Niet schrander
De Fransche dagblad-directeuren, met behulp eener regeering welke evenzeer afhankelijk van hen is als zij afhankelijk zijn van die regeering, trachten hun posities te verdedigen op een manier waarvan men noch de schranderheid kan roemen, noch den breeden kijk. De Radio is hun bête noire.
Van de veelvuldige oorzaken die bijdragen tot het discrediet der hedendaagsche Fransche pers (o.a. monotonie der berichtgeving, gemis aan verbeelding in de voorstelling der feiten, afgezaagdheid van misdaden en ongelukken) hebben zij gemakshalve geen enkele bespeurd dan de onnoozelste en de onschadelijkste van allen: Wanneer hun lezers slinken gebeurt dat wijl de Radio mondeling de telegrammen verbreidt, of omdat de Radio pers-overzichten geeft van de commentaren op het nieuws, welke verschijnen in de bladen. Alsof ooit de noodzakelijkerwijze neutrale en passieve stem van een speaker die voorleest aan den micro kan opwegen tegen den visueelen indruk van iets wat zwart op wit gedrukt staat! Hoe interessanter het gesprokene is, hoe meer men deze impressie zal missen.
Neen, nimmer zal de gedrukte krant verdrongen worden door een gesproken krant. Het gedrukte dagblad kan hoogstens bezwijken tegenover een ‘pers’ welke zou arbeiden met vereenvoudigde maar even doeltreffende methoden. De concurrentie waarover de Fransche dagblad-directeuren zich beklagen is totnutoe zuiver denkbeeldig. Niettemin hebben zij gehandeld alsof zij slachtoffers waren eener onverdiende inferioriteit en de regeering overgehaald tot het uitvaardigen van een maatregel die ongetwijfeld vroeg of laat zal gelden als een toppunt van willekeur en onverstand. Vanaf 1 Juli kan de Fransche Radio (zoowel de posten van den Staat als die van particulieren) slechts drie maal zeven minuten wijden aan het nieuws en tot overmaat van absurditeit zijn die zeven minuten vastgesteld op de onmogelijkste uren van het etmaal.
Dat is precies hetzelfde alsof men in de dagen van trekschuit en diligence de spoortreinen veroorloofd zou hebben om slechts te rijden in een beperkten tijd en op het ongelegenste moment. Een dergelijke reglementatie is te dwaas om te duren. Zij blijkt des te belachelijker en dommer daar iedereen erbij verliest. Want als men de Radio gedesorganiseerd heeft, er is geen enkele krant die in de dertig dagen welke na de ordonnantie verstreken, een lezer won. Integendeel, de bladen die niet terugschrikken voor een eerlijke bekentenis zijn de eersten geweest om den flater te bejammeren.
[verschenen: 18 augustus 1938]