De bende van de stronk
(1965)–Paul van Ostaijen–
[pagina 111]
| |
[pagina 112]
| |
Na een inspanning die kort was en gemakkelijk als elke routine dewelke zich natuurnoodzakelijk progressief uit zichzelf ontwikkelt, stond de hoerenwaardin Ika Loch aan het hoofd van een eerste klas bordeel, uitbating die spoedig met eerbiedwaardig batig saldo arbeidde. Dit succes echter was Ika Loch niet ten minste oorzaak tot zelfs geringe verbazing. Zij vond het zo vanzelfsprekend dat een zaak bloeide, waarvan zij de leiding had, dat zij, in deze vanzelfsprekendheid gesloten, vergat, op het einde van het bedrijfsjaar, haar kapitalistische kornuiten de dividenden uit te betalen. Daaraan nochtans herinnerd, zei Ika Loch: ‘Och ja, natuurlijk.’ En daarbij vond zij een derwijze ongekunsteld gebaar om het ongewichtige van dit vergeten te kennen te geven, dat haar kornuiten het zichzelf euvel namen de directrice veeleer brutaal aan bepaalde verplichtingen te hebben herinneerd.
Niet vrees, wel een zuiver verstandelijke eerbied had Ika Loch voor deze wetten aan dewelke zij, in hare hoedanigheid van directrice, zich had te onderwerpen. Zo zou het nooit haar zijn ingevallen de acht-urendag van haar personeel door een persoonlijk verdict te verkrachten. Aan het stipt naleven van wederzijdse verplichtingen hechtte zij de grootste waarde. Daar zij in gemeenplaatsen placht te spreken, verklaarde zij dit door: ‘geef aan Caesar’, ‘elk het zijne’, en vooral door ‘orde moet zijn’. Daarmee wil natuurlijk niet gezegd zijn dat zij sociaal-politiek de acht-uren-dag goedkeurde. Neen. Enkel meende zij daar- | |
[pagina 113]
| |
mee dat, zolang deze wet bestond, deze ook beslist moest worden geëerbiedigd, want in het tegenovergestelde geval bepaalt de oorzaak-overtreding de gevolg-overtreding en zo gaat het dan jammerlijk in het oneindige tot de beslissende verwoesting van het wezen en zelfs van het begrip der goede orde. Zij had kunnen zeggen: ‘Wrong or right it's my law’. Dit vooropgesteld, zo mag ik nu gerust verklaren dat het optreden van Ika Loch in haar etablissement verbazend autoritair was. Wanneer sommigen nu dit vrij natuurlijk vinden, dan geschiedt dit stellig doordat zij deze eigenschap op een verkeerd object betrekken. Daarom: het autoritaire optreden van Ika Loch bestond in de eerste plaats tegenover de cliënteel, ja zo te zeggen uitsluitend tegenover deze; was zij toch tegenover haar personeel niet meer autoritair dan dit van werkgever tot werknemer in doorsnee het geval. Maar autoritair was zij tegenover de cliënteel en daar dit inderdaad betekent een breuk met de tot dan geëerbiedigde traditie der hoerenwaardinnen, wier onderdanigheid tegenover de cliënteel spreekwoordelijk, mag ik deze eigenschap van Ika Loch wel degelijk verbazend heten. Met het situeren dezer eigenschap raken wij de kern van het probleem: Ika Loch's snel succes. Want juist dit is het merkwaardige gevolg van de praktische toepassing dezer eigenschap: insteê de cliënteel door dit autoritaire voor het hoofd te stoten en te vervreemden, slaagde deze snelle hoerenwaardin daarin haar voor het vak vreemde eigenschap als een zeer zeldzame hoedanigheid te doen appreciëren. | |
[pagina 114]
| |
![]() | |
[pagina 115]
| |
Van zodra zij haar etablissement had geopend, was haar optreden alzo autoritair. Cliënten doen intrede in het salon; onmiddellijk is Ika Loch er bij en keurt de cliënt, wat voor een hoeren waardin een zonderling gedrag, daarop gelet dat Ika de cliënt vooral naar zijn wensen keurt. Met dit onderzoek is zij handomdraaien klaar. Zij verklaart: ‘Ik weet reeds wat u wenst, mijnheer.’ - Poogt de neer haar, spijts deze verzekering, meer bepaalde aanduidingen te geven, zo overstelpt zij hem, - met woorden natuurlijk, Ika Loch is hoerenwaardin -: ‘Genoeg, mijnheer, ik weet het. Gelooft u dan, ik ben zonder kennis en ervaring? Heb vertrouwen in mij: ik weet wat mijnheer wenst. Wat? - Och nee, zet u en wacht.’ En tot een kamermeid: ‘Verwittig Mad. Anaïs.’ Is Mad. Anaïs daar, zo laat Ika Loch hem niet de tijd zijn oordeel te vellen. ‘Nietwaar, Anaïs is lief.’ En verder in verhouding tot haar oordeel de smaak van de cliënt betreffende: ‘Zij is slank; - zij is een schone vrouw; - zij is niet schoon, maar zij is interessant; - zij is pervers; - zij heeft kleine voeten.’ Heeft zij, naar dit schema, vooreerst de algemene hoedanigheid van het object geprezen, daarna de speciale hoedanigheidsverhouding van het object tot de klant bepaald, dan besluit zij, - zij gebruikt deze zin nu reeds ettelijke jaren: ‘Elle est bien ce qu'il vous faut.’ Daarmede is de zaak, naar haar mening, afgedaan. Volgt dan nog haar drukte bij het bevelen, praktische uitvoering. ‘Kamer nr. 10 voor mijnheer X. En voor mijnheer Z 27. Voor de kamer nr. 10 Bourgogne, echte. Voor 27, champagne 2e zone’. | |
[pagina 116]
| |
Zij wakkert het aarzelend personeel aan: ‘Komaan, mad. Anaïs, u bemerkt toch wel wat mijnheer wenst’, en kordaat drijft zij het paar naar de trap. Is er dan weer een ogenblik windstilte in het bedrijf, zo neemt Ika Loch deze tijd te baat om zich innerlijk om hare radheid geluk te wensen. Aanvankelijk lieten de klanten zich dit optreden van Ika Loch toch zo maar niet welgevallen. Zij verdedigden zich; sommigen mompelden, anderen gaven scheldend te kennen dat de betreffende dame helemaal niets voor hen was. Het gebeurde meer dan eens dat een heer dreigend het etablissement verliet en dit spijts Ika Loch beproefde hem bij de panden van zijn jas te weerhouden. Maar zij liet zich daaraan niet storen en beklaagde hartsoprecht deze domme cliënten, dewelke zó, tegen hun eigen voordeel in, halsstarrig beter wilden weten. Hiermede zijn echter de mogelijkheden der reactie niet uitgeput. Het gebeurde ook dat de heer X zich Ika Loch's aanbevelingen liet welgevallen en met de een of andere Anaïs verdween. Waren zij echter alleen, dan bemerkte hij dat hij de beetgenomene was: Anaïs was niet... ce qu'il lui fallait. En wat dan deze goede sloor van een Anaïs ook deed om de heer X uit zijn morose stemming van beetgenomene te helpen, het mocht alles niet baten. De heer X klaagde bitter zijn nood tegenover Ika Loch. Doch de hoerenwaardin bleef op haar stuk. Naar haar mening was mijnheer te nerveus vandaag, hij deed beter naar huis te gaan, want natuurlijk, daar stond zij borg voor, mad. Anaïs moest onder normale omstandigheden zeer zeker iets voor mijnheer zijn. | |
[pagina 117]
| |
En onder vier ogen tot Anaïs: ‘Mijn kind, zeker is het dat je deze zonderlinge mijnheer bevalt. Schijnt hij niet tevreden dan is dit uitsluitend jouw geringe inspanning hem wel te behagen toe te schrijven. Ik verzoek je daarop acht te geven, zodat ik je deze les niet meer heb te spellen.’ Weldra had Ika Loch dan ook uit de herhaalde gevallen een schema gewonnen ter identificering van de smaak der zeer verscheidene gasten. Dit schema was van alle nuancen ontbloot, wat lag in de autoritaire lijn van Ika Loch. Nochtans bouwde zij haar koppelspel niet zozeer op het volkse princiep dat soort soort zoekt op dan wel op dit der tegenstellingen. En het gebeurde vaak dat zij zich niet vergiste. Dat op grove data gebaseerde schema leidde ongeveer tot dit praktisch resultaat dat Ika Loch's welslagen bij haar identificering heel amper boven het niveau van een gelukkig toeval uitstak. Zo hield Ika Loch het voor onaanvechtbaar dat een zwaarlijvige heer welgevallen moest vinden in een slanke vrouw. En, meisjes dewelke jong in het vak dit nog niet beheersten, waren, naar hare mening, voor fijnsnoeperige ouderlingen weg-, ja in de wieg gelegd. (Wat deze identiteit tussen weg- en in de wieg leggen betreft, zo is mij daardoor gelegenheid gegeven daarop te wijzen dat Ika Loch inderdaad de door de vrouw af te leggen weg tussen wieg en bordeel bepaald zag.) Op haar jongelingscliënteel stuurde zij de zwaarste vrouwen van het etablissement af. Dit moest, meende zij, kloppen. Meer moeite had haar de identificering van de smaak van slanke heren gekost, dewelke, | |
[pagina 118]
| |
glad-geschoren, hun leeftijd geheimzinnig tussen de vijf-en-twintig en de vijf-en-veertig verbergen. Maar snel had zij zich door lapidaire en eigenmachtige besluiten uit de noodtoestand geholpen, deels door het aannemen der thans, - bij gebrek aan andere, - welkome volkse wijsheid van de kleurtegenstelling, - blond en zwart, - en deels door het te hulp nemen van psychischcerebrale-waarden-amalgamen, dit gebaseerd op Ika Loch's tot axioom geworden hypothese dat gladgeschoren heren, wanneer niet pervers, dan tenminste geraffineerd zijn. Voeg ik hieraan toe dat, naar Loch's simplistische schematiek, perversie P = R3 (raffinement), zo wordt het begrijpelijk dat zij, pervers en geraffineerd als slechts graadverscheiden nemend, meende in de behoefte dezer cliënteel door een slechts verscheiden gedoseerd raffinement te kunnen voorzien. Het dient echter gezegd dat Loch om tot dit eindelijke besluit te komen, veel minder tijd nodig had dan wij deze gedachtegang weer te geven. Het ging bij haar alles in een-twee-drie-mars en daarbij was drie een nog wel volledig overbodige maat, zo precies en afdoende schenen een en twee te zijn. Een en twee vormden zo te zeggen het wijze vertoog van de schoolmeester, waarop al de jongens, de domste incluis, met een voor de leerkracht van de schoolmeester bewijzend, spontaan uitgestoten ‘drie’ moesten invallen. Polka was Ika Loch de schoonste dans. Slanke vrouwen aan zwaarlijvige heren; efeben, zware vrouwen; pas de noteschelp ontslopen meisjes voor fijnproeverige oude heren, en voor de rest van de cliënteel, | |
[pagina 119]
| |
deze massa vlottend tussen de vijf-entwintig en de vijf-en-veertig, de erotischcerebraal interessante dames: zo in brede trekken der hoerenwaardin Ika Loch's schema, - haar arbeidsprogram. Jammer, zo zonder meer, waren de objecten, op dewelke het schema moest toegepast, daarmee niet in hun schik. Soms ontaardde het in het fijne bordeel nr. 33 tot grove scheld- en beledigingstonelen. Zo gebeurde het eens dat een dikke vent de hem - indien ik zeggen mag ‘bedeelde’ slanke vrouw van zich afstootte, voorwendsel: in zijn hoedanigheid van beenderenkoopman had hij skeletten tot ziekwordens toe zat gezien. Ja, zowaar efeben toonden zich alzo oproerig dat zij beweerden vier uur arrest te verkiezen boven de aanwezigheid van de door Ika Loch voor ze uitgelezen dames. Zekere dag scheen het dan ook tot een kleine revolutie onder de cliënteel van het huis nr. 33 te moeten komen. Niemand was tevreden. Een oude heer wenste de dame van de efeeb en de efeeb deze van een dikke matroos, dewelke op zijn beurt smoorverliefd was op een dame met kortgeknipt mahonierood haar, door Ika Loch een gladgeschoren heer toegewezen, een naar hare schematiek voor geraffineerd gehouden, in werkelijkheid drift-elementaire H.B.S.-studiemeester. Woedend verlieten allen het bordeel. 's Anderdaags reeds had Ika Loch neersiachtigheid overwonnen en stond zij met een nieuw schema klaar, het vroegere ongeveer geïnverteerd, waarbij zij de ervaring dat een matroos zich geraffineerder had getoond dan een studiemeester tot algemeengel- | |
[pagina 120]
| |
| |
[pagina 121]
| |
de norm verhief. Zonder gewetensbezwaar veroordeelde zij haar vroeger schema, in de overtuiging thans de steen der wijze hoerenwaardinnen te bezitten.
Zekere dag kondigde Ika Loch feestelijk aan: Promethea. Deze feestelijkheid gold een zeekapitein die, stomdronken doch schijnbaar knap nog, diep in een fauteuil weggezonken, zeven mijlen boven de wind zwedepons stonk. Promethea! nauwelijks en kort raakten haar vingers de voorhang, hem licht terzijde schuivend, zo was het reeds genoeg: zij stond vóór de voorhang. Het gebeurde alsof zijzelve, daarvan onafhankelijk, haar lichaam bewoog: een dienares plaatste Promethea aldaar en deze dienares was zijzelve. Zo stond zij vóór de voorhang van dofzwarte zijde, haar lijf uiterlijk beweegloos gespannen in oranje-zijde. Enkel de buik tot even onder de navel was naakt, maar zo vlak was de buik dat je, hem natekenend, met een dunne potloodlijn de schaduw zou geven. Zij verried geen meisjesschuchterheid en de wetenschap der courtisanen had zij ongebruikt gelaten. Haar roze nagels wekten niet één herinnering aan het polijstborsteltje; zij waren rose. Het enige sieraad dat zij droeg was een halssnoer van onbeduidende aquamaris, - schoon zoals het toeval schoon is van een kever op een blad; - harmonie van zwakgetoonde dingen: het dunne blauw van het snoer op het bleke amber van haar hals. Scherp en juist woog het snoer hals tegen lichaam af. Haar haar was asblond, zonder spoor van friseerkunst. Haar mond was | |
[pagina 122]
| |
niet wondscherp en amper droeg hij een onbepaalbare belofte; hij sloot zich om een mysterie van woordenloze concupiscentie. Haar zwak-ronde lijnen verklonken in de dunne draagkracht van haar sikkelbenen; de last van het smalle lijf was ze schier te zwaar. Het scheen zo alsof, de lucht rond ze te zwaar geladen, de benen, in laatste inspanning, een ogenblik nog volmaakt schoon waren, alvoor te springen onder de druk van deze contraire energieën. Enkel in haar benen lag inspanning, zo scherp was de sikkelboog. Maar haar lijf en haar gelaat, zij waren gans rust en inspanningloos: Prometheus had haar hersenen weggenomen, haar gans volmaakte schoonheid te vormen. Hoogste klassiek van de soort die uit zichzelf haar idool schept. Zó in zich gesloten en stom was haar schoonheid dat het moederschap haar ampere heupen niet beroerde. Van de zijde der vruchtbaarheid reeds geslachtloos. Een einde was zij. Dat Promethea zeer schoon, zag Ika Loch wel in, doch om de inhoud van deze superlatief te preciseren, ontbrak het haar aan zinnelijkheid. Een kunstenaar had Promethea gekleed; Ika Loch had een paar maal vingerwijzingen willen geven; - zij wenste zowaar met de lippenstift over Promethea's lippen. (Zij meende het natuurlijk goed; enkel, Ika Loch zag de relatieve waarde van de lippenstift niet in, zij zag nooit de relatieve waarde van iets in. Alles wat zij eenmaal had geadmitteerd, was in feite axioom, doch scheen haar, als bewezen, waar.) Ten slotte toonde Ika Loch zich over Promethea zeer tevreden. Het doffe zwart en het schitterende oranje goed te dragen | |
[pagina 123]
| |
was, naar haar mening, Promethea's bijzonderste hoedanigheid. Promethea's schoonheid vermocht niets tegen de begrensdheid van de zeekapitein; hij zat achter een dikke muur van zwedepons, a priori besloten te schelden. Wat hij dan ook deed van zodra Promethea de voorhang had ter zijde geschoven. Haar roerloosheid die niet over een gedwongen lach heen kon, gaf hem gelegenheid tot gemakkelijke kritiek. Zij was dom en aanstellerig, meende de zeekapitein. Ika Loch deed Promethea op haar tenen draaien: - mannequinmatig afwezig. Juist op dit ogenblik - haar rug was in profiel de deur toegewend en de zeekapitein had last zich te concentreren tot een nieuwe reeks scheldwoorden - wierp iemand de deur van het salon open. Een heer in zwarte overjas trad binnen, stond een ogenblik bewegingloos toen hij Promethea bemerkte en deze hem, maar hij overwon door een merkbaar energieke inspanning deze aarzeling: reeds viel Promethea in zijn gestrekte armen - een zeer korte kreet van geluk. Hij vluchtte met haar de trap op. De zeekapitein bleef een ogenblik verzonken in zijn verkropte woede. Misschien had de gebeurtenis hem ontroerd. Zag hij Promethea nu in haar wonderlijke schoonheid - zielloos schoon? - Snel had hij Ika Loch bij de keel. Hij zou haar gewurgd hebben, indien het niet-geoccupeerd personeel niet ware toegesneld Ika Loch te bevrijden. Ika Loch vatte de samenhang niet goed. Hoezoo? - Natuurlijk kwam het in haar niet op: zij zou zich hebben vergist. Zij vond de gelukkige uitweg gereed alles de zwedepons toe te schrijven. En deze heer | |
[pagina 124]
| |
dewelke Promethea zo meesterlijk had geënleveerd, het was waarschijnlijk een jockey. ‘Het is een jockey’, zegde zij. Zij dacht ‘waarschijnlijk een jockey’, doch terwijl haar woorden haar gedachten volgden, herstelde zij zich, beseffend dat het adverbium afbreuk deed aan haar krasse systematiek en zegde dus: ‘Het is een jockey’. Toen men drie uur na deze gebeurtenis nog geen nieuws had van de jockey besloot Ika Loch de van binnen gesloten deur te forceren. Promethea's roerloosheid in de dood was haar gesloten rust in het leven gelijk. De driehoekige wonde steeg door het vele rood tot donker violet, mat en diep tegenover het bleke lijf en het scherpe oranje. De jockey moest reeds lang verdwenen zijn. Overigens of hij een jockey was heeft men nooit kunnen bepalen; wel dat hij lustmoordenaar, - dit evenwel niet als sociale stand. Maar deze moord was ruimschoots genoeg om Ika Loch uit haar fatsoen te brengen. Kwam men toch niet in een bordeel om te moorden, wel om, zoals zij dit noemde, zich te amuseren. En wat de politie daar over lustmoord vertelde, bleef haar onduidelijk. Zij zag geen verband tussen lust en moord. Het duurde lang vóór zij begreep. En dan nog was haar begrijpen slechts een admitteren van de term. Het factum bleef haar vreemd. Doch de term gebruikte zij later om dàt aan te duiden wat haar vreemd.
Gevolg van deze meesterlijke lustmoord, door Ika Loch zuiver negatief bepaald, was pracht reclaam voor het bordeel nr. 33, tot | |
[pagina 125]
| |
dan toe, zo niet gediscrediteerd dan toch ten minste van betwijfelbare renommée. In een dag sloeg de opinie der bordeelbezoekers om, zeer ten gunste van Ika Loch's ontuchthuisleiding. Dit omzwenken resulteerde uit een vrij eenvoudig proces. Aanvankelijk waren alle bordeelgetrouwen het daarover eens dat Ika Loch hun wensen niet in aanmerking nam en dat het autoritaire optreden dezer waardin onduldbaar; daar het anderzijds bleek dat dit optreden niet was te fnuiken, hadden de cliënten hun bezoeken van het etablissement langzamerhand doen afnemen. Doch, - en dit geeft ons de eerste schakel tot het invers gedetermineerde succes van Ika Loch, - heel zeker van hun stuk voelden zich niet allen. Zodanig dat de bordeelbezoekers zich weldra in twee categorieën lieten indelen: zij die het gedrag der autoritaire hoerenwaardin glad afkeurden en zij die dááraan begonnen te geloven dat zij zelf zich vergisten en niet Ika Loch. Immers, oordeelden deze laatsten, wanneer Ika Loch zich steeds zó slagzeker in hunne desiderata scheen te vergissen, moest zij daartoe goede redenen hebben. Dit was waarschijnlijk; jawel, gans eigenlijk reeds ab absurdo bewezen zeker, want ware dit niet het geval, dan zou het autoritaire optreden van het standpunt van Ika Loch uit eenvoudig zelfmoord hebben betekend, iets wat met het wezen van een hoerenwaardin in tegenspraak. En, ten slotte, wat wisten zij, gewone stervelingen, feitelijk over de geheime stroom van hun geslachtelijk verlangen; wat wisten zij over hun driftleven, hetwelk, zoals sedert de heugelijke ontdek- | |
[pagina 126]
| |
king der psycho-analyse bekend, zich voornamelijk in de slaap en in de droom manifesteert. Hadden zij ooit hun dromen gecontroleerd met het doel daarin het wezen van hun driftleven te ontsluieren? Wat wisten zij feitelijk betrekkelijk hun jeugddeterminanten? Ika Loch had stellig de psycho-analyse bestudeerd; daaraan viel niet te twijfelen dat zij Freud van a tot z beheerste. Vandaar overigens haar autoritair optreden: begrijpelijk superioriteitsgevoel van de perfecte Freudleerling. Ja, zij die tot deze tweede categorie hoorden, kwamen weldra tot de overtuiging dat alle hoerenwaardinnen vlijtig de psychoanalyse moesten bestuderen en zij hadden zich niet verwonderd kaartjes te ontvangen met: ‘Nr. 33 heeft de schoonste vrouwen. Directrice: Dr. phil. en Dr. med. Ika Loch’. Nochtans bleef hun geestdrift vooreerst zuiver theoretisch: er hoort steeds energie toe, - of een toeval als surrogaat, - het theoretisch gewonnen standpunt in de praktijk om te zetten. Bijzonder onder de druk van de eerste categorie waagden zij zich niet goed terug in het huis nr. 33. Maar hun opvatting won veld: er ging geen dag voorbij of de eerste categorie verloor een aanhanger, dewelke toegaf dat hij inderdaad in zijn driftleven niet was georiënteerd en dat Ika Loch's autoritair optreden hare kennis bewees. Toen geschiedde de lustmoord. Zij die hun domheid geredelijk hadden toegegeven juichten om dit onverwacht bewijs. Jawel, fijngenuanceerden wisten wel het bordeel van Ika Loch te vinden. De zeekapitein werd zowaar een harer hardschreeuwerigste | |
[pagina 127]
| |
verdedigers: Promethea had het grijze rag van zijn roes gescheurd en fel daartegen afstekend schitterde oranjezijde, en pijnigend, was haar navel stil en schijnrust. Zij, reeds talrijk, die tot de tweede mening waren gekomen, vonden weer de weg naar het huis nr 33. Zonder dat zij daaraan schuld had, handelde Ika Loch nu naar het princiep van een goedberekende taktiek. Zij bleef autoritair, enkel omdat zij nu eenmaal zo was. Met dit gevolg dat het autoritaire optreden ditmaal dadelijk als superieur weten werd geschat. De klanten hadden de weg naar nr. 33 teruggevonden niet in de hoop zich al dadelijk knusjes thuis te voelen in een zo goed geordend bordeel, waar met wetenschappelijke vakkennis de keus werd bepaald; neen, veeleer ondernamen zij deze eerste als Canossa-tocht. Zij voelden zich reeds zeer in hun schik toen Ika Loch ze om hun desertie niet boos bleek; zij lieten zich dan ook haar ganse autoriteit welgevallen en bleven natuurlijk daarbij, eenmaal met de hun toegewezen dame alleen, naar het wezen van hun driftleven te zoeken, aan de hand van dit gegeven: de door Ika Loch bepaalde partner, X bekend, zoek de waarde van Z. Ika Loch's autoriteit stond daarvoor borg dat de verhouding X-Z op geen vergissing, zelfs niet op een erreur sentimentale berustte. Toch waren deze heren zo wijs de van langs om meer zeldzaam geworden sceptici niet nauwkeurig bericht te geven. Ofwel waren zij reeds zozeer van de charme van dit nieuwe leven dat Ika Loch ze ging ontsluieren overtuigd, - en dit nieuwe leven noemden zij fier het sexueel-cerebrale ge- | |
[pagina 128]
| |
| |
[pagina 129]
| |
slachtsleven,- dat zij uit volle overtuiging en, - correlaat, - uit volle borst om deze ontdekking boften. Ika Loch had gelijk en zij hadden ongelijk. Wel bleef er bij ze een grein scepsis over, doch zij had de bezoekers om de bekentenis van hun scepsis schuchter gemaakt en, betraden zij door deze scepsis bevangen het huis, zo voldeed reeds Ika Loch's autoritair optreden ze te ontwapenen. Wat resulteerde ten slotte uit deze omzwenking? - Thans als voorheen ging Ika Loch voort de klanten niet naar hun wens te geven. Maar de klanten waren wijs geworden en noemden hun wens een oppervlakkige. Reeds oefenden zij zich daarin hun sexuele voorkeur niet langer te objectiveren. Ika Loch laten betijen, bezit zij toch de sleutel tot het geheimste geheim. Zij ging voort de efeeb een vrouw te geven tot dewelke hij in zijn voorstelling nooit sexuele betrekking had gezocht en Anaïs bleef de heer X gereserveerd. Met andere woorden: dit meesterstuk had Ika Loch klaar gekregen de wezenlijke wens uit te schakelen, in het driftleven de drift te smachten; anderzijds een zelfs niet oppervlakkige, wel een niet existerende wens als existent op te dringen. (Waarbij opgemerkt dat verscheidene klanten het vrij gemakkelijk hadden zich dit te laten welgevallen, omdat zij reeds lang tot de vrouw in zo te zeggen succubusmatige verhouding stonden). Kortom, kon men ook niet om de ervaring heen dat het door Ika Loch's intermediaire genotene lang niet aan de van vroeger meegebrachte genotsvoorstelling beantwoordde, men gaf geredelijk toe dat deze | |
[pagina 130]
| |
hoerenwaardin het hoogste bood wat men menselijkerwijze van haar kon verwachten en verder, als gevolg daarvan, dat het wijs was de vroegere voorstelling van genot als puberteitsillusie af te leggen. Weldra gold dit bordeel als een stadsmerkwaardigheid. Het wetenschappelijk-strenge bordeel van Ika Loch.
Het is mij duidelijk dat door hetgeen voorafgaat het bordeel van Ika Loch slechts van buiten uit werd bepaald; - meer de reactie dan de actie werd gegeven. Deze opmerking, die ik hiermede reeds tegemoet kom, is inderdaad gegrond. Tot mijn verontschuldiging waag ik het dit aan te voeren, - wat in een ander geval een onvoorwaardelijk bekennen van zwakte is, - dat het, woordelijk genomen, een bovenmenselijke kracht vergt om Ika Loch psychologisch-zuiver, enkel en onmiddellijk uit haar eigen bepaaldheid gegeven, alzo zonder de indirecte weg over de reacties der buitenwereld, esoterisch dus, voor te stellen. Verontschuldiging mag ook het gestelde doel zijn: deze geschiedenis beoogde niets meer dan dit, enkele data naturalistisch te fixeren. Verder zou ik het bijna toch wagen te verklaren dat Ika Loch's wezen slechts indirect is nabij te komen. Haar autoriteit daargelaten, treedt zij zo weinig op het voorplan dat, bestond niet de reactie om tot de actie te besluiten, men zou kunnen aannemen zij zou slechts voorstelling zijn, - als hoerenwaardin sexuele waanvoorstelling. Dat haar wezen gans in het verstandelijke samentrok, mag daarin zijn oorzaak hebben dat Ika Loch, - zeer jong nog, - zij was | |
[pagina 131]
| |
niet meer maagd, doch van het geslachtsleven droeg zij slechts de ervaring ener vluchtige vreugde achter kermistent mede, - zich een opereren aan de genitaliën had moeten onderwerpen: de eierstokken werden haar weggenomen. Daaruit volgde nu deze toestand dat zij, hoerenwaardin, niet het geringste besef van geslachtsleven had, ja de drift eenvoudig niet kon begrijpen. Voor haar was dit louter vakkennis zonder dat zij van haar persoonlijke ervaring van het leven naar deze vakkennis een brug kon slaan. Doch daar zij de existentie van deze drift bij anderen constateerde, ja zelfs bij sommige tot haar etablissement behorende objecten, leefde zij er mede als met een factum dat je naast je hebt te admitteren. Het feit echter dat de meeste hoeren als zij verkreupeld waren, maakte haar sterk te geloven dat de anderen gebrekkelijk. Ook was zij erg bijziende, - feitelijk wel haar beroep zeer ten schade. De menselijke figuur in haar geheel kon haar niet concentrisch prikkel zijn. Zij was daartoe genoodzaakt de details éen na éen op te nemen, samen te lezen en zij kon slechts uit deze summering het beeld excentrisch projecteren. Bij keuring van zich-aanbiedende vrouwen schaadde dit dus, vooral aanvankelijk, zeer. Ika Loch behielp zich zo goed het ging; haar andere zintuigen dwong zij tot felle noodhulp. De tastzin diende als derde oog. Hoe waar het ook is dat oefening de meester maakt, daartoe kon zij het niet brengen dit gebrek als overwonnen uit te schakelen. Een hoofd en een hals als geheel is toch niet hetzelfde als de summering van | |
[pagina 132]
| |
beide delen. Zo was dan ook haar autoritair optreden van node om de klanten sommige harer pensionnaires op te dringen. Dat Promethea in haar huis werd opgenomen, was een gelukkig toeval. Trouwens was het toeval Ika Loch steeds gelukkig. Zij had het ongelukkige toeval tot toevalloze norm gemaakt.
Wat de eigenschappen in feitelijke zakenaangelegenheden betreft, daarover kan slechts gezegd dat Ika Loch werkelijk organisatie-talent bezat. De meubilering van haar bordeel was netjes, zonder extravagantie. De kamers op de eerste verdieping waren goed burgerlijk; die op de tweede meer elementair gemeubileerd, doch niet minder kraakzuiver. Ika Loch duldde niet dat haar pensionnaires, naar eigen smaak, postkaarten aan de muur prikten. De distantie tussen eerste en tweede etage werd in alle details doorgevoerd. Het wasgarnituur van een kamer op de eerste etage was porselein, op de tweede was het in émail, gewoonlijk wit met niet te bonte bloempjes. Ook een luxekamer bestond er; in licht edelhout met donkere intarsiën, laat-Biedermeier, geloof ik. Het wasgarnituur van deze kamer mocht wel een precieuze kwaliteit zijn, allervroegste Marcolini-Meissen. Een nacht vaas met een diep rode roos. Deze kamer bleef hoge gasten gereserveerd. |
|