6
Hij dacht: maar in feite is het ook zo, natuurlijk hebben wij ook 2 draaiende en roerende lichamen. Het eerste lichaam zijn we: we lopen ermee, het beweegt onze handen en het gaat vanzelf slapen als we onze ogen dicht doen en de luidruchtige jongens onder het raam blijven zwijgen. Met dit lichaam hebben we pijn als we onze voet verstuiken en het trekt bij een hete buis onze arm terug. Het andere lichaam is niet bij ons, tenminste we kunnen het niet aanraken, voelen, strelen, bijten. Als we kwaad zijn -. Aan dit lichaam kunnen we niets veranderen, het blijft voortaan zoals het is, wordt alleen groter, is de verzamelplaats van onze herinnering, het lichaam dat gebeurde en bleef, want wanneer ik mij aankleed blijf ik naakt en wanneer ik wakker word, blijf ik slapen, niets doen, lopen, misschien ontwaken. Hij dacht: ik lig nu hier (en krijg daardoor pijn in mijn linkerkuit) maar evengoed zwem ik onder het bos, in het blauwe water van daarginds of loop ik in de straten van die stad, ga ik dat café binnen, drink ik koffie, spreek ik dat meisje, lees ik zo'n boek, luister ik naar die muziek en lig ik in een cel.