lies voor kunst en kunstenaar, want zij vormen in de geschiedenis der artistieke ontwikkeling van K. Doudelet een zeer belangrijk en onherstelbaar document.
In zes groote paneelen is de eetzaal verdeeld: links twee, rechts insgelijks twee, en twee rechtover de toeschouwer. De vierde muur is ingenomen door een zeer breede glazen deur die uitzicht geeft op een park.
De twee tafereelen links verbeelden: het eerste, de verschijning van een comeet boven het slot van den koning Marcellus, het tweede de verwoeste streek, welke Maleine door de spleet in den toren ziet, na den oorlog die over het land woedde. De opeenstapeling der verdiepen van het slot van den koning, met daarboven de reusachtige ronding der comeet, die wijd hare roze gloeiende haarvracht openspreidt, is waarlijk episch, terwijl de ridders, die met hunne krijgsgevangenen door een streek trekken, waar slechts enkele spichtige boomen hunne bladerlooze armoede verheffen, een treffenden indruk van verwoesting verwekken. De twee paneelen van den middenmuur stellen twee scenen voor uit de reis van Maleine en haar voedster naar IJsselmonde: de ontmoeting in het woud met de drie bedelaars en de ontmoeting in het dorp met den koewachter, die zich vóor de verschrikte vrouwen ontkleedt, om zich in de vaart te baden. Het eerste paneel is een prachtig model voor een Oudenaardsch tapijt, het tweede met zijn vaart en zijn houten bruggen een zeer eigenaardig zicht uit Holland.
Eindelijk, de twee laatste tafereelen, rechts, verbeelden: het eerste koning Hjalmar vóor zijn slot, met zijn vrouw koningin Anna en Uglyane, dochter der koningin, het tweede de ontmoeting van prins Hjalmar met Maleine in het park bij de spuitende fontein. Dit laatste paneel is het allermooiste van de reeks, het is uiterst rijk van kleuren en zeer harmonieus van lijnen, twee groote eigenschappen, welke K. Doudelet van den beginne af gekenmerkt hebben en die zich heden nog immer in hem ontwikkelen.
Deze zes paneelen vormen in hunne tragische opvatting een zeer harmonieus geheel en behooren tot het beste, dat K. Doudelet leverde in zijn eerste manier van schilderen, die onder den invloed der jonge letterkundige school, en vooral van Maeterlinck, geheel en al naar het tragisch symbolisme overhelde en ook nog wel den verren invloed verraadt van de Italiaansche preraphaëlitische meesters. Ook omdat deze schilderijen zulke belangrijke documenten zijn uit de kunstontwikkeling van den jongen meester, is hunne verdwijning betreurenswaardig.
Sedert het ontwerpen van deze muurversieringen onderging K. Doudelet in zijn kunstopvatting, een merkwaardigen ommekeer. De Vlaming, die in hem zit, wordt hoe langer hoe meer wakker. Vooral in zijne teekeningen voor boekillustratie of boekversiering is deze nieuwe en definitieve richting zichtbaar.
M...