Yang. Jaargang 10(1974)– [tijdschrift] Yang– Auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 77] [p. 77] Etienne Elias, schilder De notaris, de kannunik een glaasje porto bijdehands, monkelend in het salon geurend naar hars en spuitbus, glimmend onder schemerlampen, aan de einder glooiende heuvels en plantsoenen porselein gekleurd, gras strelend, de lucht een barstje regen wolk, alles netjes aan de kant, een ansichtkaartje naast het erf waar palmbomen averechts werden geïmporteerd. Vanuit de zebrasofa kijkt de Sportieve Man zijn tijd voorbij, een roerloos vergezicht alhoewel haar behaatje net achtergelaten, een teken, een zwoel verdrag? Reeds rimpelend de ananassen op tafel, een gezellig hoekje. Hij peinst, telt orders en medailles akkuraat, insignes van een epoque bijna voor de bijl zoals limoesines van elegante gangsters. Het was op een mooie zomerdag, ‘Ik heb mijn hart in Heidelberg verloren’ fluit Etienne, verborgen verleider in het pomphuis, gorgelend boven de lavabo die kwiekt en geelrandig is van zeep. Verschaald aroma. Elias, hij kamt ivoor zijn snor en salueert de oude boekanier Hockney die garnaaltjes kraakt en pelt, voorzichtig de restjes in een regionale krant. [pagina 78] [p. 78] Waarover nog praten, jongen. Kiezel en grint, een prentje Afghanistan, liefde en vriendschap, een hand strelend, een arm om de schouder, broeder en minnaar, zo schildert Etienne de vrolijke bloemen van zijn verbeelding, de kleuren op vakantie als een Belg in Zwitserland. Terwijl het salon patience speelt ademt het huis de zee: waar is mammie? JAN VANRIET [pagina 79] [p. 79] ETIENNE ELIAS Vorige Volgende