toen de schipbreuk een feit werd, pijlsnel in de diepte verdween en nooit meer boven water kwam. Goed, denkt u, hoe was het bij de diepzeewezens, wat maakt Key mee, is er nog wat leuks van te vertellen? Maar dan vergeet u dat Key onder water geen lucht meer kon ademen en dus al snel overleed. Toen hij was overleden, kwam er een kellner op hem af en vroeg welke godsdienst hij beleed. ‘Nou Rooms Katholiek natuurlijk’ zei Key, ‘en vertel me niet dat ik me mijn hele leven vergist heb.’ De kellner gaf hem een kaartje voor een stampvolle trein naar de R.K. hemel. Wat legere hervormde treinen, doopsgezinde autobussen, humanistische taxi's, boeddhistische ricksja's en mohammedaanse tapijten vervoerden iedere overledene naar het hiernamaals van zijn voorkeur. Alleen de enkelingen die er helemaal geen overtuiging op na hielden, kregen geen vervoer. Ze bleven om de w.c.'s schoon te maken, banden te pompen en koffers te dragen. Het speet Key dat hij in de R.K. trein zat, want wie moest hij nu bekeren? Hij liep terug naar de kellner en vroeg de chef te spreken. De chef, wie bedoelt u? ‘Nou’ zei Key, ‘de man die dit allemaal organiseert. Wie zorgt ervoor dat iedereen naar zijn eigen hemel wordt vervoerd?’
‘Ach meneertje,’ sprak de kellner, ‘had u dat dan direct gezegd. U bent dus helemaal niet gewoon R.K. maar eucumenisch. Lastig hoor, want die hebben nog geen eigen plaatsje. Ik zou zeggen, gaat u in de achterste wagon zitten. Dat doen we bij de andere treinen ook, en mocht er iets van komen, dan koppelen we u zo los en stellen we een eucumenische trein samen.’
Zo kwam Key dus toch in de R.K. hemel, want er was geen overeenstemming te bereiken hoe een eucumenische hemel eruit zou zien. De hel is natuurlijk van het begin af eucumenisch geweest.