46
De feiten kompakt: Donna weggegaan en ik hier gebleven: de nachten gelopen en overdag geslapen, verdriet, blijdschap verdrinkend. We schreven elkaar vaak, stuurden telegrammen, belden op; tot de dag dat dit niet meer voldoende was ‘om te hollen het land’ en ik, zondag, met de trein vertrok: de eindeloze nederlandse treinreizen waar buiten alleen koeien, gespreide boerenmeisjes, polders en op iedere schuur de gekalkte naam van een tere plek (als een reklame voor drank, drinken) te zien zijn. Aangekomen, rondgelopen. We dronken samen koffie, we spraken. We aten en we dansten, (we kusten en we vielen), maar 's avonds moest ik toch weer terug, nadat Donna enkele keren het eten had gemist, ik brutaal was geweest, zij het huis uit moest. Ik zag haar voor de eerste keer in een warenhuis, waar het zo druk was dat ik haar uit het oog verloor. Opbellen was onmogelijk. Ik sprak haar niet; tot in het hol van de zwarte leeuw, - die, toen de vrucht niet oploste, de Heilige Geest aanriep. Donna wilde mij niet meer kennen totdat ik handelsreiziger, hopman, bouwpastoor was. Daarna lang, 41 uur, in het bed gelegen, verschrikkelijk dronken geworden, ontzettend blij en opgelucht: bijna getrouwd, met alle gevolgen. 9 dagen later de foto's met Donna opgezocht: de foto met de jongens en