft, de ogen star op Spinoza gevestigd, wankelt opeens, slaakt een half verstikte kreet, valt op zijn knieën, in trance, zacht
Adonai! Adonai! Adonai! Verpletter hem,
| |
[pagina 50]
| |
sla hem met vuur, verdoem hem, Adonai!
Hij wiegt heen en weer, glazige ogen, mompelt verder.
spinoza
doet een stap naar hem toe.
rabbi
Laat hem. Hij is het niet met mij eens.
spinoza
naar Zacuto kijkend.
Hij was m'n beste vriend.
rabbi
Hij is nu m'n beste leerling.
Met betekenis
Helaas.
spinoza
Had u dan dat van mij willen maken? Zo'n kabbalistische mompelaar?
rabbi
Het is makkelijk te spotten. Maar te hete soep is ook soep. Jij wilt koken zònder vuur, dat gaat niet.
zacuto
zacht
Adonai, wurg hem, tref hem met de bliksem, roei hem uit...
spinoza
Hij haat me.
rabbi
En jij veracht hem, da's nog erger.
spinoza
kijkt hem getroffen aan.
rabbi
Jaja, je kunt nog altijd iets leren van je oude rabbi.
Wenkt hem dichterbij.
Kom hier, m'n zoon, en luister.
Vertrouwelijk
Ik heb een voorstel gedaan aan onze oudsten, ze hebben het aangenomen. We sluiten deze overeenkomst, jij en ik: je blijft in onze gemeente, je komt naar de synagoge, je schendt de wetten niet in 't openbaar, hoogstens oncontroleerbaar achter je voorhoofd. Je denkt, je schrijft, je praat binnenshuis, maar niet meer openlijk je mond voorbij.
Bijna beschaamd
In
| |
[pagina 51]
| |
ruil daarvoor bieden we je een jaargeld van duizend gulden.
spinoza
vliegt op
Dat...
rabbi
Wacht, wacht. Maak nu niet meteen dat trotse gebaar, 't gaatje te makkelijk af, trots zijn is je kwaal. Luister liever nog even. Eerst heb ik je over onze wijzen gesproken, dat was Gods woord. Toen heb ik je verteld dat je onze vrijheid hier in gevaar brengt, dat was de stem van onze gemeenschap. Laten we nu de stem van de mens horen, de mens die we zijn. In nederigheid, zoals het hoort.
Pakt Spinoza's arm.
Dat aanbod van die duizend gulden wordt je in nederigheid gedaan. Het is beschamend, ik weet het, maar je moet de reden er achter zien.
spinoza
Lafheid.
rabbi
Nee, tederheid. Die duizend gulden zijn tederheid, m'n jongen. Onze oudsten kennen je zo lang je leeft, je was de trots van onze school, we koesterden je, zagen je al op mijn stoel zitten, een licht van wijsheid, vroomheid, geleerdheid. We zeggen met dit geld: kom bij ons terug, zonder verdere verplichting dan dit kleine zakelijke contract. Woon bij ons, denk na, kom tot jezelf, misschien kom je dan ook later terug met je hart.
Spinoza maakt een gebaar, de rabbi houdt hem tegen.
Er is niets dat je hoeft te krenken in dit aanbod, het is beschamend voor allebei - voor ons die het je
| |
[pagina 52]
| |
aanbieden, voor jou die het aanneemt. En dus beschaamt het eigenlijk niemand.
Zacht
We zijn hier nog maar net aangespoeld in Amsterdam, als drenkelingen op een vlot. Laat ons niet in de steek.
Het is even stil.
spinoza
U bent de listigste rabbi van de hele wereld. U maakt bijna dat ik me schaam - omdat ik het niet aanneem.
rabbi
Dus je weigert. Zonder trots, maar je weigert.
spinoza
Had u anders verwacht?
rabbi
Verwacht? Gehoopt. Ik ben verantwoordelijk voor zevenhonderd gezinnen - en voor jou. Als 't erom gaat allebei te redden, wil ik zo listig zijn als een slang.
Het is even stil.
spinoza
We kunnen er niet omheen, rabbi. Ieder mens heeft het recht vrij te oordelen. Uw wijzen zijn ervoor verbrand, de christenen zijn ervoor door de leeuwen verscheurd, de Hollanders hebben zich ervoor door de Spanjaarden laten slachten. Maar wat doet iedereen? Nauwelijks heeft zijn overtuiging gewonnen of hij verbiedt de andere weer. Terwijl de rede toch moet zeggen dat gelukzaligheid niet af te dwingen is, hoogstens stompzinnigheid.
Zacht
De magistraten van Amsterdam en de Portugese rabbijnen moeten wer-
| |
[pagina 53]
| |
kelijk een beetje bedenken waarvóór hun vaderen gestorven zijn.
rabbi
Ik ben een oude man, ik wil best sterven, ik sjacher niet voor mezelf. Maar kijk dan naar buiten!
Wijst.
Daar spelen onze kinderen, de zuigelingen hangen aan de borst, ze worden niet met hun hoofden tegen een muur gekwakt. Laat het eindelijk eens blijven zo! Is het zo erg voor hen je trots een klein beetje in te slikken?
spinoza
zacht
Het wordt tijd dat de joden ophouden alleen groot te zijn in het geslagen worden. Anders komt óók in Amsterdam weer de tijd dat er geranseld wordt.
Het is even stil.
zacuto
komt overeind, wankelend, staart Spinoza aan.
Heeft hij het aangenomen?
rabbi
Nee, Zacuto.
zacuto
De Heer zij geprezen. Het zou te makkelijk zijn geweest.
spinoza
tegen rabbi
Er is maar één makkelijke manier om rust te krijgen: van de mensen beesten of automaten maken. Vrijheid is lastiger.
rabbi
Matig je niet te veel aan, Spinoza.
spinoza
vriendelijk
Ik matig me niets aan. Ik heb die vrijheid, ik kan haar niet ontlopen, niemand kan dat.
Hij draait zich om en gaat weg.
|
|