niet veel over kan zeggen, kwamen door zijn hoofd, en werden op hetzelfde ogenblikwaarheid. Tenslotte greep hij de noodrem, zoals Vader Overste dat altijd noemde, en dacht aan Maria. Daar stond ze naast zijn bed.
‘Dat is een tijd geleden, dat u verschenen bent. Was het niet in Fatima, of nee, in de tuinen van het Vatikaan bent u nog aan Pius xii verschenen. Waarom verschijnt u niet meer? Het is, met alle eerbied natuurlijk, of ineens Tom Poes uit de Volkskrant zou verdwijnen. We hebben er u op het concilie in Rome toch weer een paar eretitels bijgegeven, en toch al tien jaar niet verschenen, hoe zit dat?’
‘Ja, ziet u, ik had een persoonlijke binding met de toenmalige paus, Pius xii dus, en ik vind dat ze die op een rare manier aan de kant hebben gezet. Toen hij stierf had iedereen het nog over heilig verklaren, maar daar hoor je nu niets meer van. Nou zeggen ze wel dat hij fout was in de oorlog en dat kan best wezen, maar hij was toch maar een plaatsvervanger, dus laten ze dan zijn chef aanklagen. Nee hoor, ik verschijn niet meer.’ En weg was ze. Dat was duidelijk, maar waarom staat Tom Poes ineens niet meer in de Volkskrant?
Het ging niet best met Key in Lburg. Missie mocht hij niet bedrijven, want de inwoners verkeerden in de dwaling dat ze al christelijk waren, en toen Key tot overmaat van ramp zei dat hun systeem tenminste het voordeel had dat er nooit ongewenste kinderen kwamen, werd hij door Kaartsje, Oege, Stoffel, Wisse en Blaas het stadje uitgeknuppeld. Daar viel hij in handen van de journalistenbenden die al weken een vruchteloos beleg om de stad hadden geslagen.