Doctor Vlimmen
(1936)–Anton Roothaert–
[pagina 286]
| |
[33]Toch klopt hern het hart in de keel, als hij wat schuchter de deur van de huiskamer opendoet. In de gang heeft hij zich al geërgerd, omdat er zo druk gesnaterd wordt in de keuken... Of zou dat -? Het licht is aan, maar de suite is verlaten. Er is zelfs te veel licht aan... Plotseling wipt er iets in zijn binnenste omhoog, een kriebelige siddering, die hij dadelijk verschrikt wil neerdrukken, doch hem nog juist ontglipt. Het huis lacht! Ja waarachtig, het lacht hem duidelijk en opgelucht tegemoet. Hoe weet hij niet... Met een bloempje hier, een schemerlampje daar, een spattende kool in de haard... Hij ziet niet scherp, omdat de warme lucht op zijn bril is geslagen en hij kan hem nu niet afzetten voor Dacka, want zijn ogen worden zo prikkerig heet... Er is gedekt voor drie, dus Floor eet mee. Het zondagse servies nog wel, met iets extra's, hij heeft er geen verstand van, vingerkommetjes of zoiets en meer geschitter... Staat daarginds in de zitkamer niet het borrelgerief netjes gerangschikt op een clubtafeltje? En een schaaltje zoute amandelen op de koop toe?... Weer springt de kittelige davering omhoog langs zijn ruggegraat om te ontploffen in zijn borst; hij wil al meespringen en op het zelfde ogenblik komt Truus. Haar ogen zijn wel een beetje rood, maar haar gezicht glanst van opgewondenheid en ze behoeft niets meer te zeggen; het huis heeft het goede nieuws al verklapt! Hij hoort maar half wat zij zegt, heeft zoveel met zich- | |
[pagina 287]
| |
zelf te stellen... - Veel beter, heeft Ballot gezegd en het gevaar zal nu wel grotendeels geweken zijn. Was er heel goed over content en morgen kunnen ze er weer heen; vanavond nog maar met rust laten; hij sliep juist zo lekker... Dacka galmt een paar maal van reusachtig en schitterend, schuift dan tactvol de deur uit om iets uit zijn overjas te halen, wast zijn handen aan het lavabo en doet er zijn tijd over. Als hij treuzelend binnenkomt, is Truus doende met het bittergerei en Vlimmen buigt zich over de sigaren. Floor praat er met luchtige zwaaien overheen. - Nee, maar nou is 't vast in orde, zeg! Doktoren houden immers zoveel slagen om de arm. Als ze zo iets zeggen, zijn ze ook wel zeker van de zaak... Vlimmen besluit bij zichzelf, dat hij nu zonder verdere praatjes het kleine ‘pest-fietsje’ gaat kopen, waarom Dop al zo vaak gezeurd heeft, maar dat Truus tot dusver steeds heeft weten te weren, omdat hij nog te klein is... Nu is 't jammer, dat het werk zich zo opgehoopt heeft, maar morgen in de voormiddag gaat hij Dop toch even vertellen van het kleine fietske. Hij bijt gretig in zijn borrel en krijgt dan een onweerstaanbare bevlieging van werklust... Moet voor het eten nog gauw een uitstrijk-preparaatje maken, waar haast bij is. Wil Dacka dit bacteriologisch onderzoek meemaken? ‘Bacteriologisch klinkt geleerd’, zegt Floor opstaande. ‘Hoef je niet om te lachen. In bacteriologie zijn wij verder dan de gemiddelde medicus, weet je!’ In de apotheek gevoelt hij zich altijd een beter mens en hij trekt er warempel de witte jas bij aan... Och, heel zijn leven is hij aangewezen op het werk in de duisternis van de stal onder de onverschillige blikken van boeren, die zijn kunststukjes aanvaarden met hetzelfde begrip, waarmee zij een flesje kopen van den wonderdokter op | |
[pagina 288]
| |
de kermis. Voor deze zeldzame gelegenheid in het genot van een intelligent gehoor, gunt hij zich dus wat professorenmanieren. ‘Hier heb je het flesje melk van de koe, die we vanmiddag gezien hebben. Ze heeft een hard, gezwollen kwartier, ze is koortsig, en kijk 'ns hoe onplezierig die melk er uitziet.’ Al pratende giet hij wat melk in een kleine electrische centrifuge, vindt een voorwerpglaasje, maakt het schoon, strijkt uit en kleurt, alles met gebaren, die indrukwekkend zijn van artistieke nonchalance. De microscoop staat al op de toonbank. ‘Even kijken welke bacterie hier aan 't werk is. Als het streptococcen-ontsteking is, lopen de dieren weinig gevaar, zijn na 'n paar dagen niet eens ziek meer... Maar bij pyogenes-mastitis is het erger -’ ‘Hé-hé-hé!’, waarschuwt Dacka. ‘Mastitis is de verzamelnaam voor dit soort ontstekingen. Wij spreken dus van mastitis zoals jij van een procedure. En de pyogenes-bacil is 'n smeerlap. Vreet het uierweefsel weg, Iaat het onder verrotting afsterven. Het dier is zwaar ziek en gaat er dikwijls aan kapot... En dan niet te vergeten de tuberculeuze uierontsteking! Dan zitten er enorme hoeveelheden virulente tuberkelbacillen in de melk en vooral kinderen zijn er gauw mee besmet. Buiktuberculose bij kinderen komt haast uitsluitend van de bovine bacil, dat is deze.’ ‘Maar je ziet toch duidelijk, dat die melk niet goed is’, zegt Dacka wijzend op het flesje. ‘Wie drinkt er nou melk, die er zó schurftig uitziet?’ ‘Ja, wij zien het nu erg duidelijk. Maar de boer merkt het niet zo gauw. Meestal is er maar één kwartier aangetast en dat is dikwijls op het oog niet te zien, nauwelijks te voelen, maar even zo vrolijk worden er millioenen bacillen uitgescheiden... En dat de melk niet goed is, | |
[pagina 289]
| |
valt ook niet dadelijk op. Twee spenen worden tegelijk gemolken, terwijl er maar één van de vier ziek is... Je hebt toch wel eens zien melken? Dat gebeurt met twee krachtige stralen; al dadelijk stijgt er in de emmer een dikke laag melkschuim op en daaronder is niets te zien. Is de koe afgemolken, dan is de slechte melk dus al driemaal verdund, door die uit de andere, gezonde spenen. Dan gaat de melk met die van vijf tot tien andere koeien in de bussen.’ ‘Maar die wordt toch gekookt of gepasteuriseerd!’ Vlimmen schuift het glaasje in de microscoop en grinnekt. ‘O ja! Behalve dan de melk, die tevoren al gedronken is.’ Hij legt zijn oog op de microscoop en schuift het glaasje langzaam heen en weer. ‘Wie doet dat tegenwoordig nog?’ ‘Jij niet... Voor zover je weet tenminste... 't Zijn streptococcen. Wil je ze eens zien?’ Dacka haast zich... ‘Ik zie geen biet!’ ‘Dan moet je aan dit wieltje draaien tot het beeld scherp wordt.’ ‘Ja, nu zie ik 'n soort landkaart... Kringen en vlekken en strepen... Eilandjes! Wat een rommel is dat! Waar lopen die beesten nou?’ ‘Ze lopen helemaal niet en het zijn geen beesten’, zucht Vlimmen geduldig. Hij beschrijft de vorm van de streptococcus, tekent hem voor op een papiertje, maakt er een volledige landkaart van. ‘Daar, links onder dat donkere eilandje ligt een heel risje.’ Maar Dacka kan het vage rijtje streptococcen in deze overdreven camouflage niet ontdekken en ten slotte geven ze het op. ‘Ja er is wat oefening voor nodig en het licht is hier ook niet bepaald dàt’, troost Vlimmen. ‘Wat zei je daar juist: Krijg ik melk te drinken, waarvan ze zo maar zeggen, dat ze gepasteuriseerd is?’ ‘Nou, dat gebeurt zelden, geloof ik. Maar dat wil niet | |
[pagina 290]
| |
zeggen, dat er geen rauwe melk gedronken wordt. Veel mensen, die beter moesten weten, eisen dat melk gekookt is, wanneer ze er een heel glas van gaan drinken, maar voor die paar druppels in de thee of de koffie lijkt het hun overdreven. Kun jij zweren op alle koffie en thee, die je buitenshuis drinkt? Ik niet. Op de boerderijen komen de kinderen dorstig uit school, zien ergens melk staan en vragen heus niet verder. Het bewijs ligt er: Een overdonderende meerderheid van buik-t.b.c. bij kinderen is van het bovine type... Ziet de boer, dat de melk van een bepaalde koe niet goed is, vlokkig, geschift, en het is een fatsoenlijke boer, dan houdt hij de slechte melk apart en geeft die aan z'n kalveren of varkens. Dat is al erg netjes van 'm... Maar juist aan kalveren en varkens zien wij dan op het slachthuis, dat er in de buurt een koe met tuberculeuse melk op stal staat. Zo hadden we eens op driehonderd varkens - dat is de normale weekslachting in Dombergen - maar vijf tuberculeuze exemplaren en allemaal van één en denzelfden boer... Wee de kinderen van zo'n boer!’ ‘Maar let de warenkeuring daar niet op?’ ‘De warenkeuring is over 't algemeen in handen van chemici en die vinden het gewichtiger om na te gaan, of suiker niet met krijt vervalst is en of brood niet meer water bevat dan x procent. Van bacteriologie hebben die lui doorgaans geen verstand, op school hebben ze het tenminste niet geleerd... Melkonderzoek is zuiver veeartsenwerk; enkele diensten hebben dat ook begrepen en een veearts aangeschaft, die stal-inspecties houdt, waarbij de uiers grondig worden nagekeken, en die al de meegenomen melkmonsters bacteriologisch onderzoekt. Verder geeft hij hygienische voorschriften voor de stal, de melkemmers, de bussen en zo meer. Bij zulke inspecties komen er trouwens ongelofelijke dingen aan het licht. Zo las ik kortgeleden in een buitenlands tijdschrift, dat op een | |
[pagina 291]
| |
groot melkbedrijf na een ruzietje bekend werd, dat de knecht steeds eerst een bad nam in de bak met warm water, waarin de melkbussen werden gespoeld, en dat de meid een melkemmer voor toilet-emmer gebruikte en er onder meer haar maandverband in uitwaste!’Ga naar voetnoot1) ‘Mevrouw vraagt of u komt eten’, meldt het jonge meidje met de dansbenen... Aan tafel is de stemming uitgelaten, vooral wanneer Dacka in zijn beste vorm nog eens het verhaal voordraagt van Pietje Peereboom en den kapelaan met het boerenhoofd uit de Koningstraat. Dan moet Vlimmen weer haastig op pad; het zal laat in de nacht worden en hij kan Dacka niet aanraden mee te gaan, want het is me een weertje vanavond. |
|