Inleiding tot de poëzie
(1898)–Pol de Mont–Pol de Mont, Inleiding tot de poëzie. J.B. Wolters, Groningen 1898
DBNL-TEI 1
Wijze van coderen: standaard
-
gebruikt exemplaar
exemplaar Koninklijke Bibliotheek Den Haag, signatuur: 9186 F 50
algemene opmerkingen
Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Inleiding tot de poëzie van Pol de Mont uit 1898.
redactionele ingrepen
p. 111: coujuré → conjuré: ‘M'a conjuré de lui faire un rondeau’.
p. 132: do → de: ‘de Vogelkens-idylle uit In Noord en Zuid van Pol de Mont’.
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (III, t.o. 48, t.o. 64, t.o. 84, t.o. 120, t.o. 168, t.o. 208, t.o. 238, t.o. 258) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.
[pagina I]
INLEIDING TOT DE POËZIE.
[pagina II]
STOOMDRUKKERIJ VAN J.B. WOLTERS.
[pagina t.o. IV]
INLEIDING TOT DE POËZIE.
SCHETS VAN EEN MODERNE POËTIEK
IN VIER BOEKEN
DOOR
POL DE MONT,
LEERAAR AAN HET KONINKLIJK ATHENEUM EN AAN DE KONINKLIJKE KUNST-AKADEMIE TE ANTWERPEN.
ALGEMEENE BEGRIPPEN. - LYRIEK. - EPIEK. - DRAMATIEK.
MET PORTRETTEN.
Beter es conste dan goet och onste.
Die const can, sijt wijf sijt man, ocht es wel gheleert, die heeft geen noet al es hi bloet, waer hi hem bekeert.
TE GRONINGEN BIJ J.B. WOLTERS, 1898.