De Gemeenschap. Jaargang 7(1931)– [tijdschrift] Gemeenschap, De– Gedeeltelijk auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 276] [p. 276] Martin Bruyns Congregatie-bloempjes ‘Ic ben in mijn hoofkijn om cruyt gegaan.’ I Ze is onderwijzeres en krijgt van de congregatie maandeliks tien gulden gratificatie. Tien harde guldens in de ballen van de hand. Op elke gulden staat ‘God zij met ons’ (op de rand). II ‘De gemeente geeft voor handwerken veertig gulden, ik kan die rijkdom in ons huis niet dulden. Gaan wij ze derhalve in tientjes verdelen, dan kunnen we er vier onderwijzeressen van telen.’ III ‘Eerwaarde Zusters, ik besef het meer en meer: de belangen van de congregatie zijn die van O.L. Heer. Studeer dus onder schooltijd vlijtig voor uw aktes, les geeft de zenuwpees, die al zes maal gezakt is.’ IV Eerwaarde Moeder is naar retraite geweest en vertelt het sermoen van pater Avereest: ‘Ik heb gehoord, dat het geld der aarde slijk is, 't is dus van geen belang, dat juffrouw Meyer rijk is. Korten wij van haar beloning dies een kleinigheid en wentlen wij in modder uit boetvaardigheid.’ V ‘Nog sprak de pater over sociaal geweten, ik weet niet of je dat kunt eten. Informeer eens even, terwijl ik ga pitten, maar als het geld kost dan laat 't maar zitten.’ Vorige Volgende