10
Eindeloos de dag. De torenklok slaat om het kwartier. Eerst spring ik nog op als de deur van het wachtlokaal opengaat; men rinkelt met sleutels, maar ze gaan toch voorbij, gaan toch naar het toilet. Mijn rechterbeen slaapt. Ik neem mij niet de moeite het te verzachten door het krachtig op de grond te drukken. Het prikt op een aangename manier. Mijn hoofd ligt iets lager dan de rest. Ik transpireer vreselijk onder mijn oksels en als ik zit, in de plooien van mijn buik. Ik lig nu gestrekt op het bed, de toppen van mijn handen juist in mijn broek geschoven. Ik streel zachtjes over het vel rond mijn navel. Ik heb mijn schoenen en mijn sokken uitgedaan. Ik zie mijn voeten van opzij: rood en sterk beaderd. Mijn broek is in de knieholte en in het kruis bijzonder verkreukeld. Op de knieën zijn kale plekken. Er loopt schuin aan de zijkant van mijn borst een straaltje zweet omlaag. Mijn handen gaan iets naar beneden. Ik wilde dat het nacht was. Buiten spelen minstens 3 kinderen. Ik ga met mijn tong over mijn tanden: doe de tongtest. In 4 dagen heb ik geen tanden gepoetst. Ik verveel me. Onder, achter in mijn rug voel ik een bepaalde druk. Ik denk dat ik straks maar weer eens naar de wc ga.