Schoolland
(1926)–Theo Thijssen–
[pagina 69]
| |
me aarzelend aangekeken, het leek ze te griezelig, niet meer de twee lijntjes te hebben. Maar ik heb ze aangemoedigd, en de mogelikheid laten doorschemeren van in 't vervolg te mogen schrijven in dezelfde soort schriften als de hóógste klas, en toen zijn ze moedig van leer getrokken. Het onnozele Leentje Roos heeft d'r blaadje verknoeid, door tóch de letters tussen twee lijnen te gaan schrijven, 'k heb nog nooit zo iets krankzinnigs gezien: de i en de n reuzengroot van lijn tot lijn, en dan de h even groot, óók maar van lijn tot lijn. Gelukkig keek ze na 'n regel of wat dit zonderlinge schrift te hebben volgehouden, naar het werk harer buren, en ging me toen hulpeloos zitten aanstaren. 'k Heb haar gauw een nieuw blaadje gegeven - en dàt heeft ze d'r toen aardig afgebracht. De losse blaadjes liggen hier voor me, en.... 'k weet het niet, welke konklusie ik moet trekken. Kàn het, of kan het nog niet? 'k Zal morgen de proef nog eens nemen, dan is het eerste vreemde d'r af, en ik kan sommigen vooruit even waarschuwen, dat ze niet zo klein moeten schrijven, want dàt is de meest-voorkomende fout eigenlik geweest. Ik zal het ze op 't bord vóór-doen op één lijn. Vanmiddag heb ik 't er met Kraak over gehad, en hem gevraagd, of zijn klas nog schriften met dubbele lijntjes gebruikte. ‘Nee,’ zei Kraak, ‘gelukkig niet meer, ik schaf die altijd zo gauw mogelik af, ik houd niet van die osseletters. Maar 't hangt veel van de klàs af; 'k heb het wel 'es gehad, dat ik van armoe weer schriften met dubbele lijntjes moest invoeren, omdat de letters te ongelijk van grootte werden. Indertijd hebben we het nog op een schoolvergadering geregeld - maar hoe, dat zijn we weer allemaal vergeten, je zou het in het oude notulenboek moeten nakijken. Zo'n regeling wordt nooit de hand aan gehouden, iedere klas is weer anders, en iedere meester ook, daarom is het zo stom, die dingen te willen regelen. Neem nou Koning z'n klas - schrijft die fijn of niet? Nou, die heeft nooit dubbele lijntjes gebruikt. Och, zulke dingen doe je ieder op je eigen manier.... | |
[pagina 70]
| |
‘Hoe doe jij met fouten-verbeteren?’ vroeg ik, nu ik eenmaal tóch aan 't informeren was. Kraak begon te lachen. ‘Doe ik niet meer aan,’ zei hij toen, ‘opgegeven, jong, ik maakte me d'r altijd nijdig om, en 't gaf niks.’ ‘Dan kon je eigenlik het hele korrigeren ook wel afschaffen,’ zei ik, menend hem daarmee vast te zetten. Maar hij lachte kalmpjes, en antwoordde: ‘Och ja, dat kón je ook wel, als je maar een andere manier had om ze wijs te maken, dat je d'r-lui werk telkens precies bekijkt. Och, daar heb je eigenlik alweer hetzelfde: elke klas is weer anders, en elke meester ook....’ Je schiet met Kraak meestal slecht op: hij raakt bijna altijd aan 't filosoferen, en de konklusie van al z'n raadgevingen is dan: zulke dingen moet je zelf uitmaken. |
|