Ik keek haar aan, zij herkende mij, maar groette niet.
Ik bleef nog wat dralen, en sloeg de wachtenden gade: Spaanse moeders met kinderen, die om medische redenen naar Madrid gevlogen moesten worden. Jonge echtparen waarvan de vrouw hoogzwanger was. Wat zakenmannen. Twee van de laatsten stonden, duur in het pak, niet veel ouder dan veertig, nerveus vrolijk luidop te praten met elkaar.
Tamara wierp een tersluikse blik naar mij, en zag dat ik zag dat zij alleen op weg was. Met dezelfde wankele stappen waarmee ik haar naar haar hotelkamer had zien lopen na de monoloog op het terras van het Hostal de los Reyes Católicos, liep zij nu tot vlak bij de twee jonge, opgewonden zakenmannen.
Ze ging met haar rug naar hen toestaan, keek over haar schouder half naar hen, half naar mij, en lachte schaterend mee bij hun grappen. Ze was niet meer alleen.