voortbewogen op fietswielen in plaats van benen, die zich voedden met gesmolten zand, verdeeld waren in vier seksen, geloofden in vijf goden en baseball speelden met dertientallen.
En toch, majoor Shepard had het al voorspeld, toch waren wij zeer verbaasd over de levensvorm die we aantroffen op de derde binnenplaneet van de ***-ster Want de wezens die ons daar ontvingen, naar onze papieren vroegen, en verbaasd waren toen ze begreper dat we uit een ander zonnestelsel kwamen, leken maar op één ding: op ons. Steve dacht even dat we in een grote boog weer op aarde waren teruggekomen maa[r] dat, o gewaarschuwde lezer, is toch echt niet zo.
Er werd ons een soort public relationsman toegewezen ene Chrano, die ons met een gramofoonplatencursu[s] snel de taal leerde.
Het bleek een ontwikkeld, zwaarmoedig volkje dat verschrikkelijk veel leek op de wezens die wij veertier maanden geleden verlaten hadden. Ze hadden zelf indertijd ook aan ruimtevaart gedaan, maar waren er weer mee opgehouden omdat ze het te gevaarlijk vonden ‘Dat zult u nu ook wel vinden’ zei Chrano. Ik wilde eerst uitleggen hoe Bill aan zijn eind gekomen was maar vond dat toch een te onnozele dood en zweeg ‘Maar een gedeelte van de raketbemanning is toch veilig hier aangekomen’ zei Steve. ‘Ja, ja,’ zei Chrano ‘maar het blijft toch een gevaarlijke sport.’
Alle uitgebreide onderzoekingen die we op de bewoonde planeet moesten gaan uitvoeren werden nu totaal zinloos, we waren tenslotte geen gewone sociologen Voor mij was het een grote tegenvaller, maar Steve die nogal romantisch is, bleef tegen beter weten in op iets onverwachts wachten. ‘Stel je voor’ zei hij, ‘dat [je] in een sciencefiction verhaal leest wat wij tot nu te