| |
| |
| |
| |
‘Und das Chaos sei willkommen, denn die Ordnung hat versagt!’
(Karl Kraus: Die chinesische Mauer, 191)
| |
| |
| |
[Vijand gevraagd]
Hoelang rijd ik nu al - steeds langzamer door dit eindeloos uitgebreide landschap -- leeg en gebroken wit -
'N open plek tussen de op onregelmatige afstanden van elkaar staande bomen van 'n dennebos. 'N houten keet van gekarbolineerde planken, 't dak bedekt met 'n laag sneeuw waarop kleine takjes en blootliggende mosstrepen tekens vormen in 'n gebroken schrift. Aan de voorkant een deur die half openhangt aan stukken leer (van 'n broeksriem of paardentuig) die als scharnierband dienst doen. Takkenbossen naast de deur, 'n paar blokken hout, en schuin tegen de buitenmuur staat 'n nog aangeklede vogelverschrikker, vilthoed over de kop van bruin verrot stro, nog maar één arm, aan de andere schouder 'n lege mouw van de lange geblokte overjas met op de borst, ongeveer tussen de vijfde en zesde knoop, 'n tamelik groot kruis waarvan het koperen korpus de armen en benen gebroken zijn zodat ze vreemd zijwaarts uitsteken (alsof iemand met 'n stok hard op de molik heeft staan slaan) en op verschillende plaatsen steekt het stro door gaten naar buiten en is het van 't houten geraamte afgerukt. Er zijn geen voetstappen bij de deur te zien, ook geen bandesporen of andere tekens dat er nog kortgeleden iemand in de buurt zou zijn geweest, - alleen ongeveer 'n halve meter voor de drempel 'n ronde opening in de sneeuw die aan de randen geel is, en kleine druppelgaatjes in 'n waajervorm tot aan de drempel, als of er pas iemand heeft staan pissen; het zal geen hond geweest zijn met al 't houtwerk in de buurt.
Vanachter de hut klinkt gekraak van hout, voetstappen over de bevroren grond en 'n aangehouden pletterend geluid van iets dat begint te rijden,
komt er om de hoek links iemand tevoorschijn die 'n bromfiets naast zich voortduwt. Hij kijkt even om zich heen, omhoog met knipperende ogen, naar links ziet waarschijnlijk de pop, strijkt met z'n ene hand door de verwarde haren, zet de brommer tegen de hoek van de hut en loopt naar de vogelverschrikker toe en pakt z'n hoed, blijkbaar om te proberen of die hem
| |
| |
past slaat er het laagje sneeuw af tegen z'n dijbeen en trekt hem diep over z'n ogen: 'n stille - tikt met twee vingers aan de rand mompelt iets
zet het rechterbeen half achter het linkse de voet naar buiten knie licht gebogen trekt hij met een bliksemsnelle beweging de revolver uit z'n zak arm schiet naar voren, OVER: had de revolver in de andere zak/
geeft zich met de vlakke hand 'n klap op de kop op de slappe hoed zodat de gleuf nog dieper komt, en zet hem dan weer af, zwierig schuin op de strobos van de landloper,
vrijft 'n handvol sneeuw over z'n voorhoofd en
loopt dan zonder verder nog om te kijken met de bromfiets aan de hand tussen de bomen door over hobbelige stronken en brekende takken naar de weg -
Reed hij, zwaar trappend steeds langzamer, door de verlaten velden, terwijl de zon, getemperd door 'n matglazen wolkenveld, het in onregelmatige vlakken verdeelde land 'n onwerkelike transparantheid gaf -
VANUIT DE VERTE
werd in de nevelige lucht 'n vierkante toren zichtbaar, hoog boven de lage daken van het dorp uit. Ongeveer vanaf de helft weer opnieuw opgebouwd wat te zien was aan de kleur steen die, vergeleken bij het nog zwartgeblakerde benedenstuk, lichter was; 'n dak van blauwe lei en bovenop 'n blinkend gouden haan, kroon op 't restaurasiewerk van de monumentenzorg.
Rond de twede toren, er schuin achter (vanuit die gezichtshoek: in het verlengde van de nieuwe spits en pas zichtbaar toen de weg in 'n bocht naar rechts ging) stonden al wel steigers, maar het was niet meer dan 'n afgebrokkelde rotte stomp,
nog steeds na al die jaren.
De lucht erboven grijs en dicht: sneeuw in de lucht (wat voor de hand ligt in een natuurbeschrijving kant en klaar in de herinnering).
| |
| |
Witte roomranden van nog overgebleven sneeuw op de dakgoten en de bomen maakten van het levenloze uitzicht 'n vredige kerstkaart
(zag hij niet onderweg over de bevroren akkers 'n figuur aan komen rennen, spiernaakt - in 'n wolk van verdampend zweet en hete adem - struikelend, met fladderende armen,
stilstaan om op adem te komen en achterom te kijken naar 'n bende achtervolgers,
die spoedig in zicht zouden komen, zodat hij dan weer verder zou moeten strompelen)
door de stilte 'n bijna volmaakt landschap, ook al is het gevaarlik glad op de weg - de dunne banden slingeren door de omgewoelde bruinachtige brij.
Op 't stuur van de bromfiets - 'n oud plomp model - grillige roestvlekken, deuken in de koplamp, de kilometerstand konstant met 'n 3 op het eind en 'n tellerwijzer die bibberend op o blijft hangen. Om de handvatten en hendels gebreide handschoenen met slijtgaten waar de duimen bloot uitsteken.
De motor heeft het ('n paar kilometer terug) opeens met 'n geweldig gekraak in de friksie begeven en was daarna niet meer aan 't lopen te krijgen; met zwaar trappen komt hij nog maar moeizaam vooruit door de rulle zandsneeuw.
Nergens iemand te zien, zelfs niet de spreekwoordelike hond. Iedereen bij de kachel,
of misschien onzichtbaar achter de glasgordijnen vanuit welke veilige pozisie ze ongehinderd de weg af kunnen kijken, kunnen uitmaken of het 'n vreemde is of niet, of dat hij -
(Hij zou Veit kunnen heten, Veit Victor of Victor Veit. Zo nu en dan is Vorster Valk plotseling van huis verdwenen en kan men hem in afgedragen kleren door de omgeving zien dwalen, of wordt hij gesignaleerd als hij op z'n bromfiets door een van de omliggende dorpen komt)
| |
| |
...die kennen we niet, nooit eerder hier gezien, 'n vreemde, wat moet die hier zoeken?
Gordijnen die telkens als hij - onverwacht - zijn hoofd die kant uit draait lijken te bewegen - door de wind zal wel. Men ziet
hoe hij, recht tegenover hun huis, afstapt, met z'n ene hand 't stuur vasthoudt en neerhurkt - 'n afleidingsmaneuvre natuurlik -
met z'n andere hand aan het motorblok frunnikt
en dan plotseling over z'n schouder achteromkijkt,
traag
- verdacht langzaam -
weer rechtop gaat staan, als om hen te tergen nog eens uitgebreid de tas achterop de bagagedrager rechtschuift hoewel die er stevig genoeg opgepakt zat,
en tenslotte weer opstapt, met de voeten aan de grond blijft staan,
bij de polsen in de handschoenen blaast, nog eens omhoogkijkt naar de dichte lucht
of naar de torens
of naar 'n overvliegende vogel
en dan pas weer verdergaat, moeizaam 't bovenlijf met elke pedaalslag diep naar voren, 'n beurtelings naar links en naar rechts krommende rug
kijkt men hem na: 'n man op 'n kapotte bromfiets waarvan af en toe 't achterwiel begint te slippen zodat hij met moeite in evenwicht blijft,
die bijna midden op de rijweg zigzaggend uit 't gezicht verdwijnt.
Als hij de straat uit is slaat 'n koude wind hem tegen, nu hij niet langer tussen de beschutting van de huizenrij rijdt. Hij is vlak onder de torens gekomen en rijdt langs 'n groot kerkplein. Voor het eerst ziet hij mensen in 't dorp: midden op de betegelde ruimte staan 'n aantal mensen in 'n kring bij elkaar, 'n wolk van ademdamp en rook boven hun hoofden; uitsluitend mannen, de meeste met dikke duffelse overjassen aan en petten of oorwarmers op - hoe kunnen ze elkaar zo verstaan of is dat niet nodig - het gaat er luidruchtig aan toe
| |
| |
plotseling houden ze stil: een van hen heeft hem blijkbaar opgemerkt en hen gewaarschuwd, - als één man keren ze hun gezichten in zijn richting.
Hij blijft recht voor zich uit kijken, alsof hij er niets van gemerkt heeft. Hij ziet vanuit zijn ooghoeken niemand van de beeldengroep bewegen.
De toren is van zo dichtbij nog eens zo grauw waardoor het nieuwe bovenstuk nog misplaatster lijkt.
Hij voelt dat ze iedere beweging van hem volgen -
Iets verderop is 'n tweesprong: hij ziet vanhieruit al dat er geen bord staat
(als het hier is waar hij toen langs gekomen is moest er nu 'n ijzeren paal staan - één arm die naar de grens wijst en twee andere waarop de namen van de komende en de achter hem liggende dorpen)
geen richtingaanwijzer dus, zelfs geen paddestoel met letters die pas op vijf meter afstand te lezen zijn.
Hij wil nadenken om zich duidelik te herinneren wat links en rechts geweest is welke weg waarheen gaat vanuit welke richting hij komt en / maar 't zware trappen en de wind in z'n gezicht en de blikken die hem tot het laatst blijven volgen en zijn neus die telkens weer vochtig wordt maken het onmogelik - ook in zijn hoofd lijkt dezelfde grijze sneeuwlucht zich te hebben samengepakt -
links of rechts rechts is links, altijd bang net verkeerd te hebben gegokt 't andere (achteraf) altijd beter,
waarom stop ik niet even en loop dat eindje terug om 't aan die lui daar te vragen -
die nog steeds hun grauwe gezichten naar hem (of naar de zwarte stippen achter hem in de lucht) gekeerd hebben.
Een wijst naar hem - of haalt hij omstandig z'n zakdoek tevoorschijn of wenkt ie of - (:alles lijkt mogelik en is tegelijk uitgesloten) - in gedachte (zijn gedachten gaan sneller dan de feitelijke gebeurtenissen, ze komen een of meer tegelijk schuiven over elkaar raken dooreen vallen samen en verdwijnen, vanwaar ze gekomen zijn -)
| |
| |
...midden in de stasionstraat stoppen, de bromfiets plat op 't trottoir leggen, en teruglopen naar 't kerkplein na eerst geprobeerd te hebben 'n bakkerswinkel binnen te gaan waarvan de deur gesloten blijkt zodat hij maar even naar de etalage blijft staan kijken waar nog alleen een enkele schaal met trapsgewijs opgestapelde bokkepootjes in staat en 'n(waarschijnlik met houtwol gevulde) doos LIGA -
en waarom geen kerk van bruine sjokola met 'n besuikerd dak en roodpapieren gotiese raampjes en 'n met poedersuiker besneeuwd kerkplein ervoor met popperig kleine figuurtjes - en dan vervolgens de richting uit van de groep op het plein -
het lijkt alsof de kring groter geworden is en er meer autoos langs de kant staan, en ze ook heftiger tekeer gaan,
er is (intussentijd) iets veranderd, of komt het alleen doordat hij nu zelf ook op de begane grond staat / en bijna valt op 'n plaats waar 'n glijbaan ondergesneeuwd is
(waarna hij inplaatsvan naar hen toe te lopen weer rechtsomkeer maakt).
midden in de straat stoppen en teruggaan om hen wat te vragen?
Schuin tegenover de kerk is 'n kafee - De gordijnen zijn gesloten en voor de deur is 'n plaat hout gespijkerd; er zal niets te krijgen zijn waarschijnlik, - aan de binnenkant van 't raam hangt 'n prijslijst en boven de in krullerige sierletters geschilderde naam van de kafeehouder PIETER VREEDE
'n aanplakbiljet met 'n rand van groene hulsblaadjes en rooje balletjes in grote rode letters de aankondiging voor 'n toneelstuk WAAR DE STERRE BLEEF STILLESTAAN de rest kan hij van die afstand niet lezen.
Hij zal 't kafee DE VERGULDE AARS
- de L is weggekrabt van de laars die ook al niet meer aan de haak boven de deur hangt, zal in de reparasie zijn bij de goudsmid of de schoenlapper -
niet binnengaan, zich niet temidden van boeren die niets om
| |
| |
handen hebben op z'n eentje kunnen bedrinken -
De stasionstraat dwars door de bebouwde kom en hij is het dorp al bijna weer uit. Daar is 'n tweesprong.
Hij kiest links, zonder op dit ogenblik presies te weten waarom, hoogstens om 't meetkundig idee dat als hij maar steeds links aanhoudt hij - uiteindelijk - vanzelf weer op 't punt uit moet komen waar hij (vanmorgen / veel langer geleden: waar zijn herinnering begint eindigt) vertrokken is,
't lijkt al zo lang geleden: vanmorgen terwijl er sindsdien nauweliks iets gebeurd is tenminste niet iets dat (aan hem te zien) ingrijpende veranderingen veroorzaakt heeft -
(hij zou Veit kunnen heten Veit Victor of Victor Veit, kortweg VV, 35 jaar hoewel hij er jonger uitziet en dat misschien ook wel is, getrouwd, inmiddels (wegens geestelike vreedheid) gescheiden, alleenwonend in 'n kleine plaats van 150.000 inwoners waar hij ook geboren is, en na meer dan twintig jaar te zijn weggeweest door een of andere onverklaarbare reden of het moet zijn door 'n vreemde draai van het toeval (daar / hier) is teruggekeerd, en er nu op 'n reklameburo (of 'n redaksiekantoor) werkt,
om in de avonduren of op de dagen dat hij er soms tussenuit knijpt op kleine (verkleinde) schaal de dingen te doen die hij in gedachten altijd al heeft willen doen, - nu eindelik ongestoord,,
die zijn dagen zorgvuldig verdeelt in het werk voor 't dageliks brood + aanverwante art. én de tijd die hij denkt voor zichzelf te hebben
waarin hij z'n ouwe plunje weer aanschiet en zich bij wijze van spreken op 'n andere planeet waant, ook al weet hij zelf beter, en hij wat ie in de 7 uur noodgedwongen heeft moeten opbouwen en in de loop van de tijd (ongewild) heeft voortgebracht (als in 'n droom) met 'n intense sistematiek afbreekt / met terugwerkende kracht teniet doet,
Victor Veit die z'n vrouw, 'n vrouw zegt hij zelf, gek
| |
| |
heeft laten worden zonder een vinger uit te steken, die alleen gekwetst glimlachte, vlgs de boven- en onderburen op 'n manier van wat kan mij 't schelen ik kan er ook niks aan doen, toen ze voorgoed, spartelend in 'n witte zak gesjord en moord schreeuwend, 't huis, haar huis werd uitgedragen,,
Valk Vorster die hoeveel hij ook drinkt nooit dronken wordt of buiten zichzelf raakt, integendeel alles steeds scherper gaat zien zegt hij, hij zou liever z'n ogen sluiten maar het lukt hem niet en op stap met 'n luidruchtige groep waarvan hij de meeste nauweliks kende twee mensen vlakbij hem om zag komen zonder dat iemand het ooit gemerkt heeft (: één viel van de brug toen ie stond te pissen tussen twee geparkeerde autoos, de ander kwam met z'n zotte kop onder 'n taksie, eigen schuld) 't mocht de pret niet drukken -
en die savons of tussen 't werk door in 'n schrift afgekorte notisies schijnt te maken van dingen die hem overkomen of te binnen schieten die hij anders zou moeten vergeten zegt men geheimzinnige formules kodeberichten onleesbare onzin -
af en toe is Vorster Valk plotseling verdwenen en kan men hem in afgedragen kleren, 'n militair jek en versleten spijkerbroek, door 't land zien lopen (als 'n slaapwandelaar) of
wordt hij ergens gesignaleerd als hij door een van de omliggende dorpen komt
(hij zou er in 'n hut willen wonen ver van alle krankzinnige geraas en mensen die hem opdrijven anderen onder anderen hém tot razernij brengen)
op z'n, meestal 'n gestolen, bromfiets:
Victor Charlie waar niemand hoogte van kan krijgen die sanderendaags weer gelaten de orders aanhoort van z'n sjef om die en die bestelling te boeken en uit te voeren
en aan de volgende opdracht begint - alsof er niets gebeurd is)
Langs boomgaarden, kerkhoven met de kale bomen
| |
| |
allemaal op gelijke afstand van elkaar, de sloten niet meer dan ondiepe gloojende vorens.
Hier en daar zwarte vogels die stil rondstappen of roerloos langs de weg staan.
moedertje natuur -
De boerderijen tamelijk ver van de straatweg af, bij het hek aan de ingang 'n aantal melkbussen, verschillende op hun kant en verroest. de goede natuur - alles is zo goed scheefgegroeid - vastgeroest
Op enkele daken 'n draajende windwijzer in de vorm van 'n kubistiese kip
scheefgegroeid dat de mensjes beter onder de grond kunnen gaan leven - mollen onder elkaar -
of anders 'n knarsend vaantje boven de boomtoppen uit; maar geen rokende schoorstenen, alsof iedereen op heteluchtkacheltjes is overgegaan.
aardedonker hoeven we elkaar ook niet meer te zien - vroeten en met de ellebogen werken om vooruit te komen - hebben we onderhand wel geleerd -
Hij ploetert toch maar verder, de tranen in de ogen.
dus duik onder o mensch kom tot uzelf -
De boerderijen steeds verder van elkaar, lijken ook kleiner. Hier en daar 'n losstaande schuur - als 't niet zo verrekte koud was kroop ik erin in zoon stal - en de weg smaller, kinderkopjes in plaats van makadam.
Soms meent hij 'n punt te herkennen - 'n driehoekig dennebos of 'n stuk land dat in 't midden tot 'n heuveltopje oploopt met 'n hek van onbewerkt hout eromheen, 'n transformatorhuisje met 'n rooje banbliksem HOOGSPANNING LEVENSGEVAARLIK onder 'n doodskopje, twee H-vormige huiskompleksen bij elkaar, - maar hij kan 't zich ook verbeelden, alles schuift door elkaar heen zodat hij niet goed meer weet wat geweest is of bekend en wat hij voor het eerst ziet -
hoevaak heeft hij niet door de sneeuw gefietst, al was het alleen maar in 'n plaatjesboek of op de tv - hij heeft het ge- | |
| |
daan - het zou 'n pakkend kerstspel zijn: eenzame donder met nauweliks kleren aan z'n lijf op 'n aftands rijwiel door 't platteland op zoek naar wat hartelikheid en worstebrood, in 'n dorp - het is tenslotte maar één keer kerstfeest - door de inwoners onthaald op alles wat lekker is volgens hen, dat dát nog mogelik is in ‘deze tijd van staal en beton waarin de eenzame mens’ nog alleen maar goed is voor 'n handwijzing van de bond-zonder-naam of vereniging van slijterijen.
Hij (= de hoofdrolspeler) lacht, zonder z'n gezicht te hoeven veranderen.
Hij heeft nu de wind recht van voren. Met zijn linkerhand beschermt hij z'n voorhoofd tegen de wind die er vlijmscherp insnijdt.
Zijn bril beslaat telkens door zijn adem, hij schuift hem op 't puntje van z'n neus zodat hij tenminste nog 'n beetje kan zien waar ie rijdt.
Het is ver, steeds verder zolang hij door blijft rijden, door 't open land, steeds langzamer,
tot hij wel moet afstappen om niet te vallen en languit in de sloot langs de weg te komen (ik heb er ooit in gelegen - toen ik bij jean was 't geloof ik ja achterop zat en hij om stoer te doen recht op de sloot af reed en niet meer kon remmen zodat we over de kop in die blubber sodemieterden)
gotverdomme ik kom hier zo nooit weg
Hij doet z'n handschoenen uit en steekt z'n vingers in de mond om ze warm te sabbelen,
waarom ben ik ook gegaan vandaag als ik ergens in 'n kroeg gedoken was
kijkt omlaag naar z'n doorweekte laarzen, steekt de ene neus met 'n gat tussen de spekzool en 't bovenleer waar 't nat doorkomt omhoog.
zat ik nu tenminste droog met m'n fok in 't zoveelste puntje jonge of ouwe - ik word ook zo moe - haal 't nooit op deze manier -
Nu hij staat merkt ie hoe stijf z'n bovenbenen zijn en dat z'n zitvlak nat is van 't zweet.
In de sloot steekt 'n bordje boven de smurrie uit met in keu- | |
| |
rige gemeenteletters wit op blauw ZINKBUIS
RIOLERING erop geschilderd, voor de koejen.
Hij zou de bromfiets langs de weg kunnen laten liggen en verder lopend gaan, in de hoop ergens 'n bushalte te vinden of misschien 'n lift te kunnen krijgen, - hierdoor realizeert hij zich dat er tot nu toe nog helemaal niets langs gekomen is nergens heeft ie de laatste uren 'n auto of iets dergeliks zien rijden - alleen op 't kerkplein stonden wat wagens geparkeerd - op z'n minst vreemd. De hele streek lijkt wel uitgestorven.
Hij rekt zich uit en kijkt om zich heen, begint hardop te praten, iets als 'n ingestudeerde preek, het klinkt hard in 't open veld:
profisiat mijne heren onheils- en weerprofeten mijn deelnemen, eindelik is het u dan toch gelukt alle voorspellingen uit te laten komen in één KLAP DE NIEUWE WERELD HET LAND VAN DE TOEKOMST HET BELOOFDE LAND dampen Bee Zet incaps gassen en dodelike stoffen in de misleidende vorm van sneeuw en nattigheid die anders de kerststemming en andere broze gevoelens moeten opwekken in de harten van oprechte gelovigen en opgelichte binnenvetters, onder deze kamoeflage hebben kwalike dampen alle lieve leven op 't westelike halfrond tot in de wortel vernietigd, werd wel tijd hiephoi LEVE DE UITDENKERS die fijnproevers -
hij wacht even als wil hij genieten van 't effekt dat zijn woorden toch zeker moeten hebben, gaat verder als 't applaus uitblijft:
alleen de sterkste, de laatste der hiepere hiepochonders is nog vlijtig bezig aan zijn pelgrimstocht zijn plechtige uitvaart trammel trammel ho hozanna hozanna in de hoge HEE DAAR WE GAAN SLUITEN KLAAR OVER en hij trapt bij 'n bermpaaltje 'n opgewaaide hoop sneeuw uit elkaar - ik zou best zin hebben in 'n dubbele borrel - poolreizigers vraten sneeuw of gebruikten 't om tee te zetten - maar ik heb helemaal geen trek in tee och laten ze toch barsten wanneer schrijft er eens iemand 'n verhandeling of 'n proefschrift over 't seksuele leven van penguins poolvossen en afgedwaalde geleerde vorsers in kouwe streken - neuken bij veertig graden onder nul om aan de bevriezingsdood te ontkomen lijkt me 'n leerzame
| |
| |
bezigheid om te zien uitzending van teleac geeft aardige perspektieven - maar geen gelul we moeten verder het dagelikse leven is 'n doodernstige zaak lachen zou heiligschennis zijn vooruit voorwaarts MARS -
Loopt hij verder met de steeds zwaarder aanlopende bromfiets aan de hand, terwijl hij met z'n brooddroge lippen niet al te helder 'n melodietje fluit - zodat de zichtbare adem onregelmatiger uit z'n tuitmond walmt, - waarvan hij het heeft weet hij niet meer, alleen dat de paar keer dat hij vandaag ongewild begon te fluiten het telkens 'tzelfde slijmerige wijsje was, dat hij nu maar de valk vliegt zich lam of anders ferdinand in z'n dooje eentje op weg naar z'n witte massagraf doopt en er meteen na 'n rochel mee ophoudt.
'N paar honderd meter verder komt weer 't dak van 'n huis in zicht,
blijkt even later als ook de rest zichtbaar wordt het dak van 'n grote boerderij te zijn - er komt rook uit de schoorsteen, 'n wapperende pluim.
Als hij langs 'n hoge haag loopt verdwijnt de boerderij weer voor 't grootste deel. Aan het eind van de ligusterhaag is 'n zijweg, 'n breed zandpad naar de boerderij waarvan hij zojuist het dak heeft gezien.
Hij schudt de fiets wat heen en weer om er de aangekoekte smeertroep van af te krijgen, wil dan opstappen om sneller vooruit te komen / als
OP HETZELFDE MOMENT vanuit het zandpad om de hoek van de dichte haag twee mannen aan komen lopen in 'n stevige pas op hem aan, maar als ze zien dat hij juist op het punt staat weg te rijden beginnen ze meteen te rennen
zwaajen wild met hun armen, alsof ze vee opjagen, en roepen iets maar hij kan het niet verstaan, - hij springt met een zwaai van z'n rechterbeen op 't zadel en begint zo hard ie kan te trappen maar hij komt haast niet vooruit hij is ook niet omgekeerd maar rijdt recht op hen af
ze zijn al vlakbij - ik wil
| |
| |
weg - en grijpen me bij mijn armen vast
ieder aan een kant hijgend staan ze naast hem, twee grote kerels met roodaangelopen gezichten die naar hem opkijken
- je wou er vandoor hè -
- maar zo gemakkelik gaat dat niet, - valt de ander slissend in, die toch iets kleiner blijkt te zijn dan de rechtse en hem in alles nadoet.
ik heb m'n voeten nog op de trappers en word door de twee mannen in evenwicht gehouden - wat willen ze van me - ik ben niet bang maar ze moeten wel van me afblijven - bovendien stinken ze / jullie stinken sorry dat ik 't zeg hoor, blijf met je handen van me af, - even kijken ze elkaar ietwat verbouwereerd aan (ik had 't gezegd zonder dat ik 't eigenlik wilde) - je bent verdomd brutaal kereltje - het doet pijn in m'n bovenarmen waar ze me vasthouden.
Hij kijkt verbaasd naar de handen. AU - de een heeft me gemeen hard in m'n spierbal geknepen ik wil me losrukken
- dacht je zo eenvoudig weg te komen
ik moet van ze af en wel zo gauw mogelik ze maken me aan 't schrikken met hun domme ponem ik moet snel iets zeggen gauw iets doen - maar wat -
- wat doe je hier in de buurt, we hebben je heus wel door, wat dacht je/
(wat denk ik)
- blijf met je klauwen van me af zeg ik je, ik wil onderhand wel eens verder, deze flauwekul heeft nu al wel lang genoeg geduurd, laat me los verdomme laat me los ik begin kwaad te worden/
De woorden komen er stotend uit, hij heeft blijkbaar last met z'n ademhaling, - de mannen grijnzen als ze zien hoe hij zich in bochten vringt om los te komen,
- stap maar 'ns af meneertje, we hoeven je toch niet te leren fietsen -
Terwijl de linkse het stuur vasthoudt trekt de ander hem van het zadel
(wat willen ze toch van me ze spelen 'n spelletje met me/)
- kom mee -
| |
| |
Hij loopt naast de grote man 't zandpad af, in de richting van de boerderij,
waar op 't erf
'n grote zwarte hond komt op hem af rennen, hij heeft 'n muilband voor, en springt tegen hem op - de voorpoten op m'n schouders als welkom - maar wordt bars teruggeroepen en onwillig gaat Max terug/,
ziet hij nu pas, 'n aantal mensen bij elkaar zitten voor de deur, op groentekisten of ergens tegenaangeleund, die dik ingepakt, sigaret of pijp in de mond, met dichtgeknepen ogen (tegen de scherpe zon achter hem) in zijn richting kijken.
Ze moeten hem al van verre hebben zien aankomen, terwijl hij niets in de gaten had, alleen 'n rookpluim heeft gezien. Hij begrijpt er helemaal niets meer van als hij bemerkt dat sommige van hen 'n geweer in de hand hebben (af en toe strelend over de bruine kolf en dofglanzende loop strijken) en een of twee koppels patronen diagonaal over de borst, - heeft hij hen gestoord bij 'n jachtpartij, of wat is er aan de hand dat ze daar zo dreigend en vastberaden bij elkaar zitten, buiten met zulk beesteweer nog wel.
(stonden ze, vader en moeder, buiten voor de open voordeur te wachten - hoe lang al - toen 'n agent me smorgens tegen acht uur tuis kwam brengen nadat ik 'n nacht lang in 'n vochtige en tochtige sel had moeten doorbrengen omdat vader niet had willen komen toen ze hem hadden gewaarschuwd dat ik was opgepakt: gesnapt toen ik samen met iemand anders, die jaren ouder was dan ik, bezig was door 'n raam binnen te dringen in 't kantoor van 'n krant - ik had naar drank geroken, en was op 't buro agenten te lijf gegaan, had als 'n razende overal tegenaan staan trappen en had zelfs m'n eigen bril aan diggelen geslagen toen ik met m'n kop tegen de muur ramde; 'n nachtlang hebben ze me toen niemand me kwam ophalen vastgehouden, doodop van 't razen en tieren werd ik smorgens met 'n je zult er nog wel meer van horen je stort jezelf in 't ongeluk als je zo doorgaat naar huis gereden, en met 't zweet op 't voorhoofd, want voor dat ogenblik was ik 't
| |
| |
meest bang, en knipperend tegen de zon, moest ik met de agent aan m'n arm naar hen toe lopen - schouder aan schouder, m'n vader 'n kop groter dan zij, stonden ze voor de open voordeur, alsof ze daar al uren stonden -)
Ze hebben allemaal dezelfde verbeten trek over hun gezicht, met 'n triomfantelike flikkering in de ogen,
zie ik als we dicht genoeg bij zijn en 't erf op komen, de enige plaats die helemaal schoongemaakt is zodat 't patroon van de klinkers te zien is die met zigzaglijnen in 't middelpunt samenkomen.
Even uitstel.
het overvalt me het gaat allemaal zo snel - zo even nog alleen op de weg en nu opeens hier - opgebracht - ik buk om m'n veters vast te maken doe alsof want ik heb immers geen veters zie de laarzen naast me op de grond ze bewegen niet/krijg 'n knie tegen m'n reet aan tuimel voorover steek m'n handen uit om de val te breken zo gebeurde het maar blijf hangen aan 'n sterke arm die me vasthoudt en weer omhoogtrekt,
- geen grapjes, begrepen, anders moeten we maatregelen nemen, je bederft het zo voor jezelf / hij praat binnensmonds heeft moeite met de uitspraak van de woorden alsof hij in tijden niet meer gewoon geweest is tegen iemand verstaanbaar te moeten praten - wat praten zij tegen elkaar dialekt?
Van de anderen, die daar nog steeds onbeweeglik vóór hem dicht bij elkaar zitten (groepsfoto, onderste rij liggend, tweede zittend, derde staat, allemaal dezelfde gemaakte gezichten wat ben jij?) zegt niemand 'n woord. Even hebben ze elkaar aangekeken ('n blik van verstandhouding?) zag hij toen hij weer rechtop kwam staan, maar hij begreep niet wat dat moest betekenen.
De bromfiets is tegen de muur naast de staldeur gezet, de tas is er af. Hij kijkt rond om te zien waar die ergens gebleven is wie hem nu heeft, maar dat bezorgt hem meteen weer 'n forse por in de rug / hoeveel staan er achter me - maar got dit is toch waanzin allemaal 'n flauwe grap ik ga zometeen
| |
| |
gillen of begin anders te lachen kan er ook niks aan doen wat moet dit ik lijk wel 'n gevangen indiaan witte veder niet leuk meer - wat is er toch aan me te zien - kunnen ze wel -
Voor het woonhuis in 't voortuintje met 'n kiezelpad er middendoor is van ruwe rotssteen 'n soort grot gebouwd overgroeid door 'n dichte nu bladerloze klimop om 'n gat dat is uitgespaard en waarin 'n blauw loerdusbeeld staat, beeldschone madonna hobbie van de jongste zoon des huizes waarschijnlik.
In de stilte (even uitstel?) is vanachter de grote groene schuurdeuren gerinkel van kettingen en gestamp van hoeven op steen te horen/zou het nog net zo ruiken als vroeger - de rokende mest de muffe veekoeken 't kuilvoer gebakken spek hooi -
- wat kwam je hier zoeken?
Hij schrikt, blijft zwijgen omdat hij niet weet wie er gesproken heeft, hij twijfelt er zelfs aan of er wel iemand iets zei/
- ik vroeg wat je hier kwam zoeken hoor je dat niet -
Het is de scherpe stem van 'n kleine al wat oudere man in 't midden die z'n pet afzet en door z'n grijze borstelkuif strijkt, en hem ondertussen met kleine rode oogjes aankijkt.
- wat heeft dit te betekenen, ik kwam hier gewoon langsrijden en/
- je hebt niets te vragen ik ben 't die hier de vragen stelt begrepen, wat kom je hier doen, bovendien reed je niet maar liep je naast dat vrakke geval daar om niet gezien te worden zeker, maar wij zijn niet achterlik zoals je waarschijnlik dacht -
- helemaal niet, hoe/
- geen uitvluchten asjeblieft ik weet best hoe jullie over ons denken, uitleg is overbodig (het klinkt eigenaardig z'n mond staat er niet naar) bewaar dat maar voor straks (straks?) antwoord liever op m'n vraag (ja hij doet iemand na die toon die manier van ondervragen heb ik eerder gehoord) we blijven niet eeuwig wachten (van iemand die zich de sterkste
| |
| |
voelt zeker is van z'n zaak) voor de laatste maal, wat had je in deze buurt te zoeken je komt hier toch zeker niet voor niks voor 't natuurschoon zeker, nee vertel ons maar 'ns, wie heeft jou opgedragen hier te komen spioneren -
- waar hebt u 't toch over, spioneren? wat zou hier te spio/
- geen grapjes dat vraag ik net aan jou, probeer je zelfs nou warempel nog dingen te weten te komen, dan moet je eerder opstaan/
(got ik weet 't echt niet meer wanneer ben ik eigenlik opgestaan in dagen heb ik geen bed gezien geloof ik) gebrul (waar was ik vannacht ik ben doodmoe) iemand anders die hem toeroept
- doe je bek open en zeg/
- ik heb niets te zeggen, ik kwam hier toevallig langs, m'n brommer was stuk, ik begrijp werkelik niet wat hier gaande is, hoe kan ik iets zeggen als ik van niets weet -
- dat zou ik toch maar doen als ik jou was, dat lijkt me verreweg 't verstandigste/
- ze hebben 'm er natuurlik voor opgeleid -
- die kerels laten toch niks los -
- moet je eerst de bek openbreken -
- we zullen 'ns zien hoelang ie 't uithoudt -
- hij ziet er gevaarlik uit -
Ze smoezen verder wat onder elkaar.
De man met z'n grijze kuif in 't midden is de aanvoerder zeker, hij zit op 'n melkbus.
ik kan ze niet verstaan -
(hoe ben ik hier terechtgekomen - hoelang heb ik gereden en gelopen vanaf 't dorp ik weet 't zelf niet eens meer misschien wel uren - kon ik maar op m'n horloge kijken maar die zit in m'n broekzak 't bandje is stukgegaan op 'n gegeven moment - maar wanneer - zal vannacht wel gebeurd zijn toen ik in dat stikdonkere hok viel --- ik heb toch steeds de grote weg aangehouden ik had allang daar moeten zijn - wat is er misgegaan - ik snap niet --)
- is meneer moe, kun je niet zolang rechtop staan/
- heb je zolang rondgeslopen, ja dat komt er dan van/
- we zouden je eigenlik meteen moeten neerknallen besef je dat -
| |
| |
iemand pakt z'n geweer al steviger vast, brengt het naar de schouder - daar schrik je van hè, je schijt in je broek als je eraan denkt, niet, dat we wel eens dezelfde vuile praktijken zouden kunnen toepassen als die van jullie, och vertel maar rustig op, we weten presies wat je hier komt doen -
Er komt 'n zware voet op zijn voet te staan met ijzer beslag dat door 't suede bovenleer heendringt, steeds zwaarder -
- ik was onderweg naar 'n vriend -
- 'n vriend? zal wel 'n mooi nummer wezen - ja van je vrienden moet je 't hebben/
- en zo alleen?
- vraag 'ns wat voor vriend -
- wat is dat dan wel voor 'n belangrijke figuur die zogenaamde vriend van je, woont die hier soms ergens in de buurt -
(begrijp niet dat ze hem niet kennen in zoon dorp valt toch elke verandering en iedere nieuwkomer meteen op dat ze niets van hem weten)
- is alles dan zo goed voorbereid, 't lijkt wel/
- je bedoelt hopelik toch niet een van ons, stel je voor -
Vanachter 't huis klinkt 't blaffen van 'n hond (de zwarte hond is verdwenen of misschien door iemand weggehaald) de mannen kijken op, de schuifdeur gaat open en er steekt 'n vrouwenhoofd met 'n witte hoofddoek om naar buiten, die hem even - verachtelik? - aankijkt
- is ie dat?
en dan iets tegen een van hen zegt, die op zijn beurt de oude op z'n schouder tikt en hem blijkbaar iets doorgeeft.
De oude staat op
- 't is waarschijnlik de enige, denk ik, meer zullen er wel niet zijn, laten we maar naar binnen gaan, 't wordt me hier zo zoetjesaan toch te koud -
hij slaat enkele keren de armen kruiselings onder z'n oksels door, kijkt nog eens ingespannen naar de weg (inderdaad van hieruit hebben ze me van kilometersver kunnen zien aankomen) en gaat naar de deur. De anderen volgen hem maar blijven bij de deur staan wachten tot hij er ook is, vooruitgeduwd door de grote die hem van de fiets getrokken heeft en hem nu tussen hen door naar binnen trekt met 't gezicht van
| |
| |
'n gelukkige jager. Het is alsof ze hem allemaal even willen aanraken (om te zien of ik echt ben) hij voelt de knuisten in z'n zij, schoppen tegen z'n schenen en 'n hand die in z'n gezicht graait,
- schiet op je bent de eerste minister niet -
zouden ze niks anders te doen hebben dient dit soms als vrijetijdsbesteding om de winter door te komen misschien.
Ze komen in 'n serre, waar veel planten staan en in 't midden 'n ovaalvormige tafel. Erachter 'n groene tuinbank onder 't raam tussen serre en achterkamer - (er zal waarschijnlik wel 'n kamer zijn er is immers ook 'n tussendeur).
De schuifdeur wordt achter hem dichtgedaan, voor de tocht en om hem geen kans te geven. Het is er niet zo koud als buiten, er staat 'n petroleumkachel, hij merkt nu pas goed hoe koud hij het had,
- hou je rustig -
- maar m'n handen beginnen te tintelen (op m'n lip bijten maar)
- geeft geen donder, rustig laten tintelen, merk je in elk geval dat je er nog bent -
Er grinnikken er 'n paar om wat de magere jongen over z'n schouder tegen hem meent te moeten zeggen.
Ze blijven wachten terwijl de oude naar binnen gegaan is,
- laten we opschieten/
- ja voor 't te laat is
iemand knijpt hem kort maar venijnig met duim en lange nagel van de wijsvinger in z'n nek, hij kronkelt, ze draajen zich naar hem toe, zien zijn vertrokken gezicht hebben er plezier om.
De blonde geeft hem 'n zwiep met de rug van de hand over 't gezicht, hij wil z'n hoofd bukken, maar 'n hand tilt het bij de kin weer op en hij moet wel recht in 't grove gezicht kijken waarin scheefstaande ogen hem spottend opnemen, - hij moet wel naar de zwarte stippen op de ronde neus kijken en naar de bruine korst op de openhangende lippen.
Er komt 'n doffe woede in hem op, niets tegen hen te kunnen uitrichten, tegen zoveel. Beginnen te gillen, denkt hij, maar
| |
| |
klemt alleen de lippen dichter op elkaar - perst van de stekende tintelpijn - en probeert langs de schouder van de man voor hem hen - niet laf zijn ze niet de lol gunnen te zien dat ik bang voor ze ben - hooghartig aan te kijken.
Ze zijn ongeveer met zevenen, ze lijken op elkaar - misschien zijn 't allemaal wel broers.
Plotseling 't schelle geluid van 'n transistor vanuit de achterkamer. De mannen om hem heen houden stil. De voorste doet de tussendeur open zodat ze 't beter kunnen horen als de muziek ophoudt en 'n omroepstem is beginnen te spreken:
....OOK NAAR DE GRENSGEBIEDEN VINDEN
TROEPENVERSCHUIVINGEN PLAATS.
- waar zei tie?
...HEBBEN DE STRIJDKRACHTEN 'N STAATSGREEP UITGEVOERD. VOLGENS DE RADIO VAN HET LEGER IS DIT GEBEURD UIT NAAM VAN DE KONING, MAAR OVER DE ROL VAN DE VORST IS WEINIG BEKEND. DE RADIO VAN DE STRIJDKRACHTEN DEELT MEE DAT DE KONING EEN DEKREET HAD GETEKEND WAARIN STOND DAT DE MACHTSOVERNAME HEEFT PLAATSGEVONDEN EN BEPAALDE GEDEELTEN VAN DE GRONDWET BUITEN WERKING ZIJN GESTELD UIT VEILIGHEIDSOVERWEGINGEN...
- stil even -
...MILITAIREN HEBBEN ZOWEL LINKSE ALS RECHTSE POLITICI GEARRESTEERD, DE BELANGRIJKSTE IS DE PREMIER VAN WIE GEZEGD WORDT DAT ZIJN ARRESTASIE GESCHIEDDE VOOR ZIJN EIGEN VEILIGHEID. ANDERE BERICHTEN/
(eigen veiligheid? - hebben ze mij ook -)
...ER IS GEEN MELDING GEMAAKT VAN ONGEREGELDHEDEN MAAR DE BEVOLKING VAN DE HOOFDSTAD WERD WEL AANGERADEN VAN DE STRAAT WEG TE BLIJVEN, ER IS DAN OOK VRIJWEL GEEN VERKEER BEHALVE TENKS EN PANTSERWAGENS DIE ALLE STRATEGIESE PUNTEN BE- | |
| |
WAKEN. SCHOLEN EN POSTKANTOREN BLEVEN DICHT, ER IS EEN UITGAANSVERBOD INGESTELD. DE MEESTE VERBINDINGEN MET HET BUITENLAND FUNKSIONEREN NIET, OOK AL ALS GEVOLG VAN EEN STAKING BIJ DE TELEFOONDIENST. HET LUCHTVERKEER MET HET BUITENLAND LIGT STIL...
- en de elektrisiteit? -
- de radio -
- daar zullen ze ook wel zitten -
(waar hebben ze 't over in 'n paar dagen -)
- dat is toch altijd het eerste wat ze in handen proberen te krijgen als ze 'n staatsgreep/
- de radiostasions natuurlik -
- dan hebben ze meteen 't hele volk in hun macht -
...ER HEERST ONVREDE ONBEHAGEN EN ONZEKERHEID BIJ ZEER VEEL MENSEN; ONRUST OVER HET FUNKSIONEREN VAN ONZE DEMOKRASIE, ONRUST IN ONZE JONGE GENERASIE DIE VOOR HET OVERGROTE DEEL VOL IDEALEN IS EN WIL MEEBOUWEN AAN EEN NIEUWE SAMENLEVING; ONRUST BIJ ANDEREN OVER HET FEIT DAT VEEL VAN ONZE TRADISIONELE WAARDEN STEEDS MINDER ALS VANZELFSPREKEND WORDEN AANVAARD.
('n andere zalvende stem:) IK VIND DE VERKLARING NUCHTER EN GETUIGEN VAN WERKELIKHEIDSZIN, WAT MIJ DAARBIJ TREFT IS DAT MEN EEN HEEL OPEN OOG HEEFT VOOR DE WERKELIKE PROBLEMEN VAN DIT OGENBLIK MAAR OOK VOOR STRUKTURELE PROBLEMEN VAN DE TOEKOMST...
- wat zegt dat nou, waarom uitstellen -
...IN DE BINNENSTAD IS HET TOT LAAT IN DE NACHT ONRUSTIG GEWEEST DOOR HET OPTREDEN VAN GROEPEN JONGELUI. HET BEGON BIJ HET GRIEKSE KONSULAAT WAAR RUITEN WERDEN INGEGOOID, LATER WERDEN...
- waar is dat nou weer voor nodig, als het leger/
| |
| |
- laten ze de soldaten er maar 'n eind aan maken -
...DE POLISIE JOEG HEN UITEEN EN VERRICHTTE ARRESTASIES...
- zou er weer gevochten zijn -
- zal wel maar dat zeggen ze toch niet, ze proberen ons zand in de ogen te stroojen met onschuldige praatjes -
...DE WERKGELEGENHEID...
- en volgens mij is 't ook 'n andere omroeper, 't is 'n heel andere stem vind je niet -
- 't platteland moet het toch altijd ontgelden -
- laten ze de een of andere kletsmajoor over klassieke muziek ouwehoeren of anders over de weersverwachting/
- waar ze ook altijd naast zitten -
(ze laten hun geweer geen ogenblik in de steek - waar luisteren ze naar - ik heb 't allemaal allang gehoord)
of dat de een of andere hoge piet 'n nieuwe vulling heeft hihi -
- 'n nieuwe meid zal je bedoelen/
...OOK ZAL ER 'N NIEUWE GRONDWET KOMEN. HET MILITAIRE BEWIND HEEFT MAATREGELEN AANGEKONDIGD...
- om net te doen alsof er helemaal niks aan de hand is -
...BLIJFT VERZETTEN. VORIGE WEEK HEEFT OOST-NIGERIA IN ZIJN STREVEN...
- kun je nou niet even je bek houwen, straks kim je nog lang genoeg liggen zaniken/
...............VERSCHILLENDE FEDERALE INSTALLASIES OVERGENOMEN ZOALS HAVENS EN SPOORWEGEN...
- die dus ook al/
...DE KENNEDYRONDE...
- als iedereen z'n eigen gangetje gaat hebben ZIJ vrij spel, dat kun je wel raajen, zo gebeurt 't toch altijd, waarom/
...IN PEKING HEBBEN NAAR SCHATTING 'N MILJOEN SJINEZEN EEN FEESTELIKE TOCHT DOOR DE STAD GEHOUDEN NAAR AANLEIDING VAN EEN INSTALLASIE GISTEREN VAN HET GEMEENTELIKE REVOLUSIONAIRE KOMMITEE.
- dat is me wat zeg, vijf miljoen/
...GEZEGD DAT DE GROTE OMWENTELING NOG
| |
| |
LANG NIET IS VOLTOOID...
- nou als je ze van de week bezig gezien had op de tv, daar kun je gewoon niet meer bij, hoe is 't mogelik/
- och overal hetzelfde, ik zou zeggen/
...DE KONINKLIKE VLAAMSE AKADEMIE VOOR WETENSCHAP LETTEREN EN SCHONE KUNSTEN HEEFT TEGEN DE VOORGESTELDE NIEUWE SPELLING VAN NEDERLANDSE BASTAARDWOORDEN...
- bastaardwoorden?
- och die kun je ook niet geloven als je alles zou aannemen wat ze schrijven -
Wat gebeurt er in de andere kamer - wat is dat gebrom op de achtergrond - waarom duurt het zo lang en moet hij al die tijd hier blijven staan wachten, en waarvoor eigenlik.
halen 'n spelletje met me uit/
hebben iemand anders voor/
is toch niet tegen te praten/
heb weer dorst/
waarom juist míj altijd weer/
ik vraag er niet om heb er niet/
wil weg weg weg/
ze denken dat ik gevaarlik ben ben ik gevaarlik/
ik was niets van plan hoe komen ze erbij - gewoon 'n vreemde/
heb ik m'n huissleutels eigenlik bij me/
toch zou ik wel gevaarlik voor ze kunnen zijn/
als ze willen als ik de kans kreeg als och wat haat ik ze zo/
rij je rustig en dan/
natuurlik kennen ze me niet hij heeft toch niet/
vanwaar zouden ze hebben moeten horen nee daar zie ik hem niet voor aan/
mogen de anderen niet naar binnen wat bedisselt ie is ie aan 't telefoneren of zo/
maar dan moet ik tevoren hier weg zijn -
- kan ik onderhand weggaan?
- d'r gaat hier niemand weg, hou je maar kalm, je staat hier
| |
| |
goed -
- prima model/
- maar ik wil weg, 't wordt al donker en hoe kan ik 't straks nog vinden -
- straks och laat me niet lachen -
- dat heb je dan toch zelf gewild, smeerlap -
De gezichten worden onduideliker (dreigender) in 't schemerdonker.
In korte tijd is het opeens donker geworden.
Wat als het eenmaal avond is en ze willen hem nog niet laten gaan, hoe zou ik kunnen vluchten ze zijn met zoveel man en ze houden me goed in de gaten voortdurend -- als ik 'n gaatje zie moet ik 't proberen niet al te lang nadenken zoals anders zodat de kans verkeken is maar doén - meteen erin - er valt met deze lui toch niet zinnig te praten --- ik 'n spion - om je kapot te lachen - ieder vreemd gezicht is voor hen 'n schurk die uit de een of andere strip is weggelopen owee als de macht aan dat goedgelovige kijkvee komt ze vergeten niets - feilloze schutters - bovenmenselike kracht van de goede - oog dat alles ziet - de beste der werelden wordt met alle middelen verdedigd en daar komen ze voor op als de nood aan de man is - zoals nu zeker - hoesten van de blaffer (over de grens zonder wapenvergunning te krijgen in alle gewenste maten) bezweert het gevaar - recht voor allen wammmm De deur is weer dichtgedaan door iemand van binnen. Vlakbij 'n vlammetje van 'n lusifer. Ze praten met elkaar. Af en toe voelt hij 'n hand hem ergens aanraken - ja hij is er nog/zou 'k een sigaret kunnen krijgen -- ik vraag 't maar niet - zo zijn ze wat ik vraag dat verrekken ze toch - ze schijnen alles te weten - als ik ze nog maar kon verstaan - zouden ze 't ekspres doen?
Door het raam is te zien dat er in de andere kamer licht wordt aangestoken, 't lijkt wel 'n petroleumlamp, 't flakkert, nee geen kaars daarvoor is het licht te fel.
Nog blijft het duren. Hij staat nog steeds met z'n heup tegen de rand van de tafel, terwijl de anderen (zou ik moeten zeggen: de rest maar de rest waarvan ik hoor er toch niet bij) voor 't merendeel op de stoelen en de brede vensterbank zijn gaan zitten, en daar werkeloos blijven toezien,
| |
| |
nog niets doen omdat de leider er nog niet is.
Als ze de kans zouden krijgen. -
Al even blijft het jeuken, net onder z'n stuitje, waarom nou daar. Het verdwijnt niet vanzelf, zeker niet zolang hij eraan denkt, - met z'n rechterhand gaat hij behoedzaam langs z'n lijf om ongemerkt te kunnen krabben
maar als de hand achter de rug is - alsof ze daarop hebben zitten wachten hem wel doorhadden maar toch z'n gang lieten gaan even - krijgt hij 'n straffe klap met iets 'n eindje hout of zo op z'n knokkels - au -
- moet je ook je handen tuishouden, - snauwt iemand vanuit de hoek achter hem (waar had ik ze eerst)
- handjes boven de dekens zegt de juffrouw/
- 't tafelblad -
- jongeheer geen kunstjes-/
mister eppelbie heft 'n ander met bromstem aan. Het jeuken slaat over naar andere plaatsen = z'n linker oorlel schouderblad z'n ene neusvleugel (hij snuift)
- je denkt zeker met 'n stel boeren te doen te hebben, die zijn toch te stom/
en hij kan er niets aan doen als het op nog meer plaatsen begint te prikkelen -- die ongevoelig maken - plaatselik verdoven / hij schrikt op als de stem zich verheft,
- te STOM om voor de duvel te dansen, 'n klompedans zeker, lomperds wij LOMPERDS, maar dan heb je je lelik vergist, dan hebben jullie goed misgerekend, hoe kan het ook anders -
Over hun schouders ziet hij de deur opengaan, komt de borstelkuif tevoorschijn met de borst vooruit in 'n oud uniformjasje dat hij intussentijd moet hebben aangetrokken, getailleerd en met gouden tressen op de gevulde schouders. Op de manier van 'n kleine, verongelijkte, generaal staat hij in de deuropening en kijkt vorsend rond,
kommandeert dan:
- breng hem binnen, laat één mannetje hier blijven, zet de kachel maar wat zachter, schiet op -
en zijn jullie nog iets wijzer geworden?
Geen direkt antwoord.
| |
| |
Iemand merkt op, om tenminste iets te zeggen -
- hij doet wel verdacht, ik geloof dat we goed voor 'm op zullen moeten passen -
- dat zal wel loslopen, we laten toch niet met ons spelen -
- ja maar hij ziet er wel behoorlik gevaarlik uit -
- gevaarlik, dat zou wat, ik heb in de oorlog wel voor hetere vuren gestaan, daarbij vergeleken, - hij duwt met z'n duim iets achter z'n kiezen,
- maar ze zijn tegenwoordig heel wat handiger geworden, ze hebben ondertussen veel geleerd -
- en dan met al die geleerden, dat wordt allemaal haarfijn uitgekiend hoor/
ik word naar de deur geduwd --- wat gaan ze nu met me uitvoeren -- och wat interesseert me dat eigenlik ze kunnen me toch niks maken -
- heeft nog iemand van jullie de krant van vanmorgen ingezien -
- ja ik, maar er stond weinig bizonders in, de regering wil de grenzen sluiten voor de invoer van slachtvee, boter en eieren -
- niet omgekeerd? -
- hoezo, daar stond niets over -
(ik heb vanmorgen toch ook 'n krant gelezen - als ik me niet vergis - maar ik kan er me nauweliks meer iets van herinneren - er was de doodstraf geeist tegen 'n generaal die de revolusie vorig jaar geleid zou hebben en er was 'n korporaal uit de trein gevallen toen ie z'n sigaret naar buiten wilde goojen - of was dat gisteren - en je kon ook je tuin bestellen per post enzovoort)
- en zijn er geen vliegtuigen meer gesignaleerd vandeweek hadden ze toch vreemde vliegtuigen gezien, of vreemde troepen -
- nou zover ik weet werd er alleen gezegd dat na de onlusten van de afgelopen week in de hoofdstad er wel niet meer gevochten is maar dat 't nog wel overal onrustig blijft -
- stilte voor de storm, er zal wel 't nodige voorbereid worden, in stilte, ondergronds, 't zou me anders niks verwonderen als blijkt dat de polisie van alles op de hoogte is, en zelfs meewerkt, dat is mijn idee -
- wat denk jij ervan, - iemand port hem door de tussendeur
| |
| |
de andere kamer in.
Op de tafel staat 'n koperen petroleumlamp die grillige schaduwen werpt op de papieren en andere voorwerpen die kriskras over 't tafelblad verspreid liggen. Door de beroete glaasjes van de kachel schijnt 'n rood licht, hij kan z'n ogen er niet van afhouden, het is 't enige dat vertrouwd aandoet
in de ruimte die zich langzamerhand vult met de mannen die uit de serre naar binnen komen en zich rondom hem opstellen.
mijn tas verdomme ze hebben m'n hele tas leeggehaald -
De oude gaat bedachtzaam - hij heeft in korte tijd aan allure gewonnen schijnt - in de rieten leunstoel zitten naast het fornuis dat in de diepe schouw geplaatst is.
Er springt 'n grote zwartgrijs gestreepte kat op zijn knieen, die z'n rug kromt en z'n kop in zijn richting draait en er dan onmiddellijk weer afspringt over de kachel heen, daarbij net niet de gloeiende plaat raakt, en achter de buik verdwijnt; alleen het rinkelen van de pook die tegen de kolenschop slingert is te horen.
Harde handen hebben hem zo geplaatst dat de tafel tussen hem en de oude man is komen staan, 't felwitte licht op dezelfde hoogte ongeveer als zijn dichtgeknepen priemende oogjes.
nu gaat 't dan werkelik beginnen vermoed ik - ze nemen wel de tijd -
(eerst probeerde hij me met vriendelike woorden te paajen, als 'n vader die zijn opgeschoten zoon alsnog van het slechte pad wil helpen en bij zich in de zaak wil krijgen, maar toen ik geen krimp gaf en volhield te doen alsof ik hem niet eens zag zitten, begon de generaal z'n donderopstem te gebruiken, wat hem beter afging en 't mij gemakkeliker maakte om hem te glimlachen
- in oorlogstijd zou dit desersie zijn, besef je dat, daar staat meteen de kogel op, - ik zag alleen de vochtige lippen onder 't dunne snorretje op 'n lachwekkende manier op en neer gaan en er af en toe 'n spits tongetje langs glijden of 'n potig
| |
| |
gemanikureerd handje over het aanzettend kinnetje gaan, en stond verbaasd over de zware stem die hij van 'n historiese figuur geleend scheen te hebben, na dagenlang 'n bandje napraten vermoedelik onder martsiaal borst- been- en hakkenwerk voor de kaptafel van z'n vrouw
- ik heb hier voor me al de papieren die handelen over je gedrag, ik moet zeggen 'n volmaakt voorbeeld van 't tegendeel van 'n goed soldaat, genoeg om je ik weet niet voor hoelang de bajes in te laten draajen, je weet/
- ik heet U/
- het gaat me geen ene sodemieter aan hoe je heet, hou je waffel, je staat nog altijd onder mijn bevel, en IK KAN, - hij is ondertussen op z'n tenen gaan staan achter de glanzend geboenwaste burotafel met alleen 'n witte telefoon 'n leren vloeischoen en 'n stapeltje papieren waarop de vijf vingertoppen van zijn rechterhand rusten, en waarschuwend zwaajend met z'n linkerhand gaat hij verder -)
- en vertel nou maar 'ns op, je hebt ons al lang genoeg opgehouden, waar kwam je vandaan en wat heb je hier in deze omgeving te zoeken, nee eerst nog dit voor de volledigheid, hoe is je naam, Jean als jij nou 't belangrijkste opschrijft (Jean? heet er iemand Jean) dan werken we wat seefer en gaat de rest straks sneller, ze denken alles met ons te kunnen doen, maar dan onderschatten ze mij toch,
hee, kerel, je bent je tong toch niet verloren hoop ik, ik vroeg je beleefd hoe je heette/
hoe je heette ben ik vergeten, begint iemand te zingen,
- hou je bek dicht, 't is nou echt geen tijd voor dergelike grappen -
In 't halfdonker ziet hij de anderen tegen de muur geleund staan of achterstevoren op 'n keukenstoel zitten, in 'n kring om hem heen.
- ik wens/
- meneer wenst/
- ('n onverwachte uitval) ik wens helemaal niet ondervraagd te worden door 'n stelletje kinkels/
- u zei?
| |
| |
- ja kinkels wat is dit voor 'n belachelike manier van doen, de eerste de beste door 'n stelletje boerepummels die te stom zijn om uit hun varkensogen te kijken mestkevers die zich zo gotsgruwelik vervelen dat ze van armoe maar flauwe spelletjes waar halen ze 't vandaan, omdat ze met meer zijn, gotverdomme, laat me met rust, ik wil hier weg, begrepen, en wel onmiddellik, voor 't allerlaatst laat me gaan of...ik maak er 'n polisiezaak van en dan/
'N luid gebulder breekt z'n woorden af, hij heeft 'n mop verteld. De ouwe grijnst breeduit waarbij hij luid door z'n neus snuift, en die dan met z'n mouw afveegt. Van de tafel pakt hij bedaard 'n groen papier, waarop 'n witte strook met letters, vouwt 't telegram (hij moet in de tijd dat ik daar heb staan wachten al overal ingeneusd hebben - als generale repetisie zeker) open en leest van het papier: de heer VIC NEU, - hij spreekt het uit als eu
- neu bedoelt u zeker, met oj/
- nou goed VIC NEU, vreemde naam anders, deze heeeer gaat er dus 'n polisiezaak van maken is 't niet, waarvan?
( John Vickers, 22 jaar oud, vermoordde 'n vrouw van 72 bij 'n inbraak. Terechtgesteld op 23 juli 1957)
waarvan denk jij 'n polisiezaak te maken, ga je jezelf soms aangeven, werd wel tijd, hee kijk me aan, slome doerak, ik PRAAT tegen je/
Verdwijnt op slag de afwachtende houding,
- weet je niet waarvoor je hier staat waarom wij je hebben opgepikt, och hou je toch niet langer van de domme, zo gemakkelik zijn we niet te belazeren, hoe denk je dat 't komt dat wij sinds gisteravond zonder licht zitten, dacht je soms dat dit ouwerwetse lampje hier voor de gezelligheid stond, voor de kerstsfeer zeker, zeg op WIE HEEFT JOU OPDRACHT GEGEVEN HIER ALLE LEIDINGEN DOOR TE SNIJDEN IN 'T HELE DORP en verder alles in kaart te brengen welke plaatsen 't best gebombardeerd kunnen worden zeker,
| |
| |
(De gesteldheid van het terrein heeft te allen tijde eene gewichtige rol in de oorlogen gespeeld. Alle groote legeraanvoerders hielden steeds zorgvuldig rekening met het geographische element, en menige overwinning was te danken aan een goed gebruik van het terrein, waarop het gevecht geleverd werd. Van eene vlugge en juiste beoordeling van een gegeven terrein voor militaire doeleinden hangt derhalve meermalen zeer veel af)
- ik geloof dat we 'm net op tijd te pakken hebben gekregen, hebben we in elk geval niet voor niks buiten in de kou gezeten, daar was ook geen lol aan -
- wat zou dat telegram behelzen/
- en die zogenaamde vriend/
- waar kwam ie vandaan/
- dat telegram/
- kijken of/
- hij ziet er gemeen uit/
- ja moet je die smoel zien/
Ieder wil het zijne van hem weten, maar de oude onderbreekt 't verwarde door elkaar schreeuwen, -
- rustig van vorenafaan, bij 't begin beginnen, we moeten 't sistematies aanpakken -
- ja die kerels zijn getreend hoor, de opleiding die ze krijgen/
- eerst, hebben jullie hem al onderzocht?
Ze kijken elkaar aan.
- is niemand op 't idee gekomen even z'n zakken na te kijken, wat zijn dat toch voor sukkels, hij had ons intussen al allemaal aan flarden kunnen schieten, misschien heeft ie wel ergens 'n geheime zender of 'n dinamietlading of vergif, heb je dat nooit gezien op de film, dat had je toch moeten weten, got -
- we moeten 'm foejeren, ja zo hoort het -
- zal ik dat even opknappen, - 'n kleine donkere met plakharen, die in de kast aan 't zoeken was, komt naar voren; de anderen beginnen te lachen, hij kijkt verontwaardigd,
- nou wat is daar voor leuks aan -
| |
| |
- nee Jean wacht jij nou maar even, hou je handen tuis dan blijven je nagels schoon - weer gelach - blijf jij nou maar schrijven, doe jij 't dan maar Folk, jij bent in dienst geweest - Er komt een zware kerel met 'n mesdun snorretje op 'm af, 'n leren vest over 'n dikke trui zodat de kop nog kleiner lijkt op 't forse lijf.
Hij gaat voor hem staan, hurkt, strijkt vanaf de enkels langs zijn broekspijpen naar boven, klopt tussen de benen, haalt de zakken leeg - 'n kleverige zakdoek en wat kleingeld, -
Iemand heeft de radio weer aangeklikt: IT'S A TRUE STORY/
- zet af dat kreng/
- maar de nieuwsberichten/
- dat duurt nog wel even
- gewoon geld, om ons te misleiden natuurlik -
Uit de andere zak komt 'n springmes. Het wordt dicht bij de lamp zorgvuldig bekeken - de vreemde figuren in het lemmet, de knop om het open te laten springen, -
- gevaarlik speelgoed -
- er zijn er die 't door hun zak heen naar buiten laten schieten link -
- moet dan wel 'n doorzichtige zak zijn/
Verder nog 'n portemonnee en 'n eindje scheldraad.
- doe die jas uit/
hij komt achter me staan en trekt de jas van me af - ik doe m'n ogen dicht - ik word moe - kan niet blijven opletten wat ze met me gaan doen ---- de hele dag ben ik al in de weer - ze geloven me toch niet willen bij voorbaat al niet/
'n landkaart - geen wapens nee, -
strijken de handen weer over z'n
rug, onder de oksels - 't kietelt
en hij blaast van 'n ongewild lachje -
onder z'n billen, de handen nog eens in
z'n broekzakken, nagels diep in z'n vlees / hij gilt het uit van pijn, draait zich half om, probeert de ander van zich af te schudden, springen anderen bij, 'n klauw in z'n nek, z'n armen in 'n schroefgreep, met z'n elleboog raakt hij toch nog 'n
| |
| |
hard uitsteeksel, 'n kin, de punt op 'n rij tanden / volgt meteen als 'n donderslag 'n harde trap tegen z'n scheenbeen, de tranen schieten hem in de ogen, -
Hij opent ze, het dansende licht verblindend, recht in z'n gezicht nat van 't speeksel dat iemand er op gespuwd heeft, -
- kijk toch uit stelletje donderstralen, zo schieten we niks op als jullie nou zo al beginnen/
Komen op dit moment twee vrouwen binnen. Door de open deur ziet hij in 'n glimp bewegende koejeruggen palen blinkende bakken, - dan moet 't gebrom straks dat van 'n melkmasjien zijn geweest.
De ene die hij straks gezien heeft met de witte hoofdoek, die nu met 'n gebloemde schort voor bij de deur met de handen in de zij blijft staan en er kennelik plezier in heeft. Vlak achter haar 'n kort dik wijfje, die 'n melkemmer in de gootsteen zet; ze is 'n stuk ouder zo te zien, met 'n mondje dat geen moment stil dicht blijft, -
- al wat opgeschoten, Marte? (de ouwe heet dus Marte)
- och bemoei je d'r niet mee, ik had je toch gezegd je d'r buiten te houden, als die vrouwen erbij komen kunnen wij wel ophouden,
ga liever 't eten klaarmaken, ik rammel van de honger -
- had je vanmiddag maar meer moeten eten -
- en wie melkt ze af?
- o Appie -
De dagelikse karweitjes zijn nu voor hem onbelangrijk geworden, het leidt hem maar onnodig af.
- nou ben je onderhand klaar, Folk jongen, heb je niets vergeten, alle zakken leeg, geen verborgen schuilplaatsen je kunt nooit weten, goed, ga dan maar weer naar je plaats,
(hij maakt er 'n hoofdkwartier van waar hij bevelhebber is)
geef me even dat mes aan -
Met kinderlik genoegen laat hij het mes 'n paar keer openspringen, knippert daarbij met de ogen telkens als 't staal eruit flitst, -
richt het op de buik van 'n onzichtbaar iemand / wijst met de
| |
| |
(iets gebogen) punt op
De man die met de kin op de borst achter de tafel staat, 'n tamelik lange man in 'n versteld grijs overhemd met epoletten en zakken op de bovenarmen, de armen gekruist voor z'n buik bij elkaar,
nu eens op 't ene been steunend dan, als hij dat weer moe wordt, op 't andere zodat het knarsen van 't zand onder zijn zolen is te horen (wat hem anders kippevel zou bezorgen)/
Komt er ook nog 'n klein jongetje uit de stal binnenhuppelen, struikelt over 'n been van iemand die naast de deur op wacht zit en begint te janken.
Klinkt weer de snerpende stem van de oude bij de kachel, die bijna angstvallig heeft moeten zitten toekijken om tenminste toch iets te vinden waar hij hem zou kunnen aanpakken, -
- zeg breng dat rotjong naar de voorkamer anders/
- rotjong?, vliegt de jongste vrouw op, -
- ja rotjong, d'r zijn nou wel belangrijkere dingen te doen, hee Folk heb je ook in z'n laarzen gekeken, er kan best iets in verborgen zitten, ze zijn voor geen sent te vertrouwen, heb je dat dan niet geleerd laat ie ze maar uittrekken (dat zullen ze dan toch zelf moeten doen - ik heb er schoon genoeg van)
- alstie maar geen zweetpoelies heeft, - Folk die duidelik zin heeft hem nu eens wat minder zachtzinnig aan te pakken, grijpt ruw z'n ene been vast zodat hij om niet pardoes achterover te tuimelen 't tafelblad moet vastgrijpen en z'n andere hand om de nek van die Folk moet slaan -
- ja hou maar lekker vast maar blijf wel met je klauwen van tafel af, zag je dat, hij wilde even grabbelen, uitgekookt -
De laars zit vast, z'n voet wordt naar buiten omgedraaid, de tenen kraken hoorbaar; er komt 'n damp uit de huls,
en nadat de hand toch nog even onder de zool heeft moeten kietelen komt hij met z'n kousevoet op de kille tegelvloer te staan/
- schiet wat op, 't duurt me allemaal te lang met die treuzel, die vent probeert alles zoveel mogelik te rekken, hij hoopt natuurlik dat als hij niet op tijd op de afgesproken plaats is, die vriend van 'm zeker ook zoon verraajer, hem wel zal gaan
| |
| |
zoeken, wat is ie toch dom ook eigenlik, alsof wij dat niet door zouden hebben,
maar nu terzake, geef mij ook 'n borrel, Roel, jullie zitten daar zo lekker te jeppen en laat 't mij maar opknappen, kijk voor je snoeshaan, je krijgt er toch niks van -
- wil je even ruiken -
(ik moet weg zien te komen - voorlopig laten ze me toch niet gaan - ik moet nadenken - 't is helemaal zwart in mijn hoofd - ik heb 't niet meer - 'n black outje - ik zie niets -- niets - ik kan niets doen)/
keert het hoofd zich weer naar hem, -
- vertel 'ns op, Victor Ui of hoe was 't ook weer, neus?
- zo heet ik niet, dat telegram/
(ik moet niets zeggen - waarom - elk woord is teveel, maar 't ontsnapt me)
- ja dat telegram, dat is waar ook, goed dat je 't zegt ik was 't finaal vergeten -
Hij bukt
(ik wil 't niet het gebeurt vanzelf -- als ik op de bijeenkomsten kwam ging het ook zo: mag ik mij voorstellen Victor Vogels - of als 't iemand uit 't noorden was: Victor Veugels loslopend wild) om het groene papier van tafel te pakken. Leest het op een toon, die heel anders wordt nu hij als op school iets hardop moet voorlezen: DE HEER VEE NEU, hij brengt het dicht bij z'n ogen: 't adres is doorgekrast en wat er bij geschreven is kan ik niet lezen, doet er ook niet toe/
- o nee
nee natuurlik niet hij is nu toch hier, - leest verder: WEGENS UITBLIJVEN VAN MATERIAAL AFSPRAAK VAN VANAVOND VIJF UUR VERSCHOVEN NAAR MORGEN ZELFDE TIJD STOP MAX ...EM HARDEN Max Harden, wie is dat nou weer -
- dat ben ik, misschien/
- niks te misschien, je staat te liegen dat je scheel ziet, hoe kun jij nou in godsnaam 'n telegram op zak hebben van jezelf, snappen jullie daar iets van, ik niet, hij probeert ons om de tuin te leiden, waarvoor had jij gisteravond een afspraak met 'n zekere Max Harden, en wat is dat voor materiaal waar 't over gaat, wapens soms, springstoffen,..zeg jongens hoe
| |
| |
laat is dat gisteren gebeurd met die elektrisiteit 't moet al donker geweest zijn -
- rond 'n uur of zes -
- verdomme dat klopt dan presies, je hoeft al niks meer te zeggen, alles is duidelik, toen de afspraak niet door zou gaan heb jij (hij neemt 'n holmestoon aan) om te zorgen dat er niks mis zou lopen door de vertraging de lichtkabels doorgeknipt en de telefoonsentrale onklaar gemaakt -
- er is toch 'n ontploffing geweest in 'n transformatorhuisje en wel zo erg dat er geen sporen over waren/
- goed bekeken dat wel, maar wij zien alles, zelfs in 't donker, pas op voor uilen haha je vond ons toch zoon stomme uilskuikens
(ik loop al benauwd weg als ik 't bordje OPPASSEN SCHRIKDRAAD zie - die is mooi) iedereen lacht, glazen worden weer gevuld. Ze gaan er gemakkeliker bij zitten, nu ze de verklaring zo gemakkelik hebben gekregen en de gevaarlike man van dichtbij zo ongevaarlik geworden is, - moet je eens zien: 'n held op sokken die telkens met z'n hand z'n neus moet afvegen omdat ie geen zakdoek meer heeft.
Sommige hebben voor 't gemak hun geweer tegen de deurstijl gezet.
- maar dan nog een ding, waarmee heeft ie dat moeten doen, toch niet met z'n blote handen denk ik, hij zal 't spul wel ergens verstopt hebben -
- hij kan 't best gedaan hebben met 't gereedschap uit 't kastje aan z'n brommer, - opmerking van een van de twee grote kerels die hem van z'n fiets hebben getrokken, de ene die z'n brommer had meegenomen - want er zit 'n engelse sleutel en 'n izolasietang in, dat zou goed kunnen -
- maar hoe dan ook, we zitten nog altijd in 't donker te koekeloeren, geen tv geen radio geen koffiemolen geen scheerapparaat (en geen elektriese treintjes elektriese stoel droogkap drukbel of telmasjiene) dat begint me knap de keel uit te hangen, en nog steeds weten we niet wat ie hier presies uitvreet, wie 'm gestuurd heeft enzo - Vic Neu, luister es hier, wie heeft jou erop uitgestuurd hier te komen spioneren zodat we binnen de kortste keren zonder slag of stoot kunnen worden aangevallen...
| |
| |
ja sukkel ik heb 't tegen jou tegen wie anders ttteh
- ik ik begrijp nog steeds niet waar u 't over heeft, 't spijt me wel (hij zucht diep)
- ja zucht maar, och hou je toch niet van de domme, dat begint vervelend te worden, kom voor de dag ermee, anders zullen we 't anders moeten gaan aanpakken en dat spijt mij, al zou ik 't niet erg vinden als/
- ik heb 't toch al gezegd, ik kwam hier alleen maar toevallig langs,
Ik hèb pèch gèhàd àan m'n mótór en ik zou vanavond bij 'n vriend/
- dat geloof je zelf toch niet hè vriend/
- wie is dan die vriend -
- nou dat weet u, Vic Neu natuurlik, dat is 'n schilder die ergens verderop moet wonen geloof ik -
- waar?
- dat weet ik niet zo presies, ik ben er nog nooit geweest, 't moet vlakbij 'n oud kasteel zijn, met 'n toren, deze kant uit/
(de gammele deur hangt open en er komt 'n koude wind naar binnen die de randen van de kranten en ander papier op tafel opwaait. 'n houten bank tegen de kant, 'n ijzeren kooi op de grond waarvan 't deurtje openstaat, en tegen de wand boven 't bed hangen ouwerwetse pistolen 'n lange voorlader 'n gasmasker 'n paar dolkmessen 'n kris en 'n paar bruinverkleurde fotoos van - zo te zien - generaals of andere reddende engelen met veel eretekenen en lintjes op de gevulde borst. aan het plafond hangt iemand met z'n hoofd in 'n strop van ijzerdraad, z'n benen bengelen vlak boven het tafelblad.
het bed ligt erbij alsof iemand het in allerhaast verlaten heeft,)
- o 't fort natuurlik, - roept 'n stem achter hem uit, maar daar woont toch heilige teun, moest je dáár wezen?
- heilige teun ik/
- ja, hij is vroeger 'n hele tijd terug hier kapelaan geweest en is toen met een of andere jonge meid, je weet wel Marte, Anna die altijd Magdalena genoemd wilde worden, ook van
| |
| |
lotje getikt hoor, ze wist nog geeneens hoe ze 't moest schrijven, ze sjouwde dikwijls toeterzat door de hei, ik weet niet waar ze gebleven is dat halfdaze mokkel, maar teun die woont er nog altijd,,
(op het bed ligt iemand, met z'n rug naar de deur toe, de armen om z'n schouders geslagen, het warrige hoofd tegen de planken achterwand,
waarboven fotoos enkele onduidelike tekeningen, 'n paar woorden gekalkt tussen de wapens die er aan spijkers zijn opgehangen:
links 'n woord waarvan de eerste letter is doorgehaald met 'n kladderig kruis IC - kleine spasie en dan - TOR, 'n stuk naar rechts, iets voorbij 't voeteneind, onder 'n keukenspiegel met groene plestikrand: GOTS waarvan de witte letters zijn uitgelopen, spetterige straaltjes die druppelgewijs naar onder lopen
(nog nat?).
En boven de tafel aan 'n stuk waslijn opgehangen 'n mannefiguur met 'n militaire jas aan waar aan alle kanten 't stro uitsteekt,)
niemand weet waarvan ie leeft, van drank en lucht waarschijnlik
(hoe zou hij eruit zien?) dat weten jullie toch ook, dat die gek vaak snachts de toren ingaat, in zoon lang wit nachthemd of wat 't ook is, en met 'n stallantaarn en 'n groot prosessiekruis buiten om de toren loopt, d'r is toch zoon smal uitsteeksel rondom en daar loopt ie maar te galmen, van alles: kerstliedjes, latijn en morriaen zo zwart als roet haha en af en toe schreeuwt ie als ie iemand hoort lopen naar beneden, STINKERS ZIJN JULLIE NOG NIET OPGEVRETEN DOOR DE KANNIBALEN, of anders naar boven, tegen 't mannetje van de maan zeker, steekt ie dat lange kruis van 'm de lucht in, LUL GROTE DRIEDUBBELDOORGEHAALDE LUL brult ie dan omhoog, om je dood te lachen, maar laat ie je niet horen want hij smijt je zo 'n dakpan op je hersens, heilige teun, weten jullie nog dat ie kleine Mieke van Sjan/
| |
| |
- ja dat weten we allemaal allang, - onderbreekt Marte; 't kopje van de ouwe is samengeknepen van 't moeizame denkwerk, hij is blijkbaar op 'n idee gekomen,
- 'n lantaarn zeg je, 'n lantaarn, en daar zwaait ie mee snachts, dan kunnen ze 'm dus ook over de grens bezig zien... dan geeft ie natuurlik tekens, en wij maar denken, die malle teun die is malende maar gotweet hoeveel kwaad ie al niet gedaan heeft, 't is niet voor niks 'n afvallige, je moet tegenwoordige wel verdomd oppassen voor iedereen, zelfs voor je beste vrienden -
Volgt 'n korte stilte, waarin alleen de tik te horen is als de voorpoten van 'n stoel weer op de grond komen. - zoals vorige maand met Goosse...
| |
| |
| |
| |
- hij zou ons toch eens duidelik moeten maken hoe ze vanuit het buitenland 't hebben klaargespeeld in alle grote steden, want 't is gek maar 't gebeurt altijd in de grote steden, hoe ze die hele massaas vooral jongelui op de been hebben kunnen krijgen, want daarmee is 't uiteindelik allemaal begonnen, met kleine relletjes, dat moet toch wel 'n geweldige organizasie zijn dat kan niet anders, en dat is 't allerergste, 't verraad en 't bederf van binnenuit,
ik weet niet waar deze kerel in feite vandaan komt, misschien is 't niet eens 'n landgenoot maar heeft ie in de opleiding moeten leren zich als een van ons te gedragen, daar hebben ze toch van die kampen voor met instrukteurs uit 't buitenland die ze in 't geheim oefenen in allerlei vuile praktijken zonder dat iemand er iets van weet, dat blijft toch allemaal geheim,
| |
| |
van buiten lijken het scholen of nudistenkampen of misschien wel kloosters, je kunt nooit weten, got wat hebben we eigenlik aan 'n regering als dit rustig maar allemaal kan gebeuren, ze willen alleen maar hun eigen gat droog houden en daarom luisteren ze net altijd naar de verkeerden, ze zijn veel te slap dat is toch duidelik
als ze die oproerkraajers meteen in elkaar gehakt hadden was 't nooit zover gekomen, dan stonden we sterk als één man tegen de vijand (hij wordt 'n redenaar, weer 'n nieuwe partij)
maar NU nee echt je kunt geen mens meer vertrouwen, jezelf haast niet zo zijn we vergiftigd, dag in dag uit, en dit loeder is er een van, pracht eksemplaar,
zag je vandeweek nog op de televizie hoe ze daar hebben huisgehouden waar was 't ook weer, hele bendes die naar de stad gekomen waren, uitschot zag je zo, en die zouden ons gaan vertellen hoe we moeten leven en denken, dat zou er fraai uitzien, wat willen ze toch van ons we doen toch ons best, die hebben dan zogenaamd geleeeerd, maar ik heb gewoonweg scheit aan al dat intellekt -
(in een onderaardse stad, waar alles vochtig en grauw is. overal geweldige ruimtes met lawaajerige masjienes waaraan grijze mannen in allemaal dezelfde donkere overals, ploegen die elkaar afwisselen en op elkaar gepakt in liften naar boven gaan.
ergens in 'n hoge toren is in een vertrek vol met borrelende glazen en reageerbuisjes 'n man met 'n waanzinnige blik in z'n ogen bezig vanuit zijn uitgedachte sentrum de massaas onder zijn invloed en macht te krijgen. de duivel in een lange witte doktersjas.
de stad gonst van geruchten, groepjes mensen staan angstig bij elkaar, -
wat hangt hen boven het hoofd, onbekende krachten die ze niet zien. dringen hele hordes opgeschoten jongelui, jongens en meisjes in kleding niet meer van elkaar te onderscheiden, schreeuwend de ondergrondse fabrieksruimten binnen, trekken de werkers van de stampende masjienes vandaan, gaan als bezetenen tegen hen tekeer scheuren hun zelfs de smerige werkkleren van het lijf, beginnen alles kort en klein te slaan
| |
| |
terwijl ze in koor angstaanjagende liederen zingen - alles gebeurt in versnelde beweging - de hel lijkt losgebroken, voor de geesteliken en direksieleden die met gescheurde kleren de handen voor de ogen vanaf 'n platvorm, 't lijkt wel 'n schavot, het gruwelike schouwspel moeten aanzien)
nou ik maak iedereen af die 'n vinger naar me uitsteekt of die probeert met z'n tengels aan wat ik 'n leven lang met moeite heb opgebouwd daar aan te komen met z'n ongewassen klauwen, nietwaar 't is toch gotgeklaagd, en dat noemen ze vredestijd welvaart, ja laat ze hun gang maar gaan, je bent zo nog geen minuut zeker van jezelf, hebben we daarvoor al die jaren gevochten, je zou toch stapelgek zijn als je dat neemt en maar blijft afwachten tot dat tuig in je huiskamer rondstapt -
- d'r zit er al een/
- maar ondertussen weten we nog altijd niks, we komen zo niet veel verder -
- 't is wel 'n uitgekookte, hee schelvis sta daar niet zo sloom te hannesen, je staat hier niet voor je lol, en grijns niet zo, teringlijer die je bent, óns neem je er niet tussen, - degene die dat zegt komt met 'n boog op hem af. Hij heeft zich tot nu toe op de achtergrond gehouden, met de fles drank.
Hij nadert heel dicht met z'n grove gezicht tot vlakbij 't zijne zodat hij z'n ogen moet dichtknijpen om, ja om wat, om de broejerige blik te weerstaan soms, niet bang te lijken voor de dreigend lage stem ('n slecht toneelspeler zoals hij al die overbekende amateurgebaren nadoet) van de man die zich over hem heenbuigt en hem toegrauwt,
- kom op, valse mie, geen getrek verder, wie heeft je hiernaartoe gestuurd -
- maar er heeft me helemaal niemand/
- hou op 't is nou genoeg/
- maar als toch/
- hou je bek schijtert
- wanneer vallen ze ons land binnen, dat moet jij weten -
- ik weet 't niet/
- WANNEER/
- luister nou toch eens rustig/
- WAT RUSTIG/
| |
| |
- even, even kalm wie vallen 't land binnen/
- WIE?
- maar er is helemaal geen gevaar voor oorlog dat maken jullie er maar van en wat zou ik er mee te maken hebben/
- MOET JE DAT HOREN HEB JE OOIT/
- nee echt ik ben geen verrader voor geld en bovendien is er eenvoudig niks te verraden (kreten) AAN WIE DAN VERDOMME/
Z'n arm wordt beetgepakt en op z'n rug gedraaid, steeds verder terwijl hij z'n zin nog wil afmaken (hij zou nu door willen praten) hij beweegt met zijn bovenlijf mee tot hij niet verder kan, maar de man draait verder,
- laat me los gore schoft die je bent au laat ME LOS
- Cis laat dat, - de stem van ouwe Marte klinkt niet erg overtuigend -
- ik laat me niet voor gore rotschoft uitmaken gotnondejuu, zég op, ik zal je, wanneer komen ze/
'n gloejende streep trekt over z'n gezicht, de arm wordt nog verder gedraaid 'n elektriese stroom die niet ophoudt -- WANNEER ----- WANneer ---- SCHEI UIT CIS - hou je in --- WANNEEERRR ------ ploerrt -- wanneer verlinker KLAP wanneer lelike luis DREUN zeg op wanneer stuk vuil BANG -- HOU OP AU AU MORGEN - MORGEN? - hij krijgt de arm langzamerhand weer terug --- morgenvroeg NOU GOED?, - de greep wordt losser, 't licht zwarter, gezichten en stemmen dichterbij dichterbij
- och wat is er aan verbeurd -
- je bent lazarus -
- ik laat me niet uitschelden, door niemand, zou jij dat doen... vanzelf komt 't er toch niet uit, halfzachte metodes ja lik ze maar af, nee ZO moet je ze aanpakken dat gaat vlugger, zie je wel -
De gekleurde tegels komen weer tot rust worden weer wit zwart maar het blijft suizen -- m'n oren - hij heeft met iets hards -- tegen m'n tegen de zijkant van mijn kop - geslagen - ik kom hier nooit meer uit - ik ben/
- ik hou niet van die grappenmakers -
- maar je had 'm uitgedraaid, moet je 'm eens zien zitten/
| |
| |
- gezakt hoor kristus voor de rechters/
- die is goed ja/
- hij houdt z'n ballen al vast/
- als ie ze heeft tenminste/
- misschien heeft ie er wel 'n pistool verborgen/
- zou ie eigenlik ook rood ondergoed aanhebben/
- hee Jean heb je daar ook gezocht, had je wel gewild he, - daverend gelach.
(de revolutsionairen droegen rooje halsdoeken om zich te onderscheiden van de rest, maar toen de opstand door 'n onverwachte versterking van het leger dreigde teworden neergeslagen, deden ze die snel af om niet herherkend te worden, maar door 't hete vochtige weer bleven er rode vlekken op de huid achter. De soldaten kregen opdracht iedere persoon, die rode strepen vertoonde in zijn hals, onmiddellik af te maken, zo gebeurde het)
Hij ziet Jean nergens.
De ouwe Marte is al die tijd blijven zitten en slaat nu met 't mes tegen de kachelbuis,
- hee jongens hou nou 'ns op met dat gemiemeut, laten we er liever maar 'ns over denken wat we moeten gaan doen...stel dat ie gelijk heeft en ik vrees van wel,
laat 'm eerst maar weer even staan hij heeft lang genoeg gezeten direkt gaat ie zich hier nog tuisvoelen ook,
maar als 't werkelik waar zou zijn dat ze morgenvroeg al komen, wel erg gauw he, verrek dan moeten we wel als de gesmeerde bliksem iedereen waarschuwen -
- iedereen waarschuwen?
- ja want wij zijn de enige die 't weten/
| |
| |
- moeten de anderen ook maar opletten zo/
- jamaar voordat we met de grond gelijk gemaakt worden, wij alleen, nee, er moet zo gauw mogelik iemand naar de instansies die daarvoor zijn -
- welke, dacht je dat er ook maar iemand op voorbereid zou zijn, die mafkezen slapen in hun kasboeken/
- toch moet de burgemeester gewaarschuwd worden, dat minstens, en de polisie, dan moet die 't zelf maar verder doorgeven ze weten beter dan wij/
ze houen niet meer op och ik zal ze vertellen wat ze willen horen voordat er weer een zo begint - m'n hele arm uit 't lid en m'n gezicht brandt als de netels m'n bril staat scheef -
De rook om de lamp. Stemmen tegen elkaar in, over elkaar heen, nu twee onder elkaar door, bijna zichtbaar, tegen elkaar op, - wie 't hardste kan heeft gelijk, wie 't zekerste is en 't beste weet en 't meest overtuigd is dat zijn idee het ware is - laat ze maar praten rookslierten uit hun trekkebekken - rillingen over m'n rug - wie denken ze dat er zullen komen hoe komen ze erop --- in het halfdonker - zijn ze allemaal nog groter moet ik bang voor ze zijn - wat kan iemand overkomen dat echt erg is 't maakt weinig verschil --- ik heb haar geslagen - hard - dat kan niet anders - ja hard geloof ik - ik voelde niks - ze zal daarna wel weer opgekrabbeld zijn - of niet - maar ze zijn taai die katten - maar nu -- dat gloejende koper boven de kachel dat gloejende koper - die bewegende handen losse vlerken zelfstandige grijpers -- en wat als ze eens niet meer heeft kunnen opstaan nadat ik 't huis ben uitgegaan - maar nu als ze me pijn gaan doen o ik voel 't nu al - pijn die niet ophoudt als ik eraan denk ---
'n naald 'n haaknaald die ze onder je nagels steken ik zal ze van alles zeggen - als ze die hond op me afsturen me eerst met vet insmeren en m'n handen en voeten vastbinden terwijl ie heel m'n buik uitvreet -- ze kunnen eigenlik alles letterlik alles met me doen als ze daar zin in krijgen - ik ben voorlopig weerloos - voorlopig? de hoop blijft leven zingen maar morgen zal alles beter zijn moeder dat houdt iedereen in bewe- | |
| |
ging gekkenwerk ---
waarom ben ik hier ook langsgegaan met m'n stomme kop zal ik ze zeggen dat ze misschien nog wel familie van me zijn - waarom moest ik naar dit krankzinnige kerkdorp waar geen kip te zien was alleen die samenzweerders voor de kerk alsof voor de rest iedereen in de kelder zat weggedoken en ik niets vermoedend - //
wat zullen ze morgen zeggen in 't kafee als ik ze het vertel:
dat ik in 'n woedebui ben weggelopen ergens 'n brommer heb gejat en daarmee eindeloos heb rondgereden en uiteindelik in dit gat ben terechtgekomen en hier opeens werd aangevallen op de grond getrokken en 'n boerderij binnengesleurd waar ze me de hele nacht hebben vastgehouden zoon stel van die stomme boeren die mij notabene voor 'n spion aanzagen de gekken me zelfs begonnen te martelen om er geheimen uit te trekken wat 'n belevenis -
ze lachen zich natuurlik rot - die Maxie die heeft ook altijd wat jongen pak nog 'n kijl om je schoon te spoelen -
't zal er warm zijn behagelik warm denk ik en - die zijn er ook weer bij zie ik die twee wijven maar got wat is er toch aan de hand - dat had je moeten zien zoon stuk of tien lui om me heen ik als gevangene natuurlik in 't midden de baas van 't spul bij de kachel en die teringwijven zaten maar te gniffelen de ene was wat jonger maar ik zou ze met nog geen riek aan willen raken - maar dat is toch warempel te gek ik moest toch iets doen maar ik weet niet wat heeft iemand ooit zoon zout gevreten/
- wat sta je daar toch voor je uit te mompelen, doe 't wat harder dan kunnen wij ook iets verstaan -
- besef je eigenlik wel dat in oorlogstijd zoon mafketel als jij zonder pardon neergeknald kan worden
(in geval van nood mag en moet alles)
zonder vorm van proses, je bent 'n gevaar voor ons volk (ik heb 't allemaal al eerder gehoord - zij ook waarschijnlijk - 't verschil/)
- en als wij je nu vrij zouden laten ben je voor je eigen mensen al evenzeer 'n vuile verraajer, die meteen maar opgeruimd moet worden, hee zeg is dat eigenlik geen goed idee, we laten hem los en houen hem in de gaten zodat we kunnen zien met welke personen hij in kontakt staat -
| |
| |
- och kom die zijn ook niet gek, die zijn 'm natuurlik allang gesmeerd, in 't telegram stond toch vijf uur en 't is nu al over zevenen -
- zo laat al?
En nog steeds staat hij daar in de lage rokerige ruimte, om hem heen in de donkere hoeken als lichte vlekken de gezichten van vervuilde mannen in uniform, de geweren los in de handen met de opgestoken bajonet glinsterend voor hun gezicht,
op de tafel tussen hem en de kommandant kaarten uitgespreid en de voorwerpen die ze op hem gevonden hebben - iets wolligs dat op 'n paar opgerolde sokken lijkt in ieder geval eirond is, 'n springmes, 'n portefuije, 'n izolasietang, 'n pakje sjek, wat er nog meer is = verborgen onder de papieren, alsof er juist iemand iets gezegd heeft - hard tegen hem geroepen - hoort hij 'n nagalm, maar hij kan zich met geen mogelikheid herinneren wat er gezegd zou moeten zijn wie hem aangesproken heeft, - het is geen bunker
De zoldering bestaat uit balken en de wanden zijn betegeld, rechts van hem 'n groot bruinachtig schilderij ('n rozige kerel met lange haren die op z'n dooje gemak bovenop 'n heuvel zit toe te kijken hoe in 't dal de stad in brand staat, mooi rood; huilt ie of lacht ie, hoog en droog boven jeruzalem 't gestrafte gomorra, de stad waarin de mensen met open ogen hun ongeluk tegemoet gingen, trots en gotlasterend)
De kommandant tegenover hem. Zijn mond beweegt alsof hij met z'n tong de aanslag van z'n tanden wil afschuiven. Die hij niet meer verstaat wel hoort ook al schijnt 't keelgeluid van achter zijn rug vandaan te komen - zijn rug die klam aanvoelt (hij staat naar de kachel toe nu) in zijn gescheurde overhemd en broek waar ze de riem uitgehaald hebben zodat die voortdurend dreigt af te zakken (ze vragen me de kleren van 't lijf) en op z'n sokken, -
hoe zie ik eruit/
wat denken ze van me/
m'n gezicht/
| |
| |
hoe lang is het al niet geleden dat ik m'n eigen gezicht gezien heb/
zeggen ze niets meer/
m'n gezicht zwart natuurlik met 'n gore baard van bijna 'n week m'n haren stijf van 't vuil/
'n loslopende ja wat loslopende toch geen vluchteling zwerver ontsnapte gestoorde of vul maar in/
zal ik zeggen dat ik gek ben drie jaar opgesloten heb gezeten/
gekken hoef je niet te geloven stapelmesjokke/
zij worden ervoor betaald salaris voor 't laden en afschieten van 'n geweer - beroepsslachters maar ze zitten evengoed ook onder 't vuil onder de luizen/
ze zijn ook van week vlees/
wat zeggen ze/
die zijn ook in geen dagen uit de kleren geweest -
al die blote mannelijven met z'n tienen in deze bedompte ruimte, goor grijs vel van 't stof en gedroogde modder en mest, donkere velden haar op de borst sommige ook op de rug op de buik, met nog altijd 't geweer in de hand ('n geweer maakt je man - wat 'n pik) zelfs in bed vermoedelik,
een begint te zingen terwijl hij 'n fluitketel warm water over z'n kop uitgiet 'n borstel tussen z'n kniën geklemd -
De twee vrouwen bij de aanrecht. De ouwe heeft iets geroepen van: ik rammel van de honger krijgen we nog wat. De deur waar ze uit gekomen zijn zojuist, is op 'n kier blijven staan maar door 't donker is er binnen nauweliks iets te zien - het zal ook 'n kamer zijn, in 't woonhuis dat hij straks gezien heeft, de uitbouw met 't heilige tuintje ervoor.
Er dringt stoom uit de pan die op 't gas staat - 'n blauw schijnsel in die hoek - zodat de deksel kleppert. 'T gaat snel de handen vliegensvlug tussen alles door. De geur van koffie - hij voelt op eens hoe 'n erge honger hij heeft (sinds gisteren niets gehad)//
met 'n schok (breukpunt van inslapen) gaat hij weer rechtop staan, ze hebben hem in slaap gezeurd - stond ik te slapen zag ik 't toch allemaal/zie ik 't nu anders - opnieuw 'n graadje helderder - heb ik iets gezegd - wat vroegen ze --- ik word duizelig - 't is toch niet waar dat ik dat
| |
| |
gezegd heb - maar ik hoor 't me nog zeggen duidelik --- als er 'n vijand zou zijn die jullie wil aanvallen als die er werkelik zou zijn zou ik er zeker bij horen op welke manier dan ook
'n opruiming zou wel eens goed zijn weg met 't afval de stronthoop overbodige schreeuwlelikers die niemand de ruimte laten ik zou beslist naar die zogenaamde vijand overlopen tegen jullie graag
liever vandaag nog dan morgen ik zou ze presies zeggen wie eraan moet gaan
ik heb de leidingen verbroken om jullie uit te schakelen er zijn al troepen onderweg -
hij kijkt rond om te zien of hij inderdaad (bloeddorstige aktivist) zoiets gezegd heeft, ze laten zich zoiets niet ongestraft zeggen
ze doen alsof ze niets gehoord hebben geeft niets maar wat als 't nog eens gebeurt en als ik dan op deze manier verder ga - het sein is al gegeven 't is verder niet belangrijk of ik nog kom of niet eerst wordt 't platteland gezuiverd de stofnestenzogezegd en dan de steden
van binnen uit is het al begonnen ze worden ingesloten gewurgd alle personages die met hun vette reet op 't verleden zitten te broeden en daarmee elke mogelikheid tot verandering verstoren worden uit de weg geruimd ook jullie met je kruimelwerk en blinken de blikwagens en - nog schijnt niemand hem gehoord te hebben, of ze vinden het niet meer belangrijk genoeg. Marte heeft z'n uniformjas opengeknoopt en zit met z'n hand onder z'n hemd te krabben. De kleinste van het stel knakt z'n buks open en tuurt in 't laadgaatje, 'n ander schroeft 't vizier weer op z'n geweer en gebruikt 'n uitsteeksel aan 't hoofd van de staande man als trefpunt om 't zuiver te stellen. Iedereen is met iets bezig schijnt, alsof niemand meer erg in hem heeft -
het is buiten te koud - anders kon ik nu met 'n fikse spurt best veilig buiten komen maar dat is onmogelik zo in m'n dunne hemd in die kou en op m'n sokken door de sneeuw/
Hij kijkt
| |
| |
naar rechts = in de ogen van de man die hem 'n uur of wat geleden beet heeft gehad en met Gis werd aangeroepen, en die hem wantrouwend blijft aankijken alsof hij ook deze gedachte hardop uitgesproken heeft, in ieder geval duidelik verstaanbaar voor Cis; 'n echte bewaker voelt hij zich waakzaam achterstevoren op de stoel - 'n bidstoel? - de armen onder z'n kin op de leuning, de fles bij z'n rechtervoet - de voet met ijzer beslag? -
Zo in de schaduw lijkt 't argwanend gezicht wel wat op dat van Victor hij moet hier toch ergens verderop in 'n houten keet wonen - aan de andere kant van 't dorp schreef ie -
Hij was de stad uitgetrokken omdat iedereen hem op de huid zat vanwege de schulden hij zoop zich ook kapot - om helder te worden naar eigen zeggen omdat ie het eigenlik niet wilde en 't daarom juist moest doen omdat hij wat ie eigenlik wilde doen niet kon of altans niet goed genoeg in zijn eigen ogen. Toen elk ogenblik de polisie kon binnenvallen, ook nog voor andere zaken, kneep ie er tussentijd - liet mij in zijn flet en woont nu zelf ergens op de hei -
Ik zit wat te kneuteren, wat kladjes heb ik gemaakt niet meer, ik Klee de griezels & spoken die onder m'n vel zitten uit op papier, dat is alles wat ik doe, de rest van de tijd ( DE TIJD) lig ik zakkig op m'n nest - zelf getimmerd van wat kastplanken - of treen me met rapier, 'n mens moet zich immers kunnen verdedigen ( voor als jij komt), in deze middeleeuwen, als verzetje, je moet op alles voorbereid zijn. Ik voel me met de dag onzieker, fluit als 'n lijsterbes en hou de stand van de maan + m'n ereksies bij op 'n grafiek, het lieve leven van 'n mondokaan. - Kom me eens opzoeken ( als je durft) als je linkerhand weer de kuren heeft, en breng de tekeningen mee die ik in m'n haast heb laten liggen, Veertje weet wel waar ik die verborgen heb, dag ouwe pik...
zo was Vic of zo deed ie zich tenminste voor -
begrijp toch niet dat ze nog niet van 'm gehoord hebben -
wat doet die snoer met gespikkelde eierschalen daar boven het raam
| |
| |
(Ondertussen)
is de tafel gedekt, (zijn spullen met tafelkleed en al naast de kachel gelegd)
en zijn ze met z'n allen rond de tafel geschoven, voor ieder maar weinig plaats - hem is gesommeerd daar te blijven staan, doodstil liefst, anders... en Cis heeft hem daarbij met 'n scheve mond liefjes toegelachen, ook werd hem nog smakelik eten toegewenst. Hij keek verder maar naar de tenen van z'n natte sokken en haalde adem door z'n mond om niet aldoor de koffiegeur en gebakken spek te moeten ruiken - wat heb ik vuile nagels. Ze proberen hem lekker te maken door met overdreven gebaren 't vet op hun brood te smeren daar suiker op te stroojen en dat ver achter in hun mond te steken met onsmakelike smakken.
(ik kots erop)
Als de ouwe vrouw van haar stoel opstaat en haar hand naar de koffiekan uitstrekt/
is het geluid te horen van de schuifdeur in de serre, stappen,
en terwijl zij nog met de hand aan de kan staat, komen er achter elkaar twee mannen binnen: de eerste 'n jongeman met 'n pet diep over de oren, de tweede iemand in 'n groen uniform.
(is er geen derde?)
De deur gaat nog eens open en er komt nog 'n derde binnen - die moet hij al eerder gezien hebben, hij stond op wacht in de serre.
Er worden stoelen uit de andere kamer gehaald en bij de tafel geschoven, groeten over en weer. De jongste gaat naar de gootsteen en wast daar de zilveren lepels en buisjes die hij uit zijn tas haalt uit de geblokte teedoek knoopt. Over zijn schouder vraagt hij wie die verlopen snoeshaan wel is. Wordt uitvoerig - niet allemaal tegelijk één is genoeg - uitleg gegeven aan de kommies, die al bezig is 'n mok dampende koffie uit te slurpen.
Een krant wordt uit elkaar gehaald en de losse bladen doen ritselend de ronde, - koppen en ook 'n paar stukken worden hardop voorgelezen -
| |
| |
VANUIT NEDERLAND MAKEN ZE JACHT OP MIJ
(kijken ze naar mij?)
MAATSCHAPPIJ KAN TOETS DER KRITIEK NIET DOORSTAAN
...en toen hebben we die kerel te grazen genomen en heel z'n auto van onder tot boven doorzocht, nou dat heeft zeker drie uur.../
CHINESE SPIONNEN IN ZUID-KOREA IN ARREST
meikevers bezetten vliegveld van Parijs
RODE PRUIKEN MOGEN AMERIKA NIET MEER BINNENKOMEN
DE OORLOG VERHINDERT DE VREDESONDERHANDELINGEN NIET
...toen werd ie kwaad omdat ie zoon haast had maar ik zei met 'n schijnheilig gezicht dat 't voorschrift was en dat we ons daaraan moesten houden...
|
de wedstrijd komt alleen dan op de televizie als alle toegangskaarten |
wij amerikanen houden van de sjah en rekenen hem tot onze beste vrienden |
|
|
heeft een vrouw haar man, van wie ze reeds enige jaren gescheiden was met een tafelmes |
RUSSEN HERGAVEN MIJ VOLLE BEWEGINGSVRIJHEID |
|
|
afgaande op de muurkranten in Peking wa- |
| |
| |
Iemand vlakbij hem krijgt 'n blad in handen - op de rechterhelft ziet hij op 'n foto waarboven in kapitaal MISDRIJVEN TOEGENOMEN
:drie soldaten in 'n rietveld, de middelste met een bijna kaal geschoren hoofd die 't in zijn bol geslagen is en als 'n vod tussen de twee anderen inhangt, 'n slappe pias (die z'n geweer plotseling heeft weggesmeten rechtop ging staan en met gespreide armen op de schietende tegenstanders toeliep we shall overcome bralde en ongedeerd bleef) de handen op de borst over 't openhangende kekihemd bij elkaar, z'n gezicht met 'n brede smile naar de fotograaf gedraaid de broek tot aan de revolvertas onder de modder: alleen de linkse soldaat draagt 'n helm waaronder hij wantrouwend zijn (mijn) richting uitkijkt, de rechtse is zijn helm waarschijnlijk zojuist kwijtgeraakt en heeft alle moeite zijn strijdmakker die zich gek lacht vooruit te krijgen.
Er wordt om meer brood gevraagd.
Het blad met de drie musketiers wordt omgeslagen.
De melkschepper droogt heel zorgvuldig zijn instrumenten en doet ze daarna in de doos die in de muurkast onder de rechtopstaande met allerlei bukoliese motieven beschilderde schalen staat.
| |
| |
- staat het al in de krant, - vraagt de kommies.
- wat?
- nou ze hebben 'n man dood langs de sloot gevonden op 't Klinkerweggetje, z'n kop vanachter helemaal in elkaar geslagen, ze weten nog niet wie het is, al z'n zakken waren leeggehaald -
- iemand uit 't dorp?
- niet dat ik weet -
- er gebeuren toch wel rare dingen hier de laatste tijd/
- verder niks bizonders, geen wapen in de buurt of iets waarmee 't soms gebeurd zou kunnen zijn/
Ze kijken zijn richting uit, even wordt er niet verder gepraat - nu denken ze natuurlik meteen aan mij -
- hoe laat is 't gebeurd? toch niet op klaarlichte dag, wie doet dat/
- toch wel, 't moet tussen twaalf en twee gebeurd zijn, want om twee uur is ie gevonden, door 'n kollega van me, en ik heb zelf iemand gesproken, die kerel van de eieren, die er nog om twaalf uur is langsgereden met z'n bestelwagen, die ging tuis eten, toen was er nog niks te zien, dus/
- maar ze kunnen hem evengoed daar uitgeladen hebben, dat weet je nooit, 't kan toch heel ergens anders gebeurd zijn -
- 't is nergens meer pluis, - komt krassend 't ouwe wijfje op de proppen, ik zou vanavond maar alle staldeuren goed afsluiten want stel je voor dat ons ook zoiets overkomt, en dan met deze griezel in huis, zorg maar dat ie zo gauw mogelik hier vandaankomt, ik vertrouw 'm voor geen halve stuiver -
- zeg waar was jij eigenlijk vanmiddag tussen twaalf en twee
- ik?
- ja jij, wie anders?
- ik ik was onderweg dat heb ik toch al gezegd/
- naar z'n vriend natuurlik begrijpen jullie dat dan niet/
- daar heb je dan wel verrekte lang over gedaan, als we jou moeten geloven ben je alwel jaren onderweg, je zult wel moe zijn van al dat trekken,
Koos, - dat tegen de kommies die net de kruimels van z'n mond veegt, kim jij 'm niet nog eens wat nader aan de tand voelen, 't is jouw vak tenslotte/
| |
| |
- laat dat maar, - komt Marte ertussen, ik was bezig en ik geloof dat ik al aardig ver was met 'm en als je nou weer van vorenafaan begint/
- ach rot op ouwe, wat heeft ie in feite nou gezegd en we zijn bijna 'n halve dag met 'm bezig, toch geen sodemieter of wel soms -
- nou dat de koppies morgenvroeg met hun legers binnenrukken, is dat al niet genoeg/
- en waar en hoe laat en waarvandaan, heb je dat dan soms al gehoord, morgenvroeg dat kan vijf uur zijn maar ook evengoed pas om elf -
(de derde die achter de melkschepper en de kommies binnenkomt is Vic - ik herken hem niet meteen omdat hij z'n bontmuts diep over de ogen getrokken heeft hij begint hardop te lachen als hij me zo voor janlul ziet staan maar hij laat de anderen praten en gaat ergens tussenin staan maar zó dat ik hem kan blijven zien -
wat voor verhaal heeft ie opgehangen dat ze hem als een van de hunnen beschouwen - hij kijkt hen eerst de kunst af wacht even om te weten te komen hoever het al is -
daarna zal hij me gaan uitdagen me openlik bespotten - als je gekomen was had je toch niet gedurfd - 'n geweer op me richten - zal ik je namens Veertje naar de andere wereld helpen je uit je lijden verlossen verlopen hond - en hij zal de anderen aanvuren -
vervolg van alle vroegere spelletjes waar ie zo vindingrijk in was eens zo leuk nu hij aangeschoten is en niets terug kan doen)
- waar komt ie eigenlik vandaan?
- dat moet in z'n pas staan -
- maar dat is al zo oud (het verfomfaaide boekje vol stempels en zegels en voorin 'n vergeelde pasfoto) dat kan evengoed van iemand anders zijn, er worden er genoeg gestolen, dat brengt nog goed geld op ook, en bovendien heeft die op de foto 'n snor -
het zwarte boekje in de opgeheven hand op hoogte van zijn hoofd vergelijkt hij de twee
('n V zeiden ze? - morgen zal het
| |
| |
zo in de krant staan - LIJK VAN MAN LAG IN SLOOT LANGS DE WEG -- door een toevallige voorbijganger een ongeveer veertigjarige man dood aan de slootkant van de weg gevonden buiten het dorp ---
schedel vertoont ernstige beschadigingen en moet ingeslagen zijn met een hard voorwerp dat men nog niet heeft gevonden ---- ook rooje striemen in z'n nek --- geen sporen --- de bril van de man lag een paar meter verderop evenals zijn hoed - zakken waren leeggehaald - Het slachtoffer dit - het slachtoffer dat - wie - wat - waarom - vandaag of morgen - dood door aanrijding is geen moord - opgeruimd is niet dood - onmacht is nog geen doodslag enzovoort)
De man in uniform ('n uniform maakt alleman gelijk) staat vlak voor hem (groter dan ik dacht - die toch nog gauw 'n nieuwe boterham genomen heeft nou 't nog kan) en vuurt snel achter elkaar vragen op hem af, roetinewerk,
en ik antwoord automaties - de maten gewichten data die ik in de loop van mijn tijd geleerd heb (hebt u iets aan te geven: elektriese apparaten bij u, radioos kameraas hoeveel geld in welke valuta, hasjies, wapens nee? no gun, - wacht u daar nog even, voor die deur - waarom?)
Er zitten morsvlekken op z'n kraag, ook op z'n broek vlakbij z'n gulp, en de randen van z'n uniformjas zijn gerafeld; 'n rood bol gezicht (geen slecht leven aan de grens) en ondertussen het gerinkel van vorken en messen,
stemmen die (onafgebroken) door elkaar praten, hem erbuiten houden -
Hij verstaat bijna geen woord meer -
(de hoed - hoeveel meter van hem vandaan - kan afgewaaid zijn of weggerold toen ie uit de rijdende auto gegooid is ---
maar z'n hoofd moet ingeslagen zijn toen de hoed al af was anders was er wel iets gezegd van bloed dat eraan zat en deuken of gaten zoiets laat toch sporen na en ze zullen toch niet eerst beleefd z'n hoed hebben afgezet om 'm 'n paar doffe dreunen te verkopen en hem dan weer netjes op te zetten - nee het moet anders gebeurd zijn - waren er bloedsporen in de sneeuw die kunnen ondergesneeuwd zijn - hij kan eerst
| |
| |
doodgeslagen zijn en pas later naar buiten gesmeten of eerst eruitgegooid of misschien wel gesprongen en daarna neergeslagen of allebei tegelijk en best mogelik dat ie nog niet meteen dood was - laten we zeggen dat de hoed tien of vijftien meter verderop lag - hij heeft halfdood nog weg willen kruipen op handen en voeten als 'n aangeschoten hond met nog de hoop dat 't niet afgelopen kón zijn dat er nog 'n verder was is)
En hem er tegelijk in betrekken zodat hij toch geen kans krijgt zich doof te houden om ahw tot rust te kunnen komen, - het gaat over hem, als 'n pingpongballetje voelt hij zich tussen de verschillende happende monden heen en weer gestuiterd worden, ik word gejonasd - over boord gezet - om de storm te doen bedaren - hap -
Z'n maag trekt samen, het zuur dat nog nawerkt van de sterke drank vanmorgen op z'n nuchtere maag.
(vanmorgen?)
zaten er al 'n paar uitgeleefde figuren aan de toog die het beven probeerden tegen te gaan met vlug een twee glaasjes, en hem meteen - als 'n oude kennis - aanspraken, maar die hij van zich af schudde - kon ze immers niet hebben na wat er net gebeurd was - door met 'n paar kranten naar 'n tafeltje aan 't raam te gaan zitten
en bijna wezenloos naar 't stukje straat te staren naar iedereen, tenminste iedereen die te zien was in galop onderweg naar 't een of andere werk = grijze fotoos (herinneringen, kiekjes, terugkijkjes) waarin hij zich niet meer terugkende - 't ene glas na 't andere werktuigelik in z'n handen.
dat ze samen in mijn bijzijn zaten te kleffen kon me geen donder schelen ik kon er zijn en er niet zijn dat was voor mij geen moeilikheid - maar wel dat ze duidelik lieten merken dat ze me feitelik 'n grote zak vonden omdat ik ze ongehinderd hun gang liet gaan moesten zij weten - het zou voor hen alleen maar spannender geweest zijn als ik het bedrogen mannetje had gespeeld en was gaan dreigen - omdat ik niet deed wat ze verwachtten was ik 'n nul - zoveel maal nul elke keer als er zoiets gebeurde ---
| |
| |
...HUN REGERINGSWOORDVOERDER HEEFT MEEGEDEELD DAT DE VORST GEHEEL ACHTER DE LEIDERS VAN DE STAATSGREEP STAAT. DE KONING ZOU NIET RECHTSTREEKS BETROKKEN ZIJN GEWEEST BIJ DE STAATSGREEP DIE HET LEGER HEEFT UITGEVOERD, DIT MAKEN WAARNEMERS IN LONDEN OP UIT BERICHTEN DIE DE BRITSE HOOFDSTAD BEREIKEN. DE GRIEKSE VORST HEEFT VOLGENS DEZE MEDEDELINGEN GEEN DEKREET GETEKEND WAARIN HIJ ZIJN GOEDKEURING HECHT AAN DEZE MACHTSOVERNAME. HET KONINKLIK GEZIN BEVINDT ZICH MOMENTEEL OP HUN LANDGOED.
MORGEN MOGEN ER WEER KRANTEN VERSCHIJNEN MAAR ZE ZIJN MET VERVOLGING BEDREIGD ALS ZE IETS TEN NADELE VAN DE NIEWE MACHTHEBBERS SCHRIJVEN/
- zeg zet dat rotding wat zachter we kunnen nog geeneens onszelf verstaan, - valt Marte uit, die samen met de kommies in 'n blauw schrift zit te neuzen,
(och daar kunnen ze toch geen wijs uit) het jongetje dat met de radio aan z'n uitgestrekte arm rondzwalkte (wanneer is ie weer binnengekomen ik heb er niks van gemerkt) drukt 'n knop in/het geluid helemaal weg, iemand grist het apparaat uit z'n handen (och hij is er niet alleen om de schulden vandoorgegaan - ik had ondertussen nu bij 'm kunnen zijn hadden we wat beleefd - Vera onzichtbaar in 't midden als lachende derde - ze was ook afschuwelik de laatste tijd)
het kind loopt jankend naar z'n moeder toe,
de radio gaat weer verder vanuit 'n andere hoek:
...IS ZWAAR GETEISTERD, ZEKER VIERENTWINTIG MENSEN IN DIT STADSDEEL ZIJN OM HET LEVEN GEKOMEN - DE POLISIE VREEST DAT DIT SIJFER ZAL STIJGEN TOT HONDERD, ER ZIJN ONGEVEER VIJFHONDERD GEWONDEN. REDDINGSPLOEGEN HEBBEN DE HELE DAG GEZOCHT NAAR OVERLEVENDEN. OP DE HOEKEN VAN DE STRA- | |
| |
TEN STAAN POLISIEMANNEN OM TE VOORKOMEN DAT ER WORDT GEPLUNDERD...
(vreemd dat ik hem toch mag - nee ik mag hem niet)
...HEEFT GEMELD DAT ANDERHALVE WEEK GELEDEN MUITERIJ IS UITGEBROKEN ONDER EEN AMERIKAANSE DIVIZIE. MILITAIREN ZOUDEN HEBBEN GEWEIGERD EEN PATROEJE DIE IN MOEILIKHEDEN WAS GERAAKT TE HULP TE KOMEN
(ik kan alleen niet zonder 'm - maar 'n bedreiger blijft het)
VOLGENS DE REGERING IN MADRID IS TEN NOORDWESTEN VAN BILBAO DE PROVINSIEHOOFDSTAD 'N PROSJINESE KOMMUNISTIESE ORGANIZASIE OPGEROLD DIE VERSCHEIDENE KEREN ONGEREGELDHEDEN HEEFT VEROORZAAKT...
- daar houden ze dus ook al huis/
- overal toch/
VANDAAG HEEFT PRESIDENT FRANCO VOOR HET BETROKKEN GEBIED DRIE ARTIKELEN VAN DE WET OP DE BURGERRECHTEN VOOR DRIE MAANDEN OPGESCHORT. DEZE MAATREGEL HEEFT TOT GEVOLG DAT INWONERS VAN DE PROVINSIESTAD SNEL UIT HUN WOONGEBIED KUNNEN WORDEN GEZET DAT DE POLISIE HUISZOEKING KAN VERRICHTEN ZONDER DAARTOE OPDRACHT TE HEBBEN EN DAT SPANJAARDEN VRIJ LANG IN VOORARREST KUNNEN WORDEN GEHOUDEN...
- daar zal hij wel meer van weten denk ik zo/
...BEGIN VOLGENDE WEEK IS DE BENOEMING TE VERWACHTEN VAN DE HEER DUINSTEE TOT STAATSEKRETARIS VAN DEFENSIE...
(als ik nou 'ns met één klap de lamp aan gruuzels sloeg -)
De mannenstem wordt vervangen door 'n alarmerende vrouwenstem -
DAN VOLGT NU EEN SPESIAAL POLISIEBERICHT,
IN DE GEMEENTE ALFUN...
| |
| |
- ja/
- stil/
- daar heb je't/
- hou je bek/
...BUITEN HET DORP LANGS EEN WEG DIE NAAR HET HONDSEIND (ze glunderen) STOFFELIK OVERSCHOT GEVONDEN VAN EEN MAN DIE OP GEWELDDADIGE WIJZE VAN HET LEVEN MOET ZIJN BEROOFD. BEHALVE MET ROOFMOORD HOUDT DE RIJKSPOLITIE REKENING MET DE MOGELIKHEID DAT HET SLACHTOFFER IS AANGEREDEN DOOR EEN AUTO EN DAT DE AUTOMOBILIST ZICH VAN HET LIJK HEEFT WILLEN ONTDOEN. IN DE HOED IS 'N MONOGRAM V GEVONDEN EN OP DE ARM WAREN EEN C EN EEN V GETATOEËERD, VERDER ZIJN ER GEEN PERSOONLIKE GEGEVENS GEVONDEN.
ZIJN SIGNALEMENT LUIDT ALSVOLGT: ONGEVEER EEN METER VIJFENZEVENTIG LANG, DRAAGT (droeg) EEN VILTHOED ZWARTE SUÈDE SCHOENEN BLAUW GESPIKKELDE KOUSEN BRUIN ENIGSZINS VERSLETEN MANSJESTERPAK EN DONKERGRIJZE OVERJAS, OGEN DONKERBRUIN LICHT GEBOGEN NEUS KLEINE SNOR EN DONKERBLOND HAAR, ZIJN HOOFD VERTOONT ERNSTIGE KWETSUREN (een ongeluk wordt gevreesd) EENIEDER DIE HIEROVER ENIGERLEI INLICHTING KAN VERSCHAFFEN OF BEKEND IS MET DE IDENTITEIT VAN DE PERSOON WORDT VERZOCHT TELEFONIES KONTAKT OP TE NEMEN MET DE GROEPSKOMMANDANT...
(dat je zoon grafschrift moet krijgen dat had ik hem niet toegewenst)
- ja zo had ik 't ongeveer ook gehoord/
Nu heeft weer 'n gedragen mannenstem de rol overgenomen, hij spreekt op de man en z'n gevoelige hart af:
HET NEDERLANDSE VOLK IS EEN NUCHTER VOLK EN WIJ ZIJN NIET ZO GAUW GENEIGD UITING TE GEVEN AAN ONZE GEVOELENS. DAT
| |
| |
WIL ECHTER NIET ZEGGEN DAT ONS ALLES KOUD LAAT. EEN BEROEP OP ONZE OFFERVAARDIGHEID...
- dat is toch wel toevallig he, net weer bij ons in 't dorp -
WILLEN U MEDE BETREKKEN IN HUN WERK TEN BEHOEVE VAN HET KIND IN NOOD TEN BEHOEVE VAN DE RUIM VEERTIGDUIZEND NEDERLANDSE KINDEREN VAN ALLE GEZINDTEN/
moet je dat misbaksel daar bij de kachel zien grienen 't misdeelde kind - ik hou 't niet langer/
- kan ik even naar 't toilet -
- wat?
BUITEN HET GEZINSVERBAND. LAAT DE NASIONALE KOLLEKTE KINDERBESCHERMING UITGROEJEN/
- hij moet blijkbaar naar de plee -
- en dat net onder 't eten/
- kan ie niet even ophouen, daar wordt ie sterk van dat moesten wij/
- och laat 'm toch, direkt zitten wij hier met al die vuiligheid, -
dat is de jongste van de vrouwen die dit zegt en hem daarbij aankijkt alsof hij inderdaad al 'n stuk stront is, terwijl ze het tegenstribbelende kind naar zich toetrekt om hem z'n mond die vol rooje sjem zit af te vegen
AAN HET MISDEELDE KIND. DUIZENDEN KOLEKTANTEN ZULLEN GAARNE UW BIJDRAGE IN ONTVANGST NEMEN/
moet je zien hoe 'n grauw gezicht ie al heeft, lijkt wel mislukt schuurpapier, meneer voelt zich niet lekker, meneeris 't niet gewoon lang te staan ochgot die ligt liever plat natuurlik
(ik zal maar niks terugzeggen krijg ik ze allemaal op m'n nek maar zou wel)
je zou haast medelijden met 'm krijgen/
- kan ik?
- Jean ga jij met 'm mee, heb je ook 'n goeje dag maar hou 'm goed in de gaten hoor/
- IN DE GATEN heb je dat gehoord, - schreeuwt iemand
| |
| |
lacherig.
Jean springt al van de aanrecht af en pakt hem stevig vanachter bij de elleboog,
en leidt hem naar de deur links naast de porseleinkast. Er wordt achter hun rug nog wat geroepen, niet van belang.
Komen ze in de stal, waar 't kouder is en het tocht. Langs de muur hangen lantaarns, nog maar de helft is aan.
Hij moet op z'n sokken door 't vuile stro op 't gangetje achter langs de rijjen koejen - met hun staart, opgehangen aan 'n lange waslijn, zwiepen ze vlak langs zijn gezicht, of ze pappen als hij passeert 'n dunne stroom vuiligheid in de goot, het is Kristien die 'm dat levert. Ze hebben allemaal bekende namen, leest hij van de bordjes boven hun kop: BEA JAKKELIEN MIES WILLEMIEN, JULIA kijkt hem met de ruwe tonglap tussen de slijmerige bek glijdend kwazie verbaasd na - hij zou BOE willen roepen en ook z'n tong uitsteken, - laat het.
Achteraan links is 'n hokje zonder deur waarin 'n houten bak staat met 'n ronde deksel in 't midden.
Jean heeft hem in z'n nek gepakt, - hij voelt de vingers eerst hard drukken en dan op en neer glijden-wees toch 'n beetje behulpzaam, je begrijpt toch wel dat we in deze gevaarlike tijd geen mens kunnen vertrouwen - hij krijgt er kippevel van. De stem klinkt veel zachter (voor de gelegenheid) omfloerst vlakbij zijn oor - waarom verzet je je zo - vingers kruipen kriebelend in zijn kraag betasten 't platte bot terwijl beneden 'n weke holte tegen zijn heup begint te bewegen - help wat mee, zo worden ze alleen maar gemener tegen je, daar kan ik ook niks aan doen, zonde van zoon kerel als jij, vertrouw mij 'n beetje - hij komt nog dichterbij (vertrouwen) 'n hete adem die naar 't eten ruikt dat hij heeft gezien, nu bedorven/
Hij maakt zich los, onder protest van Jean, en stapt 't hokje in; 't is niet meer dan 'n nis.
Hij draait zich om, wacht even,
maar Jean blijft met z'n gezicht - wat onhandig grijnzend, de handen in de broekzakken - naar hem gekeerd staan toekijken, - er is hem immers opgedragen de man te bewaken,
| |
| |
zelfs als de gevangene z'n broek laat zakken en op 't ronde gat gaat zitten, waar 'n rotte stank uit komt zodat hij 'n ogenblik dreigt te zullen gaan kotsen. Met z'n ene hand houdt hij de broek zoveel mogelik over z'n buik, waar nu de ogen van Jean met 'n glazige starende blik op gericht zijn. Met de andere hand steunt hij op de rand van de doos of tegen de kalkmuur zodat hij rilt van de stukjes kalk onder z'n nagels,
(het had 'n waarschuwing voor me moeten zijn - na 't elektrisiteitshuisje was 't geloof ik - fietste ik toen nog of was ik al gaan lopen - aan 't houten hek van 'n weiland hing 'n dooje vos aan z'n staart te bengelen - was ik maar afgestapt - had 'm om m'n nek kunnen leggen z'n snuit tegen m'n wang aan zoon zacht vel en glazen ogen in die spitse snoet misschien was ik dan wel omgekeerd was alles anders gelopen)
het lucht hem op z'n darmspieren eindelik te kunnen ontspannen. Hij begint te fluiten, waarop Jean als schrikt hij uit 'n korte droom hem toesnauwt z'n snuit te houden en niemand seintjes te geven, alsof er 'n hele kompagnie achter 't houten schot - in de varkensstal - verborgen zit, om - had ik maar iets bij de hand 'n eind hout of zoon zware ketting kon ik er maar ongemerkt bijkomen/iets doen voordat ze dadelik met 't ergste beginnen
(toen ik niets meer wilde zeggen werd ik naar 'n klein kamertje naast het buro gebracht, daar uitgekleed en op 'n plank gebonden, waarop nog de sporen van vorige behandelingen te zien waren: zwarte plekken bloed en korsten kots, een van de speesjalisten ging op m'n buik zitten en maakte de twee uiteinden, krokodillen geheten, die elektries geladen waren vast, een aan mijn oorlel en de ander aan 'n vinger aan dezelfde kant / alsof m'n hart doormidden gereten werd en zou gaan barsten...)
ben je nog niet klaar, heb je zoveel gevreten, en doe niet zo preuts je lijkt wel 'n ongestelde non, je hoeft je voor mij toch niet te schamen, - komt weer die zachte klank in zijn stem: zal ik het voor je doen?
| |
| |
- nee, ik kan 't beter zelf, ongezien -
(toen ik alleen maar kreunde en nog steeds niets wilde zeggen wat ze van me wilden weten, werd er 'n prop stof in m'n mond gestopt die naar benzine smaakte, en werd de ene elektrode op m'n geslacht gezet, wat zoon verschrikkelike pijn deed dat m'n spieren in een kramp samentrokken zodat de banden braken.
hij begreep dat het te snel ging bij mij, dat een langzame reeks meer effekt zou hebben omdat ik die beter zou voelen als ik bij bewustzijn bleef.
m'n borst werd met water besprenkeld, terwijl de andere soldaten, die werkeloos moesten toezien, de bierflessen aan hun mond zetten, scheurden de geladen knijpers m'n borstkas open, kon ik niet meer van de pijn, toen men zag dat ik 't bewustzijn ging verliezen, werd ik losgemaakt gedeeltelik aangekleed en aan m'n stropdas weer het buro binnengetrokken, waar ik op m'n kniën voor de sjef van die afdeling kwam te liggen)
Hij blijft rillerig nog 'n poosje zitten (als ik 't maar kan rekken --- ik slaap zo in ---- maar even helderheid - Op 'n schapje (daar zetten ze tegen kerstmis 'n konijn op dat ze stampvol stoppen met alleen maar haver) boven z'n hoofd staat 'n oranje spuitbus
CA - VA SEUL insecticide het is nodig goed te weten waar ik aan toe ben - met superedelgas in zilveren letters lucht zuiverend ongemerkt weet hij de bus 'n kwartslag om te draajen - als ik m'n bewustzijn verlies ben ik verloren - zodat hij ook de rest kan lezen, vertikaal
NEET BRANDBAAR / ONGEVAARLIJK
Onderaan AFDOENDE TEGEN ALLE INSEKTEN - (alle?)
maar als ik terugdenk aan vanmorgen aan gisteren aan wat er 'n uur geleden gaande was of 'n jaar geleden raakt alles in de war 'n vriemelende kluwen alle draden in en door elkaar / en dan die opgehangen vos die verrotte kerk dat
| |
| |
kotshuis die witte hand van haar zo slap over haar gezicht toen ze gevallen was die kapotgeslagen V de schoten in de verte - 't liep vanzelf op wieletjes 't liep allemaal onvermijdelik uit UIT op dit DIT/
- zei je wat?
alsof 't niet anders kon dat ik nu onder bewaking zit uit te blazen van 't scheiten - niet te geloven - m'n straf hu - wat prakkizeer ik nog / geen papier - had ik nu m'n schrift maar bij me -
Hij staat op, knoopt zo goed als het gaat z'n broek dicht en hoort Jean weer,
die aldoor verder praat - zo oud ben je eigenlik niet he, mag ik 'ns/
- nee, laat me met rust, ruigpoot poep aan de punt -
de ander verstart onmiddellik -
- daar zul je voor boeten gotverdomme, ik had 't goed met je voor dat weet je, ik had je kunnen laten gaan als ik had gewild, de anderen zijn toch te stom, maar nu heb je 't zelf verpest, klootzak, je begrijpt er ook niets van geen kloot
- dat rijmt op poot, -
even lijkt het alsof hij hem aan zal vliegen, hij is langzamer en tegelijk harder gaan praten (direkt ploft ie hij staat op springen/
wordt er van de andere kant van de stal plotseling geroepen: HELA WAT VOEREN JULLIE DAAR UIT JEAN, - er heeft iemand bij de deur gestaan omdat ze het waarschijnlijk niet zo erg vertrouwden die twee.
Als antwoord begint een van de koejen, die met de grote zwarte stippen op de zware uiters, te OEen, - blaast de aftocht - ik moet snel wat verzinnen voordat het spul direkt weer begint, - Jean naast hem: och krijg toch de kanker, en schiet jij 'n beetje op.
In 't midden de melkmasjiene, de blinkende trossen zuigers op de boks - zoon kleefzuiger op je swans en 'n pleeflopper op je hol - liefje wat wil je nog meer -
Lopen ze samen terug, langs de rij zwiepende staarten, klinkt er opeens hard 'n schot in de stal - de koebeesten springen
| |
| |
met 'n ruk achteruit aan de rinkelende kettingen / 'n hand grijpt mijn hand (jean) laat die gauw weer los
- wie is daar in hemelsnaam aan de gang?
Staat bij de deur, naast de pomp, Cis met het geweer nog aan de schouder grijnzend om hun schrikgezichten. Als hij hen zijn richting uit ziet komen loopt hij naar het eind van de stal waar in de varkenstroggen snuiten bewegen,
en komt terug met 'n hoefijzer in z'n hand,
- nou wat vind je daarvan, presies in 'n spijkergat, is dat even mikken
schutter eerste klas, kan niet missen,
tegen hem, - ik zou dus maar uitkijken als ik jou was,
(als ik jou was?)
Terug in de kamer,
lijkt het alsof er nog meer mensen bij gekomen zijn - nieuwe gezichten of heb ik ze straks niet goed gezien -
Met hun rook dampen ze de hele ruimte grijs. 'n tamelik lage zoldering betegelde wanden, tegelvloer, zinken aanrecht (twee vrouwen die aan de afwas bezig zijn), naast de porseleinkast op de deur (van 'n kamertje, of bedstee of gewoon 'n kast) 'n fineerwerk: twee mannetjesherten in gevecht (toen de herten riepen) de geweien in elkaar verstrikt, op 't lage dressoir naast de serredeur 'n tv. toestel nu 'n leeg grijs weerblinkend glaskastje, op de afgeruimde tafel in 't midden (in het midden van 'n lage ruimte - 'n hut, 'n achterkamer van 'n kafee, 'n schuilplaats, vol gewapende mannen rondom hun aanvoerder met zijn zelfverzekerde raadsman en de gevangene, die weer in de kring geleid wordt) een koperen petroleumlamp met 'n hoge buis licht erop die echter de hoeken niet bereikt en groteske schaduwen in beweging brengt op de wanden, dekking in de rug door 'n schaduwtroep.
Achter de tafel 'n al wat oudere man in uniformjas - is 't van 'n blaaskorps (soli dei gloria) of van welk galaregiment anders - druk bezig 'n verhaal te vertellen voornamelik gericht tot de kommies links naast hem, die z'n jas heeft opengeknoopt en aan zijn broeksband zit te frunniken -
..........alles was leeg, al die barakken, tot aan de nok toe volgestouwd met tonnen boter, spek, zakken bonen en noem
| |
| |
maar op, alles wat er gewoon niet te krijgen was, ze hadden zelfs de deuren niet op slot gedaan zo gauw waren ze 'm allemaal gesmeerd snachts...
Hij wordt tussen de mannen door naar het midden geduwd, de jongste vrouw strijkt, wanneer ze haar rode handen aan haar schort afveegt, dicht langs hem af. De anderen staan en zitten verveeld toe te kijken, ze kennen het verhaal waarschijnlik al van buiten, ze maken wat grappen onder elkaar of proberen 'n dut te doen.
(--- kan me 't verhaal herinneren van de man die vaak bij m'n familie over huis kwam en er telkens weer over begon nadat hij weer eens verteld had dat ZIJN dochtertje paard reed enzovoort het hele zeikverhaal elke keer weer hetzelfde dat hij als verzetsheld belangrijke gegevens had overgebracht - wat zijn belangrijke gegevens vraag ik me altijd af fabrieksgeheimen van die gaat met die heb ik samen gezien met die geheimen van de smid en de kok hoezo belangrijk - met 't risiko er z'n dure leven bij in te schieten wat ik me probeerde voor te stellen bij die man die in parelgrijs vest en vette handen tegenover me zat
moet je die ene vrouw met haar hand in haar schortzak zien vrijven komt ze zoveel te kort
zonder iets konkreets voor ogen te krijgen alleen de herinnering aan 't verhaal in 'n schoolboek hoe 'n kleine maar o zo dappere knaap door de belegering heen wist te komen en de legeraanvoerders zoveel kilometer buiten de stad waarschuwde dat / ik zou 't nooit gedurfd hebben toen ik klein was al doodsbang voor pijn alleen al de gedachte aan pijn - en later van de neger toen nog 'n neger die werd kaal geschoren getatoeëerd op z'n schedel de uitslag van 'n gladiatorengevecht en toen de kroeskop weer was aangegroeid erop uitgestuurd om de belangrijke geheime boodschap over te brengen 'n heldenverhaal dat hij groots vertelde toen ik nog niet wist dat hij als zakenman goed bevriend met de bezetters 'n vriend van hem had aangegeven die met belangrijke gegevens over de grens had willen komen maar er zodoende z'n leven bij had ingeschoten -)
...nou moet ik zeggen, wij hebben geen honger geleden al die jaren, niet direkt, maar toch had ik nog graag daar 'n
| |
| |
vrachtwagen vol geladen met wat daar stond, maar m'n broer Goof die durfde niet hè, als ze ons snappen dan gaan we eraan, stond die te zeuren je weet allemaal wel, en alleen kon ik natuurlik niks meenemen, daar had ik spijt van, want anderen durfden wel, alles hebben ze weggeraust tot 't dakhout toe - got ja wat hebben wij niet uitgehaald in die tijd toen gebeurde er tenminste nog eens wat, dat hebben jullie niet zo meegemaakt dat kon toen nog...
(allemaal helden verzetshelden iedereen die overgebleven is)
- o die is dus ook weer terug, lang werk gehad, lukte 't?
wat heb je aan je poot dat je zo hinkt, ergens ingetrapt, net goed, of heeft Jean soms de polka met je gedanst, ja dat kan ik me wel voorstellen,
wat ben je eigenlik ook 'n zielig geval alles bij elkaar, waarom doe je dit toch allemaal, je stinkt je eigen er toch in, vroeg of laat, dat weet je toch van te voren, waarom ben je niet rustig tuisgebleven/
- bij moederdevrouw lekker in 't nest jong/
- hou je waffel, waarom heb je anderen niet al die vuile rotzooi laten opknappen, nu heb je alleen jezelf ermee dat krijg je ervan en wat schiet je er uiteindelik mee op, ze laten je als 't erop aankomt toch rustig vallen, als 'n baksteen, wat ben je meer dan 'n pionnetje, 'n piepklein miezerig loopjongetje voor de grote heren, die lachen zich natuurlik de beroerte,
maar dat je zo weinig met je vaderland op hebt dat je het aan de beste voor wat rooje duiten gaat verkopen, wat zal je krijgen, en als je gepakt wordt heb je er verder ook geen bal aan - nee dat is niet goed te praten, jij helpt ons soort mensen die stil hun dagelikse plicht doen, de stinkende prak in, ja jij en waarvoor? voor 'n betere wereld zeg je, och ga toch gauw vluchten, jongensdromen, hoe zou ik me dat moeten voorstellen, leugens van de koppies het gaat hen alleen om de macht geloof ze toch niet doerak, nee voor mij ben je 'n rotte plek EN DIE MOET KOSTE WAT KOST UITGESNEDEN WORDEN,..kommentaar?...niet?, ik dacht het, je mag best wel wat zeggen hoor, ik hoor je graag praten dan
| |
| |
weten wij tenminste ook wat meer,
kom 'ns wat dichterbij, zeg doe niet zo lamlendig en blijf met je handen uit je broek, zo en geef me nou die rommel van hem nog eens aan, ja daar, we moeten nou onderhand maar eens weten waar we aan toe zijn, niet goedschiks dan maar kwaadschiks hij doet het er gewoon om -
(en daarbij probeert ie vervaarlik naar me te kijken - ik moet bijna lachen als het niet zoon stomme bedoening was - rechts boven z'n hoofd naast 't lepelrek hangt 'n bordje 'n schijfje berkenhout met 'n spreuk erop - WILLEN IS KUNNEN - willen is kunnen - datzelfde hing geloof ik ook op de trap waar was 't ook weer - 'n klein net huis - winnen is kullen -)
En daarnaast nog 'n ander schilderij met 'n vergulde lijst: vanuit de verte gezien - 'n lage hoeve met rieten dak in 'n uitgestrekt sneeuwlandschap, 'n paar kale zwartwitte bomen ernaast en 'n modderig weggetje dat ernaartoe kronkelt, vredig op het eerste gezicht werkelik bekoorlik.
Zijn spullen worden weer op tafel uitgespreid.
- dit zijn z'n papieren, kijk jij die nog eens in dat zal toch wel allemaal vals zijn vermoed ik, - geeft hij de portefuije aan de kommies, pakt 'n groezelige lap bij 'n punt,
- wat moet die kerel 'n smerige neus hebben gehad, hé zeg er staat 'n nummer in, honderd twee en vijftig, waar zou dat van zijn, 'n legernummer soms...
verder 'n portemonnee, hebben we al gezien, er zit geen foto in
- van 'n mooi wijf zeker/
- istie getrouwd/
- 'n afgekloven potloodje, 'n nagelvijl, - hij legt het keurig naast elkaar neer op 't geblokte tafelkleed, elk voorwerp in 'n apart vakje, nou en dan eerst maar dit, - pakt de map en spreidt de vellen met zwarte lijnen en vlekken erop over de tafel uit, - de anderen komen nieuwsgierig dichterbij.
- wat zou 't zijn / geheimen / terreintekeningen / ach gewoon wat krassen /
| |
| |
- nee meer dan je denkt/
- situasietekeningen/
- wat denk ik dan/
- je zou 't niet willen geloven als je niet wist/
- 't kan niet anders -
'n vinger wijst aan:
- dit is zeker de grens...dan heb je daar de rijksweg en moeten die stippen...huizen zijn/
(De wegen en pleinen in een dorp worden geteekend overeenkomstig de werkelijke breedte maar in de kom van het dorp alleen aangegeven door twee zwarte lijnen, zonder aanduiding van de kunstwegen; zij worden dus geheel wit gelaten.
Op groote schalen tot 1:25000 worden de huizen voorgesteld door hunne projectiën; de schaduwzijden worden iets zwaarder getrokken.)
- zou dat hier zijn/
- ons huis?
(De huizen worden onderscheiden in steenen en houten huizen en beide in openbare en bijzondere gebouwen. Door openbare gebouwen worden verstaan die gebouwen die ten algemeene nutte dienen als: kerken, scholen, raadhuizen, stationsgebouwen, post- en telegraafkantoren, kazernes, wees- en armhuizen, enz.
Bijzondere steenen gebouwen worden zooals wij reeds opmerkten met eene lichte tint van karmijn, houten gebouwen met eene lichte sepiatint bedekt.)
- ja maar dan klopt dit weer niet, wat moet dit grijze vlak dan betekenen die scherpe lijnen, toch geen heuvels want die zijn er niet/
- nee maar misschien wel de plaatsen waar minusie begraven ligt/
- ja lijken/
- of waar afweergeschut of zo moet staan/
(Ieder officier moet tevens in staat zijn den omgekeerden weg te bewandelen en een terrein, dat
| |
| |
hij voor zich ziet, behoorlijk in teekening kunnen brengen, zodanig, dat zijne teekening ook voor anderen gemakkelijk verstaanbaar zij en tot geene valsche voorstelling kan leiden.)
- verrek, - zegt de kommies die even is opgehouden met in de papieren te snuffelen, best mogelik dat die twee lijnen daar aangeven hoe dat ze 't dorp denken in te sluiten, zie je, van links en van rechts tegelijk, 'n tangbeweging noemen ze dat/
- en wij die weer 'ns de eerste klap opvangen -
- dat is juist 't geraffineerde
Bosch { kreupelbosch
Bosch { opgaand bosch
Bosch { laag masthout
Bosch { opgaand masthout
kunstwegen gewone of landwegen ingesneden ingezonken of holle wegen spoorwegen voetpaden teeken van bevaarbaarheid verval kribben RIVIEROVERGANGEN
vaste bruggen lossen bruggen jukbruggen hangof kettingbruggen ophaalbruggen draaibruggen rolbruggen schipbruggen pontonbruggen vlotbruggen spoorbruggen stroom- en ijsbrekers gierbruggen veren zandverstuivingen griendhout schorren noodpeil
| |
| |
- weer 'n ander: ik denk dat op dit papier 't hele dorp staat aangegeven/
- daar kwam ie toch immers ook vandaan/
- al die stippen bij elkaar, hier de kerk daar 't raadhuis,
(Openbare gebouwen krijgen dezelfde kleuren, maar donkerder tint.
Bij kerken moet de plaats van den toren nauwkeurig worden aangegeven, omdat de toren als triangulatiepunt kan voorkomen; een cirkeltje is daarvoor alleszins geschikt. Ter aanduiding van het kerkgebouw wordt een kruis daarover geteekend dat op eevengenoemd cirkeltje rust en wit wordt gelaten.)
dan moet deze lijn de rivier zijn natuurlik, 't lijkt wel 'n spinneweb zo/
(tegen mij:)
dus dát is 't aanvalsplan?
(Op 'n avond kwam hij laat de trap op en wilde de sleutel in het slot steken, maar de deur ging al meteen vanzelf open
en hij werd door vier handen naar binnen getrokken, ook al spartelde hij nog even tegen,
bij handen en voeten werd hij naar de slaapkamer gedragen en op bed gelegd, alsof hij zojuist 'n beroerte had gehad, en zij maar lachen giechelen vooral Vera, z'n hemd werd uitgetrokken en ze begonnen hem te beschilderen, zijn gezicht en borst buik en benen, ze waren dronken was duidelik,
hij had hen tegen de grond kunnen kwakken en hen buiten kunnen sluiten maar hij bleef liggen, totaal onverschillig, toekijkend hoe ze als in ekstaze hem met bonte kleuren bekladden 'n indiaan in krijgskleuren, grappen over hem maakten, hikkend tegen elkaar aanvielen over de vloer rolden,
het plan was van hem afkomstig geweest waarschijnlik -)
- jij had dus deze sisuasietekeningen of wat zijn 't, stafkaarten, jij had die moeten overbrengen zodat ze presies zouden weten welke de strategiese punten waren/
- ('n diepe zucht) maar dat zijn helemaal geen kaarten, ge- | |
| |
woon tekeningen/
- gewoon tekeningen ja, mooi/
- pentekeningen ja wat jullie ervan maken dat/
- ja jij/
('n donkere stip beweegt zich voort over 't plein - op de kop gezien - 'n andere iets bredere stip komt van de tegenovergestelde richting in 'n rechte lijn op de eerste stip af die stilhoudt,
en iets achteruitspringt als de tweede tegen hem opbotst --- drie andere stippen erbij, de twee eerste vlakbij elkaar versmelten zich tot één dwarrelende ster -
meer stippen stromen 't platte vlak op als geroepen komen in 'n waajervorm om 't middelpunt heen steeds dichter opeen naar 't midden toe, ---
't eerste stipje komt los in volle vaart naar de overzijde van 't terrein, zigzag langs vreemdvormige obstakels, achternagezet door de krioelende menigte omstanders die als met plakelastiek met hem verbonden meegeven meelopen,
maar van de overzijde komt eveneens 'n legertje stippen op hem af, 't hele vierkante plein wordt ermee overstroomd, hij wordt ingesloten ---)
- abstrakte kunst jazeker maak dat de kat maar wijs, hoe verzin je 't, - opeens bars, nou zeg op, is dit 't dorp of niet/
(waarom dit lage landje binnenvallen daar is geen leger voor nodig 'n vangnetje is genoeg)
- nee/
- zullen wij jou eens anders laten piepen gore rotzak/
- maar mensen/ meteen vanachter 'n puntknie met 'n fikse stoot onder z'n stuit, hij tuimelt voorover kan zich nog met beide handen aan de tafelranden vasthouden (weer hetzelfde) krijgt onmiddellik van voren 'n dreun in z'n gezicht zodat hij weer achterover slaat,
slingerend zo blijft hangen tegen iemand aan, die 'n lange stok, 'n geweer onder z'n oksels achter z'n rug door steekt en hem zo optilt met nog iemand,
- is het ons dorp of niet/
- JA ja als je perse wilt dan ja het is jullie dorp en allemaal
| |
| |
gaan jullie er onherroepelik aan/
- dat zou je wel willen smeerlap maar je komt toch net te laat/
hang je lekker aan de rekstok/
de twee mannen aan weerskanten tillen hem nog verder omhoog,
- maak eens 'n vogelnestje slappe pias / iemand geeft zijn benen 'n zet zodat hij begint te schommelen,
ze krijgen er plezier in, -
Alleen Marte weet nog waarom ze hier zitten, hij laat zich niet afleiden:
- zeg is er eigenlik al iemand naar malle teun gaan kijken, daar hadden we 't straks toch over...
ik zou willen janken - ze weten van geen ophouden - alles doet me onderhand zeer -- wou maar dat ik bewusteloos viel ergens in 'n hoek - achde kachel --- niks meer zou voelen wat ze ook met me uitspoken slapen ---
- en dan hier dit schrift wat moeten we daarmee, snap jij daar iets van Koos?
- ik niet, 't lijkt wel geheimschrift en daar ben ik niet zo goed in tuis, wat zou dat moeten betekenen,
hij leest op 'n willekeurige bladzijde van 't smalle blauwe muziekschrift: (mor. z. I. ha. wegm., z. versl. M.) MOR ZET IE HA WEGMU KOMMA ZET VERSLU EM
(nee m'n mond houden niet zeggen afblijven dan dwingen ze me misschien 't allemaal voor hen te verklaren en dat nooit - mijn notenschrift blijft van mij)
I. b. b. da. I. ni. la-er all. bl. k-i. w. uit.
(ik heb 't altijd bij me gedragen 't zijn enkele aanwijzingen uitvoering is nooit zo belangrijk geweest alleen de weergave - notering van angstdromen flarden van wat ik zag of meende te zien herinneringen als ik die had mogelikheden berichten denkbeelden gesprekken als ze niet de moeite waard waren - 'n hele dag duizende ogenblikken in één notenbalk alles afgekort nog alleen maar voor mij maar 't is verder niet meer van belang - hoe lang heb ik
| |
| |
al niets meer genoteerd wat er gebeurde gebeurde vanzelf daar was geen partituurtje meer voor nodig praktituur - en misschien kan ik 't zelf al niet meer ontsijferen des te beter zou ik zo zeggen die unvollendete krabbeltjes kras ze maar uit beste mensen
wa. I. h. = vb+vrg.+ovrb. & onn.gew.dag.
- ...leg 'ns uit wat er staat/
- i. wrt. h.
- nou dan niet, we komen er toch wel achter
(Kroklokwafzi? SemÌ…ememÌ…i! Seiokrontro - prafriplo: Bifzi, bafzi, quasti basti bo... lalu lalu lalu lalu la! - wie wat praat daar)
- en achterin daar staat 'n rijtje namen heb je dat al gezien?
- hee dat kan belangrijk zijn/
- handlangers/
(o die namen)
- eindelik bewijzen
KREBS
JUAN FALERO MARTINEZ
Rassa Hafiz Ibrahim
Lloyd Miller |
|
PIET V. |
- dat is een nederlander denk ik |
Miguel Hernandes
Frank Schwable |
|
Diego Correntes, Janošik, Makhno, Jozef K. |
schuilnamen zeker |
P. LUMUMBA
Nicolas Joubert
Turcios Lima
HENRI ALLEG |
|
August Klotz
Adolf Wölfli
Alexander K.
Mizzi Veith
KARORA
Herodias
G. Strauch
Fra Dolcino |
als ik 't onverkort zou aantekenen dat van vandaag zou 't waarschijnlik alleen dit zijn wat overblijft - op winternacht in oor van marter en niet meer uit de ogen gekomen hersens beschadigd |
| |
| |
ARNOLD VON BRESCIA
EDDIE SLOVIK
Carlo Cafiero
ENRICO MALATESTA
H. Kamoen
Régis Debray
PEREGRINOS
v.d. Lubbe |
maar dat zou belachelik klinken voor iemand die 't zou lezen (op. w. na. i. or. v. mart. gekr. all. gez. n-uitg.) en ook te lang - |
JULIAN BOND |
familie van die andere bond? |
Martinez Reyna |
de zwarte? |
Sacco
Jan Machajski
CHE GUEVARA
|
(ze zullen allemaal al wel dood zijn 'n zwarte lijst -) |
MAXIMILIAAN HARDEN |
maar dat is die ander, |
dan zijn de rest zeker ook allemaal vrienden -
- geen adressen erbij zeker nee dat was te gevaarlik/
- maar 't zijn er wel 'n heel stel zeg/
- en zoon vreemde namen, allemaal buitenlanders zeker/
(slapen weg van hier ik kan niet meer staan alsof ik weer dronken word - maar anders)
- we kunnen 't beste maar vannacht met z'n allen naar de kelder gaan/
- maar er is toch gewaarschuwd ze zullen ze toch wel tegenhouden/
- ach je weet toch niet hoeveel dat uithaalt geloof maar niet/
- 't moeten beesten zijn/
- dat ze naar je luisteren/
- met niemand pardon heb ik gehoord/
- nog erger dan/
- verneukt/
- onherroepelik/
- kom je niet meer levend hoef je niet te denken dat je nog levend/
- hoe staat 't met ons leger/
- altijd al 'n troep geweest/
- kinderspel/
(Iedere goede militair is trots op zijn uniform en hij
| |
| |
vindt het een voorrecht deze te mogen dragen.
Terugstootloze 106 mm vuurmond op jeep gemonteerd Wij onderwerpen ons aan de regels en weten eenvoudig omdat wij ervan overtuigd zijn dat het nódig is, ook al hebben wij ons van die noodzaak nooit rekenschap gegeven.
in volle bepakking over de stormbaan over de barrikades, over klimschuttingen klauteren
het aangrijpen en vernietigen van de vijand in samenwerking met andere wapens
maar daarnaast moeten zij in de voorste linie als volwaardige vechtsoldaten kunnen optreden
met geveld geweer de loopgraaf in, looppas, bukken schieten, schreeuwend op de vijand in, strobalen, vogelverschrikkers, grauwwww sjoek AJJJ
Infanteristen klimmen na een oefening in hun AMX-pantservoertuig)
- nooit iets geleerd/
- veel te slap/
- zullen wij denk ik ook wel opgeroepen worden/
- ik zal wel gek zijn, voor anderen/
- was toen ook en je moet wat over hebben/
- krijg je nooit te spreken zoon hoge piet/
- aan m'n reet/
- nog koffie?
- ieder voor zich/
- en got voor/
- ja graag maar wel melk/
- wat doen we daartegen, 'n overmacht die/
- die afro-aziatiese koffie valt wel tegen, 't is dat ie zo goedkoop
- en wat zijn dat eigenlik, die boekjes, even m'n bril pakken nou ik kan er niks van lezen, valerie VALERIE heet zo niet die schaatser of vergis ik me, Pierre, zeg jij eens wat, je zit toch niet voor niks op school, dat moet jij toch weten -
'N smalle blonde jongen pakt de twee boekjes en bladert er wat in - de anderen houden stil en zitten wat onnozel naar 'm te kijken - met 'n hoogrode kleur op z'n wangen,
| |
| |
- dit is frans geloof ik: regards sur le monde actuel - le temps du monde fini commence, dat ziet er wel ingewikkeld uit,
de ouwe met z'n neus vlakbij de bladerende handen, hee kijk hier die grote letters, wat staat daar UL ULTIMA ULTIMA VERBA, vertaal dat 'ns
De jongen leest halfhard voor zich uit, volgt met z'n vinger de regels, -que le jour ne luise jamais ou le souvenir de ce jour de victoire puisse apporter une amertume et un retour funeste/
- FUNEST roept de ouwe tromfantelik, dat versta ik
vers la présente joie; que jamais revivant ce qui est aujourd'hui ne te vienne à l'esprit cette lourde parole: A QUOI BON?
- Aqua?
- bon is goed en jamais is nooit -
- vertaal 't eens -
- nee dat kan ik niet, dat hebben we nog niet gehad -
(uren in die kamer moeten wachten 'n soldaat in 't midden met 'n geweer in handen draaide voortdurend in het rond om iedereen in de gaten te houden op de houten banken zwijgende mensen wachtend tot uit het aangrenzend vertrek iemand de papieren kwam ophalen en bonnen zou uitdelen - dan nog weer 'n uur of nog langer totdat 'n naam werd afgeroepen - ik moest staan liep af en toe heen en weer argwanend gevolgd door de soldaat
kon tenslotte binnenkomen moest langs 'n balie waarachter drie mannen en 'n vrouw ook in uniform
ze moesten alles weten waarom ik naar de andere kant wou waarom ik zoon oude foto in mijn paspoort had - 'n man met 'n snor 'n wat scheve glimlach op 't magere paragezicht - waar ik niet meer op leek of ik soms familie had daar wat ik deed -
kon verdergaan door de lange gang waar aan 't eind achter 'n tafeltje weer twee militairen zaten die mijn papieren moesten kontroleren de tweede die was gaan staan haalde terwijl ik 'n bepaalde stempel aanwees het boekje dat uit m'n jaszak stak eruit en begon erin te bladeren - Kafka: das Urteil - u mag geen boeken meenemen over de grens - waarom niet - ten- | |
| |
minste dit niet - maar er steekt toch niets - nee het is verboden voorschrift u kunt het terugkrijgen als u hier weer terugkomt - maar dat duurt ik weet niet - de volgende dag toen ik eerder dan de bedoeling was terugging wist niemand er meer iets van - ik)
- en dit LAO TZU...TAO TE CHING, engels maar oorspronkelik is 't sjinees of zo -
- sjinees?
- nou 't is wel duidelik dat 't er geen van ons is, als je zulke boeken bij je hebt/
- 't rooje boekje?
- nee 't is grijs, maar er staat wel zoon spleetoog op de kaft -
(ik heb er vanmorgen in 't kafee
waar hij van ontreddering was binnengelopen
nog uit voorgelezen toen zoon ouwe sukkel uit alle macht z'n kluplied begon te zingen - zo waren ze tenminste even stil - Hij is van z'n stoel opgestaan en loopt in de richting van de bar, waar 'n paar ouwe mannetjes hem verbaasd aankijken, bij het biljart begint hij uit het boekje dat hij in zijn hand heeft voor te lezen, - die heeft het ook op z'n heupen, - brengt een van hen nog in 't midden - och, mislukte dominee natuurlik -
de staat wordt bestuurd met rechtheid.
oorlog wordt gevoerd met listen.
met niet-doen wint men het rijk.
hoe ik dat weet? door dit.
hoe meer verboden is in het rijk
hoe meer scherpe werktuigen 't volk heeft
hoe handiger het volk wordt
hoe meer gekunstelde nieuwigheden komen op;
hoe meer wetten en besluiten bekend
hoe meer dieven en rovers er komen.
och dat is niks voor jullie...
| |
| |
laat uw wielen slechts langs gebaande wegen gaan.
dit heet mistieke eenwording
voortaan treft u geen liefde, geen vervreemding, geen voorspoed
geen nadeel, geen eer, geen schande.
daarom wordt Het door heel het rijk geeerd.
terugkeer is hoe de weg loopt,
zachtheid is hoe de weg te werk gaat;
de dingen der wereld zijn ontstaan uit Iets,
hemel en aarde zijn niet menslievend, en behandelen alle dingen
als stropoppen. de wijze is niet menslievend, en behandelt alle
is niet de ruimte tussen hemel en aarde als een blaasbalg.
het is een leegte die niet kan worden uitgeput:
hoe meer het werkt hoe meer er uit komt.
veel spreken leidt onvermijdelijk tot stilte.
beter is het vast te houden aan de leegte.
.....)
Het is stil geworden,
alsof ieder zit te wachten tot 'n ander met iets op de proppen zal komen.
Op de bovenste tekening is 'n koffievlek gekomen, of is 't tabaksap geweest uit de kwijlbek van de ouwe,
die met 't mes op het tafelblad tikt, onregelmatig, 'n klok die uit de pas loopt, het enige geluid nu -
(als ik 't hen zou vertellen wat zouden ze zich vermaken ze geloven er natuurlik geen letter van omdat ík het vertel - als ze naar m'n gezicht
| |
| |
kijken weten ze nooit goed of ik het nu meen of niet - maar ik zou 't toch iemand moeten vertellen en daar in 't kafee -- maar dan zou ik nu wel 'n eind aan het verhaal maken 't heeft lang genoeg geduurd 't is niet leuk meer -
in 'n onbewaakt ogenblik als iedereen met die tekeningen - om je ziek te lachen ze dachten werkelik dat die smerige kladjes van Vic stafkaarten waren - als ze daar druk mee bezig zijn zou ik snel 't geweer van de een of ander kunnen grijpen hen dreigen klootzakken blijf staan waar je nu bent en heb 't lef niet je te verroeren als je 't leven nog 'n beetje leuk vindt sta dan doodstil 't is nou wel mooi geweest - ondertussen zou ik in m'n schoenen stappen en m'n jas aantrekken zonder dat ik ze uit 't gezicht zou verliezen met mijn wijzende geweerloop hu ze zouden niet weten waar ze 't hadden als ik schaterend achteruit de deur uit zou stappen - als iemand de treurige rotmoed heeft me achterna te komen knal ik z'n trommelbuik tot 'n vergiet...
o je had m'n gezicht eens moeten zien toen ik dat zei/
en ik zou er vandoor gaan -- of ik zou meteen beginnen te schieten zodat ze in verwarring niet weten waar 't te zoeken - hadden ze niet op gerekend hè zoon scharminkel leek ik maar ze hadden me lang genoeg getergd - op 't erf duik ik in 'n auto die daar wel zal staan niet afgesloten denk ik met 't kontaktsleuteltje er nog in en voor iemand zelfs maar z'n ogen open heeft kunnen doen ben ik al kilometers ver weg - topspion ontsnapt hahaha hier vvv sektor zero)
wel 'n ogenblik om te lachen
tik
tik tik
een twee, eeen twee drie, een
(een twee - achter 'n betonnen muurtje dat 'n afscherming moest verbeelden ik was de laatste van de groep zat in de kuil met nog 'n sergeant en 'n onderoffisier
- nou schiet 'ns op 't is jouw beurt -
ik had de grote ananas in m'n hand keek er naar als was 't
| |
| |
werkelik een van de vele verboden vruchten
- sodejuu doe je 't nog of niet slijmjurk -
langzaam keek ik hem over m'n schouder aan keek dan weer naar de granaat in m'n handen handgranaat ik moest glimlachen om de onzinnige situasie de twee kontekruipers achter me die me om beurten bedreigden met alles wat maar mooi was en ik die aan de slagroom uit slapsticks moest denken en de hersenpulp van generaal de gaulle die uit het toilet van 'n supersonies vliegtuig omlaagdwarrelden op z'n onderdanen in somaliland -- toen moest ik eindelik toch eens beginnen vond ik ook zelf al leken m'n armen van staaldraad en - en ik begon op m'n elfendertigst alles deed ik even langzaam als in 'n vertraagde film hardop te tellen - EEN TWEE DRIE VIER VIJF en nog steeds had ik de handgranaat - wist ik veel of 't een granaatkartets schrapsnel of 'n brisante granaat was - in m'n vlakke hand en zat er op m'n hurken verbaasd naar te kijken - onverstoorbaar telde ik verder ZES / hoorde gekrijs achter me vliegveldhonden dacht ik legde de valse vrucht aan de andere kant van het muurtje en zei ZEVEN en flikkerde achterover door 'n geweldige schok - in de armen van de sergeant of was 't de onderoffisier die krom lagen van schrik - was dat even krijgertje spelen -
en bleef daar liggen --- werd nog geen drie minuten later op 'n brankard gelegd en linea rekta naar de psichiater gedragen
die me onder m'n voetzolen kraste zag ik zonder dat ik iets voelde en me iets onverstaanbaars vroeg waarop ik antwoordde dat psichiaters wel erg gelovig moesten zijn om in 't leger te mogen dienen als geestelik monteur van defensie en dat ze zeker granaten inplaatsvan ballen hadden en voegde er als suggestie met stemverheffing aan toe LIJFSTRAF IS ONS HOOGSTE GOED niet waar eerwaarde mag ik m'n broek weer aantrekken anders vliegt m'n geest nog weg...)
tik...tik...tik...gaat 't mes door
(ik werd stevig bij m'n ellebogen vastgehouden - door 't raam zag ik dat er in de aangren- | |
| |
zende ruimte licht brandde - waar moest ik nog op wachten - en toen de deur openging werd ik naar voren geduwd -
iemand porde hem door de tussendeur de andere kamer in, waar aan verschillende buroos mannen zaten te werken altans over stapels papieren en ordners gebogen zaten, die hun hoofd ophieven toen hij de middelgang doorging/
hij komt de deur in en de groepjes pratende mensen in de rokerige ruimte, die misschien op hem stonden te wachten, houden stil en staren hem wantrouwend aan, nu pas wordt hem geheel duidelik - tevoren was 't alleen maar 'n onwerkelike gedachte geweest - dat er inderdaad iets veranderd is = hij zal niemand groeten niemand zal hem 'n hand geven over 'n paar uur als de zitting voorbij is zal iedereen zijn naam vergeten en in zijn plaats zal de volgende keer iemand anders zich aan waarnemers van buiten voorstellen als 'n zekere Vogels nummer zoveel, die/
hij moet de wachtkamer doorlopen naar 'n houten bank achterin en vijf of zes agenten die hun jas over de leuning van hun stoel hebben hangen pet en koppelriem aan de kapstok, en aan 'n grote tafel zitten te kaarten; wanneer ze 'n nieuwe sigaret opsteken beginnen ze hem te jennen door op 't bordje boven zijn hoofd te wijzen waarop met krijt geschreven staat dat het voor onbevoegden verboden is te roken en hij is blijkbaar zoon onbevoegde - tenslotte komt de vijfde man, die niet meekaart, op hem af/
tiktik,..tik...
...hij is lachend achteruit de deur uitgestapt - op 't erf stond geen auto gereed zodat hij toch weer de brommer moest pakken,
er was nog niemand naar buiten gekomen - wilden ze hem 'n voorsprong geven bij de vossenjacht - toen hij op 't zadel sprong en wegfietste, de weg op in de richting van het dorp, - bij de kerk zou ook wel 'n polisieburo zijn rekende hij waar hij bescherming zou kunnen zoeken - die zouden toch niet zo stom zijn - als hij ze tenminste voor kan blijven want als hij omkijkt ziet hij ze in de verte al achter hem aankomen, en hij is er nog lang niet - hoe lang heeft hij er vanmiddag over ge- | |
| |
daan - hij probeert nog harder vooruit te komen/
ziet dan voor hem ook enkele stippen aankomen, als geroepen denkt hij nog even, ze naderen snel,
blijken dichterbij drie agenten te zijn, die met z'n driën over de hele breedte van de weg gaan rijden zodat hij er niet langs zal kunnen - ze moeten door iemand gewaarschuwd zijn kan niet anders (al voor hij vluchtte daarom was de auto weg) en omkeren kan hij ook niet meer
tik tik
- heeft iemand nog iets van Hilde gehoord waar ze is gebleven - (Hilde waar heb ik die naam eerder gehoord - Hilde die niet wilde)
of misschien is ie door 'n granaatscherf getroffen in z'n achterhoofd of vanachteren neergeslagen met 'n stok nadat ze alles uit z'n zakken gehaald hebben dat zullen ze eruit konkluderen ze zullen er niet op komen dat hij daar samen met 'n bekende liep en toen onverwacht -
tien meter heeft hij zich kunnen voortslepen z'n eigen gewicht op de rug steeds zwaarder en blind door bloed ja even overdreven als in 'n ketchup namaakfilm stukgebeten tong kreunend gebroken taaltje met nog één woord = waarom -- waarom --- maar moest het afleggen tien meter zelfs niet meer dan tien meter 't laatste trajekt om als V.V. ergens bij de gemengde berichten in de krant te komen onbekend onbemind zonder nadere gegevens in 't archief bij de onopgeloste misdrijven -- naamloos slachtoffer van wie voor wat - waarom -- wat 'n voorstelling maak ik ervan doodgaan is teatraal tenminste voor de toeschouwer door 'n kijker díe ziet het bedrog ik gun ieder z'n dood z'n priveestuk daar is weinig voor nodig: 'n rokerige ruimte 'n aantal amateurs die elkaar sterken en samen als één man optreden ze spelen voor eigen volk uiteindelik en verder de een of ander die van straat wordt opgepikt en van niets schijnt te weten - afloop bekend = 'n bijna helemaal uitgeklede man kapotte bril en 'n hoed die 'n eindje weggerold is zonder nadere kentekens of bizonderheden - 'n voor rot geslagen kerel van onbekende herkomst langs 'n doorgaans verlaten weg ---
| |
| |
De bruine knokige vingers raken 't tafelblad.
Achter de kachel loopt de kater te spoken.
'N paar benen worden over elkaar geslagen, 'n fles die op de tegelvloer gezet wordt geeft 'n veel te luide tik//
glijdt er op dit ogenblik 'n scherpe lichtbundel door 't raam naar binnen - alles is 'n paar tellen heel duidelik te zien,
de pozerende mannen en de twee vrouwen als 'n kwaadaardig stilleven naast elkaar tussen de rij mannen in, onder het vlammende koper,
- dat zal Folk wel zijn, gauw terug als die helemaal naar de toren gereden is -
heb trek in 'n sigaret al was 't maar om iets in m'n handen te hebben zal er maar niet om vragen -
Is weer het rollen van de schuifdeur te horen, stemmen in de serre, trekt iemand die er vlakbij staat de deur open, alle gezichten dezelfde kant uit gekeerd
(ik keek maar half durfde m'n hoofd niet verder om te draajen en dacht dat het drie mannen zouden zijn, 'n melkschepper, de tweede in uniform van de doeane, de derde in 'n bruin mansjesterpak)
wordt 'n tegenstribbelende vrouw - draait met haar schouders - naar binnen geduwd door 'n triomfantelik grijnzende Folk (of is 't Nol of) die 'n paar stappen van de deur vandaan blijft staan en handenvrijvend de kring keurend bekijkt,
hoe ze hem allemaal nieuwsgierig zitten aan te gapen,
- wat nu/
- waar heb je die sloerie vandaan, man, - opent de ouwe vrouw,
- ja wat moeten we daarmee aanvangen, - vult Marte aan (...en toen had opeens een van de jongens 't een of ander loslopend mokkel opgedoken, om de pret kompleet te maken...)
ze is nog niet zo oud zo te zien maar wat ziet ze eruit kleren onder de modder -
- wat heb jij met d'r uitgespookt?
alleen in 'n dunne nijlon regenjas en 'n blauwe hoofddoek waar lange slierten zwart haar onderuit steken - schichtig? verwilderd? in 't nauw gedreven? kijkt ze om zich heen - zou
| |
| |
ze in de gaten hebben dat ze mij vasthouden en ik niet bij hen hoor dus - de lippen op elkaar geperst alsof ze ieder ogenblik in schreeuwen kan uitbarsten -
- ja die heb ik onderweg opgepikt, aan deze kant van 't klooster/
- bij 't klooster nog wel/
- je weet wel bij 't bos, zat daar op 'n paaltje uit te rusten, of te wachten ergens op, weet ik veel, ze probeerde nog te vluchten, och ja je kunt altijd proberen, maar ik schoot uit m'n wagen en had ze zo/
- hoe zó?
- ja jij wel/
- doe niet zo stom, geluk dat ik die kant uit ben gaan kijken, wees blij/
Hij pakt haar weer bij de elleboog - ze is nu van hem - ze probeert zich los te rukken en trekt daarbij 'n verontwaardigd pijnlik gezicht, of doet ze maar alsof -
- waar hadden jullie gedacht dat die gozer heen moest, welke kant ging ie uit -
(de ouwe) verrek Vlokkie heeft gelijk - hela Viccie verkoudheid, is dit soms die VRIEND die jij zo hoognodig moest treffen, om die papieren te geven/
Met haar mond vormt ze het woord papieren?
ze kijkt mij aan haar gezicht is veranderd lijkt 't (ik zou haar niet meer terugkennen) 'n gezicht zo algemeen 't zwart om haar ogen is uitgelopen zodat ze twee blauwe ogen heeft dat men bij nader inzien twijfelt het ooit eerder gezien te hebben waar
wanneer
'n grijze brij - haar ogen bewegen haar ogen ik zie ze niet goed genoeg
zonder bril wordt alles 'n schiemerig schimeriek vlak soms meen ik alles goed te zien dubbel en dwars denk ik - denk ik maar ik weet 't niet zeker -
antwoorden?
ze nog meer in de kaart spelen - nee NEE ze horen me niet meer
er rukt weer iemand aan m'n kraag er wordt aan m'n haren getrokken - o wat leuk - ik schud m'n kop alsof 't 'n kriebe- | |
| |
lende vlieg is -
- 't zal gewoon 'n getikte temeier zijn, - heeft zij 't gehoord hoe reageert ze daarop,
- wie gaat er nou met dit pokkeweer op pad, -
gaat de stem verder, die steeds luider en zekerder is gaan praten -
- en ze had haar fiets 'n meter of twintig verder aan de kant liggen, in 't riet verborgen, ze wou niks zeggen op wie ze zat te wachten, toen heb ik ze maar meegenomen, wie had dat vermoed, en dat in ons dorp/
- maar we hebben de namen al/
- ze hebben ons toch gewaarschuwd, als we die opruiende elementen hun gang zouden laten gaan zonder krachtdadig in te grijpen/
- ja de pastoor riep 't afgelopen zondag toch ook af, als de wereld zo door zou gaan als wij onze vijanden, en die zijn overal, OVERAL, maar rustig hun goddeloze gang laten gaan, dan helpt geen bidden of smeken meer, want de wereld van de duivel kent geen genade, dan zal een oorlog gerechtvaardigd zijn, een heilige oorlog tegen het kwaad wil de wereld niet voorgoed in de klauwen terecht komen van onze tegenstanders die voor onze poorten staan/
- hadden al veel eerder achter slot en grendel/
- tuig van de richel/
- alsje ze niet meteen aanpakt/
(kom en zie. en een ander paard ging uit, dat rood was; en dien die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde, en dat zij elkander zouden dooden; en hem werd een groot zwaard gegeven.
HOERAAA
en de eerste engel)
- zit je later met de gebakken peren/
- ze heeft me in m'n pols gebeten, moet je zien de tanden staan er nog in, nou ze heeft het geweten/
- wat heb je dan gedaan, - vraagt nieuwsgierig de schooljongen -
(heeft gebazuind, en daar is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde
| |
| |
geworpen: en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.
...maar dat zij zouden van hen gepijnigd worden vijf maanden
...en hunne macht van de menschen te beschadigen vijf maanden)
- 'n raadsel hoe/
- zijn wij dan de enige/
- en hij is er maar een uit duizenden/
- die dat al die tijd hebben kunnen voorbereiden/
- die weten wat er gaat gebeuren/
(deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs die met sulfer brandt.
en de overigen werden gedood met het zwaard desgenen die op het paard zat, hetwelk uit zijnen mond ging; en alle de vogelen werden verzadigd van hun vleesch.
nou maak 't nog moojer -
hij heeft het zelf gezegd en dan)
- ze grepen onschuldige voorbijgangers bij hun lurven, schoren vrouwen van amtenaren kaal, lieten direkteuren in hun nakie lopen/
- wat met haar, moeten we haar ook niet foejeren?
- ze had geen tass bij zich zover ik weet/
- zal ze wel weggegooid hebben, bekend/
- och dat zou ik toch zeker hebben moeten zien/
- foejeren?
(en op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk: Verborgenheid, het groote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. en ik zag niks meer
en ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van christus. en ik verwonderde mij)
De mannen kijken naar de twee vrouwen wat die ervan zullen zeggen. De vrouwen kijken haar gedurende 'n tiental sekonden scherp aan, en als zij koud blijft terug kijken komt er 'n venijnige trek om de mond van de jongste vrouw - het lijkt even alsof ze wil zeggen, jullie zouden wel willen he laat mij
| |
| |
dat maar opknappen ze zal ervan lusten -
zegt ze hard: schiet maar 'n beetje op, ze lijkt me geen haar beter dan d'r kollega, -
en terwijl ze verder gaat - ze is opeens 'n stuk belangrijker geworden nu 't om 'n gelijke gaat - te zeggen wat ze denkt en niet denkt, daarbij aangevuld door de kraaigeluiden van 't oude mensje naast haar,
zijn twee van de mannen al uit 't halfdonker naar voren gekomen en hebben de hoofddoek van haar kop getrokken zodat de haren los op haar schouders springen; gegrinnik van de anderen als ze haar onder de oksels grijpen,
- daar zal 't zeker zitten/
- wat?
Ze vragen haar of ze haar vest uit wil doen maar trekken het meteen zelf alvast maar uit, nog iemand erbij die haar rok losgespt,
haar handen waarmee ze woest in de rondte slaat worden door grote klemvaste knuisten vastgehouden, nog 'n andere hand over haar mond als ze alles wat binnen bereik komt probeert te bijten,
'n kluwen manskerels tenslotte bezig 'n bijna geheel uitgeklede vrouw - haar nog verder te onderzoeken - die op de tegelvloer ligt te kronkelen onder de grijpende handen, - de twee vrouwen pakken elkaar tegelijk vast van kijkgenot -
ze zijn gek geworden als ik ze dat vertel slaan ze m'n smoel nog verder in elkaar ik kan er ook niks aan doen zo hebben ze mij ook behandeld wat gilt ze -
Een van hen stapt achteruit en likt pijnlik z'n hand: dat loeder,
ik zeg niets meer ze zijn toch niet eerder tevreden en voldaan dan/
Wordt ze nu overeind gehesen, een borst hangt uit de beha, de jarretels bengelen op haar knieën, grommend wordt ze op 'n stoel gezet; de armen kruiselings over haar borst gevouwen kijkt ze hen ziedend aan, op haar onderlip bijtend, zinnend op vraak,
met haar gezicht naar hem gekeerd
alsof ik me nu voor haar moet verantwoorden - denkt
| |
| |
ze dat ik er ook een van ben -
- niets/
- niets gevonden/
- nee dat zie ik/
de afwachtende houding van daareven is grotendeels verdwenen -
ik ben minder belangrijk geworden voor ze - niet dankbaar genoeg denk ik (en nu victor voel je nu hoe 't is nu je niets terug kunt doen quiproque - noem hem liever anders heb ik meer afstand liever 'm buiten gezichtskring) 'k kan bijna raajen wat ze nu verder gaan doen 't is allemaal al bekend 'n lesje dat geleerd is ook ík ken 't blijkbaar van buiten maar ik ben te moe te moe om nog spelbreker te kunnen zijn ---
(zonder dat de anderen 't merken naar de huiskamer gaan ze hebben 't zo druk dat ze 't toch niet in de gaten hebben naar de slaapkamer waar over 'n stoel 'n jurk van haar uithangt zwart met zilver bovenstuk heb eerst nog even in de kast geneusd omdat ik nergens zag wat ik dacht te zullen zien en ja op de onderste plank tussen de gevouwen lakens lagen 'n paar fotolijstjes dus toch - ik doe mijn broek uit en trek de jurk over m'n hoofd aan 't zit wel krap maar de ritssluiting hoeft niet dicht 't is maar even dan de apekop op even in de spiegel kijken m'n harige benen optillen 'n mondain danspasje maken als oefening en losjes met 'n handtasje zwaajend weer de feestruimte in komen / 'n gil als een van de vrouwen me opeens ziet lachen gieren brullen de sjarleston huppel ik tussen flessen door kingkonggebrul en geroffel op de gevulde borsten
de ouwe op z'n kniën tilt met z'n toeristenstok m'n rok op en rolt om van de pret - en ik trek de rok over iemands kop een van de vrouwen
dubbelspel
ik zou echt niet weten hoe ik zou moeten reageren als ze dadelik naar me toekomen en me gemoedelik op de schouder kloppen = je hebt je formidabel gehouden kerel wat 'n grap he ja vic heeft 't uitgedacht goed geraajen maar je hebt 'm toch wel eventjes geknepen niet)
| |
| |
of ze nu over me heen lopen of niet wat maakt dat uit misschien voel ik zelfs wel niks meer alles wat ik zeg wat ik zou proberen uit te leggen - och ze willen niet kunnen niet luisteren ook - niet voordat 't helemaal afgelopen zal zijn niet eerder -
we zullen zien -
waar was ik?
dat ze om haar heen staan allerlei vragen stellen door elkaar heen zoals bij mij - maar nu met 'n stroopgrijns wel wat anders -
dat zij niet tegen de overmacht kan onwillig antwoord geeft daarbij naar mij kijkt omdat ik niet op m'n gezicht toon dat ik aan haar kant sta
- wat heb ik met haar te maken uiteindelik - of 'n uitweg weet nog hoop heb of zo - 't is te onzinnig ik ken haar niet weet zelfs niet of het soms niet 'n vuile truuk is -
en beseft dat ze van mij niet veel te verwachten heeft en met bijna iets van haat of is 't enkel afkeer haar gezicht vies van me afkeert -
waarna/
(ik was bezig te vertellen -
't was waarschijnlik de een of andere kleffe trut die bij Vic hokte en er door hem uitgetreiterd was best mogelik ook dat ze mij kende van gezicht of minstens van horen zeggen - want hij zal wel het nodige over mij verteld hebben - ze hebben haar toen ze met 'n veewagen de streek aan 't uitkammen waren ergens opgepikt en onder mijn ogen werd ze door de oudsten van het stel voor de gootsteen verkracht ze kraaide er nog bij zelfs toen 't voor de derde keer gebeurde 'n bende was 't - ondertussen -)
ik hoor haar zeggen dat - dat ze die man niet kent nooit eerder gezien heeft - dat is 't toppunt -- ik weet 't niet of ze er ook nog gelukkig aan toevoegt -- na 'n tijdje/
ik word duizelig van 't lange staan - verroer me geen vin ben 'n standbeeld geworden met starende ogen 'n lastpost - zelfs gelaten toelaat dat iemand 'n hand op haar blote schouder heeft haar hals streelt meen ik te zien - dat ze 'n glas aanneemt en gulzig drinkt - zij wel - en nog eens uitdrukkelik
| |
| |
ongevraagd ontkent mij die vent zegt ze te kennen - of ze ook niet denkt dat hij 'n gevaarlik individu is zoals ie overal rondloerde en daarbij betrapt werd en in z'n tas kaarten van de streek bleek te hebben met allerlei belangrijke gegevens - en ze knikt dat het volgens haar best zou kunnen alles is mogelik en hem gezien zeker, maar ik heb er niets mee te maken zegt zij waarbij ze met haar hand door het klissige haar strijkt - al beter op haar gemak blijkbaar, ondanks de vrouwen die nu de eerste aanval voorbij is en er 'n soort wapenstilstand van vertrouwelike verstandhouding schijnt te ontstaan weer wantrouwig zitten toe te kijken
hoe dat bijna blote wijf zich onbeschaamd zit te warmen voor hun gloeiende kachel, - het ontbreekt er nog aan dat ze niet om 'n poederdoos en lipstift vraagt en zich als bewonderd middelpunt van het bonte gezelschap gaat zitten opmaken - (als ik 't háár zou vertellen zou ze ongelovig beginnen te lachen weet ik zeker of anders kwaad worden kwaad omdat ze me ervan verdenkt dat ik haar zoek te belazeren nee dan vertel ik 't liever aan vreemden
dat ze als schooljongens woorden op m'n rug schreven en telkens als ik om wilde kijken welke vieze woorden - bovendien kietelde het - ik voor m'n raap geslagen werd - maar had je niks terug kunnen - jazeker doe jij 't tegen tien van die uit de kluiten gewassen beren die allemaal tot de tanden gewapend waren en niets liever zouden doen dan me ter plaatse aan stukken scheuren ik overdrijf niet)
als er nu opeens iets onverwachts zou gebeuren -
(en toen, op 'n ogenblik dat niemand er ook maar in 't minst op verdacht was gebeurde er plotseling iets:)
ik zweet kan de middelvinger van m'n rechterhand niet meer kromkrijgen ziet er opgezwollen uit -
herinner ik 't me goed dat er op de deur van de paardestal 'n groot wit kruis gekalkt was -
ze moesten naast dat kruis boven de deur 'n ander hangen met 'n vrouw erop genageld heeft ie ook 'ns gezelschap en komt iedereen aan z'n trekken -
als er een auto was langsgekomen toen ik 't dorp uit was iemand die terug naar de stad moest zou er niets gebeurd zijn ik zou de brommer langs de weg hebben laten liggen - behage- | |
| |
lik warm met de tas op m'n kniën voorin de wagen binnen 'n paar uurtjes tuis - niet meer nodig om de schuilplaats van Victor op te zoeken is dat ook weer even van de baan - ben ik weer tuis alsof er niets gebeurd is stamp ik de sneeuw van m'n schoenen op de kokosmat haal de post uit de bus begint hij te fluiten zoals altijd 'n herkenningsteken en als zij er nog zou zijn zou ze op hem toelopen blij 'm terug te zien - ze zullen haar wel gevonden hebben als de buren twee uur lang niets horen denken ze al dat we aan de gaskraan liggen te lurken zo was dat altijd stille genieters als er weer eens herrie was wandelende afluisterapparaten -
zijn er ondertussen
terwijl ze met haar bezig waren
- nu hebben de vrouwen haar onder handen genomen ik kan 't niet horen wat er gezegd wordt zal wel over mij gaan maar de mannen staan eromheen -
nog meer mensen binnengekomen schimmen figuranten - het is zo vol ik kan bijna geen adem meer halen
'n koorts heeft iedereen aangegrepen ze steken elkaar aan - ik ril - ze schreeuwen ook zo hard doet pijn in m'n oren dwars door m'n brandende opgezette kop heen - dat maak ik ervan -
'n lage ruimte balken in de zoldering - vol mensen die door elkaar lopen druk gebaren 'n groepje tussen de aanrecht en de tafel waarop 'n aantal voorwerpen zijn uitgespreid om 'n walmende petroleumlamp 'n aantal mannen om drie vrouwen heen - één staat de andere twee zitten waarvan de een 'n oud mens met beide handen de bovenste knoop van haar zwarte jurk dichthoudt en de ander die staat in niet meer dan 'n beha en 'n verfomfaaid broekje achter de tafel 'n oude man in 'n uniformjasje met glimmende versierselen in druk gesprek met 'n andere man die 'n porfuije op z'n kniën heeft
aan de andere kant van de tafel wat verloren tussen de drukdoende mensen 'n man wiens wit uitgevreten broek halfopen afgezakt op z'n buik hangt de kin op de borst 't hoofd wat scheef de ogen bijna gesloten af en toe wankelend op de benen
| |
| |
door de deur naar wat waarschijnlik de stal is glijden brede slierten rook naar buiten
(en door het witte landschap fietsen twee jongens naast elkaar; de ene kijkt mokkig voor zich uit. Door z'n vader er opuit gestuurd, moest hij bij 'n verre neef die meer stroopte dan boerde 'n konijn gaan halen voor de kerst. Ze hadden hem niet herkend en toen hij vertelde van wie hij er een was hadden ze hem onwillig aangekeken, maar tenslotte toch 'n plankhard haasje uit de kelder meegegeven, dat nu in krantenpapier gewikkeld achter op z'n bagagedrager zit.
Wat moest hij met die halfzachte weesjongen dertig kilometer door de kou fietsen, met 'n bevroren haas achterop die hem met glazige ogen door het papier heen in de rug aankeek, panklaar met gestrekte poten, door de witte velden waar het zo stil was dat het hem bang maakte, erop broedend waar hij ergens af zou kunnen stappen, zogenaamd om even te pissen, om die teringlijer waar hij dageliks mee moest optrekken in elkaar te kunnen rammen en alleen verder naar huis te gaan, alleen durfde hij niet goed voor wat hem tuis te wachten zou staan en het zwarte bloed dat hij aan de bek van de haas had zien zitten -)
ze krijgen er maar geen genoeg van schreeuwen zo o het doet pijn in m'n oren zo heb ik 't alleen maar in dromen gehoord beesten die zo tekeer gaan pratende bavianen in de aanval
onregelmatige stoten --- pijn -- scheuten ----- morseseinen die ik niet meer ontsijfer ---- het gaat door me heen --- door m'n hele lijf -- goede geleider en/
alles om me heen raakt in beweging 'n mallemolen wat 'n kermis ik moet me staande houden - presies in 't midden anders word ik dol - me aan een punt vasthechten - de blauwe koffiekan is ie eigenlik nog wel blauw er zit 'n bluts op daar - is ie grijs - of is 't 'n vlek op m'n oog
waar nu 't gat in haar gezicht is wat is ze lelik geworden vera vanitas ik heb je zo nooit gezien - praat honderd uit is bang natuurlik heeft 'n overhemd over haar schouders mijn hemd
| |
| |
soms? nee onmogelik - ze drinkt weer om mij de ogen uit te steken maar ik doe alsof ik niets zie - ik zie haar zwellen haar mond hangt helemaal scheef 'n desimeter minachting - ook zij dus - zij laat zich niet koejeneren wil ze zeggen --- de streep groeit vreet haar hele gezicht aan zonder dat ze er zelf weet van schijnt te hebben -
de rookwolken dikken aan -
ik had 'n matje over haar heen moeten leggen of 'n tafelkleed tegen de kou ook al was ze toen al dood al wist ik dat toen nog niet maar ik denk 't ik sla z'n mooje gezicht tot mosterd daarvoor -
de koppen komen dichter bij elkaar steeds meer grijphanden zwaajen om me heen wat 'n verkeersdrukte - nee ze kunnen me niet meer aanraken als ik me wegsijfer ik doe alsof - hoor de koejen eens 'n klapperende deur aan 't andere eind van het huis de onzichtbare muizen in de haverzakken de ratten met bloed aan hun bek en de mannen in kamoeflageuniformen van parasjutisten verborgen op de hooizolder 'n gebochelde rug van 't pak minusie en blikvoedsel ik zie/
't messingplaatje aan 'n kettinkje op 't borstbeen met 't nummer erop 'n telefoonnummer - stoor ik u...'t is wel laat...antwoord u mij...u weet toch wie ik ben 't is dringend...'t is dringend...de hoogste tijd...STIK - 'n selnummer met 'n datum erin verwerkt en geen naam hoogstens de letters V.C. - blijf maar liggen ontspan je nu kan 't net nog even tijdenlange minuten van uitstel want vroeg of - weet je - och je hebt er uiteindelik toch zelf om gevraagd als ze fluisterde pas durfde praten als het donker was en dan de gruwelikste dingen zei/
(ik geloofde niet meer wat ik tevoren had verteld ---)
Hij reed over de kronkelende weg 't dorp uit wilde eigenlik niet meer verder maar in de winkelstraat was alles gesloten geweest en en toen hij wilde stoppen had 'n groepje mannen op 't kerkplein hem gedreigd en uitgescholden zodat hij toch maar wijselik verder fietste op z'n bromfiets waarvan de motor 't niet meer deed, verder
verder weg van 't dorp, hij kwam maar langzaam vooruit zag links en rechts de braakliggende akkers hard gras onder- | |
| |
gesneeuwde sloten hekwerken vervrongen bomen ingezakte schuren verlaten boerderijen waarschuwingsborden enzovoort
landerijen weilanden stukken moestuin driehoeken bouwland als door getekende lijnen in vlakken verdeeld,
reed hij voorbij boomgaarden waarlangs 'n haag of hek van varkensgaas met daarbovenop nog rollen prikkeldraad en binnen de omheining op gezichtsafstand groene en gele barakken loodsen en stenen gebouwtjes, met kunstgras en bladertakken bedekte ophogingen - wallen en grote mollengangen - en voor de ingang van de betonnen kelders 'n ijzeren traliehek, daartussenin 'n vlaggemast natuurlik en 'n buizen geraamte 'n stapel omgezaagde bomen en nog meer-)
IJzeren hekken of staketsels worden geteekend door eene enkele zwarte stippellijn of beter gezegd eene aaneenschakeling van punten.
Boomgaarden zijn eigenlijk stukken weiland, waarin de vruchtbomen regelmatig zijn geplaatst. Zij worden daarom in de teekening met de kleur van hoog weiland bedekt, terwijl de boomen regelmatig worden ingewerkt.
...en toen hij na 't tijd gelopen te hebben weer op wilde stappen omdat 't weer ging sneeuwen en hij 't door en door koud begon te krijgen / hoe vertel ik het verder?
aan mensen die alleen 'n interessant verhaal willen horen dat echt gebeurd moet zijn met vrouwen en tropiese lulziektes, maar nog liever hebben ze 'n flinke borrel van je - dat verlicht en helpt ze beter jicht en leegte te vergeten -
zo is 't altijd geweest - bijvoorbeeld
't was 'n komplete sneeuwstorm ik kwam op m'n bromfiets aan smeet die tegen de pui en stormde naar binnen halfblind door de sneeuw ik had gedacht dat ze me wel opgeruimd zouden begroeten nadat ik zo lang was weggeweest maar zelfs toen ik luidruchtig goedenavond allemaal samen wat 'n pokkeweer he 'n hond zou er dorst van krijgen gezegd had zonder dat iemand iets terugzei en m'n jas had uitgedaan en m'n
| |
| |
ogen drooggevreven bleven ze nog altijd zwijgen - wat was er gebeurd - en keken me met zulke ogen aan ik zag 'n paar elkaar aanstoten maar ik wilde er me niks van aantrekken en liet me niet van de wijs brengen - begon tegen de mensen aan de bar zo hard dat iedereen 't kon horen wat 'n grafkelder is 't hier geworden zeg moet je horen wat ik toch meegemaakt heb ongelofelik... op de goede toon met de daarbijbehorende gebaren en gezichten -
wat hebben ze gezegd?
maar 't zou gebeurd kunnen zijn niet
en 't zal ook gebeuren des te eerder als je erop verdacht bent - en dán gebeurt het nog onverwacht
ze hebben me verteld
in dat dorp hebben ze 'n personenauto laten stoppen er was polisie en doeane bij notabene
de mensen moesten uitstappen vijf waren het er en de wagen moest zogenaamd onderzocht worden en ze werden gedwongen mee te gaan naar de dichtstbij gelegen boerderij
een werd apartgenomen hebben ze nooit meer iets van gehoord
de auto is leeggehaald en naderhand in brand gestoken en omgegooid in 'n sloot gekieperd
ondertussen liep ik met 'n kapot glas in de hand naar een van de tafeltjes achterin / toen ik opeens iemand achter me voelde staan//
Wordt hij plotseling ruw vastgepakt en naar de hoek bij de kamerdeur en de tussendeur van de serre geduwd. Hij wil hun gezichten zien maar kan z'n nek niet meer omgedraaid krijgen, met 'n half oog onder z'n omhooggetrokken arm door ziet hij nog vaag de anderen bij de kachel -
hebben ze dan niets in de gaten - hoe lang is 't al geleden dat ik haar heb horen gillen -- toen ik m'n ogen dichtdeed - wat hebben ze met 'r gedaan?
| |
| |
dat ze nu ineengedoken op die stoel zit ze geeft het wel gauw op --
Ze drukken hem tegen de deurpost, zodat de scherpe hoek in zijn rug snijdt; 'n hand onder z'n kin dwingt hem nu hij 't niet meer wil hen aan te kijken - lachen tegen de tantes
ik zie nu helemaal niets meer - black -- black out ---
- dit is je laatste kans smeerkanis, je weet ze heeft doorgeslagen/
- wie? / waarom moet ik opeens aan haar dikke buik denken die met de dag meer opzwol 'n tijdbom 'n binnenband heb ik voor ogen wat 'n blaas
- ze heeft gezegd dat jij haar 'n lijst moest geven, 'n lijst met namen, knipper verdomme niet zo met je ogen, ja je ziet 't goed -
- gotweet hoe je die namen bij elkaar hebt gekregen/
- misschien hebben ze 'n mannetje op bevolking zitten/
- best mogelik maar dat doet er nu niet toe, we hebben alleen die lijst nodig, onze eigen mensen de dood injagen, 't is godverdomme ook wel bij de beesten af wat dit mormel heeft willen doen/
('n hele mondvol)
'n por in zijn maag die hem naar lucht doet happen -
- doe niet zo zielig, zeg op, waar heb je dat ellendige papier, -
De schoen met ijzer beslag - dezelfde van straks? - komt zwaar op z'n voet te staan,
'n lusifer vlak voor z'n ogen terwijl hij met z'n gezicht niet verder terug kan en z'n oogharen voelt schroejen - opkrullen en afvallen -
- waar waar heb je 't/
voelt hij op 'tzelfde moment de gloejende lusifer in zijn slaap branden, hij brult 't uit maar hoort 't zelf niet, gedempt, ergens ver vandaan, achter 'n tussenmuur, - krimpt in elkaar
- onze eigen mensen/
- misschien in de voering van z'n broek, - 'n ijzeren hand grijpt in z'n kruis en knijpt in z'n ballen - ze persen me uit
| |
| |
hou 't niet langer --- opeens 'n lichtvlek in 't samengeperste zwart om hem heen//
uit alle macht grijpt hij ernaar - 'n gezicht dat hij herkent in zijn verdoving - trapt zich los, weg handen, rukt 'n deur open, springt 'n trap op, z'n broek bijna op de kniën, dreigt even achterover te tuimelen, hoort geraas achter zich, herwint z'n evenwicht, komt boven, over 'n open zolder
besluiteloos middenin, waarheen?
ziet de gezichten boven 't trapgat uit komen (hen naar beneden trappen met 'n staaf hun hersens inslaan zakken zaad erop gloejende pek) rent op 'n deur af, 'n kamertje binnen waarin twee bedden, 'n dakraam erboven, springt op een van de bedden, drukt 't raampje open, half uit de hengsels, trekt zich op aan de ijzeren rand, duwt met z'n kop het glas omhoog, haalt 't niet
- ik haal 't niet - heeft niet genoeg macht meer over, spartelt, probeert het nog eens, slaat z'n ene hand uit krassend over de dakpannen, komt toch nog tot z'n oksels naar buiten, z'n hoofd (stolt in de vrieskou, wordt 'n klomp 'n kob) ijskoud, hij moet kotsen alleen er komt 'n dikke sliert groenig slijm uit dat over z'n gezicht waait - afkoeling zou zo 'n paar uur moeten kunnen hangen
(mannen op 't dak bewegende schimmen op 't gladde dak, die z'n hoofd vastgrijpen en verder naar buiten trekken) / 'n zwaar gewicht trekt aan z'n voeten - 't haalt niks meer uit - hij voelt z'n broek nog verder naar beneden glijden, nagels in z'n benen steeds hoger hoe meer hij omlaag getrokken wordt, vloeken, licht in de kamer, beweegt, er valt iets uit z'n broekzak - m'n horloge hebben ze dat dan laten zitten?
Hij moet loslaten en komt met 'n zware smak naast 't bed op de grond neer tussen 'n stel trappende benen - 'n ongeval - voorgoed gedaan met de rust -
de gezichten bloedrood, heen en weer als vlammen hoe zacht is - de trappen hij voelt ze nog, weet dat het pijn doet elke trap in z'n zij die het inwendige beschadigt, maar inkasseert ze als 'n regen in de hoop, hoop?
beweeg met z'n lippen probeert met z'n handen, proeft bloed aan de handpalm is aan 'n spijker blijven haken toen hij hing
| |
| |
en naar beneden getrokken werd,
dat 't eens - voorgoed - ophoudt - stilte gevraagd STILTE//
dringt 't kabaal weer tot z'n oren door, stemmen, verder onbegrijpelik,
de handen voor z'n ogen om z'n hoofd te beschermen - verbergen helpt niets -
Hij kronkelt zelfs niet meer als hij
wanneer hij tussen z'n vingers doorkijkt omdat de regen tenslotte is opgehouden
tussen de voeten ligt van iemand die met gespreide benen over hem heen staat, boven hem 'n gezwollen kruis in 'n wijde uniformbroek, handen in de zij geplant, ver daarboven hemelhoog 'n popperig klein gezichtje, 'n luidspreker die geelektrifiseerde geluiden over hem heen sproeit - wat nu ze zullen me niet horen gillen -
(meer dood dan levend lag ik tussen hen in nadat voordat terwijl alvorens doordat vanwege zonder dat echter hoe dan ook - wat hielpen woorden)
wat ze ook met me uitrichten ze hebben 't hart niet 't recht niet / verwacht hij eigenlik nu 'n kraak als met 'n bijl of 'n stoelpoot of 'n ander gebruiksvoorwerp z'n schedel verbrijzeld zal worden, en hij --
er wordt geroepen en iemand komt met 'n bussel paktouw aanlopen, pluizig paktouw dat om z'n kapotte enkels en op de rug gevrongen polsen gebonden wordt, het snijdt in z'n vlees zonder dat hij een kik geeft, - hij wil nu tenminste niet kreunen ze niet de lol gunnen maar zou 't liefst/
En onder gelach, wat 'n vrolike bende een begint er zelfs te zingen - HAND IN HAND KAMERADEN - wordt hij van de grond gepakt en aan 'n geweer dat onder de touwen geschoven is weer de trap afgedragen als jachttrofee -
terug,
In de kamer waar nu zowat iedereen overeind staat -
behalve zij:
Ze zit als 'n vorstin, borst vooruit, en wijst proestend naar
| |
| |
hem, als ie 't goed heeft.
Hij wordt met z'n rug tegen de aanrecht gezet.
De kat komt onder de tafel door naar hem toe, wil op z'n schoot stappen, maar 'n gelaarsde voet wordt onder z'n buik geschoven en met 'n boog verdwijnt ie in de andere hoek.
Zij zit vlak voor de kachel naar de tafel gedraaid, Marte wiebelt met z'n ronde kopje, plukt met z'n handen aan de kussens onder z'n zitvlak. Hij kan zich niet meer stilhouden, zou haar met z'n vertroebelde oogjes - de leesbril heeft ie naar boven geschoven en hij weet waarschijnlik niet eens meer dat die op z'n haarbos zit - willen opslurpen verslinden zoals ze daar wijdbeens op nog geen paar meter van hem vandaan zit met zo goed als niets aan, - als er maar niemand anders bij was, ze bijvoorbeeld naar buiten waren of langer op zolder gebleven - hij kon niet meedoen met de vangst en voordat hij genoeg moed had ingedronken waren ze al weer terug - en hij vrijft over z'n bezwete voorhoofd//
en hij zal wel gauw, als hij 't laatste restje van de fles naast hem uit heeft, van de stoel glijden, en onder de tafel op z'n kniën 't hoofd vooruit rondloeren naar de anderen, om dan op 'n onbewaakt ogenblik naar haar toe te kruipen terwijl zij met haar hoofd naar de man achter de tafel gekeerd blijft zitten met zijn kop haar kniën raken die even uit reaksie naar elkaar toe dicht dreigen te klappen maar toch weer - bijna automaties - uiteen gaan, en glunderend zo dichtbij dat hij de warmte meent te voelen had hij nooit durven dromen hij zit vlak voor de gloejende kachel zo dicht bij deze voor hem zo zachte honingkoningin die boven hem uittroont, waarvoor hij alles zou willen doen de indringer likwideren als zij 't zou vragen haar verdedigen tegen alles en iedereen als 't moet als 't nodig is voor hem om ongestoord z'n gang te kunnen gaan nu zo dichtbij dat hij de krullende haren aan de zijkant van 't zeegroene broekje uit ziet komen het golvende groen waar hij z'n onvaste hoofd tegenaan zou willen vleien waarna de dijen zich zalvig om zijn oren zullen sluiten en hij met gezwollen en likkende tong zal fluisteren van overwinning en van macht van zacht zij lekkernij en nacht - wachtend tot 't ouwe mens hem wel gauw bij z'n oren terug naar z'n
| |
| |
plaats zal slepen -
ze zijn nog meer gegroeid 't zijn reuzen geworden sinds ik ze vanmiddag voor 't eerst gezien heb
vanmiddag - had ik maar de andere weg genomen was ik niet onverwachts overvallen door deze crazy horses - zou nog 'ns graag in de zomer op de brede rug van zoon belgiese knol zitten
herinner ik me toen - met veel te korte beentjes uitgespreid de zwetende rug schokte en schuurde in m'n kruis
Zij wordt met stoel en al opgepakt, haar gezicht opeens weer verschrikt daar had ze niet op gerekend, en naast hem neergepoot,
ik de ruiter minachtend neerkijkend op fietsers die langskomen sla met 'n twijg op 't schommelend achterwerk en holderdebolder...
ik kan m'n benen niet meer bij elkaar krijgen m'n kruis brandt ik heb 'r niets meer over m'n benen zijn van elkaar gescheurd -
Zijn hoofd op de hoogte van haar dijen waar paarse putten in te zien zijn van dichtbij, vlees dat voortdurend beweegt. Zo reusachtig.
Hoe hij ook probeert, hij kan niet tuisbrengen waar ze naar ruikt - even 'n ogenblik van zwakte en hij legt z'n hoofd in haar schoot op slag alles vergeten, alles vergeten en vergeven zoals het heet - weet niet meer hoe haar gezicht eruit zou moeten zien, haar handen door zijn haar, hij proevend met z'n tong tanden en lippen zonder nog iets aan te hoeven denken zoals nu: -
telkens met 'n schok - alsof hij op punt staat in te slapen - zich te moeten realizeren waar hij is dat ze bezig zijn hem, ja wat, waartoe enzovoort - HIER IS HET LEVEN VOL ROMANTIEK GONDOLA GONDOLA/
ze was mooi - zal wel --- ongrijpbaar - voor mij - maar de vrouw van hem - wat heb ik dan gedaan - wanneer presies ging het opeens mis deed ik 'n misslag - of wat heb ik niet gedaan dat ik had moeten doen of eerder vroeger op tijd - of
| |
| |
wat heb ik verkeerd gedaan - wie? - ik? - wie deed wat - wat deed ik had ik in feite kunnen doen - zeg nou zelf - ik geloof er niet zo hard in -
niet onmogelik dat ze nu onder de droogkap zit en in 'n gemodernizeerd damesblad leest over wat de vrouwen moeten weten van diepzeevissen de gevaren van kunstmatige dromen en wittgenstein -
of ze neust op dit moment misschien in mijn papieren of kijkt met 'n angstig gezicht de armen om haar benen heen naar 't wereldkampioenschap boksen -
got nu zie ik 't pas nu pas ze moet me al die tijd belazerd hebben door en door zo volledig dat ze er zelf in geloofde en ik - ook ik heb 't maar al te graag geloofd ondanks alle sepsis en antisepsis -
Maar lang blijft ze niet boven hem uit zitten, iemand, die misschien straks in z'n lip gebeten is of ergens anders waardoor hij zich geraakt voelde, trekt de stoel onder haar brede gat vandaan om er zelf op te kunnen gaan zitten, en duwt haar - ga maar op je donsje zitten - met de handen op haar schouders naar beneden,
ze glijdt naast hem neer / automaties bijna wil hij terugtrekken om haar niet tegen zich aan te voelen, maar laat het,
blijft onbewegelik zitten, merkt alleen dat ze warm is - in ieder geval warmer dan ik -
ze kijkt opzij naar hem, alsof ze hem nu pas voor 't eerst ziet, nu hij vlakbij haar is en er even niemand haar knijpt of prikt, en alleen al om de pijn die ze, om hem lijkt het, vanwege die man die in 't midden van de kamer staat alsof ie ergens op betrapt is en zich nu moet verantwoorden, van wie ze niets weet - ze schijnt het zich altans niet te herinneren hij ziet er ook zo toegetakeld uit - om hem pijn te moeten lijden, voor niets, - nee dat niet, dan nog liever/
En ze betast de zere plek om haar tepels waar iemand, ze weet niet eens meer wie, haar geknepen heeft, en ook nu begint er weer een te lachen -
het moet 'n vermakelik gezicht zijn dat iemand zich pijn laat doen zonder iets terug te kunnen doen -
| |
| |
't insekt dat bijna bij de rand van de glazen pot is
'k was al half op 't dak als ik nog voor die tijd erbovenop buiten had kunnen zijn hadden ze
met 'n stokje terugduwen, zodat het met z'n rugschild terug op de bodem van de pot valt
hem op 't laatste moment nog omlaag trekken uit 't raam -
dat die kleuren bestaan
fluweelzacht mag ik je aanraken komen er brandgaten in vreten van daaruit het kleurgoed uit op golflijnen horizontaal slingeren zich van links naar rechts van rechts naar links
alleen met m'n kop kan ik wegdrijven verscholen in de wolken
- ook al krijg je ze nooit te zien, ze zijn des te gevaarliker de koppies
die 'n net om de wereld spannen, overal kontaktpunten, sentra waar knappe breinen uitdokteren
(Men hoort letterlik de hersenen snorren, beschreef U.S. - joernalist Arthur Herzog, de spesiale atmosfeer van de fabrieken zonder lopende banden en schoorstenen. ‘Alles werkt eerder ongeorganizeerd en nonsjalant - de mannen in hemden met korte mouwen of sportjasjes met leren stukken op de ellebogen. De grote zwarte schoolborden aan de muur staan vol met primitieve tekens; men kan zien dat iemand hier heeft nagedacht. Maar de meeste tijd schijnen de mensen met elkaar te zitten praten, eindeloos. Zodra iemand iets in zijn hersens heeft uitgebroed en het de anderen zou kunnen meedelen, roept hij een bijeenkomst van zijn instituut bijeen, en beginnen ze samen het verder uit te denken -)
hoe de kleine mannetjes de lastposten die hen dwarszitten uit te schakelen, uit de wereld te helpen of ze tot slaven te maken
hersenspoeling - indoktrinasies - absolute macht - diktatuur - het einde
| |
| |
spannen samen, hebben alles in handen
het zwart vreet het licht op 'n wentelend schaakbord dolgeworden spinnen waar -
maken alle mensen gelijk zegt men afgelopen met ons beste leventje overgeleverd opgeschreven
waar is houvast ---
konsentreren: ik heb benen goed twee benen die naast elkaar recht vooruit steken 'n gek gezicht blote benen rooje striemen erop 'n onderbroek zere billen handen over m'n buik twee handen? met armen aan m'n schouders bevestigd - daarop m'n kop en binnenin schots en scheef borrelende ingewanden 'n maag die in opstand komt hersens die geluiden maken van kruiend ijs -
ben ik dat echt?
- 'n wereldomspannend komplot, dat is zeker, en ook wij dreigen er aan ten onder te gaan -
- daar gaat onze handel, zou je ze niet/
Ook de kommies smokkelt natuurlik even hard mee anders zouden ze toch niet zulke goeje maatjes zijn, en ook kloosters dat moeten broeinesten zijn - ze leven er allemaal van - goed dat er grenzen zijn
(die scherpen 't onderscheid bepalen de eigenwaarde dienen bovendien als geldsluis en betekenen zo men wil op papier waar het eigen volkje ophoudt en de vijandige wereld van bedreigers en bedriegers begint - smokkelaars werken als houtwormen in de scheidsmuur vreten 'm uit en vernielen hem gaanderweg maar zouden zonder muur niet kunnen leven)
Zo tegen hem aangedrukt - doet ze 't soms met opzet - weet hij langzamerhand - voelde hij haar hand strelend over zijn gescheurde mouw gaan of was hij 't zelf of dacht hij 't alleen maar want z'n eigen handen lagen - vreemde harige handen die soms even stuiptrekken - liggen immers geboeid tussen zijn opgetrokken kniën - weet hij langzamerhand niet meer waar hij ophoudt en zij begint haar vlees dat meegeeft - of zij
| |
| |
voor of tegen hem is - 'n valstrik lokmiddel - aan haar kille ogen waaromheen 't zwart is uitgevlakt kan hij 't niet zien, hij durft ook nauweliks zijn hoofd te bewegen
uit angst
haar handen al even glibberig als de vis op de aanrecht - als ze behendig in één haal de kop eraf sneed de ogen uitwipte en 't nog spartelende lijf in de lengte opensneed -
zoals hij eigenlik -
als men even niet op 'm let loopt het jongetje naar de aanrecht pakt er 'n pot vanaf en komt naar hem toe kijkt hem lange tijd gemeen - dat mormel is al even gemeen - aan, 'n paar mannen kijken toe maar steken geen poot uit als het kereltje nog dichterbij komt, met 't lepeltje in de pot roert en hem plotseling 'n klodder in z'n gezicht smeert, - hij glijdt langs z'n wang in z'n nek, 'n slijmerige streep voelt hij,
triomfantelik kijkt de jongen de anderen aan -
zoals hij eigenlik nooit zeker van haar was, zelfs niet als ze aanhankelik tegen hem aankroop - nadat er weer iets voorgevallen was bijvoorbeeld ze had hem die middag geschaduwd of was er met Victor of Norman of iemand anders van zijn geld dat hij in 'n termosfles opspaarde 'n paar dagen tussenuit geknepen of was naar de polisie gegaan met de klacht dat hij, die haar man eigenlik niet eens was maar de plaatsvervanger van 'n ander wat overigens voor haar weinig verschil maakte, haar mishandelde, geestelike en lichamelike vreedheid tegelijk: haar vastgebonden in 'n schommelstoel of op 'n haardbankje in de vorm van 'n kameelzadel door vrienden liet gebruiken, misbruiken had ze natuurlik gezegd terwijl ze met de handen omgekeerd over haar buik zou vrijven -
toch waren ze niet van elkaar weg te slaan, via 'n omweg kwamen ze toch steeds weer opnieuw bij elkaar terug, al of niet uit kwaadaardigheid, om het uit te vechten, Het, zonder nog duidelik te weten wat, om iets dat in hem brandde, zo voelde het aan, 'n ongedurige onrust 'n zeker uitgehongerde
| |
| |
branderigheid,
- hoe vaak zit ie er niet zulke lieve tautologietjes voor te verzinnen om het te vertroetelen in slaap te sussen -
dat hem van binnen - was het wel alleen van binnen hij zag er heel de stad op aan die er met de dag mistroostiger uit begon te zien hoe meer zíj floreerde - uitvrat, om dat te doven, te verdoven, al was het maar door zich 'n tijd op haar los te laten - gern - la guerre - is vrouwelik - ophitsen tot ze vanzelf klaarkomt - in 't nederlands natuurlik mannelik - spaart de roede niet - wie z'n vinger uitsteekt wordt z'n hand afgekapt en meteen voor alle veiligheid is eeuwigheid gekastreerd zo houden we ons eigen erf en schortje schoon is men gepast trots op de zoon tevens kleinzoon,
die op 'n goeje dag in de val loopt - onbegrijpelik waarom nu pas waarom juist vandaag,
Komt weer 't jongetje op 'm af - hij durft nu al veel beter, nadat hij heeft kunnen zien wat de groten met hem hebben gedaan. Op 'n meter of wat van hem vandaan blijft hij staan - broek afgezakt modderbenen 'n snotneus en nog steeds sjem in z'n gezicht -
Hij staat ergens op te zuigen en kijkt vanonder z'n donzige wenkbrauwen de geboeide man die daar tegen de aanrecht zit aan, 't blijkt 'n rubber pistool te zijn dat hij op hem richt/ 'n straal sop recht in z'n gezicht -- hij gromt kan 't niet wegvegen probeert 't bijt in z'n ogen zeepsop (of iets anders: 'n gevaarlike vloeistof waar ze fruitbomen mee bespuiten?) hoort iemand vloeken en ziet dat 't speelgoed van het pestkereltje wordt afgepakt klinkt weer dat dorre gelach, nog harder als hij naar een van de manschappen sukkelt en die zijn geweer wil afpakken en daarbij over z'n schouder me woest aankijkt alsof ik de schuld ben dat iemand hem dat ding heeft afgenomen - nee Fredje daar ben je nog te klein voor - 'n ander moedigt hem aan - later - hij begint te dreinen - als je groot bent dan krijg je ook zoon echt geweer dan kun je alle gemene mannen neerschieten - nee ik wil 't nou, - en hij knaagt aan z'n knuist terwijl hij tegen de kniën van de ouwe vrouw staat te draajen, die hem en ook hen verwijtend aankijkt, - als ik ze eens vertelde dat ik best verre familie van ze zou kun- | |
| |
nen zijn omdat vroeger / en hij nu als 'n dichtgebonden zak tegen de aanrechtdeur is gezet, tot het de hoogste tijd is -
het is toch wel om te lachen/
bovendien zou ik dan ook moeten vertellen - dat ik bang geweest ben echt bang zonder te weten waarvoor - daarom juist ik zou beginnen te hakkelen om dat zwakke punt waar ik de draad van 't verhaal zou dreigen kwijt te raken niet zó erg natuurlik maar wel dat ik dan begin te fantazeren -
en toen bracht een van de mannen heilige leun waar ik 't net al over gehad heb binnen kompleet gek was die in gescheurde kleren en alsmaar psalmen brullend - teun brengt ijs of dooi -
of schoot er een de lamp kapot old shatterhand
of toen deed opeens deed 't licht het weer en kon de tv weer worden aangezet dat was ongeveer 't eerste waar ze aan dachten zodat ze geen oog meer hadden voor mij -
maar daarmee was 't nog niet afgelopen bijlangenanie - ga verder - nee ik moet eerst even 'n borrel hebben 'n dubbele maar want ik sta kompleet droog ik heb in tijden niet zoveel gepraat jullie weten anders ben ik zo helemaal niet -- even op adem komen -
en ook dat ik ben blijven zwijgen toen ze me beledigden dat trots noemend en 'n vorm van protest om 't maar niet voor lafheid te hoeven houden alsof ik erboven stond als die proleten me bij m'n oren omhoogtrokken lieten struikelen of m'n gulp openzetten en haar wijdbeens over me heen hielden ik tantalus hield me groot en deed alsof 't me koud liet en ik alleen maar moe was -
och waarom de illuzie bewaren of nog versterken dat ik 't ben dat 't verhaal over mij zou gaan dat gelooft toch geen mens - dat ik ze tenslotte toch naar de mond praatte wat had ik immers te verliezen dacht ik en dat zou zeker niet opwegen tegen de pijn en alle rottigheid dus allerlei dingen over haar opdiste die ik ter plaatse verzon of uit boeken had om er maar heelhuids vandaan te komen (wat m'n goed recht was nam ik aan)
en zelfs dat geloven ze niet - dat ik in m'n broek scheet van angst nog voor ze wat gedaan hadden
en als ze zelf in gaan vullen is 't eind helemaal zoek - wordt 't
| |
| |
nog fraajer - als ze beginnen te fantazeren zal ik even glimlachend al die onzin aanhoren
tot 't me te bar wordt wanneer ze te ver gaan en denken alles met me te kunnen doen terwijl 't enige dat ze van me weten ik hen verteld heb nota bene -
wat (hebben ze gezegd)?
of ik er nu wel of niet aan toevoeg ik of hij of zij zeg als 't maar geen jij is och als ik maar iets zeg aan de praat blijf dan maken zij verder wel uit wat ik gezegd moet hebben -
zouden ze wel willen/
ik beken/
mijn schuld?/
wat moois/
voor u vadertje/
(maar hopelik zullen jullie op zekere dag net als ik voor 'n blinde muur komen staan je probeert door te lopen net te doen alsof ie er niet is dat 't maar 'n verzinsel is maar je doet alleen jezelf maar pijn door er met je kop tegenaan te hengsten en ook dat kun je van je af praten door te beweren dat 't iemand anders doet
je bent wel gek
en in je pitrieten leunstoel zitten en zeggen meer om jezelf gerust te stellen dan iemand te overtuigen - wat haalt het uit meer te willen dan jein feite doen kunt er is geen beginnen aan het blijft toch hetzelfde wat kan ik eraan doen ik heb gedaan wat ik kon - en op de plaats te blijven hangen omdat je niet terug durft te keren of 'n andere weg op te gaan of die zelfs maar te zoeken - maar stinkers ook jullie zullen 'n keer verloren lopen - was 't maar waar ik zou 't wel eens willen zien erbij zijn)
'n hele dag heb ik in dat donker gelegen brandde het zwart tenslotte rood liep ik uit voelde me van mos worden en het vocht uit de grond optrekken en zag ik wilde niet meer zien in mijn donker dat hol
| |
| |
nooit te laat altijd te vroeg om te voorkomen dood in de buik bederf verstikkende baarmoeder - vóór zijn - sterilizeren
er naar fluiten
'n stem opzetten uit alle macht schreeuwen m'n strot zit dicht
geen opening wat 'n strop
ze zijn weer tegen me bezig dacht ik dat ze me voor even met rust zouden laten wat?
wat zeggen ze als ze per se willen dat morgen morgen de dag des oordeels is en ik de een of andere mafgeslagen antikrist wat hebben ze dan verder nog tekst en uitleg nodig -
(het Beest gaat komen...)
verklaar u nader
zal de sprookjesprins uit de wensdroom komen gezeten op regenwolken -
(, op dat tijdstip zullen de geregelde troepen uit het buitenland binnenrukken -
En er zal...)
ik zeg waar 't op staat ik schreeuw mijn stem kapot maar ze schijnen mij niet meer te horen wat doe ik nog - de lamp flakkert doet pijn aan m'n ogen
waarom kijkje me zo vals aan wat heb ik je gedaan je zit toch in dezelfde penarie als ik
wat fluister je m'n polsen doen pijn versta ik 't goed heb je het over 'n plan weg te komen onzin
ze paraderen langs me heen telkens nieuwe gezichten en 'n spreekkoor dat schijnt te roepen ( ) kon ik maar iets
| |
| |
doen iemand is op z'n hurken naast haar komen zitten
zeker dronken - ik hoor 'n radiostem - hij fluistert haar iets in 't oor van mij af ze laat hem betijen - wat is ze zwak - weert z'n grondhanden niet af en schuift zelfs van me weg -
nog steeds
zie ik 'n paar vragende gezichten tegen mij praten uh tegen mij steeds ongeduldiger ze verbijten zich en houden zich in niet te doen wat ze graag zouden willen doen - doe het maar - 't moet al laat zijn - 't liefst ruimden ze me meteen uit de weg vlek weg dan zouden ze weer 'n poosje gerustgesteld zijn waarom uitstellen -
en zelfs al was er de mogelikheid wat heb ik tegen ze te verdedigen ze zijn toch niet uit te roejen waarom ze neerschieten alleen om deze dag goed te maken met 'n glanzende geweerkolf zoon harde kop - got wat hard - inslaan en dan?
plagiaat -
verdergaan?
wat is dat ik hoor gestommel boven m'n hoofd heel duidelik ik kan niet omhoog kijken er loopt beslist iemand over zolder of wat is er anders hierboven nog 'n stuk van de schuur misschien - zouden zij 't niet horen die voetstappen
er zal zeker wel 'n kier tussen de balken zijn (zie mij van bovenaf zitten: 'n knikkende kop alsof die er nog maar los aan zit met 'n al wat kalende kruin handen bij elkaar op m'n buik en de benen gestrekt
- die probeert stukje voor stukje ongemerkt iets op te schuiven
uiterst langzaam naar de deur toe - bij m'n voeten 'n brede plank en 'n paar ronde palen met kettingen eraan - daaromheen allerlei mensen die druk door elkaar heen lopen)
m'n mond hangt open had 't niet in de gaten moet 'n stom gezicht zijn - kan bijna geen lucht meer binnenkrijgen alsof m'n borst in elkaar geramd is en de ribben in m'n longen steken - leeggelopen - zit ik naar de schuifelende voeten te
| |
| |
kijken die over de tegels bewegen lijkt wel 'n dansvloer schoenen met vreemde gezichten draajende broekspijpen die boven m'n wenkbrauwen in 't niets verdwijnen / uitzicht verbroken door twee dikke nijlonbenen - die vlak voor mij stilstaan twee rechte pilaren welke stijl/ /
'n stalen klap tegen zijn linkerwang - tong knel tussen z'n tanden - kan m'n handen niet bewegen - kijk ik op en zie de jongste van de vrouwen triomfantelik van de schuimspaan in haar opgeheven hand naar mijn getroffen kaak kijken was die even raak -
ben nu helemaal 'n ongevaarlik geval geworden ze zullen nu wel weer beginnen te sarren
(stropijltjes in je neusgaten / water in je nek / pis met suiker laten drinken neus dicht / nijlonkous over de kop en de spuit op je mond / de hond in m'n pik laten bijten eerst likken dan toehappen / - de duizenden voor de hand liggende dingen die iedereen dan invallen als de gelegenheid maar eens komt o zo vindingrijk als 't erom gaat op iemand anders z'n angstdromen uit te proberen)
natuurlik
ik voel geleidelikaan minder ben niet ongevoeliger geworden maar raak verdoofd ik weet wat er gebeurt - altans dat hoop ik maar kan 't niet langer kontroleren -
als ik probeer me iets dat ik vanmorgen gezien heb voor ogen te halen iets in 't dorp - wil het niet meer komen waar ik kijk alleen gaten ook haar gezicht daarvoor in de plaats/
| |
| |
en wat ze vandaag allemaal gezegd en verzonnen hebben - vermengd met wat er de laatste tijd op 't tv-scherm in m'n dromen op 't filmdoek in kranten vertoond is (niet meer uit elkaar te houden)
lijkt lang verleden tijd nu al wat morgen zou gaan gebeuren zal wel niet doorgaan is al geschiedenis geworden voorbij uitgevochten afgelopen 'n van buiten geleerd verhaal voorgezegd
(de geschiedenis van 'n stel benen armen kop schouders en romp mag ik u voorstellen ik heette-)
't ergste is dat ze me niet meer aanraken of beter ik ze niet meer voel - van nu af niet meer - heb ik me voorgenomen - heeft Vera me eigenlik ooit geslagen of gebeten - ik kan me alleen herinneren dat ik door 'n grote zwarte hond in m'n bovenarm gebeten ben - (op koninginnedag moet lang geleden zijn als ik me niet vergis - lag aan de lijn 'k wilde hem z'n bak voer geven hij kon er niet bij ik schoof het dichterbij hij dacht dat ik 'm weg wilde halen en beet toe - 'n misververstand - kon m'n pees zien liggen voelde geen pijn stuk uit m'n overall kwam later 'n nieuw donkerblauw stuk in - de hond werd de volgende dag afgemaakt)
Alsof het nooit anders geweest is -
asbakken vol lusifers as kurken papiersnippers, naast de deur 'n paar klompen met krantenpapier erin, op de kachel 'n stomende pan water,
wanneer -
nu niet meer de hel is helemaal losgebroken lijkt 't iedereen hoeveel zijn 't er wel niet staat tegen elkaar te praten op 'n
| |
| |
ruzietoon 't grootste gelijk klinkt er het hardst bovenuit de oude vrouw trommelt hard met 'n stoffer tegen de wetplank naast de schouw -
Men loopt heen en weer, door elkaar heen. Hoewel niet langer van belang, zijn er toch voortdurend 'n paar broejende ogen op hem gericht, nu eens hiervandaan dan daarvandaan, blikken die elkaar kruisen, en op 't middelpunt
'N in elkaar gedoken figuur, 'n man die aan handen en voeten gebonden is, 'n vale kleur op z'n gezicht, verward haar, op verschillende plaatsen strepen gestold bloed vooral op de zijkant van z'n hoofd, rillend, in 'n ook al roodgevlekte onderbroek die tot op z'n kniën komt en gescheurd kekihemd, - 'n murfgeslagen hoopje -
heft nu z'n spitse kopje op, de gebroken bril gebogen op het uiteinde van z'n neus - heeft iemand er bij wijze van zoveelste geslaagde grap opgezet - kijkt wazig en traag, steeds iets te laat als er vlakbij wat beweegt, luistert ergens naar, heel ingespannen, beloert z'n kans, blijft zich nog steeds verzetten, vringt z'n voorarmen om elkaar, kan toch niet loskomen, - duidelik niet iemand van hier, sluw uiterlik, gemeen
- moet in de gaten gehouden worden, als niemand anders 't doet in de drukte//
in de ronde kring
opeens dicht om me heen word weer op m'n benen gehesen kan na 't lange zitten nauweliks meer op mijn voeten staan
er is iemand binnengekomen-terug-vanwaar-heeft iets gezegd waar de stemming niet beter en de gezichten niet vroliker van geworden zijn slecht nieuws?
niemand kunnen waarschuwen? geen gehoor
teun verdwenen / victor er vandoor / op mijn adres woont iemand anders ik kan ze ook niet helpen hoe ze me ook door mekaar schudden hun scheur opentrekken vlak voor m'n knipperende ogen
ach wat schiet 'k ermee op dat verhaal aan hen te vertellen ten eerste vervalsen ze het meteen omdat ze toch niet kunnen luisteren - ten tweede heeft het geen zin de held of 't slachtoffer uit te hangen zeker achteraf niet als ik
| |
| |
vol drank hun verrotte gezelligheid zoek ten koste van - zolang ze om me kunnen lachen he - ben ik even 't middelpunt schrale troost je kunt alleen met ze praten over iemands hoofd heen schreeuwen dat zijn dan je - nee ik noem ze niet meer waarvoor hebben ze me nodig ik wil ze niet meer zien - fffft, 't verhaaltje uit -
Aanvoerder Marte peutert met studie in z'n neus trekt z'n broek op en begint in de kachel te poken -
'n voet schuift 'n kort blokje hout over de vloer voor - achteruit links rechts onder de zool kantelt klikt
- we moeten denk ik zondag met de turnklup op konkoer -
- maken jullie dat standje weer boven op elkaar/
- nee ik heb nou de stokken en misschien nog de ringen -
zij moet ook staan - naast mij voor de tafel maar niet lang of ze wordt weer de hoek ingetrokken
de jonge vrouw zit naar me te wijzen zal ik terugzwaajen
ik word opgepakt en door twee man naar de staldeur gesleept m'n rug schuurt langs de grond - ik doe blijkbaar niet langer terzake ze zijn het moe -
ik kan niet zien of ze met haar hetzelfde doen -
in de stal rechts wordt 'n deur opengemaakt - van 'n rommelhok denkelik - emmers bezems tuigleer melkbussen en zo ze hijsen me erin - duwen m'n benen onder m'n lijf anders pas ik er niet in - ze gaan haar toch niet/
ze gaan haar toch dadelik niet (op me vastbinden ons in elkaar duwen en vastbinden ons op en neer schokken en daarna achterlaten in 't berghok geperst 'n baal samen
onsmakelik einde
we zouden elkaar niet in de ogen hoeven zien 't is toch donker - zeker nu de deur dichtgaat vanbuiten 'n slot erop
als ze ons in 69houding samenbinden ik zou gaan kotsen en zij zou me uit wanhoop helemaal aan stukken bijten
dat soort spelletjes vinden ze uit) nee ze laten haar in de keuken hebben van haar meer plezier ik/
ik eindelik alleen in dit nauwe hok de rand van 'n schop in m'n nek kan me nauweliks verroeren zoals ze me dubbelgevouwd hebben toch moet ik me proberen om te draajen om
| |
| |
niet die scherpe hoeken in m'n rug te hebben en m'n benen iets te kunnen strekken - proberen m'n ogen te sluiten -
't is er toch donker - 't tocht zo stik ik tenminste niet meteen wil er niet langer aan denken wat ze van plan zijn met me wat ze nog allemaal zouden kunnen doen
al is 't maar even de duizenden gedachten uitschakelen - knop om - ze van me afzetten
denk dan maar liever aan 't afbrokkelend gezicht
van'n egiptiese sfinks die uit 'n reklamefilm voor filtersigaretten
hoe groter hoe liever alle sprekende trekken slijten en splijten eraf het beeld van de liefste van de oudste
of
'n buitelend veulen om in de rurale sektor te blijven 'n veulen met vijf poten o wat vrolik op z'n dooje rug
of
't geknoei met 'n regiment lege flessen waar ik de restjes uitlebber als ik op handen en voeten door de kamer kruip grinnikend intens vrolik me zo bezig te zien nadat de ongewenste gasten de deur zijn uitgewerkt en zij met hun tweetjes hiernaast goed onder de olie hun wederechtelike plicht vervullen hoor ik hij is er apart voor overgekomen
of
haar been dat vreemd vervrongen onder haar bil ligt en 't wassen gezicht nadat nee dat niet daar nu niet
beter
'n schilderij groot als de wand welke wand? - doet er niet toe - ontelbare lijntjes stippels zonder verbinding ik moet maar raden 'n strip van gezichten en monsters die in snel tempo erop verschijnen tevoorschijn getoverd op de witte wand zwartwit maar ik begin te duizelen van de bonte kleuren
of
denk ik eraan of 't gebeurd is of niet hoe ik in 'n rond spiegeltje keek ik had 't kunnen doen 'n rond spiegeltje op 'n koperen ovalen doosje dus was 't niet rond natuurlik 'n ovalen doosje met aan de zijkant schitterende steentjes ingelegd hoe ik 'n rond spiegeltje keek toen de zon nog scheen en in de donkere glazen van 't gezicht in 't spiegeltje van 't doosje op kleinere schaal datzelfde gezicht met zonnebril te zien kreeg het- | |
| |
zelfde dat weet ik niet en toen ik beter keek zag dat in die weerspiegelende glazen van het tweede of derde gezicht nog eens dat gezicht verscheen van gotweet wie wat niet meer scheen te eindigen die reeks 'n meetkundige reeks naar verhouding steeds grotere dwz kleinere sprongen in't verleden denk ik nu ik zag 'n heel leger van die onbewogen gezichten naar me kijken wachtend tot ik me zou bewegen - me zou verraden iets zou doen zodat zij ja
doodop moet ik toch weggeraakt zijn - hoelang weet ik niet ik weet ook helemaal geen tijd meer - dat kouwe ijzer tegen m'n benen heeft me weer bij bewustzijn gebracht slapen kon ik 't niet noemen-;
hij zwom in 'n warwinkel van brandende kleuren
kwam tot staan op 'n veld leek het achter hem en aan de zijkant en 'n hoog hek ook gekleurd en ergens
voor hem 'n wit laken strakgehouden door onzichtbare handen
aangenomen dat het mensen zullen zijn die erachter staan
wacht kijkt rond de reuk van onraad en 'n verdachte stilte
stormt er na 'n korte aarzeling op af hoort vreselik kraken in z'n oren
nog voordat hij met z'n kop voor uit waarop 'n grote hoornen puntsteekt het strakgespannen laken door boort // waarop alle kleuren - de regenboog spat uiteen - plotsklaps verdwenen zijn opgelost en ervoor in de plaats 'n grijze nevel 'n grijs licht LICHT en hij vogelend 'n spartelende duif of ding in de vervuilde luchtruimte -
kwam weer de schok
dat ik moet ontdekken waar ik ben - rekonstruksie tegen zin en wil maar wat heb ik hier nog te willen willen is 'n fiksie doen 'n tweede sjapieter - 't enige wat ik doen kan is mezelf voorbereiden zonder dat ik weet waarop dat is de kunst - me in ieder geval dwingen te doen alsof ze mij niet klein zullen
| |
| |
krijgen eigenzinnige trots die vanzelfsprekend nergens op slaat ALSOF ik doe 't bij wijze van voorbeeld helden hielden zich toch ook voor de mal zoals thomas edward keihard
ik heb anders helemaal geen zin de held te moeten spelen die geen spier vertrekt is alleen maar vermoejend ik smeer 'm nog liever op m'n blote poten laat de eer maar aan beroepsmilitairen en zielige martelaren maar mij niet gezien ben geen vrijwilliger ik heb 't alleen gotjuu koud -
denken 't enige waar het nog uit bestaat is kapituleren
rekapituleren en dat is alleen maar bedenken wat hij zou kunnen denken erover denken dat hij denkt dat ik dacht had ik bedacht gedacht ach er worden de vreemdste dingen in laboratoria gemaakt heb je geen idee van daar is dit nog niks bij -
'n bajonet in d'r buik zou zelfs nog groejen/
als ik ze met 'n plestik buis over hun blote kont mocht rammelen/
ze kijken wel uit wat 'n boer niet kent / ze
heb ik haar in m'n slaap horen gillen of vergis ik me weer - best mogelik dat ze haar uit pure lamlendigheid om beurten zijn beginnen te verneuken met die twee wijven als supporters die hen aanvuren hup Jean probeer 't ook eens prik ze goed jongen - hebben ze ook wat
(pakte de jongste vrouw me vanachteren vast - spuug in m'n oor: gore rotzak ze moesten je levend villen krapuul beet in m'n schouder en begon hijgend aan me te rukken haar nagels diep in m'n vlees terwijl ze haar benig lijf tegen me opdrukte)
(had me nodig mij omdat ik er toevallig was maar ik kon geen hand uitsteken deed alsof ik sliep elk woord zou gelogen zijn - ze deed me met opzet pijn om me in aksie te krijgen raakte daarbij buiten zichzelf van hete begeerte begeerte naar wat vroeg ik me af terwijl ik haar lijdelik op m'n gezicht liet rossen ik wilde me niet laten gebruiken om klaar te komen er zijn toch ook dingsdaas en dildoos of bananen -
| |
| |
't mes erin -)
zolang ze met haar bezig zijn laten ze mij tenminste met rust -
Op 'n bromfiets, moeizaam trappend vanwege 'n te klein verzet, bijna midden op de weg die 'n modderbaan geworden is door de halfgedooide sneeuw.
Das om 't hoofd geknoopt, 'n militair jek aan en verschoten spijkerbroek, grauw gezicht op het stuk weg voor de band gericht.
Het enige levende wezen, zo te zien, in het dichtgesneeuwde landschap voorbij het dorp: 't open veld met hier en daar ver van de weg af enkele boerderijen, sommige dicht op elkaar andere kneuterig apart
of in de verte 'n bouwsel dat iets weg heeft van 'n eenzaam fort.
Verder.
Langs boomgaarden, weilanden met sloten ertussen nog slechts ondiepe vorens, lijnen
(Zal eene teekening over het algemeen duidelijk en gemakkelijk leesbaar zijn, dan moet het beeld van het voorwerp, dat men wil voorstellen, volkomen op het origineel gelijken, zoodat geene andere opvatting mogelijk zij, dan door den teekenaar wordt bedoeld)
die elkaar kruisen, samenkomen op de omgekeerde bazis gevormd door de horizon.
De boerderijen lijken stuk voor stuk verlaten. Op enkele daken 'n draajende windwijzer, maar geen rokende schoorstenen.
De boerderijen steeds verder van elkaar verwijderd, hier en daar 'n losstaande schuur of opslagplaats. De weg smaller, kronkeliger, steen in plaats van asfalt, rond afgesleten kinderkopjes.
Links 'n driehoekig dennebos, erachter 'n heuvel met dicht struikgewas begroeid.
Misschien omdat hij meende achter zich 'n geluid te horen - 'n auto achter hem - en z'n hoofd omdraaide begint hij te
| |
| |
slippen; aan beide kanten 'n been aan de grond weet hij overeind te blijven, maar stapt toch af en kijkt naar z'n doorweekte schoenen, loopt dan met de fiets aan de hand iets verder waar langs de weg 'n donkergroene houten bak staat met 'n schuin deksel erop,
aandachtig leest hij wat op het schild aan de paal ernaast staat aangegeven -
GELIJKTIJDIG MET HET
AFLEVEREN VAN HET KADAVER
(WAARAAN LABEL BEVESTIGD MET
NAAM EN ADRES VAN DE EIGENAAR)
IN DEZE BAK MOET AANGIFTE GEDAAN
WORDEN BIJ M. ORTEN.
WAARSCHUWING
OOK HET VERPAKKINGSMATERIAAL
MEE IN DE BAK ACHTERLATEN
Hij rilt, kijkt om zich heen, opent het deksel van de bak niet, zegt iets voor zichzelf op 'n toon gebruikt om de weduwe tenminste toch 'n paar opbeurende woorden te zeggen: hij ligt er mooi bij ziet er beter uit dan toen hij nog leefde...
Loopt verder met de zwaaraanlopende bromfiets, de lippen stevig op elkaar geperst, af en toe in 'n drafje alsof hij ergens op tijd moet zijn, wil met de ene hand in z'n binnenzak iets pakken, 'n zakdoek of 'n horloge of 'n kaart, maar laat het als hij met een hand het stuur niet kan houden en de brommer begint te slingeren.
'N paar honderd meter verder komt weer 't dak van 'n boerderij in zicht - er komt rook uit de schoorsteen, die meteen door de wind uiteengewaaid wordt.
Hij veegt over z'n gezicht alsof hij 'n ongewenste gedachte van zich af wil zetten.
Als hij langs 'n haag loopt
verdwijnt het huis grotendeels. Aan het eind ervan is 'n zijweg, 'n zandpad, waar 't denkelik helemaal onmogelik is om nog verder te gaan. Hij schudt de aangekoekte drab van de fiets en stapt op om toch maar weer iets sneller vooruit te komen.
| |
| |
Op 'n kilometerpaal zal ze zitten wachten / uit te rusten
als hij eraan komt. Haar fiets ligt iets verderop langs de slootkant.
Ze verroert zich niet - hoe lang zit ze hier al, als bevroren - volgt hem alleen met 'n koude blik.
Misschien dat de vrouw die daar voor het bos op 'n paal zit, met enkel 'n dunne regenjas aan,
dat zij weet waar ergens het huisje moet staan, als hij tenminste nog van plan is ergens heen te gaan, zoals was afgesproken.
Hij komt langzaam vooruit ook al heeft hij de wind in de rug - (van bovenaf gezien:) 'n smalle streep die voortbeweegt met 'n uitgestrekte schaduw langs de grond, 'n man op 'n fiets zigzag over de toch al kronkelende weg.
Waar 'n recht stuk is, links 'n dicht bos rechts open land met 'n aantal schelven, zit op 'n paaltje 'n vrouw te wachten. Als ze hem om de bocht ziet komen staat ze op en loopt de weg op en blijft daar staan.
Hij rijdt naar links, stapt af en loopt met haar mee tot bij haar fiets. Terwijl zij met de punt van haar schoen in de sneeuw draait en daarbij links en rechts en ook 'n keer naar de lucht kijkt, haalt hij de tas van de bagagedrager, knipt hem open, laat daarbij het zadel van de fiets tegen z'n buik leunen om beide handen vrij te hebben, grabbelt er met z'n handen in, kijkt haar dan aan en zegt misschien iets, doet de tas weer dicht en geeft 'm aan haar over. Zij hangt hem met het handvat aan't stuur van haar eigen fiets. Ze stappen weer op en rijden ieder aan een kant van de weg - hij 'n beetje schuin achter haar, verder de weg op in de richting die hij tevoren reeds volgde.
'N kwartier, zonder dat het terrein noemenswaardig verandert, gelijk op, tot zij op 'n gegeven moment 'n zijweg links inslaat en hij na 'n lichte handbeweging in haar richting, rechtdoor gaat,
'n smalle streep die met 'n korte schaduw, af en toe voor- en achterwaarts gerekt, voortbeweegt over de kronkelige weg/
waar op 'n recht stuk, rechts open land met hooischelven en midden in 't weiland de bruine telegraafgalgen en links 'n
| |
| |
dennebos, op 'n wit paaltje 'n vrouw zit, zó dat de rode reflektor tussen haar benen zichtbaar is.
Ze merkt hem pas op als hij vlakbij is en zij door het geluid van de banden wordt opgeschrikt. Eerst lijkt het alsof hij zonder meer door zal rijden, maar hij stapt toch voor haar af, al is het maar om te vragen waar presies die en die woont of enkel om 'n praatje te maken, 't is zo lang geleden dat hij iemand gezien heeft, en ook wel om te weten waarom ze hier eigenlik zit het is immers geen weg voor geile geldmannetjes. Hij begint met te vragen hoe hij langs de kortste weg naar de stad kan komen, vertelt dat hij iemand op zou zoeken die echter niet tuis bleek te zijn dat hij 't huis niet kon vinden omdat hij niet goed wist waar het zou moeten zijn dat hij door en door koud is en zo gauw mogelik tuis wil zijn,
dat z'n vrouw niet zal weten waar hij uithangt omdat hij er niets van gezegd heeft dat hij naar die persoon zou gaan je kunt ook niet alles vertellen vanwege de misverstanden weetje en bovendien kunnen plannen zo gauw veranderen er kan zo gemakkelik onverwacht iets tussen komen, en het geeft niet dat zij denkt dat hij naar zijn werk gegaan is, het gebeurt zo vaak dat hij plotseling voor bepaalde zaakjes buiten de stad moet zijn en langer wegblijft,
dat hij doodmoe is heel de weg heeft moeten fietsen zich lens heeft moeten trappen omdat de motor het begeven had,
dat zij zeker ook moe was door die rotsneeuw te moeten fietsen of zij soms van het dorp is of ze 'n sigaret wil jammer dat hij zijn pakje ergens (vanmorgen in 'n kafee) heeft laten liggen maar als zij er heeft dan graag dat slaat hij niet af, het is ook niks gedaan met zoon weer er opuit te gaan zij had zeker dringend ergens iets te doen anders zou ze zeker niet in zoon lichte regenjas o was ze alleen maar aan het fietsen voor haar plezier dat kan iedereen heeft zo z'n eigenaardigheden,
ja hij voelt ook wat regen sneeuw nee het is hagel/
Plotseling 'n bui, grote hagelstenen ketsen op zijn gezicht op haar gezicht, er is geen plaats om te schuilen, dit wordt te erg - de hooischelven misschien, maar dan moeten ze over de prikkeldraad en die staat waarschijnlik onder stroom, dat weet zij evengoed als hij.
In het bos moet 'n houthakkershuisje staan, weet zij. Ze ren- | |
| |
nen tussen de bomen door, hij achter haar aan, de handen beschermend over z'n hoofd, hij heeft haar zijn das gegeven. Inderdaad staat er op 'n open plek 'n hut - zoals in sprookjes, houthakker ziet strontvlieg op 't nog kale hoofd van z'n zoontje zitten klieft de vlieg met bijl doormidden - ze trekt hem aan zijn hand naar binnen.
'N houten tafel, nat groen hooi in hopen tegen de zijkanten, 'n houtblok dat dienst doet als zitplaats, roestige werktuigonderdelen, 'n gebroken dissel, ploegijzer waarop nog de streep te zien tot waar het blad door de grond gegaan is, olieblikken, - zover het in 't schemerduister te zien is omdat er maar 'n beetje licht binnenvalt door 'n paar glaasjes in 't dak. Hij denkt - toen begon het te stortgieten kon ik niet anders moesten we wel ergens gaan schuilen en bracht zij mij naar 'n schuur in 't bos waar ze mij opeens hartstochtelik omhelsde -
als ik van hieruit mij met 'n snoeksprong op haar zou werpen zou ze met haar rug op het scherp van de ploegschaar terechtkomen terecht - finaal doormidden - nee eerst zal ze zich moeten uitkleden niet helemaal dan kan ze toch nog in haar harnas sterven.
Ze gaat op het houtblok zitten, de benen over elkaar geslagen en kijkt naar de glaasjes in het dak; hij ziet dat ze kwabben onder haar kin heeft en ziekelik rilt onder haar dunne jas - probeert ze haar handen voor hem te verbergen waar zoals ook op haar gezicht ronde rode plekken zitten met 'n gaasdun korstje eroverheen dat op schimmel lijkt - als ik haar hier opsluit zal ze langzaam hopelik geluidloos verder kunnen rotten als ík haar maar niet ruik als ze mij maar niet meer aanraakt en besmet -
over de kronkelige weg te voet - licht ondanks de zware zak op m'n rug eindelik weer vrij te gaan en staan waar ik wil vroeg in de morgen de mist hangt over de rivier koboltjes gnomen trollen die ik met de dampen uit de grond zie opstijgen zelfs de onrustige zielen van goddeloze voorouders die loejen als misthorens zie ik vanuit de verte glimlachend aan vervolg opgelucht m'n weg klokken luiden boeren passeren mij op de fiets - morninggg - déééé - baaj - gelukkig dat 't
| |
| |
begint te piezelen het maakt me wakker ik stap net naast 'n paardedrol
en als ik dan eindelik weer op vrije voeten ben helemaal rechts van de weg langs de sloot loop te banjeren - word ik door de eerste de beste auto die ik in dagen zie vanachteren aangereden - op klaarlichte dag op de klinkerweg - de wagen rijdt door er is toch niemand in de buurt die het gezien heeft -
aan 'n hek 'n vos aan z'n staart opgehangen als afschrikwekkend voorbeeld - op 'n bordje eronder: priest in
Hij, ongewapend, kolbert aan de regenpijp gehangen, in 'n veel te wit overhemd, op z'n sokken tussen de plassen door - ik vind je wel denk maar niet dat je mij te slim af bent - weet zich net aan de schuurdeur vast te houden als hij opzij moet stappen voor 'n stuk hout vol spijkers - moet zij hier neergelegd hebben - en dan dreigt uit te glijden in de zwartglimmende drassige grond.
De glimlach die hij tot nu toe had aangehouden - mij krijg je niet - verandert, wordt 'n grimas - waarom luister je ook naar die rotmeid loop ik hier voor janlul rond te dabberen - harder, dapper - nou schiet 'n beetje op Karien ik krijg 't verdomme koud, jij ook met je spelletjes, - ergens 'n onderdrukt gegichel, vlakbij/
zij, 'n bevuild werkjasje over haar dunne bloes aan, nijlonkous over haar kop gestroopt, één spierwit been heeft ze dus, komt als hij over de drempel is schuin achter hem tevoorschijn, begint te krijsen en slaat hem met 'n Knirps op z'n nek, slag op slag uithalend, en hij kan zich nauweliks verweren, vloekt, maar ze weet van geen ophouden meer - kat karien -
plotseling is de deur achter hem dicht, is er 'n kaal lichtje aan tussen de balken, 'n rood dwaallichtje in de hanebalken, er druipt bloed uit z'n wenkbrauw in z'n oog - noem je dit nog leuk - niet wetend wat te doen strijkt hij langs de ijsgladde kant van 'n stuk leksteen, en denkt dat hij daar helemaal
| |
| |
naakt staat.
Ze is uitgeraasd blijkbaar, houdt op met lachen, - af en toe schiet er nog 'n overgebleven hik uit haar keel.
Hij staart haar aan alsof - nee hij weet niet hoe, het is te vreemd: 't vuile stro, de spinraggen, de stinkende kuilbieten, het witte been met zwarte spetters erop, achter haar glinsterend de martelwerktuigen, 't gemaskerde hoofd in 'n peervorm door de hoop haar die in de tuttige voet van de kous gefrommeld zit, 't besef
dat het spelletje uit is/
ik zou de ladder op moeten gaan, de balken inklimmen, ondertussen m'n gal spuwen en 'n redevoering houden, met losse handen rechtop naar het midden lopen, kraajen en me zo op haar laten vallen, - m'n witte overhemd zou vuil worden -
hij springt op haar af, zodat ze samen in 't mestige stro rollen, er kronkelt iets onder hem, 'n groot wit-koud-heet lijf dat golft en blaast, en
ze trekt hem nog dieper in zich, krabt z'n rug open/
de ene soldaat houdt de vrouw vanachteren bij haar schouders vast, trekt haar hoofd bij d'r haren achterover, de ander knielt neer/
rolt hem zodat hij onder haar komt, heft haar bovenlijf op, rijdt zich nog verder vast op hem, reutelt, bloed voor de ogen/
en steekt de bajonet in haar onderlijf, wrikt het dieper/
stotend roept ze uit ik wil 'n kind 'n kind verder/
en haalt met 'n ruk haar buik open -
OOOH
rust,,
lig ik ingepakt tussen oud roest en afgedankt gereedschap uitgevaagd - hoor ik 't koor de zingende kerk stomdronken zijn ze
ik ben uit m'n harnas gegroeid zit nou in de kou lig in 't stikkedonker hoor m'n adem hoor ik m'n eigen adem?
laat
| |
| |
't nog maar even donker blijven hoor 't vee tekeer gaan - en de kat die me in m'n gezicht springt de ogen uitkrabt en ermee gaat spelen niet kijken -
had ik 't echt gedurfd Vic tegen de vlakte slaan - zolang ik hem niet zie wel
wat als hij me poepvriendelik ontvangen had 'n borrel gegeven en 'n sigaar over ontwikkelingen in de moderne grafiek was gaan praten - geen ogenblik stilte waarin ik op hem los zou kunnen gaan 'n aanleiding geen om hem z'n ogen uit te steken de schaduw -
nee laat 't maar donker blijven ik ben nog steeds onderweg op de rijksweg parsival total loss
het moet middag blijven klaarlichte dag in 'n grote boog ga ik weer op huis aan vroeg of laat zonder dat -
de roete was al uitgestippeld
van bovenaf zie ik het duidelik nu
alle wegen zwarte lijnen op 't sneeuwwitte land (landkaart) welke weg
(volg de aangegeven lijn, te beginnen bij de punt in het midden, doet er ook niet toe elk willekeurig punt is beginpunt, verder, steeds verder in spiraalsgewijs verlopende sirkels, steeds hetzelfde landschap maar telkens gezien vanuit 'n veranderd gezichtspunt, voortdurend op 't randje, balanserend over de zich verwijdende lijnen in een wit landschap,
op wit papier
heen is terug, op is neer, verwijdering is middelpuntzoekend - wie kan er wijs worden uit zoon tekening in geheimschrift, vals fraai bedrog, er valt niets mee te doen, hier heb je ze terug, hang ze maar voor de ruiten of veeg je gat eraan af)
of omweg ik ook gekozen had, ik moest hier uiteindelik toch uitkomen, zelfs als ik omgekeerd was,
het lijkt wel alsof/
ben ik rechtstreeks naar dit dorp deze boer- | |
| |
derij naar dit donkere berghok gereden alsof het niet anders kon ook als ik op de tweesprong voorbij de kerk rechtsaf gegaan was ja/
op de gerestaureerde toren achter de zwarte afgebrokkelde stomp 'n blinkende haan die de vorm gaat aannemen van 'n zeis met het geslepen blad flikkerend in de zon - draait steeds sneller/
als ik rechtsafgegaan was ja 't zou alleen wat later gebeurd zijn 't kleine stipje onherroepelik - och ik had het vooruit kunnen weten zoals altijd - er niet aan denken er niet bij stilstaan is alleen kamoeflagetechniek geweest (hier helikopter X 339 wij bevinden ons momenteel boven rijksweg E 10 tussen 9 A en 7 C sektor AMOEBE, objekt VC beweegt zich volgens onze waarneming nog steeds in aangegeven richting voort, snelheid iets vertraagd, toont sporen van vermoeidheid, heeft blijkbaar techniese moeilikheden met motor, tijd 13, 17-OVER)
al m'n haren zijn geteld vanuit de lucht voor mijn part vallen ze nu allemaal uit - kale neet - de neten zijn nog erger dan de luizen als 't erop aankomt -
als het erop aankomt al slaan ze me tot modder ik heb er niks mee te maken ik speel niet mee wat denk je wel ik heb gedaan wat -
jij je had beter moeten uitkijken als je de eerste deur had genomen in plaats van die naar de zolder was je zo buiten geweest maar je had er geen erg in he was verrast zag 't net te laat natuurlik zak die je bent altijd te laat net 'n slag achter - je had van je af moeten slaan SLAAN
zelfs als ze nu bovenop me zou liggen uit eigen beweging of niet - ik zou niet gedaan hebben wat ze wilden ik zou haar de strot doorbijten dat beloof ik je ondanks m'n gebroken kunstgebit -
je?
tegen wie heb ik 't
| |
| |
waar zit je
kom op als je durft/
m'n kop tussen haar benen geduwd aan handen en voeten gebonden
verder
ze opent haar dijen zoals dat heet slurpt m'n kop met haar schaamlippen naar binnen tot over m'n oren doorgeslikt dreig ik te stikken kan niet terug ze houdt me vast met ijzeren kaken oervast met haar hoektanden
je/
onzin - praat om de tijd door te komen en te kamoefleren dat ik geen raad weet toch duurt het lang
solo van de slapeloze knokenridder in ruste quichotte voor straf in 't rommelkot in 't aangename gezelschap high society van kelderspinnen en lieftallig ongedierte wat ben ik lollig dat onder m'n hemd kriebelt of is 't - zou 't - waarom/
hebben ze m'n pik met paktouw afgebonden - begint op te zwellen te prikken valt zwart af/
waarom wat bekreun ik me de geest zal zegevieren ja morgen brengen de geest wat iemand uitkotst als ie de geest geeft
leve de eenvoudigen van geest hou ze eronder hou ze dom en gelukkig - goed voor de fok en de kontinuiteit en de belasting en handig als meute onderdanen ik ga zingen 't volkslied ik krijg 't ja allemaal samen -
hoor ik ze echt zingen 't klinkt zo hard -
ze komen gotverdomme de klootzakken gaan weer beginnen er komt maar geen einde aan 't feest -
| |
| |
hoelang hoelang / de deur gaat open aan 't gekraak te horen fel licht in m'n ogen zeker 'n zaklantaarn ik zie niets meer - 'n hele hoop mensen hoor ik wat gaan ze tekeer ben ik 't klapstuk er wordt aan me getrokken - ik heb de touwen niet stuk kunnen krijgen was niet zo gemakkelik als in krimies - ik word als 'n natte zak naar buiten getrokken jank van pijn - moet bij m'n pozitieven blijven ze zullen me niet krijgen - dappere woorden
de touwen om m'n enkels worden doorgesneden met 't vel eraf gestroopt zal ik proberen te trappen 'n gezicht dat vlakbij is ik kan toch nog kijken ik kan bijna alles nog - half - laten ze me vrij - geen sprake van - 't zijn zeker twintig of dertig mensen nog meer vrouwen erbij zeker-twee agenten groot voor me in zwartglimmend leer gewichtig gezicht schudden me bij de schouder ik probeer me los te schudden ben te stijf - en waarom meewerken?
ze duwen me
de kamer door - verder - de serre in naar buiten - lang ziek geweest kan nauweliks op de been blijven -
buiten
haal diep adem - dat mag nog
is 't al morgen - of de volle maan - ik kijk naar m'n handen wat moet ik ermee nu ze zijn losgemaakt -
'n bleek schijterig licht
'n grijze nevel 'n grijs licht ik word misselik moet braken maar 'n hand drukt m'n kaken op elkaar en trekt m'n hoofd achterover de kots blijft in m'n keel steken ik dreig te stikken --- gelukkig weer lucht ze schudden me heen en weer bijten me iets toe het lijkt blaffen 't doet geen zeer willen zeker iets uit me krijgen zijn in honden veranderd ik hoor me wat stamelen -- ja dat denk ik ook of zoiets doet er ook niet toe wat - zie dat het weer 'n beetje gesneeuwd heeft 'n dun laagje dat alles bedekt en verbergt gaaf bijna volmaakt als weer niet de rooje vlekken voor m'n ogen kwamen en 't verschroeiden --- de stilte het luchtledig waarin ik zweef
wou dat er uit de grond wormen met dikke vraatzuchtige koppen zouden komen kruipen 't onderaardse gespuis ik bid erom
ze wijzen naar boven/
| |
| |
ik kijk ook - al wil ik eigenlik niet meer zie de legerscharen engelen niet-alleen donkere wolken die verbazend snel langs de hemel schuiven / als ze me niet bij m'n schouders vasthielden zou ik door m'n kniën storten
ik word uitgehold door 'n onbepaalde verdoving
zie het aan - zou bijna willen vragen of er soms 'n demonstrasie verwacht wordt van 'n stunttiem of onnozel opmerken dat er zeker sneeuw in de lucht zit boeren voelen dat eerder aan dan mensen die kennen hun natuur
de kou doet me goed prettig m'n armen te voelen verstijven en de glasharde laag op m'n gezicht te voelen afzetten -
er staan nu ook meer autoos op 't erf geen tenk of afweergeschut keukenwagen of friettent - muziek vlakbij me 'n orgelkonsert zie nergens iets merk dan pas dat het 'n transistor is onder de blezer van dat meisje daar mooi ding vierkante boezem - denk opeens aan iets - Vera en zie inderdaad achter me haar witte ronde gezicht tussen de anderen in - een van hen - vuurrood geverfde lippen speelt er met 't puntje van haar tong overheen
alsof ze mijn blik voelt het verwacht heeft kijkt ze plotseling naar mij en keert haar gezicht dan gauw weer de ander kant uit nee naar de grond -
ze moet mij ook herkend hebben (ze draait haar hoofd de andere kant uit als hij vlakbij haar is om te voorkomen dat hij af zal stappen -)
'n hand de zoveelste hand slaat m'n gezicht weer in de goede richting naar 't achterhoofd van ouwe Marte
ook hij heeft nu 'n geweer in z'n hand ouder dan dat van de anderen hij gebruikt 'm als wandelstok
ik zie verder grote stokken en andere tradisonele wapens als rieken schoppen ijzeren staven ze zullen ook nog wel fietskettingen boksbeugels loodhallen en achtergehouden granaten bij zich hebben het maakt niet veel uit of ik overdrijf maar veel minder zal 't niet zijn en als straks graaf zeppelin de jongste dag komt aankondigen ik hoop dat ze hun nek verrekken pastoor en zaadhandelaar en kerkmeester in 't komitee van ontvangst laat maar die flauwekul -
| |
| |
ik vries dood liefst maar zo gauw mogelik dat duurt langer dan je denkt -
'n scherpe punt in m'n rug lijkt wel 'n injeksienaald 'k doe 'n stap vooruit bots tegen Marte die zich omdraait en me gestoord terugduwt m'n elleboog in iemands gezicht - handen handen grijpen me vast iedereen wil me hebben ook de nieuwkomers ik ga eraan schop --- ruk me los wil 'n stok afpakken krijg meteen 'n tik in m'n nek / ben los
loop slingerend 't erf af geschreeuw natuurlik achter me 'n hond hapt naar m'n benen nog harder ga ik om 't woonhuis heen 't pad op waarom hebben ze me nog niet ingehaald - waar is de hond gebleven - hoor ik niets meer - wat doe ik
word vastgepakt voel iets van opluchting wanneer de slagen in m'n geblutste gezicht en op m'n rug neerkomen --- ze drijven me verder en ik had net gehoopt - dit is geen ontsnapping - dit is/
ik krijg 'n zet en moet wel stap op 't dunne melkglas (de grote ijslaag langs de stal) zak er meteen doorheen kom tot m'n middel loop door tot m'n oksels in de stinkende beer staan - spartel en hoor ze aan de kant schateren terwijl de kogels 't ijs aan diggelen slaan om me heen ---
kan niet meer - probeer - op mijn tenen te staan - en - 't hoofd boven de strontbrij te houden - ze zouden me zo eens - moeten zien zitten die twee - 't grootste plezier -- probeer naar de kant te komen - lijk steeds verder in de prut weg te zakken spetter in m'n gezicht//
hoe ik tenslotte weer op vaste voeten kom druipend dampend mokkend - ik weet het niet - hulpeloos kijk ik om me heen - in m'n bruine ondergoed
ze hebben me in de steek gelaten ik kan wel huilen - er is niemand meer te zien ( ) krabbel overeind durf niet te blijven liggen - voor de hond - voor haar - loop verder naar achteren - heb iets in m'n mond gekregen waar ik op kauw -
kijk met afgunst zou ik bijna moeten zeggen naar de paar witte kippen die in de ren met
| |
| |
hun vleugels lopen te slaan lakengrote vleugels in de ijzergrijze buitenlucht
waar de gespannen draden onbreekbaar lijken en oneindig ver reiken in dit uitgeleefd gefikseerde landschap van verblindende kristallen en grijze vlakken en melkachtige vlakken
wat is er bijten blinde vlekken m'n ogen uit
sta te tollen op m'n benen 'n kwartslag naar rechts de akkers en de varkenshokken op de helling val 'n halve slag verder zie de weg zie de weg niet meer de houten koojen
wil me niet laten bedwelmen strijk de blubber uit m'n gezicht blijf massief op de plaats staan benen gespreid eraan denkend hoe ik met voorzichtige passen dadelik naar het kippenhok zal lopen om wat stro te zoeken waarmee ik me kan afvegen en misschien 'n jute zak die ik aan kan doen - maar eerst moet ik overeind zien te blijven
de schoften
waarom zijn ze opeens naar binnen gegaan en laten me hier tobben ze hebben toch plezier van me gehad nou dan en ze hebben alles gehoord wat ze wilden - nu hebben ze me opeens niet meer nodig ze willen slapen en laten 't kreperen aan mij over dat is 't eenvoudigst als ze 't maar niet hoeven zien - nou hoofd nog rechtop en ik sta er weer mooi bij kan m'n vingers nog bewegen maar m'n voeten zijn ijsklompen geworden/
wat 'n brede as merk ik m'n ene voet in 't linkse wielspoor en m'n ander in 't rechtse m'n kruis scheurt nog verder uit ook 'n manier/
och kippetjes kalm nou ik kom je de nek niet omdraajen ik lus geen kip ik wil alleen 'n paar verse eieren van jullie rauw smaken ze ook en zijn ze 't gezondst - met 'n stokje zal ie 'n gaatje aan 't uiteinde maken zo en dan ook nog een aan de andere kant en dan leegslurpen - fladder nou niet zo 't brengt me in de war/
dit stro is ook vuil haal wat uit de leghokken veeg er de ergste smurrie mee af m'n
| |
| |
gezicht is 't belangrijkst de rest is niet zo erg - koekt vanzelf wel vast is dan tenminste nog 'n beetje warm/
ja dat kan ik wel doen zoon grote kloek tegen m'n buik houden om me even te warmen mag ik - doe niet zo bang - ik zou hier best kunnen blijven liggen warm in 'n hoek onder de roesten eindelik wat slaap werd wel tijd niet kippetjes lekkere tokkende beestjes van me jullie zouden me volscheiten als ik daar zou liggen - zo zijn jullie geen veer beter -
goed dan alleen maar even zitten ik ben geradbraakt heb 'n stekende buikpijn gekregen krampen - zitten gaat niet meer - ga weg rothaan dat beest wil m'n gezicht openpikken heeft 't verdomme op m'n ogen gemunt sodemieter op kreng - blijf maar tegen de wand staan 'n wandluis nee ik raak versuft
ik sukkel in slaap en straks zit ik weer in de rotzooi NEE ik moet weg want over 'n paar uur gaan ze de kippen voeren en ben ik er weer bij dan begint 't weer van vorenafaan/
nee voor het dag is moet ik hier zo ver mogelik vandaan zijn - eruit dus - bij m'n pozitieven blijven niet toegeven aan de verdoving
kom -
de fiets halen en weg - misschien slapen ze echt of zijn ze allemaal naar 't dorp op audiensie bij de burgemeester - burgervader we hebben 'n levensgevaarlike schurk bij z'n kladden gepakt en komen u vragen / moet je mij zien -
die kant uit
rechtop lopen
de ene voet voor de andere daarbij de handen omgekeerd langs het lijf laten zwaajen
de kniën buigen niet door de enkels zwikken
niet omkijken
langs 't grindpaadje maar dat is korter kom ik zo op het erf als ik me goed herinner
blauwe maagd nog steeds in de grot weg ermee - gaat niet zo
| |
| |
gemakkelik he je had gedacht een twee hupsa kee - maar het zit met sement vast geen nood afbreken maar - goed in de kleren die maagd rozen om d'r koppie - even teruglopen in de beerput ermee plons - geneeskrachtig modderbad heb ik ook gehad - heb je d'r van 't beeld moet boeten - loop maar om nu - anders horen ze me zo duidelik over die kiezels gooi 'n paar ekstra mooje stenen hoor ze niet vallen maar val zelf wel lig op een knie heb de vrouw uit de grot in de stront gegooid en moet ondanks alles glimlachen geknielde scheitluis maar wat zit ik tijd te rekken wil ik dat ze me weer binnenhalen - lekker bij de kachel - aan m'n duimen of tenen boven het fornuis naast de worsten en de hammen -
het erf lijkt groter dan vanmiddag - links ervan is óok nog 'n schuur - tegen de verzakte deur staat 'n verroeste eg met opstaande tanden - zou 'n goed marteltuig zijn daar zijn ze nog niet opkomen - de bromfiets is nergens te zien zullen ze wel binnengezet hebben
loop naar de schuurdeur waar ie waarschijnlik achter staat ben halfweg 't erf / als ik plotseling de hond (weer) hoor blaffen - hou je stil -
komt ie onder de verzakte deur door gekropen - op mij af - ik blijf nog staan
vlak voor me remt ie af de grote zwarte hond schuin achteruit met gekromde achterpoten open bek met slijmerig paars tandvlees en uitgeslagen tong
wijk achteruit alleen met m'n bovenlijf blijf met m'n voeten op de plaats staan kijk hem recht in de ogen
hij knippert zelfs niet eens zoals andere honden had ik maar 'n stok of 'n hooivork om 'm daar aan te rijgen bang ben ik niet direkt 't is maar 'n hond maar ik voel me inkoud worden alsof ik langzaam van onder naar boven van ijs word -
ik kan zelfs m'n ogen niet meer zover krijgen naar het raam van de serre te kijken - misschien staan ze geamuzeerd achter de gordijnen toe te kijken
hij krult z'n lippen tanden bloot de bastaard hij maakt geen geluid misschien dat Victor gekomen is door de een of ander gewaarschuwd - kom niet dichterbij rothond - door de
| |
| |
vrouw bijvoorbeeld en dat hij hen naar binnen gehaald heeft om mij 't verder alleen te zien uitvechten - tegen mezelf -
z'n bek rekt ie dichter naar me toe - naar m'n buik - wat ruikt ie - ik trek m'n ellebogen in - laat m'n knie vooruitschieten -- gaat veel te langzaam 't schampt langs z'n happende onderkaak af - ik draai me om sukkel weg / onmiddellik springt 't kreng me op de rug ik struikel over 'n schopsteel - had ik niet eerder gezien - een hand op de grond - languit - probeer met de andere hand de stok nee z'n grommende kop van me af te weren slijm druipt langs m'n arm m'n knokkel raakt z'n oog ik hoor het soppen - 'n hoge schreeuw uit z'n strot
terwijl hij met z'n kop schudt krabbel ik op zover ik kan hij met z'n voorpoten aan weerskanten van m'n rug rijdt paard op me huppelt mee knaagt ondertussen in m'n nek 'n kriebelend zaaggevoel alleen de gedachte aan pijn -
rol om op mijn rug weet z'n nek met beide handen vast te pakken diep in z'n ruige nekvel (zo vaak gezien in gevechten met wolven beren) kan de happende kop van mijn gezicht vandaan houden voel de adem hoor het hijgen --- word moe zo m'n armen gestrekt te houden wil 't al opgeven de tong raakt m'n neus ik keer m'n kop opzij hoor me kreunen - max laat me los hou op hou op - en slinger hem krachtig achteruit (hij sprong zelf achteruit) op z'n achterwerk hij schiet razendsnel weer vooruit maar ik zit al raak hem met m'n voet voel m'n grote teen kraken hij veert terug om m'n voet te ontwijken -- blijft stilstaan om te zien waar me zeker aan te kunnen pakken 't is nu nog maar 'n kwestie van minuten 'n laatste knauw - ik toch weer op m'n kniën - trillend - zweet - schuifel achteruit - met gebalde vuisten afwerend voor m'n gezicht in verloren bokshouding - op de kniën gedwongen - nu niet meer vallen - langzaam drijft hij me terug kijkt me daarbij recht in de ogen -
ik krabbel achteruit
't erf af
de hond blijft op de rand waar het zandpad begint staan en blaft 'n paar keer bevestigend de waakhond zoals hem geleerd is het erf te bewaken het erf en niet verder -
| |
| |
De man staat - verdwaasd - naar de blaffende hond te staren, verwonderd dat hij niet langer wordt aangevallen en de hond verder onverschillig voor hem z'n snuit aan z'n voorpoten afveegt, met de achterpoot langdurig achter z'n oor krabt en statig naar de deur van de serre wandelt,
die op 'n kier geschoven wordt om hem door te laten
terwijl de man z'n kliederige onderbroek optrekt, de panden van z'n overhemd gladstrijkt en daarna, zonder nog naar de bromfiets om te zien, naar de weg loopt, trekkend met een been, op sokken, niet een keer kijkt hij nog om voordat hij de weg bereikt en daar rechtsaf gaat -
zag ik
dat hij - z'n gezicht is onherkenbaar geworden - openhangende mond 'n zwarte korst over z'n ene neusgat z'n haren vast geklonterd en de ogen bijna dicht
dat hij op 't eind van het zandpad dat van de weg naar de boerderij loopt besluiteloos blijft staan, moeizaam z'n hoofd naar rechts en dan naar links draait zich omkeert in de richting van de boerderij z'n mond opendoet zonder dat er woorden te horen zijn de lippen beweegt en er alleen 'n hoestend OE uitbrengt, z'n hoofd naar de grond richt, op de kniën zakt - om sporen te zoeken zijn eigen voetstappen? - zijn kop schudt, en begint te kruipen
langs de kant van de weg, met open mond zwaar hijgend, af en toe blijft steken, met z'n achterwerk op z'n kuiten gaat zitten om diep adem te halen -
als er ergens op de weg 'n dooje vogel ligt platgereden stijf met open bek en bebloede veertjes om de kraaloogjes - wat mooi zoals ik me dat voorstel 'n doodgelukkige vogel ik zou 'm kunnen kussen onder de sneeuw begraven denken dat 't mijn schuld is dat ie door honger uitgeput en door z'n soortgenoten blindgepikt in elkaar gedoken veilig verscholen in z'n veren midden op de weg zat om af te wachten uit de hemel gevallen - waar ik toch aan denk ik ben niet bij de dierenbescherming
| |
| |
krachten verzamelen om er weer bovenop te komen alle boze dromen te vergeten tuis te komen uit te kunnen slapen naar m'n werk te gaan nee dat niet meer dat gaat niet meer - Vera warm in bed houdt zich slapend - kon hier dichter bij me laten we er niet meer aan denken
dat hij ergens naar grijpt dat zacht aanvoelt 'n sneeuwhoop doorwoelt in 'n mesthoop klauwt er z'n hoofd in verbergt in 't rokende gat begraaft steeds heftiger zodat de kluiten in 't rond vliegen, als 'n wilde in het vuil hapt terwijl de tranen hem in de ogen komen, spuwend ondersteboven rolt en met z'n gezicht naar de lucht de benen opgetrokken blijft liggen/
in z'n hoofd begint treiterend 'n gevlamde haan te kraajen wordt 'n heel leger kukelende hanen die met hun sporen z'n weke hersens opentrekken in z'n stukgevroren kop beginnen twee torens een gloednieuwe en 'n zwartafgebrokkelde toren vervaarlik voorover te hellen de haan zwaait met 'n flikkerende zeis vlak langs z'n ogen de telegraafdraden worden om z'n hoofd gewikkeld om z'n nek gebonden en de boerderijen staan in lichterlaaje 'n rooje vuurbal grijpt wentelend om zich heen brandt de zilveren lucht uit verschroeit de witte laag en zet hem in brand
zware schoenen trappen hem vooruit drijven hem verder 'n razende en tierende menigte jaagt hem met schoppen en slagen op - steeds sneller moet hij op handen en kapotte kniën, het hele dorp is uitgelopen en vooral de vrouwen nemen hun kans waar
(hij loopt links van de weg in 'n stevige pas springt over de sloot schuift het geweer op z'n schouder kijkt om)
wat is 't stil en de lucht die lijkt wel van vetvrij papier zal ik maar zeggen zal ik maar blijven liggen en beginnen af te tellen EEN TWEE DRIE VIER VIJF schei uit VIJF ZES
| |
| |
ZEVEN lang zal ie leven ACHT hou op opstaan ACHT NEGEN TIEN - hoest proeft bloed - verder ELF TWAALF DERTIEN gelukkig zijn nergens meer aan denken VEERTIEN VERA ik ga je vergeten dood steen of niet au m'n hand
ik wieg VIJFTIEN ZESTIEN ZEVENTIEN ik lieg tel honderd uit m'n geheugen kan 't niet meer uit mezelf TIEN ELF NEGEN TIEN TWINTIG ben je zo jong geworden waarom moest je dan weg van mij in de maat ENE TWEEJE DRIEJE VIERE slinger van de klok - ben m'n horloge nog steeds kwijt zie - alles beweegt mee de draden de palen m'n neuspunt de vogels heerlik ZALIG TIEN NEGEN ACHT ZEVEN ZES VIJF VIER DRIE
wat je heerlik noemt kapot vriezen voor apegapen liggen ik kan 't evengoed komedie noemen geluksdag terwijl je naar de verrekkenis gaat kruipt zeg maar 't is maar hoe je 't wilt noemen - feestdag verzoendag uitje zonne brand samenzijn gezellig samenzijn on gestoord gelul feest zaal abatwaar
rol ik weer om haha dronken in 't studeervertrek is de kachel uit? nee gloejende haard - leefwarmte - antrasiet - stook diamanten - goud waard - in de leren klubs sigaartje - snij 'n gesprek aan terwijl Vera 'n drankje haalt ze schommelt al snij 'n onderwerp aan iets van levensbelang of het beter geweest was 'n tunnel over of onder de hoofdweg te bouwen de voordelen - haar heupen zie ze - nadelen de gevolgen van insektenbestrijding teeltkeus atlanties verbond kunstmest voor kamerplanten - en de rook maakt alles wazig
langzamerhand zet zich spinrag vast op alles in de kamer herfstdraden tussen ons driën ik kan niet meer los komen zit achterover geleund
machteloos willoos toe te zien hoe de trage woorden als snoeplettertjes uit jullie monden vallen haren uitvallen jullie hoofden de vazen de meubels de wanden barsten de breuklijnen die nieuwe gezichten vormen bewegende schaduwen schimmen gedaanten personen in 'n lage halfduistere ruimte
| |
| |
personen die ik ergens van moet kennen maar hoe ik ook moeite doe niet meer kan tuisbrengen - beweeglike gestalten om me heen die me lastig vallen honderd uit praten echoen zonder dat ik 't nog kan verstaan ik hoor zelfs m'n eigen stem niet meer ook al denk ik te weten wat ik langzaam overduidelik zeg - ik ik ben ben onder onder weg weg het sein sein is al is al gegeven gegeven het is sissss verder verder niet niet belangrijk belangrijk of of ik ik nog nog kom kommm of niet jij jullie gaan er aan wij gaan er onherroepelik aan jullie met mij
wat 'n feest -
hij slaat met de vuisten in de grond ------
(hij komt op z'n hurken aan de andere kant van de sloot neer,
schuift de boekentas die hij met 'n riem op z'n rug heeft en het geweer over z'n linkerschouder recht,
gaat rechtop staan en kijkt links en rechts om zich heen, en loopt verder het weiland in,
de man in 'n lange militaire jas, hoge bruine schoenen en veldgroene pofbroek
staat stil, haalt 'n pakje sigaretten uit de zak op z'n dijbeen, inhaleert diep kucht spuwt op de grond en strijkt 't klissige haar weg uit 't gezicht dat onder de modder zit,
en loopt met stevige pas verder door 't hobbelige bevroren weiland, blijkbaar met de bedoeling zo de bocht af te snijden en weer op de weg te komen daar waar aan de andere kant van de weg 'n bos is-)
ik was aan 't tellen gek DRIE TWEE EEN NUL kan beter - kan beter ophouden draai me dol tel me in slaap en dat mag absoluut niet gebeuren niet ophouden met denken me niet overgeven - moet weten wat er met mij gebeurt wat er met mij kan gebeuren elke tel moet ik er bij zijn anders ben ik verloren
ik laat me niet van de kaart vegen ik moet er zelf bij zijn in eigen persoon - nooit meer m'n ogen dicht ook al maakt de
| |
| |
zon m'n ogen roetzwart als ik ze openspalk ze lijken wel van ijzer - maar dan wordt alles weer wit - witter dan wit - mooi filmdoek waarop ik alles zie elke minste beweging al is 't maar 'n vallende tak 'n insekt of 'n mol die niet meer terug de bevroren grond in kan ook al blind hopeloos verloren ondanks z'n zachtzijden velletje vijftig sent kreeg je ervoor - 'n wandelende tak?
vist hij onder de sneeuw vandaan 'n tamelik rechte tak, breekt er de zijtakjes van af knakt ook het dorre uiteinde af en drukt de dorens kleine spitse neusjes opzij zodat ze onderaan loslaten -
prima bergstok - nog 'n paar plaatjes erop en ik ben ik ben ik ben -
hij probeert met behulp van de stok op te staan maar telkens als hij met z'n kniën van de grond komt en met z'n hele gewicht op de doorbuigende stok steunt knapte het uiteinde onderaan af / valt ie voorover - ben ben ik - tot de stok half op is en hij ermee boos tegen 'n paaltje slaat zo dat de brokstukken hem om de oren vliegen -
hij kruipt verder, slepend, neus bijna bij de grond, zacht jammerend -
- ik ben vergiftigd - m'n buik zwelt ik weet 't zeker --- krampen -- toen ze me die boterham gaven - deden ze niet voor niks hadden ze met rattenvergif besmeerd ik dacht uitgehongerd dat het spread was - (strijk de inhoud van deze doos op ongeveer 30 gram vers met boter besmeerd brood: bevat 2% fosfor... leg het op plaatsen die veel door het ongedierte worden bezocht; plaats ondiepe schoteltjes met water dicht bij lokaas) - moesten ze 't daarom zo in m'n bek proppen ik dacht al - 't moet 'n verdelgingsmiddel geweest zijn dat in je buik uitzet ja ze hebben me daarna 'n halve lieter water laten opdrinken uit medelijden caro caritas menslievendheid werkt als 'n spons caritas odium parit wat weten we 't weer goed - wat spreekt ie weer mooi - voedselzending aan overvoeden - hoe spreekt ie dan - mooi dan krijgt ie 'n snee brood als beloning - zo zal 't zijn door 't water zet dat rommeltje in je pens uit -
| |
| |
hoe komen ze er op
hoe kwamen ze er af
(ratten en muizen nemen het vergif gretig op: ratten zullen daarna trachten zo spoedig mogelik het water te bereiken, zodat de kans dat zij in huis sterven zeer gering is. Gewoonlik zullen de met rodent gedode dieren opdrogen zonder enige reuk achter te laten: voor alle zekerheid is het raadzaam doodgevonden dieren te begraven en alle overgebleven vergif te verwijderen)
van mij zijn ze mooi afgekomen - even met me gesold en gedold pop kapot speelpop weg drachtig prachtig zal wel knappen miskraam vreemde pief kapoerowietsj van het ongedierte af -
door zijn kruipende handen uit z'n schuilplaats opgeschrikt krabbelt vlak bij zijn neus 'n zwarte tor tussen de aardkluiten tevoorschijn, de schilden glanzen bijna goudachtig gepoetst leer ook de poten, hij draait om z'n eigen as strekt de gelede poten beweegt de oogstuitjes beweegt mechanies de rugplaten komt op de vier achterpoten staan zoekt met 't gepunte achterlijf 'n steun 'n opening om weer in te verdwijnen draait met de kaken keert de gladde kop tegen de rand van het rugschild
verheft zich nog hoger van de grond de ledematen beginnen sneller te bewegen tegen elkaar in
zie door tranende ogen dat hij boven me uitkomt ritmies zijn gruwelik ouwe wijvenkop beweegt 'n razende koorts heeft de tor overvallen om mij m'n hele kop gaat tussen zijn stalen kaken - 'n tenk 'n pantserdier - ik fluister tegen mij
dat hij moet vluchten voordat ie door het vrede monster met tangen wordt gegrepen
schuifelt weg durft niet meer om te kijken - over 'n bruggetje naar de andere kant van de sloot het weiland in
de weg maakt er 'n bocht van ongeveer 90 graden hij zoekt de bocht af te snijden
veegt het bezwete voorhoofd aan de bovenarm af snuift
| |
| |
zet opeens met de armen af komt overeind rent vallend = opstaand verder van de weg af
wanneer ben ik m'n stok kwijtgeraakt kan me niet herinneren dat - dit -
duwde met de punt van de stok de tor op z'n rug die met z'n poten in de lucht begon te darren rolde hem nog eens om en en om - stootte dan door zodat het zwartgelakte beest knapte en 'n witgele gelei tevoorschijn kwam alsof het 'n doorgebeten rumboon was,
even zat hij naar het vocht op de punt van de stok te kijken hield hem daarbij vlak onder z'n ogen
en begon dan uit alle macht met de tak op de grond te slaan op de plaats waar het verpletterde hoopje lag - wist van geen ophouden meer ranselde door zwaar steunend tot de stok aan stukken vloog -
sleept zich verder het weiland in - schrikt als hij doodskoppen om zich heen ziet liggen waar donkere stenen boven de sneeuw uitkomen
verbergt z'n gezicht in de natte brij -
wat is er met me gebeurd --- ben ik stomdronken geweest --- hebben ze me uitgekleed en afgepeerd ------ was ik --- ben ik niet geweest ---- wanneer is het gebeurd ---- kwam ik met die vos aan m'n spatbord gebonden aanrijden en ---- en --- hoe kom ik erbij --- ben ik --- ben ik niet ---- mannen om me heen -- nee vrouwen --- die me heen en weer schudden -- ik maar praten --- over opvoeding leefwarmte kamerplanten --- schadelike insekten -- niet -- als 'n baal in 't kot gesmeten --- niet meer nodig --- ogen die verkleurden toen ik terugkeek --- die zich met 'n mes in haar buik sneed vera --- linda gerda magda --- wat deden m'n handen om haar nek --- kon niet meer strelen --- werd voor rot geslagen --- waar was ik al die tijd --- ben ik van m'n fiets gedonderd en verder gerold --- met 'n auto hiernaartoe gereden eruitgegooid --- vrachtje kwijt --- beste maar in de grond te kruipen --- zelf --- niet ik ik niet --- hij en zij zij en ik en zij daar --- hoe is het mogelik --- | |
| |
alles --- niet --- nee --- al --- stuk --- afgelopen --- af --- naar huis --- de grond in ------
vloekt hartgrondig als hij z'n ene knie stoot aan 'n bevroren molshoop,
zet zich opeens met z'n handen af komt overeind en (ergens van geschrokken? - 'n geluid achter hem? - door iets dat hij heeft gezien?) en zet het op 'n lopen zo onmachtig dat hij ieder ogenblik dreigt te vallen wijd met z'n armen om zich heen moet slaan om in evenwicht te blijven
verder van de weg af
(zo hard mogelik om weer veilig op de weg te komen en door 'n voorbijganger opgepikt te worden, weg van hier -)
(...van de weg af 't bos in, zonder aarzelen tussen de bomen door waar 't steeds donkerder wordt en de grond ongelijker komt hij bij 'n open plek
waar 'n houten huisje staat met de deur half uit de hengsels en 'n hoop rotzooi voor de deur uitgespreid,
hij stampt voor de deur de sneeuw van z'n schoenen stapt over 'n paar verstrikte takken heen en gaat terwijl hij 't geweer al van de schouder laat zakken naar binnen,
blijft na een twee passen staan en kijkt naar de man die aan 'n stuk ijzerdraad boven de tafel is opgehangen,
de grauwe kop met warrige haarbos is al half uit de strop geschoven en het lijf (grijs overhemd en spijkerbroek en groene sokken) draait langzaam 'n kwartslag naar hem toe)
hij struikelt omdat hij niet zag dat er 'n greppel is vlak voor hem, gaat door de kniën terwijl z'n bovenlijf echter zo recht blijft als 'n plank,
en steunend op de vaste kant met z'n houterige paarse handen, half weggezakt in de natte vuilwitte daaronder donkergroene smurrie, 't hoofd in de nek kijkt ie met tranende ogen
wijd opengespalkte ogen alsof hij door 'n onverwachte schok uit 'n verdoving gewekt is
| |
| |
ziet hij uit over de witte vlakte, op borsthoogte om hem heen, die niet meer stil ligt en ongerept, zoals hij zichzelf eerder had aangepraat
maar aan de uiteinden omhoog begint te komen, en ook rechts en links begint er beweging in te komen (moet hij denken aan 'n laken dat aan de punten wordt opgepakt) golfbewegingen naar het midden toe rillingen steeds korter en sneller --
begint alles te smelten? - doodwater -
merkt hij met ontzetting nu eerst pas de zwarte vlekken op, ontzetting die bijna onmiddellik omslaat in 'n ijskoude onverschilligheid,
onberoerd blijft hij door niets meer van z'n stuk te brengen - overal verspreid in 't open veld donkere gaten dacht hij eerst plekken gras waar de sneeuw is gesmolten dooje vogels nee verdronken vee nee bevroren kledingstukken nee dooje mensen moeten het zijn beseft ie//
beseft 'n kil registrerend bewustzijn ergens buiten hem op armlengte van zijn topzware leeggezogen hoofd
beseft hij nu - in de rug neergeschoten of door granaatscherven weggemaaid vanuit de lucht neergeknald na in paniek door 't open veld in de richting van 't dennebos gevlucht te zijn -
hij kan zich nauweliks meer iets voorstellen
m'n hoofd leeg (en daarin 'n veld, waarin:) paraas die in hun vlucht zijn neergeschoten - weerloos in de lucht - hun engelachtige parasjuut in flarden over hen heen, met de benen aan de prikkeldraad bijven haken,
zwart verrotte kadavers - vee dat in doodsangst (toen de brand uitbrak) uit de stallen is losgebroken/
zwarte schaduwen
die in beweging komen en terwijl boven hem 'n gedonder lijkt los te barsten
opstaan en wankelend zijn richting
| |
| |
uitkomen
hij ziet ze al
met hun verkoolde gezichten en armstompen die ze naar hem uitstrekken - hij wil gaan lachen
lachen en er nooit meer mee ophouden -
|
|