19 Juli
Ik wil niet iedere kleinigheid te boek stellen, die zich als een zonderlinge indringer tussen de dagelijkse voorvallen voordoet. Wat er vandaag gebeurde is de moeite van het aantekenen echter wel waard. Het is in de zaak het gewone gedrang van kooplustige vrouwen, die gebruik willen maken van onze bijzondere aanbiedingen. Vanmiddag om drie uur maakte ik een ronde door de damesafdeling. Drie verkoopsters waren bezig met het helpen van de dringende menigte voor en om een toonbank. Thérèse, ditmaal in een licht zomertoiletje, dat we voor een spotprijs uitbrengen, is op een verhoging geplaatst, vanwaar ze de drukte kan overzien. Ik kan haar nooit voorbijgaan zonder haar aan te kijken. Zoals steeds waren haar ogen strak op de mijne gevestigd, maar met een nieuwe uitdrukking erin. Ze scheen de blik af te wenden naar de meest linkse verkoopster, die bezig was een kassabon in te vullen. Wat mij plotseling bezielde weet ik niet, maar ik wenkte het meisje, nadat ze haar klant had geholpen. Ze kreeg een hoogrode kleur en deed of ze mij niet begreep. Ik wenkte de detective, die op de afdeling het oog op het publiek houdt, en zei: ‘Breng juffrouw Huizing in mijn kantoor.’ Ik ging zelf vooruit en even later kwam het tweetal binnen.
Ik herhaal, dat ik op dat ogenblik nog niet wist, wat er zou gaan gebeuren, maar ik hoorde mezelf zeggen: ‘Juffrouw Huizing, u besteelt onze zaak. Ik zal u laten fouilleren.’ Ik verwonderde mij niet, maar was, terwijl ik sprak, volkomen zeker van mijn beschuldiging. Het meisje viel onmiddellijk door de mand. Eén van de vrouwelijke chefs fouilleerde haar en vond drie nylon