Mi boto doro/Droomboot havenloos
(1980)–Edgar Cairo–
[pagina 87]
| |
SoulmastersDennis, hij kende die sjaffeurs, als water die je drinkt om dorst in keel, je hartmond! Kende die bazen van die sjaffeurs ook, met goeie levens van ze. Want hoewel mensen dat sjaffeurswerk minachting gaven, ach, laat mensen!Ga naar voetnoot1 Ze konden nie beter weten, of die bushouders, ze woonden alle drie in grote huispaleizen! Grote dozen, leken die huizen van ze, met alle lukse en komfort. Groot erf ook, met vele honden, vele planten. Vooral die Ba-Ku met z'n meiden! Hij moest alles doen om z'uit z'n bussen weg te houwen. (‘Anders a brede no kan wroko tok!: ik ga geen verdienste hebben zo! Want deze meiden willen gerejen worden zonder dat ze jóu betalen! Chm!’) Dan mompelde hij lipsgewijze d'rachteraan: ‘In me huis kunnen ze gratis rijen, ma' nie in me bus! Anders a libi no kan go!: géén leven met ze!’ Ba-ku, zo'n busbaas die sjaffeurs in dienst had! Dennis, hij wist ook, hoe die ‘grote honden’ makaar konkurrensie gaven. Hatelijk soms, dat snijen, treiteren en blokken. Blokken ja: elkaar tegenwerken. Zo mogelijk met haat en smaad! Om elk dubbeltje te vinden! Laast bijvoorbeeld! Sukta, één van die busbazen, koopt nieuwe soort muziekapparaat, fo al z'n blawki-bussen!Ga naar voetnoot2 Ah! Sins ik je zeg, Tarantula doet zo ook! Ba-Ku, die nie aan dat apparaat kan komen, gooit muziek nóg harder los aan mensen oren! Nog voor één soulmuziek is uitgespeeld, laat hij alvast een andere plaat tussendoor draaien! Want mensen stappen in bus met beste muziek, hoewel... Dennis wist ook van zulke dinges: niet de meest fijne muziek telde, ma' harde en vooral soul! Al had dat ding nog zoveel ruis, niemand hoorde zoiets! Die mensen wilden alleen lekkere schudmuziek! Hele busvloer moest bonken! Kijk, apparatuur van Sukta en Tarantula, hadden wel | |
[pagina 88]
| |
iets: behalve fijnere afspeling, ook vier boxen! Nee, geen twee, zoals bij Ba-Ku, ma' vier! Mooie boxen ook, vooral bij die bussen van Tarantula! Met goudgeel verf op ze, strelingswater loopt uit je oog als je ze ziet! Dus één streep voor op Sukta, had Tarantula. Want Sukta's boxen hadden houtkleur uit plasticpapier. Ma' wachte! Sukta z'n boxen waren groter hoor! Maak geen grap! En ze waren beter geplaatst ook! Alle vier, op één rij, achter die sjaffeur z'n hoofd! Met een doorzichtig stukje mica d'rtussen, om te loeren uit spiegel of geen niemand ze wou stelen. Afèn! Johnnie, was keertje opgestaan, van zitten naast z'n broer, daarzo bij eindhalte. Hij was buiten gaan staan, met roepen van: ‘Mensen, komen jullie na' deze bus! Soul Explosion! De geweldigste!’ Voor je dacht! Van alle kant protest! Nee, hij móest wachten tot die mensen zelf kwamen lopen! Dat was die mening van zijn konkurrensie! Toen hij met volle bus wou wegrijen, Dennis, werd hij zelfs ingesloten zeg ik je! Sjaffeurs van Ba-Ku en Sukta, drie zo, die daar waren, sloten 'em op, om 'em z'n les te leren! Met veel gebedel kwam hij van die halte weg! Ija! Django-stijl, dus net wild-west! Ma' dan kijk: paar dagen later, zowel Sukta als Tarantula, hebben een kleine jongen gezet, die mensen van de halte daar na' hún bus stuurt! Dan niemand kon iets zeggen! Durf maar! Zij waren ‘grote honden’ op die lijn toch! ‘Kleine hond’ kon z'n staart onder z'n buik knijpen! En Dennis wás een kleine hond! Dan kijk gebuikteGa naar voetnoot3 Sukta, daar, net wegrijend. Dennis z'n ogen volgden en tjekten.
Je had drie baasmannen, die die lijn beheersten: Mohalil, een hindoestaan, afkomend uit Nickerie, met bijnaam Tarantula; dan kreeg je Suktamed, ook hindoestaan, een felkarakter man, zonder bijnaam, ma' met een buik die met de grootste stadsbil kon strijenGa naar voetnoot4, om wie kollosaler pronkte; | |
[pagina 89]
| |
fo laaste, had je die mengwater, halfbloed indiaan, met halfbloed neger. Van naam geheten: Tula. Om deze laaste geen verwarring te laten maken met Tarantula, riep men 'em eenvoudig Ba-Ku, eigenlijk Bakroe! En bakroe was een soort kwelgeest, no? Apart van deze drie, had je die losse mannen op de lijn, ieder met één bus maar, om te sjaffeuren. Tarantula, Sukta en ook Ba-Ku, hadden ieder fo zich, drie bus op lijn, gedreven door sjaffeurs in dienst van ze. Sukta had al z'n drie, de kleur van blauw in verf gegeven. Drie blauwe bussen dus, met drie sjaffeurs, een hindoestaan van achter Kwatta (Zesde Rijweg) en twee bosnegers, Jakop en Jozef. Elke dag leken zij vroegste man, met vroegste rit. ‘Jongoe, fa? Hoe gaat het? Fa?’ Ah! Ba-Ku die een indiaan in dienst had, broer van 'em, en een jampanési met z'n javaanse kop boven z'n onderlichaam. Kijk hoe hij groet gaf aan ze, die Ba-Ku! Vooral ook aan die andere sjaffeur van 'em, die stadskriool, met z'n negerkroeshaar en zwarte bril op wittig dansende ogen. En ook z'n derde man, een basra basraGa naar voetnoot5 figuur, met z'n gemongen bloed, gaf hij z'n heilsteken: ‘Fa? Hoe gaat' met je? Rijdt die bus goed dan? En?’ Ba-Ku had bussen zonder één uiterlijk tegelijk, verschillend ook van merk. Hij wou niet, dan een mens kon zien, dat alledrie die bussen daar, waren van hem. Wou een soort schijnkapitalisme voeren toch: veel bussen hebben, ma' nie zichtbaar van jou! Dan als iemand je iets verwijt, dan kan je roepen: ‘Ma' ik heb niets, slechts ééntje maar! Want als ik ze allemaal had, dan had ik ze dezelfde kleur geverfd!’ Van al die drie busbazen, was Tarantula, die Mohalil, grootst bedrijvige man. Altijd sjaffeurde hij ook, dag en nacht, z'n eigen mannen in dienst afwisselend, tot op 't late uur dat zon kon hemel kleuren. Vooral na kino-tijdGa naar voetnoot6 reed hij, hijzelf, met een houwerGa naar voetnoot7 vlak naast zijn postuur achter 't stuur. Hoor 'em no: ‘Baaprebaap! Ik werk me cente hard, mati-meneer! Als | |
[pagina 90]
| |
kwade jongen zonder werk me komt stelen? Ik hem kap maken, mati-meneer!’ Hij zou dus elke dief, elke besteler, aan stukken kappen met dat scherpe tuig. Ze waren gewaarschuwd, die rovers, die elke nacht mensen en dieren molesteerden! Vooral met overvallen op Tourtonne IV. Ma' ook hielden ze sjaffeurs aan op late nacht. Dan, weet je hoe de toedracht ging? Luister: ‘Hé! Stop no? ... Sjaffeur, waar ga je zo laat? Kan je daar en daar komen?’ Dan als je zo'n boddy een drop geeft - tegen nachttarief natuurlijk - dan grijpt hij je, hij rooft je zak leeg fo je, alle dagcenten die je verdient hebt! Als je grap maakt zelfs, gaat hij met je hele bus weg fo je! N'no man! Hare, hare, baaprebaap!!!Ga naar voetnoot8 Hij zou ze leren wat een bril kost! Die Tarantula, gezouten en gepeperd wachtend op die schurk spelende jongens! Vooral die stadnegers, hangend zonder te willen werken, aan de eindpunten der buslijn! Zelfs tegenwoordig ook javaan en hindoestaan d'rbij! Hele potnat! Een jeugd zonder ondernemendheid! Dan hem, hardwerkman, beroven en bestelen? No man! A no kan!: Het kón niet! Hij ging ze met alle graagte helpen na' Nieuw Lina's Rust!Ga naar voetnoot9 Dus zou hij ze zo snel mogelijk doodkappen! 'n Dag, maakte één van die bosnegers van Sukta, bussjaffeur Jakop, aanrijding. Om mooi te zeggen, zoals mensen roepen, zonder te beseffen hoe het dagelijkse woord z'n schoonheid aan- en af doet rijen: Jakop sloeg iemand met z'n auto. Eén djoegoe-djoegoe, dus grote opschudding daar, vlak om de hoek bij halte. Je had daar het beginpunt van een andere lijn ook, met bussen stoppend, weggaand. Achter Jakop was een bus van die Ba-Ku. Dan, zo zei Jakop, werd hij gedrukt na' voren, door die bus van achter 'em. Terwijl, één of zelfs twee bussen van die andere lijn daarzo, waren net aan het wegrijen, weg van die stopplaats. Vanachter een parkeerbus (een bus gedreven door een neef | |
[pagina 91]
| |
van Tarantula) was iemand na' voren gekomen zonder zien. Bammmm!!! Bus van Sukta, met Jakop achter stuur, sloeg 'em! Aanrijding dus! Ah! Je denkt is grap! Netnet was Dennis met z'n broer in bus, van de andere kant aan het komen aanrijen. Ze stopten om te kijken na' dat ongeluk. ‘W'heeft gezien? W'heeft gezien dan?’ riep Jakop, bang zo, fo z'n broodverlies dat hij ging lijen toch, met ontslag bij blijken van zíjn schuld. ‘Ma'sa-nenge! Ma'sa-nenge! A kaba a mofo! A kaba a spoen!’Ga naar voetnoot10 Is zo jammerde hij zijn jammering! Hij gaf die schuld, aan die achterop komende sjaffeur van Ba-Ku. Bus van Ba-Ku, werd gedreven door die indiaanse broer van 'em. ‘Hij is gek! Breng 'em gauwgauw na' Kolera, dat gekkenhuis, laat ze 'em opsluiten! Wie heeft 'em aangerejen? Is nie ik!’ Die indiaan! Hij brak z'n zweet van kwaadheid uit. ‘Loekoe no!: kijk met je ogen: míjn bus heeft geen schram, geen enkele plaats beschadigd! Dan hóe kan je op je benen staan en zeggen, dat ik je heb aangerejen? Hn!!’ Hij liet een typisch waarschuwend indiaans geluid, in mensen hun oren daar, klinken. Baja, begin nie metGa naar voetnoot11 'em, vooral hoe 't leek, dat hij een tikkeltje kasiri tijdens werkuren had gedronken. Kasiri ja, indiaanse drank met alkohol in 't! Dus als polisie kwam... Die persoon, die deze auto had geslagen, lag daarzo, bloedde, blóedde! Ma' geen polisie kwam, althans, niet in het eerste halfuur. ‘Polisie is aan 't schaften!’ Hoor géén grappemaker daar, want 't kon gruwelijk waar zijn ook. Zoals als ze wegbleven! Baja! Met iemand op 't hete asfalt! Ma' ambulance kwam eerder. Mensen kwamen dichterbij ook, met een kring. ‘Gaan jullie aan een kant!’ wraakte Dennis! Hij was echt kwaad toch! Bus van kollega's waren in die zaak betrokken, hij niet, vond hij. Hij, hij wou gaan verder rijen op | |
[pagina 92]
| |
die lijn. ‘Laat ze! Die m'mapima's! Zíj kunnen dat geld missen! Ze kunnen zelfs advokaat betalen, die ze gaat laten vrijspreken! Ma' wij?! We kunnen nog geen ene fokking m'moer! Is niewaar Johnnie?’ Johnnie zat stil. Gedachten vlogen op en neder. Volgens hem was die man, die van achter die auto was gekomen, een ouwe pensioenhaler, fout. What een wonder, was hij nie op slag dood! In elk geval zou hij, Johnnie, geen getuige gaan staan spelen! Dan vlogen z'n gedachten weer na' al die meiden van die ochtend, die naast hem waren komen zitten. Geur van ze, hing in z'n gehersente. Dan weer, dacht hij aan alles, wat met die bus van 'em was gebeurd. Al die sabotaasje! Wie, wie had die dinges gedaan? Sukta? Ba-Ku? Een van hun voetjongens? Of losse sjaffeurs, zoals die andere, die nu achter ze toeterde met z'n tutuuuuutttt? Wie, wie zou daarvan getuigen? Dát ongeval bleef duister en zou nooit gaan komen fo de rechter. Laat staan vrijspraak fo wie? |
|