De Vlaamse School. Nieuwe reeks. Jaargang 11(1898)– [tijdschrift] Vlaamsche School, De– Gedeeltelijk auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende O, lach niet Het wordt mij zoo droevig te moede, als 'k schertsen en lachen u hoor: het is mij als ruischte daar zachtkens een treurzang van engelenkoor. Het wordt mij zoo droevig te moede bij 't lachje, teerfijn om uw mond: ik denk aan de bloeiende rozen daar ginds op een stil plekje grond. O, lach niet, want - zie ik uw lachen, dan schreit mijn droef harte van pijn om de arme, de jeugdige doode, die daaronder begraven moet zijn. Henriëtte Wythoff, 's Gravenhage. Vorige Volgende