Nederduitsch taalkundig woordenboek. T-U. V(1810)–P. Weiland– Auteursrechtvrij Vorige Volgende [Vooravond] VOORAVOND, z.n., m. des vooravonds, of van den vooravond; meerv. vooravonden. Van voor en avond. Kil. veur avend. Het einde van den dag en de aan- [pagina 427] [p. 427]vang van den avond: ik kom in den vooravond eens bij u. Vorige Volgende