Zij die de mens vrezen en minachten, haasten zich in de mensheid op te gaan en worden hervormers.
Men werpt zich alleen op als wereldhervormer, wanneer men overtuigd is dat men aan zichzelf niets meer te hervormen heeft. Deze verwaten waan is de oorzaak dat alle wereldhervormers de wereld slechts van de wal in de sloot kunnen loodsen.
Hervormers zijn lieden die hun rechterbuur ruïneren om hun linkerbuur een fooi te kunnen toestoppen.
Alle geweldenaars hebben de mond vol over de gemeenschap; juist als de duivel bij voorkeur de deugd kiest om zijn ware wezen achter te verbergen.
De mens schuwt van nature zijn medemens, ook al predikt hij naastenliefde, juist als hij naastenliefde predikt. Men kan zichzelf alleen aanpraten wat men niet van huis uit bezit.
De ware mensenmin mint ook (of juist) de mindere mensen. Dit gebrek aan onderscheidingsvermogen staat mij tegen.
Mensenkennis en mensenliefde treden nooit gelijktijdig op.
Mensenliefde is een druppel rozenolie in een riool gestort.
De enige doeltreffende dienst, welke een mens de mensheid bewijzen kan, is zichzelf binnen het kader van zijn natuurlijke mogelijkheden te vervolmaken. Eigenliefde is de enige waarachtige en nuttige vorm van mensenliefde.
In deze samenleving blijft voor de welgezinden niets anders over dan onder te duiken.
Zij die de mens en zichzelf werkelijk kennen, trekken zich in de stilte terug. Zij die de mens en zichzelf tot geen prijs willen leren kennen, verdoven zich in een gemeenschap.
Er behoort enige moed toe om de mensheid af te schrijven;