| |
| |
| |
Vierde scène
Een rood hemelbed. Kaarsen. De gravin in negligé en Spinoza in zijn gebruikelijk zwart zitten aan een tafeltje, waarop een schaakspel, een karaf wijn en enkele glazen.
op de stukken kijkend.
Hm. Hm. En wat zei jij toen?
Ik zei: als u aan spoken en geesten gelooft met het voorbehoud dat er alleen mannelijke geesten bestaan, dan vraag ik me af waar u dat op baseert. Hebben de mensen, die beweren geesten gezien te hebben, nooit op hun geslachtsorganen gelet? Of weten ze het verschil niet?
Doet een zet.
lacht
Heel leuk. Wij hebben in ons palazzo ook een paar geesten, zou ze niet willen missen, ze kraken nu en dan in de schoorsteen, allerliefst.
Ze doet een zet.
Ik zou je best willen laten winnen, maar je speelt zo dom.
Doet een zet.
Mat.
Ach ja.
Verbaasd
Dat ging snel, zeg.
Staat op.
Maar ik wil ook helemaal niet winnen. Spelen is leuk, met mat is 't afgelopen, je bent zo serieus, beste jongen, op die manier duren spelletjes maar kort, nietwaar?
Ze gaat op het bed zitten.
Geef me m'n glas, wil je.
brengt het haar.
Je drinkt te veel.
| |
| |
Ik ben helder, jij bent wazig.
Ik ben een vrouw, da's het verschil. Hoe laat is het?
In Venetië is het warm nu, erg warm, alsof je in lauw water zweeft, ik zou mijn gondel laten voorkomen, we zouden naar de eilanden varen nu. Heb je er nog over nagedacht?
wendt zich af.
Begin er niet weer over.
Waarom zou je hier blijven? Alles is hier log en zwaar, je hebt je onmogelijk gemaakt, ze haten je, vandaag of morgen word je wakker met een ketting aan je been. Er is een elegante manier om met de waarheid te spelen, ik zal ze je leren. Wij dragen graag maskers in Venetië, zelfs als we ze niet dragen. Overdag is alles wit, glanzend en helder bij ons, we houden onze bonte maskers voor en glimlachen. De stoute waarheden bewaren we voor 's nachts, onder elkaar, zonder vermomming.
Glimlacht.
We geven je een mooie Spaanse naam en je bent mijn secretaris, zondags gaan we met maskers op naar de mis en thuis slopen we bij een glas wijn het heelal, we schuiven de stukken en zetten God schaakmat.
draait zich om, heftig
Dacht je dat ik het wist?
| |
| |
staat op.
Je bent veranderd sinds gisteren. Je denkt erover om niet hier te blijven vannacht.
Hoe kom je daar bij? Drink niet zoveel.
naar hem toe.
Blijf hoffelijk. Altijd hoffelijk blijven. Je zou zoveel van me kunnen leren. Hoe lang kennen we elkaar nu?
Twee weken. Ik zag je bij Rembrandt, ik had nog nooit iemand gezien die zo... Alsof je opgekropt was van hartstocht, ik heb bij ons vaak naar de matrozen gekeken, als ze na maanden aan land kwamen, bevend, uit hun kleren barstend van begeerte, de lucht trilde om hen heen. Een vulgaire hitte, maar bij jou, ik twijfelde eerst of het ijs was of vuur. Wat was het?
Scherp
Angst? Alleen maar angst?
Je hebt gelijk. Het is beter als ik niet meer blijf.
Het is even stil.
gaat langs Spinoza naar tafeltje, schenkt zich wijn in.
Je bent me natuurlijk een verklaring
| |
| |
schuldig.
Draait zich om, beheerst
We hebben nachten met elkaar gepraat, als intelligente mensen, zonder ons iets aan te trekken van conventies. Toen zijn we naar bed gegaan, als intelligente mensen, ook zonder ons iets aan te trekken van conventies. Krabbel je nu terug? Vind je het zonde? Heb je berouw?
Je weet dat ik die woorden niet ken.
Ben ik te oud? Te lelijk?
staart hem aan, barst in hoonlachen uit.
We zijn niet gelukkig? We zijn niet gelukkig?
Snierend
En dat is alles?
Je moet het niet belachelijk vinden.
Wat wil je dan?
Zachter
Ik ben met de graaf getrouwd, een oude, waardige man, met botten zo dun als m'n pink, als hij zucht kreunt hij, als hij in bed stapt kreuken de lakens niet eens, als hij z'n hand op me legt is 't koud. Maar ik wil dat alles verdwijnt midden in de nacht, alles verbrandt, geen verveling, geen nadenken, niets, niets, niets meer. En jij? Je bent geen haar anders dan ik, je schuifelt door de straten in de vermomming van een boekenjood, maar je zou 't liefst alles kapotsabelen, de nauwe straten, de nauwe geesten. Wat denk je dat voor ons wegge-
| |
| |
legd is? Geluk? We kunnen hoogstens midden in de nacht stil liggen en aan niets denken, heel even. Dat is alles.
schudt het hoofd.
Nee, nee.
Kom nou, mijn kleine Spinoza. Je bent toch veel te intelligent voor zo'n woord. Geluk is iets voor de dommen, hetzelfde als geesten, wonderen, sprookjes, goed genoeg voor koetsiers en dienstmeiden.
Ik had nooit bij je moeten komen.
Je was niet tegen te houden. Ik knipte met m'n vingers en...
Dat was iets anders. Je hoeft niet eens over koetsiers en dienstmeiden te praten, zeg maar meteen varkens, padden, muizen.
En wat zou dat? Sinds wanneer ben je een puritein?
We zijn geen dieren. Als een hartstocht ons niet gelukkig maakt, is die hartstocht fout.
Zacht
Ik wil je geen verdriet doen. Maar je bent een mens, je moet nadenken.
Er is geen verschil. We moeten over hartstocht en gevoel praten als over lijnen, vlakken en driehoeken. En als een driehoek ons prikt, is er iets mis met die driehoek.
Ik dacht dat we plezier hadden samen.
scherp
Ik wil niet dat je ermee tevreden
| |
| |
bent. Je bent een gravin, je zou hogere eisen moeten stellen. Een beetje over elkaar heenkruipen, hijgen, wrijven, is dat genoeg?
Niet als je 't zo zegt. Wel als je 't doet.
fel
Maar we zijn niet gelukkig! Waarom ben je dan niet trots genoeg om nee te zeggen?
Dringend
We gebruiken elkaar, wees toch eerlijk. Dat is vernederend, zie het in. Liefde is zelfbevrediging met iemand anders. Blij zijn met een... met een object buiten ons.
Schei uit!
Houdt oren dicht.
Die onzinnige geleerdheid van jou.
Gisteren was je het met me eens.
Toen zei je het op een andere toon.
De woorden waren hetzelfde. Je houdt niet van mij, je maakt je blij met mij, als met een stoel.
Je bent een monster!
Fel
Waarom ben je dan hier gekomen, elke nacht?
Ik heb gezegd dat 't me spijt!
zacht
Wat praat je dan over liefde? Je weet niet eens wat het is. Zeg dan gewoon dat je me... bedrogen hebt.
Nee, nee, nee. Ik was ernstig, veel ernstiger dan jij. Maar het heeft geen zin!
Het is even stil.
| |
| |
zacht
Als we in Venetië waren zou ik je nu laten afranselen, van alle trappen laten smijten, met een steen aan je voeten in het Gran Canale. Of ik zou lachen, misschien, je laten opsluiten in een kooi en midden op tafel zetten, als curiosum.
En jij? Waarom wilde jij me dan hebben?
Gravin maakt gebaar, Spinoza houdt haar tegen. Zeg het niet te gauw. Hoe wil je dat noemen, dat aan elkaar vastklampen, uit wanhoop, uit verveling, uit verlangen naar, ja naar wat? Ik wil niet dat we in donker over elkaar heenkruipen om iets te zoeken dat 's ochtends weer verdwenen is. Ik zal je zeggen waar je naar verlangt, waar ik naar verlang, wat we daar zoeken in het donker.
Dat is de vergissing. We haken ons vast in een ander om in Godsnaam één moment onszelf te zijn. Dat moet mislukken, zie je dat niet? We kunnen 't niet in elkaar vinden. En daarom blijven we ongelukkig. Wat te bewijzen was.
Het is niet om te lachen!
bedaard, kalm
Je vraagt te veel, dat is je fout. Ik ben tevreden met een beetje plezier. Je zult 't zien: als je zo... oud bent als ik, denk je er net zo over.
| |
| |
Je bent nog te jong. En te arm.
Moe.
Men moet een gravin zijn, op z'n minst, om te weten hoe weinig bereikbaar is.
Pakt een handspiegel, kijkt erin, glimlacht.
Nu sta je naast m'n gezicht, een veel te ernstige jongen, heel klein naast m'n veel te grote rimpels.
Legt spiegel neer.
Ik wist gisteren al dat 't afgelopen was. Zoiets weet men altijd.
Het heeft niets met je leeftijd te maken.
Laat 't me denken. Dat is beter.
Draait zich om.
En je kunt werkelijk beter gaan nu.
Als je wilt, kunnen we toch blijven schaken.
nukkig
Waarom kan dat niet? Ik weet dat je 't haat om alleen te zijn.
Ga weg, alsjeblieft. Slaap met je gedachten, omhels ze, kus ze...
Maar als je op een dag ontdekt dat 't toch koud blijft in bed...
Het is even stil.
Ga nu. Ga!
Ze kijken elkaar aan.
Zoals je wilt.
Hij draait zich om en gaat af. Het is even stil. De gravin gaat naar het schaakspel, kijkt erop, ze lacht kort.
| |
| |
Daarvoor laat ik hem winnen.
Ze gooit de stukken om, roept
Hij is weg. Kom maar.
Achter een gordijn komt Rembrandt op.
Je hebt 't gehoord.
gaat naar tafeltje, schenkt zich glas wijn in.
Ik heb je van tevoren gezegd dat 't een dolle jongen is.
Dit is me nog nooit overkomen.
kijkt haar schuins aan.
Ben je beledigd?
aarzelt.
Ik zou het moeten zijn.
grijnst
Je ziet er meer... verwonderd uit. Dat moet een nieuwe ervaring voor je zijn.
Begin jij ook al? Te zedepreken?
ongeduldig
't Is allemaal jouw schuld, dat weet je.
Jij was geïnteresseerd in die jongen. Toen zei ik: als je denkt dat je met hem de kachel kunt aanmaken, probeer het. Maar pas op, hij is vreemd.
In bed was hij net een kind.
Hartstochtelijk, maar onschuldig.
Wat is er met jou? Je bent al net zo verward als hij. Die jongen heeft geen vrouwenvlees, dat zie je zo.
Natuurlijk, 't is een mannetje. Te
| |
| |
véél, als je mij vraagt. Voor de liefde moeten de mannen een beetje week zijn. Helaas.
Het is even stil.
Laten we eerlijk zijn, wij rotzooien maar wat aan, gravin.
Blijf je hier vannacht? Zoals vroeger?
Wat heeft iedereen vandaag? Het lijkt wel of ik de laatste normale mens op aarde ben.
Kijkt Rembrandt aan.
Of ben je zo oud geworden?
Ik ben vijftig. Dan begint 't op te tellen.
Je bent een echte Hollander. Als jullie iemand de moraal horen trompetteren, dan buigen jullie 't hoofd. Het duurt niet lang, maar God, wat zijn jullie vervelend ondertussen.
Weet je dat ik bijna failliet ben? Ik heb alles gehad, roem, rijkdom, de hele santekraam - en waar is het? Ik kan niet eens meer voor m'n kinderen zorgen, als ik niet oppas. Ik heb niet veel meer over aan...
Haalt z'n schouders op.
Hoe zullen we dat beestje noemen? Respect? Zelfrespect?
| |
| |
Jij hebt nog de tijd. Wacht maar tot over twintig jaar.
stampvoet.
Wees niet zo onmogelijk! Je denkt te veel, dat is het, daar ben je niet voor gemaakt. Kijk liever, da's je vak.
Ze opent haar negligé iets, draait zich naar hem toe.
Moet je hier je hoofd over breken?
Jij bent jong gebleven, God weet hoe je 't doet.
Je vergeet dat we nog altijd kunnen spelen dat we gelukkig zijn.
glimlacht.
Iedereen zou in Italië geboren moeten zijn, dan was 't leven uit te houden.
Waarom ben je er nooit heen gegaan?
Geef me nog een glas wijn, wil je.
Zie je wel. Dat is beter. Als je berouw wilt hebben, kan dat morgenochtend ook nog. Als het weer licht is.
|
|