gesloten, met zwijgende vensters, die uitkijken op de netjes naasteenliggende keien van de straat. - Over de gracht 'n gewelfde brug en rechts hoge populieren, die in de nevel staan te dromen, en zich spiegelen in 't dode water. Men voelt dat hij de geest van zo 'n hoekje volkomen begrepen heeft, dat hij er zich heeft ingewerkt, dat hij er heel en al van doordrongen is, en - dat hij het talent bezit ons zijn stemming onder de vorm van kunst mede te delen.
Tragies, sinister is de tekening: ‘les feuilles d'Automne.’
Weer een water, een brede vestinggracht vol groenig wier, ergens in 'n stad met verouderde verdedigingswerken. Een stenen brug met grote stadspoort voert er over. Aan de wal hangen lange treurwilgen machteloos neer, afgezweept door regen en wind, afgemat, uitgeput van 't herhaalde stormen. Boven hen, in onafzienbare rei, langsheen de wal heffen de hoge bomen hun kruin ten hemel. Maar de wind vaart met woeste vlagen door hun schaarsbebladerde takken, en ze zwichten en buigen op de hoogte waar ze staan, onbeschut voor 't geweld van 't element. Een lode hemel dreigt vol onheil boven het landschap en de regen striemt in nijdige stralen omlaag. Alles is donker, mat, verslagen, uitgeput, voorbereid op de komst van een lange winter...
Maar Melchers kan ook jubelen en juichen, zingen en dartelen. Neem zijn ‘Chansons d'Avril’ waar het heel teêre groen uit alle bomen schiet, waar de roode daakjes vrolik vlekken onder de jonge, frisse hemel, waar de pikkelende schaapjes door de kleurige velden grazen, - of zijn ‘Vergers de Mai’, waar drie Zeeuwse miniatuur-meisjes touwtje springen onder roos-gebloemde appelaars, in de schetterende, viktorie-schreeuwende fanfare van al de heldere lentekleuren - of zijn krachtig Junie-tafereel, 'n huisje, met prachtigdonkerrood dak tussen 'n massa hoge bomen, waarlangs een kalm rivier slingert, door de groene weide met rosse koeien heen - terwijl in de verte een stompe toren doorkijken komt.....
Het beschrijven van al de 16 keurige tafereeltjes zou me zeker al te ver voeren. Van deze twee echter - die ik wel de beste vind van 't hele boek, noch éen woord. Vooreerst ‘les barques du Printemps.’ Wie kent de groengekante, Hollandse vaartjes, met, aan weerszij, als 'n paradehaag van hoogopgeschoten, rondgekruinde boompjes, tussen wier rijzige stammen de verre horizonnen van groene, gebloemde weiden doorkijken. Wie heeft er langs die stille waterwegen dromend voortgewandeld in de koele lente-atmosfeer, en de helder geverfde schuiten geruisloos voorbij zien schuiven? Een stemming van stil geluk, van zoete ingetogenheid waait u uit deze plaat tegen, en onwillekeurig blijft men er een ogenblik naar turen, terwijl de gedachten met verre herinneringen wegzweven...
De tweede plaat die ik bedoelde, en deze vind ik misschien wel de allerbeste, heet ‘Les fenêtres de l'Eté’. Een binnehuis, ergens in 'n popperig stadje als Veere of zo. De kamer is verlaten, 'n oude kast, 'n paar biezen stoelen en 'n luid tikkende hangklok. De kat slaapt rustig op 'n kussen. - Maar vensters en deuren staan open, wagewijd open, en buiten gloeit en broeit de zonnehitte op de goudgeblakerde velden. En de zomerweelde waait bij volle stromen binnen, bezwangerd met al de bedwelmende geuren van de natuur in haar hoogste bloei. Alles is doordrongen met die intense lucht en trilt van levensvolheid in de pracht van dien geweldigen zomermiddag. - Wat heimwee voelt men naar de rijkdom van die zware zonnedagen, als men, in de winter, achter dichtgesloten ramen, Melchers' akwarel zit te bekijken...
Ik wil lang niet beweren, dat alle platen even mooi zijn. ‘Les papillons de Juillet’ b.v., vind ik bepaald mislukt; of het nu aan de tekening zelf, dan wel aan de reproduksie ligt, kan ik niet uitmaken. Ik ben wel geneigd het laatste te geloven. Zijn ‘Sapins de Décembre’ bevalt me evenmin. De September- en Oktober-taferelen zijn echter heel lief, en dat van Augustus zonderling, fantasties, maar mooi van kleur en tekening.
Maar of dit stuk al wat beter, of dat al wat minder goed zij, de gezamenlike indruk blijft bestaan - en heel de Vlaams- Hollandse kunstbeweging mag zichzelf van harte gelukwensen met de