mening te kennen dat seksueel verkeer mits natuurlijk uitsluitend met de eigen wettige huwelijkspartner beoefend, geheel in orde was.
Een oud besje zat sip toe te kijken. Key bukte zich naar haar over. Blij drukte ze zich tegen de missionaris aan, maar dat was de bedoeling niet. Key wilde alleen met haar praten. Ze bleek verbitterd. Die jeugd van tegenwoordig, ze leven zonder moraal. Ze wilden niet eens meer vrijen, waar moest dat heen? In onze tijd vreeën we met iedereen die er zin in had. Zo hoort het. De laatste jaren is er de klad in gekomen. De mensen vreeën nu alleen nog maar met vaste vrienden of vriendinnen. En die jongeren maakten het helemaal bont, die wilden het hele vrijen afschaffen. Ach, ach, enzovoort, enzovoort.
Een gebaard heer, tot wie Key zich nu wendde, bevestigde deze gang van zaken. Hij bleek zeer afgunstig op de jongste generatie. In mijn schooljaren, zo klaagde hij was het elke avond raak, zin of geen zin, het hoorde nu eenmaal zo, en het kwam niet bij je op te vragen waarom. En deze jongens, die doen er gewoon niets aan. Ze moesten die pil verbieden.
Ja, het land verkeerde in een ware burgeroorlog over de seksuele moraal. Natuurlijk hadden de ouderen met hun losbandigheidswetten het nog voor het zeggen. Maar de jeugd gehoorzaamde die wetten niet, en leefde kuis. Waar moest dat heen? Er was al een progressieve bisschop geweest die voor de televisie de pil had verdedigd. Maar de rest van de kerk was daar sterk tegen. Men zei wel dat de kerk de pil niet wilde omdat er dan zoveel kindertjes zouden komen die gedoopt moesten worden. En er was toch al een tekort aan priesters. Het kerkbestuur stelde een commissie in om over de pil te beraadslagen. Key werd ook lid. Al een jaar was de