kon het hem moeilijk komen voorzeggen.
Gemelijk haalde de Spaanse man zijn slagstokje van de triangel, gemelijk sloot de Spaanse vrouw het muziekboekje, en gedrieën sloften zij naar buiten, op zoek naar de goudmeerle.
Bliksemsnel maakte ik van de gelegenheid gebruik om het voor X belastende materiaal in de bovenste lade van een secretaire te deponeren, maar ik kon niet weggaan zolang het personeel godweetwaar in de tuin ronddoolde (zelfs Zij slaapt wel eens), waarbij het me niet zou verbazen als ze, na vergeefs enige tijd naar de wielewaal (la oropéndola; vert.) te heb ben gezocht, in Gods vrije natuur weer tot rabdomantie waren overgegaan.
Na een twintig minuten, die mij een eeuwigheid leken te duren, gingen de French windows weer open en een bediende bracht een French letter het toneel op. Dit was H.P. Blijkbaar waren zijn medemuzikanten vermoeid achtergebleven, of reeds naar hun slaapzaaltje in de personeelsverblijven gegaan.
Papiertje maakte aanstalten de lichten, die waren blijven branden, thans te doven. Ik sprong echter als een lenige, hongerige lui paard van achter hem op de rug, smakte met hem op de grond, en tremde hem daar in elkaar. Good riddance to bad rubbish, dacht ik, en dankte Pedro die mij judo en karate had geleerd en Haar die het al bestiert, ook onze toevalligste ontmoetingen op maandagavond.
Het zal de lezer onduidelijk zijn waarom ik zo gebeten was op de in feite toch zielige man, met zijn lichaamsgeuren, zijn armzalige instrumentje (wie speelt er nou triangel, vandaag de dag, in de verzorgingsstaat, zeg nou zelf), en zijn lullige carrière van huisbediende-bigamist in een beschaafd Hollands milieu (geen bar- of danstypes in ons huis behoudens Cathy) tot huisbediende-trianglist bij een falangistische Spanjaard die weldra, verdacht van communistische gezindheid, zou worden gearresteerd, tot sandwichman op de kaden van Algeciras? (Want zo zal het met hem aflopen.)
Voor hetzelfde geld (ik kreeg ongeveer de tegenwaarde van f 3000,- voor mijn opdracht, in gedevalueerde peseta's) had ik