strand waar Key lag was dus leeg, en er zat niets anders voor hem op, dan zich weer in zee te laten glijden. Dichtbij Brno ligt het eiland Vpro, en daar spoelde Key tenslotte rum. En daar had geen mens een vermoeden welke vreemde dingen hij ging beleven.
Het eiland Vpro beleeft een intellectuele welvaart. Men wordt er als doctorandus geboren, en wie op zijn achttiende nog niet gepromoveerd is wordt eredoctor. Zo kwam het dat drie eenvoudige strandjutters, de professoren Hamermaker, Kistenmaker en Sickbock de natte pater in welgekozen bewoordingen uitlegden hoe het op hun Vpro toeging. Vpro wordt, zo vertelden zij de zich afdrogende pater, bewoond door Psykochinezen. Deze kunnen, zo verzekerden ze, een balletje dat op een staafje valt, naar links of rechts laten vallen. ‘Zo, zo’ zei pater Key, tevreden dat hij weer op bijgeloof stuitte, ‘zo'n balletje kan ook moeilijk anders dan naar links of naar rechts vallen.’
‘Ha, hij begrijpt het niet’ riepen Hamermaker, Kistenmaker en Sickbock uit, ‘maar het is toch strikt wetenschappelijk bewezen. Gaat u maar eens mee.’ En ze brachten Key naar een tempel. Boven het altaar waren in de vorm van een kerstboom een aantal ijzeren staafjes bevestigd. Op deze spijkers vielen van boven ijzeren balletjes. De menigte in de kerk zat geconcentreerd de balletjes naar rechts te denken (want het was een oneven dag; op even dagen dachten ze naar links. Net als het parkeren in Frankrijk dus). Key zette zijn bril op om het apparaat te onderzoeken, maar dit werd hem verboden. Op Vpro dragen we allemaal contactlenzen.
‘Kijk’ zeiden Hamermaker, Kistenmaker en Sickbock ‘de mensen wensen het balletje naar rechts, en het valt naar rechts.’
‘Behalve die dan’ riep Key. Hamermaker lachte ho-