Vijand gevraagd
(1967)–Jacq Firmin Vogelaar–
[pagina 152]
| |
[pagina 153]
| |
i. WAAROM HANDHAAFT MEN EEN DEFENSIE. Als men zich voorbereidt op een denkbeeldige aanval vraagt men om een vijand. Paranoiede onzekerheid van het westen; wát moeten wij verdedigen en tegen wie? Waanzinnig gevolg, als voordat die zogenoemde vijand ook maar iets gedaan heeft men zelf tot de aanval overgaat bij wijze van verdediging (in het burgerleven wordt zo iemand in 'n inrichting opgesloten).
II. ONDERDRUKKERS, GELD- EN MACHTHEBBERS ZULLEN NOOIT VRIJWILLIG HUN MACHTSPOZISIE UIT HANDEN GEVEN. Als men de bestaande (mis) toestand wil veranderen langs legale weg betekent dit, dat men zich onderwerpt aan de wetten en regels van de gevestigde orde. De macht handhaaft zich door haar eigen wetten. Onrecht verdwijnt niet door recht.
III. PASIFISME DOOR DIK EN DUN IS IN FEITE EEN VERSTERKING VAN DE STERKEN. ER ZIJN TWEE SOORTEN GEWELD: Geweld om 'n zgn. orde te handhaven dwz. 't evenwicht in stand te houden tussen machthebbers en machtelozen door predikers, regenten, polisie, leger en amtenaren; en een geweld om onderdrukkers te vernietigen en mét hen de onderdrukten te doen verdwijnen door hen onafhankelik te maken. Keurt men dat geweld af, dan keurt men het andere geweld goed.
IV. WIL BEVOORRECHTING EN AUTORITAIRE MACHT UIT DE WERELD GEHOLPEN WORDEN, DAN ZULLEN TEGELIJKERTIJD GELIJKSOORTIGE VERSCHIJNSELEN OP LAGERE NIVOOS UITGEROEID MOETEN WORDEN: in de machtsverhoudingen tussen bv. regeerder en geregeerde, planner en geplande, uniform en civiel, intellektueel en minder-geschoolde, spesialist en leek, werkgever en werker, automobilist en voetganger, normale en abnormale, vader en zoon, man en vrouw, vrouw en man, leraar en leerling, arts en pasient, informant | |
[pagina 154]
| |
en kijker / luisteraar.
V. ALS MEN NIET ONTWAPENT MOET MEN REKENEN OP OORLOG. Omdat de wapenwereld autonoom gemaakt is en zichzelf niet op zal rollen, blijft er nog alleen de DIENSTWEIGERING uit wanhoop en als teken van onmacht. 'N bizar toneel als er op de weigering te doden vrijheidsstraf staat en voor de opleiding tot moord 'n premie en eretekenen, (wat niet veel anders is als, dat er voor 't ongelimiteerd kinderen maken 'n subsidie bestaat en 't voorkomen ervan in veel gevallen strafbaar is, en zoals de moord kijkgenot is en het bedrijven van liefde 'n verborgen genoegen voor volwassenen).
VI. NA KOLONIALIZASIE MET WAPENGEWELD VERSCHIJNT ER EEN ANDER SOORT KOLONIALISME NL. EKONOMIESE EN MENTALE OVERHEERSING. Ontwikkelingshulp is geen liefdadigheid, de bevestiging van overmacht en kamoeflage van afzetterij, maar het is de afbetaling van de westerse vooruitgang schulden die zij verplicht is te betalen, zoals duitsland na 'n oorlog de schade moest betalen (tot zijzelf ervoor betaald werd om ingeschakeld te kunnen worden in de ‘verdediging’ tegen het rode gevaar). Knibbelpartijtjes in de kamer over 1 of 1½ prosent is 'n zielige vertoning, als men rekent dat driekwart van onze rijkdom gestolen goed is. nu neemt het westen 't air aan van 'n autoritaire werkgever.
VII. ER VALLEN MILJOENEN SLACHTOFFERS VOOR IETS DAT NIET MEER IS DAN 'N WOORD: DE (WESTERSE) VRIJHEID, DIE VERDEDIGD MOET WORDEN TEGEN DE ‘REBELLEN’ IN VIETNAM, AFRIKA, EN ZUID-AMERIKA. Wij schijnen het alleenvertoningsrecht te hebben van de vrijheid. De vrijheid die ‘wij’ bezitten schijnt te bestaan, zolang de | |
[pagina 155]
| |
kritici van deze vrije wereld hun verzet beperken tot het uiten, schrijven, zingen en schreeuwen van woorden die op zich de bestaande praktijken niet in gevaar brengen, maar de verdraagzaamheid houdt echter op als de radikale tegenstanders van het sisteem tot handelen overgaan. Wie niet voor ons is, is tegen ons: 'n nieuwe inkwizisie, de heksenjacht van onze eeuw op joden, niet-gelovigen, negers, kommunisten, sjinezen, en onmaatschappeliken, - zo wordt de heiligverklaarde Orde gehandhaafd, en de onzichtbare god eist offers.
VIII. HET GELIJK TELT GEEN DODEN. In Indonesië konden bijna 2 miljoen mensen vermoord worden omdat ze kommunist genoemd werden (zonder dat er zelfs maar politieke betrekkingen verbroken werden; en Verolme bleef er haast koninklik als onze zaakgelastigde optreden). En ook de meeste progressieve kranten voegden het met 'n onzeker gevoel van opluchting bij de faits divers. De dood van 1 man, toevallig president van 'n min of meer bevriende staat, werd een winstgevend detektieveverhaal op wereldschaal met speurders in talloze huiskamers.
IX. DIREKTE INVLOED VAN HET SCHRIJVEN BLIJFT EEN ILLUZIE. Geen direkte ombuiging van 'n bepaalde politiek of gedragspatroon, - de schrijver zou de toon van zijn tegenstanders moeten gebruiken en zou daarmee aan hen gelijk worden, maar misschien wel invloed door 'n verandering van het kijken naar mensen en dingen: niet in één richting zoals door reklame, kerken en amuzement gebeurt, maar door voorbeelden waarin niet de herkenningstekens het belangrijkste zijn, maar 'n veranderde manier van kijken, 'n andere (open) kijk op iets, die wat is uitbreidt ontwikkelt en daarmee verandert. EEN REVOLUSIE VAN HET OOG EN HET OOR.
X. DE VOORNAAMSTE FUNKSIE VAN HET SCHRIJVEN MOET ZIJN HET REALIZEREN VAN TAAL ('n boek is geschreven). | |
[pagina 156]
| |
Taal is het materiaal, dat subjekt en objekt is. Goed schrijfwerk maakt woorden relatief tov bepaalde situasies en staat daarom lijnrecht tegenover het absolute gebruik van woorden en begrippen (vrijheid, welvaart, dé mens, vrede, liefde, demokrasie, toekomst, orde & c.) door politiekers, die met gemene delers werken en zodoende de werkelikheid vervalsen; het ergste is 't daarom als 'n boek of ‘kunst’ door politiekers worden gebruikt als alibi.
XI. DAT ER IN NEDERLAND BIJNA GEEN GOEDE BOEKEN GESCHREVEN (KUNNEN) WORDEN EN ALS ZE ER ZIJN NAUWELIKS WORDEN GELEZEN. KOMT VNL. DOOR HET ONTBREKEN VAN EEN ADEKWATE KRITIEK, dwz kritici die goed kunnen lezen en andere lezers informasie geven over die boeken ('n boek kan pas echt goed worden als het goed gelezen wordt). Nu zijn de kritiekers de gemakzuchtige ordehandhavers van 'n literaire historie, waarin boeken 'n stamboom vormen en er verder zijn om de priveefilosofietjes van deze toevallige kritieker te bevestigen. Als pavlovhondjes reageren zij uitsluitend op wat ze herkennen.
XII. DE SCHEIDING TUSSEN SCHRIJFWERK EN WERKELIKHEID WORDT GEMAAKT OM EEN VEILIGE AFSTAND TE BEWAREN TUSSEN SCHRIJVERS EN DEGENEN DIE (OP EEN ANDERE MANIER) DE WERELD ONDERZOEKEN EN ERMEE MANIPULEREN. Wie weet wat dé werkelikheid is. Het zgn. objektieve verslag van krant en radio en t.v. is 'n schijnwerkelikheid, evengoed als 't ‘realisme’ van 'n boek of film (een autoongeluk in de krant is even fiktief als 'n lustmoord op houtvrij papier, ze bestaan alleen voor- of achteraf in woorden). Een boek is geen weergave van wat dan in de wandel werkelikheid heet maar 'n mogelikheid ervan, die op de een of andere manier gerealizeerd wordt door het schrijven: 'n vorm van werkelikheid en tevens door z'n verschil in vorm krities subjekt van andere reële mogelikheden. | |
[pagina 157]
| |
XIII. VOOR DE SPELLING IS MAAR EEN REGEL VAN BELANG, DAT DEGENE TOT WIE MEN ZICH RICHT NIET VERKEERD BEGRIJPT WAT ER BEDOELD WORDT, andere regels zijn onbelangrijk (zijn er om 'n abstrakte taalorde in stand te houden) en diskriminerend als mensen, uit angst 'n d ipv 'n t te schrijven, helemaal niets durven schrijven; en als bepaalde schrijvers zich kantten tegen overigens niet eens zoon radikale wijzigingen bewijst dit eens te meer dat zij geen nosie hebben van hun materiaal maar alleen oog voor ‘de literatuur’ en hun hierarchiese pozisie daarin. Overigens ben ik van mening, dat bijv. G.K. van het Reve geboykot dient te worden, als hij de oorlogsmisdaden van amerikanen meent te moeten goedkeuren (‘Dass einer ein Mörder ist, muss nichts gegen seinen Stil beweisen. Aber der Stil kann beweisen, dass er ein Mörder ist!!’ K. Kraus)
XIV. WIE ZICH NIET MET POLITIEK BEMOEIT (en politiek omvat alle maatschappelike verhoudingen op elk denkbaar nivo) HEEFT REEDS DE KEUZE VAN EEN POLITIEKE PARTIJ GEDAAN, WAARAAN HIJ ZICH JUIST WILDE ONTTREKKEN: HIJ DIENT DE HEERSENDE PARTIJ. IEDERE AFLEIDING VAN HET BEWUSTZIJN IS 'N MEDEPLICHTIGHEID MET HET GEWELD DAT IN ONZE NAAM WORDT GEBRUIKT. |
|