‘De hemelse Moeder zendt ons hier, op dit moment, Haar Dochter die onze mensheid zal verlossen. Oh, wat heerlijk dat wij onder de levenden zijn die het einde der tijden mogen medemaken,’ sprak ik tot de nog steeds met haar Egyptisch gewelfde achterhoofd mijn geslachtsdelen aangenaam beroerende Finse.
‘Onko teillä yhden hengen huonetta vapaana, ilman kylpyhuonetta?’ antwoordde zij niet geheel ter zake. (Haben Sie ein Einzelzimmer ohne Bad?; vert.)
‘Onko teillä ohjelmaa?’ (Haben Sie einen Spielplan?; vert.) vroeg ik gauw afgeleid.
‘Kaikki omaan käyttöön.’ (Alles für den eigenen Bedarf; vert.) mengde de hurkende blondine zich in het gesprek.
‘Vous n'êtes pas boche, vous?’ (U bent geen duitse?; vert.) vroeg ik, mij nu tot haar wendend.
In plaats van te antwoorden, boog de hurkster zich voorover, hield haar joint even in de linkerhand, en kuste mij warm op de mond.
‘Française, vintage 1941!’ zei ik, even proevend.
‘Knap!’ antwoordde zij, eveneens in het Esperanto, en nam weer een trekje.
Toch wel een tikje de kant van de Elzas uit, dacht ik, maar ik had geen tijd voor verdere verfijnde conversatie, want de Dochter was nog steeds komende, gezeten op Haar witte paal, en achter Haar meende ik de voorsten van heirscharen engelen te ontwaren, zwaaiend met stokken.
‘Meisje,’ zei ik tegen de Finse, die ik ondanks alles nog steeds het aantrekkelijkst vond (David was in slaap gevallen, bovendien is zeventien wel wat oud, voor een jongen, en de hurkster was mij te veel een grensgeval), ‘ik weet niet of je het ziet, maar het einde der tijden is daar. De Dochter, onze Verlosser daalt uit de hemel. Aan al onze smarten en vernederingen komt weldra een einde door Haar die ons van het juk der usurpators zal bevrijden en die de aarde zal teruggeven aan de rechtmatige eigenaars: aan ons, die naar het evenbeeld van onze hemelse Moeder het eerste zijn geschapen.