Na tien dagen van intensieve training en hersenspoeling was er een afscheidsavond. Paola en Stéphanie dronken met mij, spraken mij ten overvloede nog eens moed in. Ik kreeg de papieren waaruit moest blijken dat de gezagsgetrouwe X tot een communistische groep behoorde.
‘Het is je afscheidsavond,’ zei Paola. ‘Als de opdracht lukt, ga je meteen door naar Stéphanie, die op je wacht in de ambassade. Als het niet goed gaat, en je wordt gearresteerd, zullen wij je bevrijden. Daar moet je op vertrouwen.’
‘Wat gebeurt er als het lukt?’ vroeg ik.
‘Dan zorgt Stéphanie dat je snel uit Spanje wegkomt. Dat hoor je wel. Maar nu, liefje, moet je ontspannen. En je mag zeggen wat je het liefste wilt doen.’
‘Ik zou graag even een paar brieven willen schrijven,’ zei ik.
‘En daarna, als je het niet erg vindt, Paola, zou ik een uurtje of zo met Stéphanie willen praten. Niet over het werk, maar gewoon, zo maar wat praten.’
Paola keek mij even aan met een felle, achterdochtige blik. Ze sloeg haar ogen weer neer.
‘Dat is goed,’ zei ze. ‘Stéphanie zal je brieven in dit geval moeten censureren, als ze in het Nederlands zijn. Zodra je opdracht is voltooid worden ze verstuurd per diplomatieke post, tenzij je zelf eerder in Nederland bent en ze wilt meenemen?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Je weet nooit hoe het loopt. Ik verstuur ze liever. Eén brief moet trouwens naar Algiers, en één naar Marokko. Het is voor vrienden die met vakantie zijn.’
Málaga, 1 juli
Lieve Laïs, Het heeft erg lang geduurd voor ik je kon schrijven. Ik heb goede berichten. S. bleek in beslag te zijn genomen door een diplomatiek werk dat geen privé-correspondentie toelaat voorlopig.
Je hoeft je in het geheel niet bezorgd te maken. Binnenkort hoor je meer. Alles is uitstekend. Je Jean.