Historie van den heer Willem Leevend. Deel 6
(1785)–Aagje Deken, Betje Wolff–
[pagina 305]
| |
Waarde vriendin!Ik heb uit eenen Brief van Mevrouw Ryzig verstaan, dien zy aan haare Vriendin Everards gezonden heeft, dat myne geliefde Vriendin den berouwhebbenden en niet gekenden Zoon in gunst begeerde aanteneemen. Dit wagtte ik veel te zeker, om my daar over te verwonderen; en ik zoude uw hart weinig recht doen, indien ik u daar over durfde pryzen. Laat ik dan alleen zeggen, dat ik my daar over met u verheug. Dit is het niet al; ik heb u nog een veel aangenaamer bericht te geven. Uw Zoon, uw geliefde Willem, leeft, is gezond, en in eene zeer achtingwaardige Familie. [Mevrouw Helder geeft hier op een beknopt bericht van zyn verblyf, als ook eenige trekken uit het karakter der beide Gravinnen enz. Om alle herhaalingen voor te komen, laaten wy dit agter wege: daar op gaat zy dus voort.] Indien gy nu goed vindt, om Brieven aan hem te zenden, zo kunt gy die aan my adresseeren; | |
[pagina 306]
| |
ik zal die terstond aan de Juffrouw zenden, aan wie uw Zoon geschreeven heeft; of mooglyk die zelf direct bezorgen: liefst had ik, dat myne Dogter van deeze zaak niets wist. Ik wagt des een geheel Paket aan het adres van Mevrouw Everards. Chrisje schryft, zie ik, aan uwe Dogter; die ik tederlyk groet, my noemende
Uwe bestendige Vriendin,
Suzanna Helder, gebooren Van Beek. |
|