Gabriël
(1935)–Henriëtte van Eyk–De geschiedenis van een mager mannetje
Henriëtte van Eyk, Gabriël, de geschiedenis van een mager mannetje. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1935
-
gebruikt exemplaar
eigen exemplaar dbnl
algemene opmerkingen
Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Gabriël, de geschiedenis van een mager mannetje van Henriëtte van Eyk in de eerste druk uit 1935.
redactionele ingrepen
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. 2, 6 en 248) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.
[pagina 1]
GABRIËL
[pagina 3]
HENRIËTTE VAN EYK
GABRIËL
DE GESCHIEDENIS VAN EEN MAGER MANNETJE
1935
EM. QUERIDO'S UITGEVERS-MIJ. N.V.
AMSTERDAM
[pagina 245]
INHOUD
Bladz. | |
Hoofdstuk I | 5 |
Hoe de hemeltuin er uit ziet, wie de zon is, en waar de zonnestralen groeien. - Een jonge zonnestraal mag voor het eerst naar de aarde, en krijgt instructies. - In het zolderkamertje. - Kennismaking met de muis Rudolf. - De zonnestraal wordt zijn roeping ontrouw. - De waarheid is goed, maar je hoeft hem niet altijd te spreken. - De zon knipt de heliumdraadjes door. - Kennismaking met juffrouw van Zuilen. - Gabriël leert liegen, en krijgt het adres van een kruiwagen. -Voor, en in het huis van den baron. - Gabriël wordt sergeant. | |
Hoofdstuk II | 23 |
Sergeant Zonnestraal krijgt een pikzwarte merrie, die hij Saartje noemt. - Hoe hij militair gevormd wordt, en een brief moet brengen naar een burgemeester. - Zijn aankomst bij avond in een stokoud stadje. - De bedelaar, de kapper, het hinkende hondje, en de klokketoren. - In de gruwelkamer; wie Mirabel Makerton is, en wat zij hoopt te vinden. Laatste overpeinzingen van een reiziger in rolladestokjes. - Een vreemd gezelschap op zoek naar een huis met witte luiken. - Wie er bij den burgemeester logeerde, en waarom de vrouw van den burgemeester naar een zielkundige moest. - De samenzweering. - Gabriël wordt koning. | |
Hoofdstuk III | 43 |
Het hof en de nieuwe koning. - De zon is boos, de pudding te zoet, en de kroon te zwaar. - Saartje in conflict met de hofétiquette. - Dood van den generaal met het te dikke hoofd.- Hoe de zon zich opwindt. - In de koninklijke slaapkamer, en wat de bliksem onthulde. - In de tuin van het paleis. - De koning en de koksmaat. - Wie de vierentwintig dooden waren, en wat er aan de vijfentwintigste galg hing. - Er trekken kermiswagens door het bosch. - Het meisje met de roode haren. - Waarom Gabriël vluchten moest, en wie er koning werd in zijn plaats. | |
Hoofdstuk IV | 64 |
Gabriël op zoek naar het meisje. - Aankomst in de groote stad. - Akelige toestanden in de smalste straat. - Hoe Gabriël de booze plannen van den vodden- en den veterman verijdelde, en het vreemde gedrag van den schoenmaker met de zenuwoogen. - Wie Gabriël voor een naaktlooper aanzag, hoe er jacht op hem gemaakt werd, en waar |
[pagina 246]
hij een nachthemd met gesteven festonnetjes vond. - Waarom de zon Gabriël als maan in dienst wilde nemen, en hoe hij op het dak van een pakhuis terecht kwam. - De vrouw van de vogel, de maan, en de extraeditie over het huwelijk van den koning. - Gabriël in de optocht als een Indische vorst; hij vindt Saartje weer. | |
Hoofdstuk V | 91 |
In de regen op het grauwe plein. - Gabriël verlangt naar het meisje en wordt dichter. - ‘Iedereen heeft het recht z'n eigen verloofde te zoeken.’ - De smalste straat zit zonder licht. - Bij het zieke kind, en bij de juffrouw van het kousenwinkeltje, die zoo bang is voor muizen. - Alles op termijnbetaling. - Brand in de smalste straat. - Wat de kleermaker met de zenuwoogen zei, en waarom Gabriël vluchten moest. - De menschen in de parken. - Wat Gabriël aan de zon vroeg, en wat hem er toe bracht de wijk te nemen in een kapperswinkel, waar hij werken blijft tot er een ongeluk gebeurt. - ‘We rijden vannacht door’, zegt Saartje. | |
Hoofdstuk VI | 115 |
De avond valt over de weilanden. - Saartje en Gabriël komen in een sloot terecht. - Wat voor onrustbarende mededeelingen de kikkerdame deed. - In het gasthuis; hoe Gabriël door de stille gangen dwaalde en bang werd. - Wat de kat vertelde, en hoe de negenhonderdnegenennegentigste proef mislukte. - Iets over helden en heldenvereering. - Bij de juffrouw in de koffiekamer. - De nieuwe broeder van zaal 17. - Wat Gabriël hoorde over de epidemie. - Wie de moed hadden om te helpen. - Een nacht in de barakken. - Saartje geeft de proefdieren een dag vrij-af. - Gabriël heeft wroeging. - Naar de kermis om het meisje te zoeken; een haan met gouden oogen en een roeping mag mee tegen betaling. | |
Hoofdstuk VII | 145 |
De haan met de gouden oogen; wie zijn vader was, en wie zijn tante Eulalia. - De geschiedenis van de dertiende kip: haar omzwervingen; en een strijd tegen conventie en vooroordeel met een droevig slot. - Een krielhaan, die z'n carrière opoffert voor een vrouw. - ‘Quatsch!’ zegt Saartje. | |
Hoofdstuk VIII | 156 |
In het dorp waar de kermis is. - Hoe Gabriël toilet maakte, en wat de zon van hem verwachtte. - De groote ontdekkingsreiziger John King |
[pagina 247]
Mac Misery. - Gabriël drinkt biertjes in Het Hof van Daverdam. - In de schiettent. - Op verkenning bij de sterkste vrouw van de wereld. - De gespikkelde man. - Gabriël gaat aan de draaimolen hangen, bezoekt de Hemel-en-de-Hel, de danstent, en het theatertje. En hoe het meisje hem steeds ontging. - Hei 't was in de Mei! - Een lichtblauwe mantel, en een koffer die er zwaar uit ziet. - Wandeling door de duisternis. - Bij het hek van de verlaten theetuin: wie zijn kans nìèt, en wie zijn kans wèl waarnam. | |
Hoofdstuk IX | 184 |
Een dreigende hemel; Gabriël vlucht naar Saartje. - Nacht op het parkeerterrein. - Waarom de zon haar bridgepartijtje in de steek liet. - Moederzorgen en kinderleed. - Gabriël vindt troost bij een oude bekende. - De geschiedenis van Scharminkel en de wonderkluif: Een meisje in een roze-katoenen jurk. Wie waagt die wint! Een sensationeele vertelling met een vroolijk slot. | |
Hoofdstuk X | 201 |
Een lang hoofdstuk, dat dient om het geheel tot een goed einde te voeren. - De zon is jarig, en hoe Gabriël een groote mond tegen haar opzette. - Weer op zoek naar het meisje. - De koepel in het bosch. - Wat de koningin vertelde. - Waarom Gabriël slaags raakte met een man op een motorfiets, en van de prettige verrassing, die het meisje hem bereidde. - Terug in de koepel. Gabriël zegt wat er nu gebeuren moet. - Sir John P. Flint en de verraders. - Wat er beklonken en wat er gedronken werd. - Wie er verwacht werd, en wie er verscheen. - Een afscheidsfeest met muziek en wijn. - Gabriël's blijde intocht in het land van de zon. |