Tijdschriften
Woord en Beeld. Redactie Prof. C.L. Dake, W.G. v. Nouhuys & F. Smit Kleine. Uitgave van de Erven Bohn te Haarlem, juni 1898.
Deze aflevering van dit reeds herhaalde malen in ‘De Vlaamse School’ aanbevolen tijdschrift, bezit voor ons biezondere aantrekkelikheid door een stuk van Pol de Mont: ‘Het Viezieoen van Vrederick’, dat er vooraan in opgenomen werd. Het is een zeer vrije navertelling van de middennederlandse legende ‘Oirdel ende Verdoemenisse van Bisschop Udo te Meydenborch’, van de onbekende klerk ‘uten lande bi der see’.
Vrederick, de jongste kanunnik van het kapittel van de Maagdeburger hoofdkerk, lag des nachts, in de dom

DE BIDDENDE VREDERICK
Tekening van Edmond van Offel
voor ‘Het Viezieoen van Vrederick’
Met biezondere toelating van de Erven Bohn, te Haarlem.
geknield, biddend tot de heilige Maagd, opdat zij de kerk van de toenmalige losbandige bisschop Udo zou bevrijden. Toen daalden Jezus en Maria met de aartsengelen en vele heiligen in de kerk neder... Udo moet vóor hen verschijnen, en door deze opperste vierschaar wordt hij tot de dood verwezen. Engel Michaël zwaait het vlammenzwaard en Udo's hoofd rolt op de zerken, waar, tot vóor weinige jaren, de bloedvlekken zichtbaar bleven...
Ziedaar, in een paar woorden, de draad van het verhaal. Maar die is uitgesponnen met al de schitterende kleurenpracht van een tapijtwerk of een gotiek schilderij. Als Gustave Flaubert van zijn Légende de Saint Julien l'Hospitalier zou men hiervan kunnen zeggen: Ziehier de legende van Vrederick, ‘telle à peu près qu'on la trouve, sur un vitrail d'église, dans mon pays’.
Ongepast zou het zijn, hier het werk van de hoofdredakteur van dit eigen tijdschrift verder aan te prijzen. Al wie de dichter van Fladderende Vlinders, Claribella, Iris naar waarde schat, zal er op gesteld zijn, hem ook in deze uiting te leren kennen.
Het doel van deze korte aantekening is overigens een ander. Ik wilde eenvoudig een jong Vlaams illustrator welkom heten, die overigens voor de lezers van ‘De Vlaamse School’ geen onbekende meer is: Edmond van Offel.
Deze leverde een tiental grote en kleine tekeningen tot verluchting van gemeld stuk, waardoor hij al dadelik een eervolle plaats in de schaar van onze nieuwste boek-illustrators inneemt. Stellig kunnen we niet onvoorwaardelik ál de platen even mooi vinden: sommige zijn niet vrij te pleiten van in 't oog lopende gebreken; maar voor de eigenaardigheid van opvatting en uitvoering verdient de kunstenaar alle lof.