Pater Key, die inmiddels al gevangenissen en onderontwikkelde gebieden aan het doorzoeken was naar een onmogelijke echtgenoot, zag direct dat het raak was. K. was ideaal. Het was namelijk zo gesteld dat het vaderland van K. en het moederland van Slapla twintig jaar geleden in oorlog waren geweest, waarbij sommige Mafrikanen zich niet als gentlemen gedragen hadden. Dat was al weer twintig jaar geleden en Slapla was twintig jaar, maar K. was veertig en had dus nog mooi in die oorlog kunnen meedoen. Hem zouden de Hahaers beslist niet slikken!
De gebroeders Kooy begonnen hun duivelse actie. De ene nam, zogenaamd zonder dat Slapla ervan wist, een foto van het paar. De andere bewerkte met massa-spiritistische middelen de massamediums. Alles was klaar.
Slapla zag de vrijheid al gloren. Het paar verscheen op de televisie en deed zijn best de Hahaers uit te lachen. De volgende dag zouden ze met een boot een rondvaart maken door de hoofdstad. Alle experts waren het eens: het volk zou er niet om kunnen lachen. Men zou huilend afscheid nemen van Slapla en de hele belachelijkheidsmythe.
Key posteerde zich al vroeg op een brug met een aantal vlugschriften, waarin stond dat K. niet te slikken was als Ridicuul Gemaal.
Wat pakte het anders uit! Welk een onvermoed gevoel voor humor bezat men in Hahaland!
Het volk joelde, schaterde, gierde en huilde, huilde van het lachen. Slapla zat steviger dan ooit op de spotstoel. En ze had nu K. er nog bij. Goed, hij is later op de nijlpaardenjacht verongelukt, maar dat wist ze toen nog niet. Ze huilde tranen met tuiten.
Key kreeg geen kans om zijn opruiende vlugschriften