Van een bloedrode manchet en een kooikershondje
(1969)–Adriaan Venema–bron
Adriaan Venema, Van een bloedrode manchet en een kooikershondje. Manteau, Brussel/'s-Gravenhage 1969
codering
DBNL-TEI 1
Wijze van coderen: standaard
logboek
-
-
verantwoording
gebruikt exemplaar
eigen exemplaar dbnl
algemene opmerkingen
Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Van een bloedrode manchet en een kooikershondje van Adriaan Venema uit 1969.
redactionele ingrepen
De tekst op het achterplat is deels onleesbaar. In deze digitale editie is [...] geplaatst.
In de gebruikte scan ontbreken binnenkant voorplat en binnenkant achterplat.
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de pagina's met advertenties (124, 125, 126, 127, 128) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.
[ voorplat]
Adriaan Venema
Van een bloedrode manchet en een kooikershondje
roman
5de meridiaan
[pagina 1]
Van een bloedrode manchet en een kooikershondje
[pagina 2]
5de meridiaan
onder redactionele leiding van J. Weverbergh
[pagina 3]
Adriaan Venema
Van een bloedrode manchet en een kooikershondje
roman
Manteau
[pagina 4]
© A. Manteau n.v., Brussel/Den Haag, 1969
Typografie: Karel Martens
Foto achterplat: Daan Dondorp
Druk: Geuze Dordt
D/1969/0065/37
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from the publisher.
[ achterplat]
Adriaan Venema (1941) werkt als free-lance-journalist, debuteert met deze roman, waarvan al een hoofdstuk is verschenen in ‘Dialoog’.
Dit is het levensverhaal van Johan Stouthart die in dit boek zegt: ‘ik zou het liefst willen huilen want een homo wil ik niet zijn’, maar enkele maanden later bekennen moet: ‘ik merkte dat ik al weer verlangde om in de armen van een jongen te liggen.’ In deze twee geciteerde zinnen ligt de tragiek van Johan Stouthart besloten èn de spanningen van het boek. Johan Stouthart kan zich niet alleen niet neerleggen bij zijn aangeboren homofiele neigingen, maar bovendien wordt zijn verliefdheid op een seksegenoot niet beantwoord. De schuldgevoelens die uit zijn anders-zijn resulteren en de wanhoop om zijn mislukte liefdesverhouding leiden er toe dat hij zich hoe langer hoe meer een vreemdeling, een uitgestotene gaat voelen in de maatschappij. Dit vervreemdings- en schuldcomplex gaat gepaard met een haast neurotische dwang tot zelfvernedering: Johan Stouthart prostitueert zich, zodat de infernale kring van schuld en boete hem steeds verder drijft naar het fatale eindpunt: zelfmoord.
In korte hoofdstukjes worden afwisselend de eigenlijke lotgevallen van Johan Stouthart verhaald in realistische verhalende scènes èn symbolisch zijn vervreemdingsproces weergegeven in surrealistische beschrijvingen van de langzame desintegratie van Johan Stoutharts lichaam, een desintegratie en rot-[...]ij