moet ik hier vlug weg. Kom.’
Opnieuw trok ik Daphne voort, over de stoffige weg tussen de platanen, tot we bij de hoofdweg kwamen waar we wachtten op een autobus of een liftauto naar Athene.
Op Syntagma, het wijde, vierkante plein in het hart van Athene, dat nazi's en hippies, bommen en boekwinkels, kiosken en hoeren, burgers en miljonairs in zich sluit, konden wij niet door het gedrang heen komen. Duizenden mensen waren op de been, leuzen schreeuwend, spandoeken meevoerend en tierend.
Plotseling realiseerden wij ons dat het allemaal vrouwen waren. A bas les hommes! werd er geschreeuwd. Het gezicht van de heersende klasse stond op houten borden, die aan lange stokken hoog opgetild werden. Daaronder was ruw geschilderd wat zowel twee ogen en een neus als een penis en testikels kon voorstellen. ‘De rechten van de mens!’ werd er gejoeld. Weg met het seksefascisme stond in rode letters op witte ballonnen die de massa meevoerde. Gelijke kansen, gelijk loon.
Vijftig procent vrouwen in de volksvertegenwoordiging! Het huis van de vrouw is de wereld, de wereld van de man is het huis.
De wapenindustrie ontmanteld! Vijtig procent vrouwen aan de universiteit! De kankerpit voor mannen.
Hogaam, higaam, de vrouw is polygaam. Higaam, hogaam, de man is monogaam. (Dit kan ook een citaat uit een wetenschappelijk onderzoek zijn, dat ik per ongeluk verwar met wat ik op de borden, ballonnen en spandoeken zag en hoorde schreeuwen.)
De man is een mislukte vrouw. Kunnen mannen denken? Heeft de man een ziel?
Nationaliseer de godsdienst. Te lang was zij in handen van de heersende kaste.
Weg met het seksefascisme van rechts en de rooien. Mensen aan de macht.
Er mag ook één man in de regering.
Het geluid van politiesirenes en politiefluiten zwol aan, en was plotseling alom. ‘Hier!’ schreeuwde ik tegen Daphne, en sleurde