kennelijk veel mensen geslapen, die eieren en brood aten en vergaten de radio af te zetten. Je ruimt hier en daar iets op, je kijkt of er nieuwe platen liggen (: vreemde, onbekende, oude, duitse marsen), je zoekt het luchtbed en ziet dat het kussen eindelijk is gemaakt. Terwijl zij een kachel probeert aan te steken, ga je naar buiten, - om te wateren - , omdat er een luik losstaat. Binnen is het warmer en je eet wat crackers. Ze heeft haar schoenen uitgedaan en samen dans je ‘langzaam, lusteloos’ tot het verveelt en de marsen opgezet worden. Je ligt languit op het bed wanneer de eersten komen, iedereen komt: grijs en blauw onder de ogen, maar ze hebben sigaretten bij zich. Als de stand is opgemaakt blijken daar nog 2 jongens te slapen, - wat te veel is voor de aanwezige banken en bedden. In het huis ernaast staat nog een bed met lakens en dekens, het huis is van een bekende schilder - schilder - , die bijna nooit komt. Je besluit de deur te forceren, met de voet staat er later, en één van de jongens gaat met je mee, - omdat hij meer dekens wil, - omdat hij altijd behulpzaam is. Het is doodeenvoudig en je slaat, als je binnen bent, een van de schuifjes weer op zijn plaats. Je gaat haar halen en we waren: gelukkig, voelbaar. Er staat een uitstekend bed, met heldere dekens, een verende matras: ik had 14 dagen niet geslapen. Midden in de nacht ‘we sliepen amper’ wordt er gebonsd, toen heb ik een geweldige fout gemaakt: ik dacht dat het één