werd veel gebruikt. In twijfelgevallen werd de pastoor opgebeld en die riep dan royaal door de telefoon: maar natuurlijk mag dat, gaan jullie je gang maar, geen gedonderjaag, want dat was een ruime franciscaan. Nu hadden mijn broers en vooral mijn zusje daar nog hun particuliere hoogstandjes bij, zoals: niet fietsen, niet knikkeren, niet lezen. Niet snoepen door de week was gewoon gecodificeerd, geen sterveling nam dan een koekje, het werd hem trouwens ook niet aangeboden, maar ook 's zondags 'nee, dank u wel' zeggen, met een zachte glimlach, dát was weer een eigen nummertje, want dat hoefde niet.
P. Er werd ook niet getrouwd in de vastentijd.
B. Nee. En je leefde in een enorme soberheid, in stilte, en in een geweldige verwachting. Iets daarvan heb ik in de bezetting weer teruggevonden, die bevrijding die heel in de verte ophanden was. Je leefde in een soort bruidsgevoel: dadelijk kwam het... En dan de Goede Week, dan verduisterde de hele wereld. In het opgaan van de zon zag ik eigenlijk iets ongepasts.
P. Ja. In de kerk werden in de vastentijd de beelden met paarse doeken verhuld.
B. En was er bij jullie ook een ratel in de kerk, in plaats van een bel?
P. Zeker. En het donkerste dieptepunt van rouw was Goede Vrijdag: geen Ons Heer in de kerk. En dan kwam die paaszaterdag, dan ging 's ochtends het orgel spelen, dat was dan iets geweldigs bij het Gloria, want ook de klokken gingen luiden. Om twaalf uur mocht het feest officieel losbarsten, er mocht muziek van Händel komen op de radio, taart in huis.
B. Bij ons waren dat tompouces, we kregen er ieder een. Je stond in de tuin naar het luiden van de klokken te luisteren, alles rook fris om je heen, het was achter de rug, de engel was al onderweg om naast het lege graf te gaan zitten.
P. Vond jij ook ‘de volle maaltijd’ zo'n mooie uitdrukking? dat slechts eenmaal per dag ‘een volle maaltijd’ gebruiken. Dat klonk zo dik, en vet, en het was er dan ook een. Ik ben het met je eens: dat was veertig dagen het opwinden van een veer, op meesterlijke wijze. Dat vergeet je nooit. Dat is weg, daar hebben we nu niets meer van. Sinterklaas heeft het natuurlijk nog wel, voor kinderen - en zelfs ook voor ouderen nog wel - dat opwinden van die veer.
B. Ja, maar zonder voorafgaande ontberingen, dat is toch het