Waarom wordt er zoveel over het Hiernamaals gefantaseerd en nooit over het Hiervoormaals?
Sterfelijkheid is een werkelijkheid; onsterfelijkheid een woord of een wens.
Aardse zekerheden vormen een karikatuur van hemelse onzekerheden.
De enige zekerheden, geboorte en dood, sluiten niet in dat wij geschapen werden, noch dat wij zullen nabestaan.
De opvatting dat de mens zijn God geschapen heeft, sluit Gods oppermacht en bovenaardse heerlijkheid geenszins uit.
Het geloof in de dood als het volstrekte einde is ook een geloof.
Het merkwaardige in de tegenstelling aards en hemels is, dat ik mij wel een aards zonder hemels, doch geen hemels zonder aards kan denken.
In den beginne schiep God hemel en aarde, mens en dier en ieder ding, zonder dat hij echter ooit bekende waarom hij zich eigenlijk plotseling tot zulk een ondoordachte en onverantwoordelijke handelwijze liet verleiden.
Alles geloven en niets geloven komt op hetzelfde neer. Alleen: wie alles gelooft mist verstand, wie niets gelooft gevoel.
Niet wàt men gelooft, doch dàt men gelooft, is belangrijk.
Er zijn duizend goden en afgoden, er is maar één geloof.
Er bestaan geen ongelovigen.
Slechts mensen die geloven dat zij geloven en mensen die geloven dat zij niet geloven.
Het verlangen om te kunnen geloven vormt de adel van het ongeloof.