9
Zigeunerinnen, slavinnen dansen rond een kampvuur. Hun zware borsten, waar duizenden kinderen vanaf hun vijftiende aan drinken, schokken en hun lange rokken slepen over de grond. De mannen staan grijnzend aan de kant, klappen in hun handen. Totdat plotseling een bizonder oud meisje begint te dansen, haar rokken laat zwieren, vuile banden zichtbaar worden, waarmee haar kousen zijn vastgemaakt, waarmee een verdwenen en duister stelsel lappen strak over haar lichaam wordt gespannen en de plooien weert.
De mannen klappen wilder en iemand danst er met de oude die haar bloes heeft opengeknoopt, bruine borsten met bijna zwarte, keiharde tepels heeft vrijgelaten. De wereld draait sneller: de toeschouwers, opgehitst en aangewakkerd als Spanjaarden, liggen achterover in de struiken en grijpen ongeduldig naar de vrouwen, die alleen hard lopen om eerder in het bos te zijn. Wanneer de hitte afneemt springt plotseling Donna in de kring. Razend van begeerte, - de wijde vogel, die huist en huist - , bruin als de nacht, - zeker en windstil - , en naakt als de zon, - als een moeder, want wat is mooier of naakter? -. De man die met de oude danste, komt, springt, klimt, danst met haar. Hij werd in Spanje geboren, reisde over de hele wereld, vocht, over-